Golven

COLUMN - Niet alleen het programma was spectaculair, het belangrijkste gebouw was dat al evenzeer. Le Guess Who, Utrechts jaarlijks terugkerende avant-garde en underground muziekfestival, speelde zich goeddeels in het deze zomer geopende TivoliVredenburg af. In een joekel van een gebouw dat bijna achtduizend bezoekers aankan en dat totaal uitverkocht is, verwacht je dikke mensenmassa’s, mismoedig makende rijen, overal troep op de vloer en vooral heel veel akelig dringen.

Niets van dat al. Je zag overal hoge constructies, licht en lucht; grote vensters, brede trappen en deuren, ruime bordessen, overal zicht op de buitenwereld. Nergens het gevoel opgesloten te zijn in een entertainmentfabriek. Alle mensenstromen bewegen zich langs de randen van het gebouw, rond de vijf zalen die de middenas ervan vormen. (Het enige nadeel: de artiestengangen bleken nogal een doolhof.) Alle lof voor de samenwerkende architecten – duizenden mensen opbreken in plukjes her en der kletsende mensen is een kunst apart.

Een van mijn favoriete bands trad er op: Swans, strak geleid door veteraan Michael Gira. Maakte Swans vroeger muziek die zo deskundig op de luisteraars inbeukte dat bezoekers soms misselijk de zaal moesten verlaten, inmiddels zijn ze gemuteerd tot een iets vriendelijker maar nog altijd hypnotiserende band.

Ze legden laag op laag, net zolang totdat er een hechte muur van geluid was gemetseld. Muziek waartegen je met gemak kunt aanleunen zonder om te vallen, zelfs wanneer je, zoals ik, nogal wankele benen hebt en bijna twee uur lang staat. En langzaamaan verandert er iets in die brij: er komt een ritme bij, ergens wordt iets versneld, het zwelt aan en neemt terug. De muziek wordt als de branding die rollend tegen de rotsen slaat, hij trekt mensen naar zich toe en duwt ze weg, op je benen staan gaat niet meer, die zijn onder je weggespoeld, maar je wordt gedragen door de muziek, dus dat geeft niets. Onder me – ik stond veilig op het balkon – zag ik honderden mensen traag heen en weer deinen, als zeewier in de golven, de muziek had ze volledig ingepakt.

Intussen stond de percussionist met een trombone op zijn schouder te blazen, terwijl hij met zijn andere hand een xylofoon bespeelde. De tweede drummer legde nog een extra tik in zijn strakke ritme. Gira draaide om zijn as op het podium, keek de bandleden om beurten aan, en dirigeerde ze met zijn lichaam. Een en twee en drie en vier! En jij nú je extra laag er bovenop, en nu: jij! Stap stap op zijn linkerbeen, rechterbeen, links, rechts om het ritme aan te geven, zwaaiend met zijn bovenlijf als er een mutatie aan kwam, springend wanneer er een grote klap moest vallen.

Gira was heer en meester van de golven en duwde het publiek kopje-onder.

‘Wow,’ zei een vriend na afloop, ‘Eerst dacht ik: dit trek ik niet. Maar ineens had het me bij de lurven.’ Herboren gingen we naar huis. Daags erna zoemde Swans nog in mijn borstkas rond.

Deze column van Karin Spaink verscheen eerder in Het Parool.

  1. 1

    In Nijmegen staat sinds kort een nieuw Roosje. Ik ervaar daar steeds hetzelfde als een tijd terug toen Hengelo’s nieuwe Metropool net af was. TivoliVredenburg doet blijkbaar hetzelfde: de ervaring completeren. Blijkbaar hoeven goede poptempels niet altijd in wat oudere uitgeleefde gebouwen – in tegendeel. Maargoed, ik zal de Swans eens luisteren.

    Na het concert zijn ze overigens overigens wat spullen kwijtgeraakt – wellicht heeft iemand ze gevonden… Zie hier: https://www.facebook.com/SwansOfficial