Goed volk | Zwarte Piet (4)

Het vorige deel ging in hoofdzaak over de verschillende interpretaties van de Sint-en-Piet-traditie door de Germaans-mythologische school en de latere legendarische school. Ook legde ik de nadruk op de complexiteit van deze tradities, zowel verticaal (historisch) als horizontaal (geografisch).

Voorzichtigheid is altijd geboden: dat bepaalde fenomenen een bepaald motief delen (bijvoorbeeld het straffen van stoute en belonen van brave kinderen, dat ook wordt gepraktiseerd door Vrouw Holle, Grýla en Perchta) wil niet per definitie zeggen dat ze behoren tot eenzelfde traditie. Het vereist zelfs een bewuste keuze en afbakening om uit te maken welke fenomenen nog wel tot de (oude) sinterklaastradities behoren en welke niet meer.

Zonnestelstel Sint

Het is als met ons zonnestelsel: de acht kernplaneten met hun manen horen hier ongetwijfeld bij en de voorbij Neptunus rond de zon cirkelende dwergplaneten ook, maar de Kuipergordel vormt voor velen gevoelsmatig de grens van ons zonnestelsel, terwijl anderen de nog verder liggende Oortwolk er nog bij rekenen, hoe hypothetisch die ook is. Maar ook buiten de veronderstelde Oortwolk cirkelen nog grote rotsblokken in een baan om de Sint. Om nog maar te zwijgen van de eveneens hypothetische planeet ‘X’: het zou wel zo leuk zijn als er ooit vanuit een vergeten archief of orale traditie van een pas ontdekte bergstam totaal nieuwe feiten omtrent Sint en Piet naar boven komen.

Ik hoop deze complexe relaties van tradities ooit in grote met elkaar verbonden Venn– of Eulerdigrammen op één van de muren in ons huis te positioneren, maar ik vrees dat dit voorstel door het maandelijkse gezins-werkoverleg zal worden getorpedeerd.

Om de complexiteit en het in elkaar grijpen van de tradities te illustreren met een voorbeeld van buiten de Kuipergordel, hierna het verhaal van een bijna-tijdgenoot van Nicolaas van Myra. Een interessant voorbeeld is ook het feest van Sint Piter en Swarte Pyt in het Friese Grou(w) dat een gekerstend lentefeest zou zijn – hoewel het feest in Grouw pas een paar honderd jaar oud is! – maar hierover blog ik nog als het feest op 21 februari gevierd gaat worden. Wie niet genoeg krijgt van sinterklaastradities buiten de Kuipergordel: zie e.g. La Befana uit Italië.

Lucia van Syracuse

De legende van Lucia van Syracuse (ca 283-304) wordt beschreven in de dertiende-eeuwse Legenda Aurea, hetgeen niet echt een garantie is voor historische betrouwbaarheid, maar om diverse redenen wordt de martelares Lucia als een historische figuur beschouwd. De oudste beschrijving van de legende dateert reeds uit de vijfde eeuw en ze wordt al genoemd in het sacramentarium van de 6e-eeuwse paus Gregorius I. Lucia stierf uiteindelijk de marteldood omdat zij weigerde een offer aan de keizer van Rome te brengen.

De naam Lucia is afgeleid het Latijnse lux, ‘licht’. Dit komt terug in de naamdag op 13 december, die in de Juliaanse kalender de kortste dag van het jaar was, het wintersolstitium. Doordat de Juliaanse kalender drie schrikkeldagen per vier eeuwen teveel telt, verschoof de kortste dag langzaam naar voren, zodat deze vanaf de veertiende eeuw niet op 21 december maar op 13 december viel en daarmee samenviel met de feestdag van Sint-Lucia.

In de Gregoriaanse kalender valt die dag op 6 december en daarmee zijn we waar we wezen willen. Ook na de invoering van de Gregoriaanse kalender is haar feestdag op 13 december blijven staan. In het noorden van Italië is in sommige streken een traditie ontstaan die lijkt op ons Sinterklaasfeest. Santa Lucia brengt kinderen cadeaus in de nacht van 12 op 13 december, vergezeld van haar ezel en haar koetsier Castaldo. Kinderen kunnen Sint Lucia een verlanglijst schrijven en laten bij het naar bed gaan op tafel een bord met sinaasappels, koekjes of koffie achter voor Lucia, hooi of een wortel voor de ezel en rode wijn voor Castaldo. De volgende dag vinden de kinderen hun bord gevuld met snoep en zoeken ze hun cadeaus die in huis verstopt zijn.

Sint Lucia op een kerstkaart, ontworpen door Adèle Söderberg (1880-1916)

De devotie van Sint Lucia verspreidde zich over het grootste deel van Europa inclusief de Scandinavische landen, de Faeröereilanden en IJsland. In met name Zweden diende haar feestdag als kerstening van het heidense feest van het wintersolstitium, het midwinterlichtfestival. Hier wordt haar feest nog steeds gevierd met zoete lekkernijen en meisjes die verkleed gaan als Sint Lucia met een kroon van kaarsen op hun hoofd. In Kroatië en Hongarije worden op sommige plaatsen tijdens het Luciafeest enkele zaden graan gepland, soms met een kaars ernaast. Het graan is tijdens Kerstmis enkele centimeters groot en symboliseert als vruchtbaarheidssymbool nieuw leven. De kaars staat symbool voor het toenemende licht van de lengende dagen.

Waarom Zwarte Piet ‘Piet’ is en waarom hij zwart is

Over de naam Piet kunnen we kort zijn. Dit is niets bijzonders; het is naar alle waarschijnlijkheid simpelweg een algemene aanduiding voor een persoon van het volk, zoals het Engelse Jack. In een onlangs verschenen boek leidt Michiel de Jong de naam af van de zeventiende-eeuwse Italiaanse commedia dell’arte-komediant Pierrot, maar dat lijkt mij nogal ver gezocht. Op het hieronder afgebeelde schilderij van Matthijs Naiveau uit 1703 staan weliswaar twee potsenmakers met de bekende molensteen-kragen, maar dat zegt verder weinig. Bovendien was de oorspronkelijke Pierrot wit bemeeld en niet zwart.

Het Sint-Nicolaasfeest, door Matthijs Naiveu (1703)

Interessanter is de vraag waarom Piet zwart is. Over de Zwarte Piet van het ‘nieuwe sinterklaasfeest’ kunnen we ook kort zijn. Hij is zwart omdat het een Moor uitbeeldt, in dit geval een Moorse page – zie deel 1 van deze blog. De zwartheid van de helpers van Sinterklaas uit het ‘oude sinterklaasfeest’ is een ander verhaal. Ik heb er al eerder op gewezen dat Zwarte Piet en Zwarte Sinterklaas wellicht teruggaan op één en dezelfde persoon. Wie hier meer over wil weten, leze dit artikel.

‘Zwart’ heeft over het algemeen een negatieve connotatie. De kleur zwart (of liever gezegd het gebrek aan kleur, de absolute tegenstelling van wit, de optelsom van alle kleuren) verwijst naar het niets, de leegte, chaos, de dood. Maar het zwart als ‘kleur’ kan ook naar iets geheel anders verwijzen: de aarde – Moeder Aarde zo je wilt – waaruit het nieuwe leven voortkomt. Dit is al het geval bij de oude Egyptenaren waar zwart stond voor opnieuw geboren worden en wederopstanding.

In de christelijke iconografie komt de ‘Zwarte Madonna‘ (en haar zusje Zwarte Sara) voor, een Mariabeeld waarvan het gezicht en de handen zwart zijn. Er werd wel aangenomen dat de zwarte kleur toevallig was als gevolg van de gebruikte houtsoort (ebbenhout) of resultaat van kaarsen die jarenlang voor het beeld werden gebrand, maar dit is onwaarschijnlijk aangezien er ook iconen bestaan van een zwarte Theotokos die oorspronkelijk zo geschilderd waren. Hoewel nooit definitief aangetoond, wordt wel verondersteld dat de Zwarte Madonna’s restanten bevatten van het volksgeloof in ‘Moeder Aarde’ en de daarmee verband houdende vruchtbaarheidsculten.

Zwarte godinnen komen in de geschiedenis van de religie meerdere malen voor. Verschillende van de vruchtbaarheids-, moeder- en aardgodinnen waren vaak zwart, zoals Artemis, Demeter en Ceres. Ook de Kelten en Germanen vereerden dit soort godinnen, zoals Freya en Ana. Ik geef toe dat het een slag in de lucht is, maar het is theoretisch mogelijk dat de uit Oostenrijk afkomstige zwarte Krampus (in Oostenrijk hebben Kelten gewoond) met zijn vruchtbaarheidsattributen in diezelfde oeroude traditie moet worden bezien.

Kerstening

De kerstening van West-Europa door de kerk van Rome was een puur pragmatische zaak, begonnen toen paus Gregorius III (r. 731-741) Bonifatius en Willibrordus op missie stuurde. Hij begreep al snel dat je niet als een olifant door de porseleinkast moest lopen en dat het omhakken van heilige eiken alleen maar averechts werkte. Onder het motto ‘if you can’t beat them, join them’ beval hij heidense fenomenen, met name hun feesten, niet te verbieden maar er een christelijke draai aan te geven. Het huidige kerstfeest is een voorbeeld dat iedereen wel kent.

Heidense personages waar men geen raad mee wist werden eenvoudigheidshalve tot duivels verklaard. De resultaten waren tweeledig. Er waren kersteningen die door kerk of staat opgelegd werden en waarbij het volk bewust of onbewust heidense elementen bewaarde. Anderzijds waren er kersteningen die door het volk werden geaccepteerd maar waarbij doodleuk heidense elementen expliciet gehandhaafd bleven omdat men deze nu eenmaal gewend was en bovendien: baat het niet dan schaadt het niet. In feite was dit een vorm van syncretisme; de Russen hebben hier een woord voor: ‘dvoeverie’ oftewel ‘dubbel geloof’.

De ‘oude sinterklaasfeesten’ met hun eeuwenoude wortels zijn altijd als een sinterklaasfeest te herkennen om de simpele reden dat er een Sinterklaas bij aanwezig is, zelfs tijdens het feest in het geïsoleerde Zwitserse Lötschentaal. Hoezeer zijn uiterlijk ook van de actuele Sinterklaas kan afwijken: hij is altijd herkenbaar als een roomsche bisschop. De ene keer gaat hij vergezeld van een als zodanig herkenbare Zwarte Piet, de andere keer van Krampus-achtige figuren met kettingen en roeden. Hun hoorns hebben zij te danken aan het feit dat deze vruchtbaarheidspersonages getransformeerd werden tot duivels en zo gedemoniseerd en schadeloos gesteld.

De feestdag van de bisschop van Myra op 6 december was een uitstekende gelegenheid om de aloude vruchtbaarheidsfeesten en -riten naar toe te verhuizen. Feesten als het Keltische Samhain vielen toch al rond die tijd en bovendien was Sint Nicolaas een huwelijksmakelaar bij uitstek. Hoe vruchtbaar wil je het hebben?

Mijn logische conclusie is derhalve dat het zeer wel mogelijk is dat het ‘oude sinterklaasfeest’ een bewust gekerstende vorm van primitieve vruchtbaarheidsriten is. Dit betekent evenwel niet dat je lijnen zomaar door kunt trekken. De Zwarte Piet van Schenkman is geen Krampus. Het spijt mij voor Arnold-Jan Scheer en zijn tegelijk met deze blog (toeval) gelanceerde tweede Wild Geraas-documentaire onder de veelzeggende titel “Mijn ontmoetingen met de duivel“, waarin anderzijds ongetwijfeld bijzonder interessant en misschien wel uniek beeldmateriaal is verdisconteerd.

Slot

Tot zover dit vierdelige blog over Zwarte Piet – en Sinterklaas, want die twee horen nu eenmaal bij elkaar. Ik geef toe dat ik veel ingezet heb op aloude vruchtbaarheidsriten en -culten, niet omdat dit een stokpaardje van mij is, maar omdat ik dat het meest voor de hand liggend vind. Zonder deze riten was de mensheid wellicht allang uitgestorven, althans volgens diegenen die ze praktiseerden.

Verder wens ik de burgemeester van Zaanstad op 17 november veel wijsheid toe en wil hem er fijntjes aan herinneren dat West-Friezen ook Friezen zijn. Tenslotte eindig ik met twee regels uit het gedicht ‘Sinterklaas’ uit mijn geboortejaar 1954 van Louis de Bourbon:

Zwarte Piet, zwarte piet,
in de huidskleur zit het niet.

Waarvan akte.

  1. 8

    Matthijs Naiveu’s schilderij laat inderdaad twee potsenmakers zien, maar dat zijn geen handlangers van Sinterklaas. Integendeel, hij – de hijlikmaker – scheldt ze verrot. Daar is een reden voor.

    Concentraties van zwart op lichaamsdelen wijzen in de genreschilderkunst bijna altijd op een verwerpelijk – maar verborgen – taboe dat door de kijker verondersteld werd te worden verafschuwd.

    Er zijn er in dit schilderij drie van uitgebeeld.

    1 – homofilie. Zwart been & erectie bij de tweede links voor. Een van hun akties is afgebeeld in het marmer. Hun mombakkes verraadt ook monsterachtigheid. Zie ook het merkwaardige zwart in het opvallende mannenpaar rechtsonder.

    Sinterklaas had zeker een reden om zijn vuist te heffen.

    2 – bestialiteit, gericht op het paard. Zwarte benen, een heuse blos in het gelaat. Het rechter achterbeen herbergt een gesteven lid.

    Het paar dat zich erachter duidelijk indringt kan hiermee te maken hebben. Andere & nadere gegevens ontbreken helaas.

    3 – abortus door middel van gif. De man/vrouw (?!) in midden rechts met het glas met de roze bol. Het paar erachter.

    /einde zwart

    Titel van dit werk zou wel moeten zijn: De Onvolmaaktheid Van De Mens In Een Slechte Wereld

    Dit genrestuk is tot stand gekomen lange tijd nadat De Bisschop, De Lairesse en Van Hoogstraten hun gezamenlijke aanval hadden uitgevoerd op de schilderkunst die ook de ‘onzichtbare werkelijkheid’ als onderwerp had.

    Ondeugend is het zeker. <3

  2. 9

    @7: Er is in de reeks duidelijk gemaakt hoe de geschiedenis eruit zag en we weten meer over de andere verschijningsvormen, voorlopers en gerelateerde figuren, maar de conclusie die de huidige discussie zou kunnen ‘helpen’, is niet gemaakt. Toch is dat best mogelijk.

    Er waren eerder al reaguurders die vaak op basis van dezelfde historische figuren meenden dat Piet zwart moet en zal blijven. Een Krampus figuur had een zwart gelaat, dus bij onze huidige Piet is die kleur niet onderhandelbaar. Dat werkelijk alles verder anders is geworden, vergeten ze dan even. Dat die kleur (met de rode lippen) ze tot negerkarikatuur maakt is natuurlijk het probleem van anderen. Niet zaniken, snowflake.

    De auteur van de reeks maakt verder ook duidelijk dat de Piet van nu niets minder is dan de Piet van Schenkman. Oftewel al die geschiedenis ten spijt, houden we nu krampachtig vast aan hoe één illustrator vorm gaf aan Piet.

    @8: OLO

  3. 11

    @8: Schilderijen uit die tijd (denk aan al die stillevens met dode fazanten etc) staan bol van de symboliek, maar dat zijn wel dingen die je ziet. En jij wijst juist op dingen die je niet ziet, maar zouden kunnen zijn; een conjunctieve blik, zogezegd. Maar voor hetzelfde geld een ‘fake view’.

    De acties van de potsenmakers in het marmer? Boven in de pilaar kan ik met enige goede wil een duivelskop zien, maar dat is geen actie. In de balusters achter dat kleine menneke links onder kun je koppen zien, maar ook die doen niets. Tot zover het marmer.

    Dat opvallende paar rechtsonder in het merkwaardige zwart zijn voor mij toch echt een man en een vrouw.
    Wel interessant is het perspectief, waarin ze staan. Hij leunt tegen een trap (en zijn dat drollen onder zijn elleboog?) en zou dus verder van de kijker af moeten staan dan de twee potsenmakers, maar ze lijken groter of op zijn minst even groot.

    En sint/santa zelf is ook in het zwart. Maar dat kan komen omdat cocacola toen nog niet bestond. 🙃

  4. 12

    @11: als je probeert om met een concentratie op zwart-op-lichaam iets van blijheid, een link met God, fortuin, levenslust, bezinning op het positieve lot te zien dan mislukt dat heel vaak, zo niet altijd. Zoek je een ernstig te nemen taboe, dan lukt het heel vaak wel. Dat geeft toch te denken, niet?

    De marmerzuil geeft links in volle lengte een heer weer met rechts op borsthoogte een aap en face (dat moet die te verdorven vent zijn, met een naakt been en een zwart)

    Sinterklaas is niet zwart maar bruinrood gekleed.

    De meest rechtse van het paar rechtsonder ziet er m.i. helemaal niet als een vrouw uit. Die blote hals accentueert eerder zijn bedoelingen.

  5. 13

    @12: De meest rechtse van het paar rechtsonder heeft niet alleen een open decolleté maar ook opgestoken zwart haar met rode veren er in!

    Volgens mij heb je erg veel fantasie of moet je een hogere resolutie opzoeken. Er is ook geen glas met roze bol, wel een jongen met drollenvanger die iets ronds groen in zijn hand houdt, appeltje van Sint?

  6. 14

    Een hogere resolutie dan dit is er niet te vinden. Maar iedereen ziet toch de spiegel van zijn eigen geest, de één ziet een Italiaanse stad waar ik weer straalbezopen Limbo’s zie.

  7. 15

    Twijfelen mag altijd. Zoeken ook.

    @12: misschien is het inderdaad wel een vrouw, maar dat maakt voor de interpretatie van het zwart daar weinig uit. Het taboe valt dan op de ene man links.

    Het zwart op die grijze man herbergt in elk geval een wolfachtig monster, met links de staart en rechts de kop. Het past niet onverwacht goed bij zijn ongezonde belangstelling voor de dansers.

  8. 16

    Ik ben bekend met symboliek in schilderijen, maar volgens mij zie jij veel meer dan er is, inclusief verborgen erecties.
    Dat koppeltje rechtsonder is een vreemde eend in de bijt en de vrouw lijkt hem weg te willen voeren. De man kijkt echter, als het perspectief correct is, niet naar de dansers maar naar het licht.
    De wolf is in geen velden of wegen te zien of mijn pc is aan vervanging toe.

  9. 17

    @16: de symboliek van de rode veer? en de blote arm?
    Het perspectief mogen we wel in grote lijnen zien, hij kan evengoed naar de blote buik turen

    Plaatjes, die kunnen hier niet hè?

  10. 18

    @8: “Op het podium bevinden zich twee dansende harlekijns.
    Interessant voor ons verhaal is echter dat er naast de harlekijns nog een piraat op het podium aanwezig is. … De twee harlekijns stellen de duivels voor. Door ze in deze vorm te gieten maakt de schilder ze passend in de feestelijke en kleurrijke sfeer van het schilderij. De harlekijns hebben geen aandacht voor het voorval bij Sinterklaas. Ze gaan gewoon door met hun grappen en dans. Daarentegen kijkt de piraat wel naar het schouwspel en hij stopt met waar hij mee bezig was.

    We hebben de piraat als de kindervriend, die zich tot kinderen verhoudt en Sinterklaas helpt met zijn taak. En we zien de duivels die vooral baldadig zijn; De Rommelpiet die ‘s nachts alle stoelen in de klas andersom zet of het schoolbord vol kladdert met teksten vol spelfouten. De piraat is in het schilderij als kind uitgebeeld en bovendien op een niet-prominente manier. Naar de reden hiervoor kunnen we gissen. Heeft het ermee te maken dat de schilder de verhalen over de piraten toch niet volledig serieus durft te nemen?”

    http://extra.wegenerweb.nl/De_Nederlandse_Sinterklaastraditie_Duivels_en_Piraten.pdf?_sp=816230f2-550d-4ced-9f31-e6b4d25c8ecd.1509257624931

  11. 25

    En dan hebben we het nog niet eens over de verre achtergrond gehad. Richt die ruiter in de rode jas zich tot de met zes (!) paarden bespannen koets? Wie zit daar dan in? En dat podium rechts, is dat een poppenkast of een kwakzalver aan het werk? Herkent iemand de architectuur, of was die bouwstijl op schilderijen rond 1700 gewoon in de mode?
    Overigens liet Naiveu zijn mannelijke modellen wel vaker zo’n paljassenpak aandoen (pics)

  12. 30

    @29: dat is zeer juist opgemerkt.

    Interpretatiespelen inbrengen of taboes zichtbaar maken via bepaalde codepunten moet de aantrekkelijkheid van schilderijen enorm hebben verhoogd. En daarmee de verkoopbaarheid.

    De grote omvang van de vroeg-nederlandse schilderijenmarkt is anders niet te verklaren.

  13. 31

    @25: elke vraag is goed zeg ik altijd maar.

    Ja dat doet die rood-blauwe ruiter (opvliegend-onbetrouwbaar, anarchie(?)) inderdaad. Hij wil de koningsstoet overnemen (zes paarden, majesteitskoets, vgl. schilderij van Gerard ter Borch, maar niemand zit erin)

    Op het podium rechts vertoont zich misschien wel een koningfiguur met zijn duistere gade (die uit de koets) in een voorstelling waarvan de inhoud bepaald onduidelijk is. Er zijn weinig toeschouwers, maar voor het merendeel zijn het wel (gegoede) burgers.

    Het volk volgt Sinterklaas… en opeens betwijfel ik of die dat wel is…

    De gebouwen? Als ik de voorgrond mag interpreteren als een moment van gezagscrisis dan staan die grote gebouwen op de achtergrond symbool voor een staat en staatsmacht die leeg is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren