Goed volk | Verdronken eiland

Als in een duistere november- of februarinacht de wind rond het huis beukte, wilden wij studenten nog wel eens in een gepaste beschonken toestand de ‘Zuiderzeeballade‘ (1959) aanheffen. Luidkeels uiteraard, niet alleen omdat studenten altijd luidkeels zingen, maar omdat we wel boven de storm uit moesten komen. Na de versregel “die jongen…is je ome, die is dood” lasten we altijd na een langgerekt ‘dóóód’ een ‘Generalpause’ in, niet uit respect voor de ome van het jochie die in het harnas gestorven was, maar om de dramatiek op te voeren. Na een paar seconden ijzingwekkende stilte viel het hele corps als geleid door een onzichtbare dirigentenhand als één man in waarna het lied tot een einde werd gebracht met de slotregel “En aan de horizon ligt Emmeloord”.

Maar wat ons ontging was dat er met deze regel iets opmerkelijks aan de hand is. De regel is namelijk ambigu.

Emmeloord

Tekstdichter Willy van Hemert zal hiermee ongetwijfeld de hoofdstad van de Noordoostpolder op het oog hebben gehad, gebouwd vanaf 1943. Er is echter een authentieker Emmeloord dat nog steeds bestaat. Al is er nog maar heel weinig van over, het staat als onderdeel van het voormalige eiland Schokland nota bene sinds 1995 op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. “Emmeloord” is één van de vele topografische namen die teruggaat op een oude naam van een vergeten plaats of waterloop van vóór of na de inpoldering van het zeegebied dat nu de Noordoostpolder heet.

Emmeloord (op de plaats van zijn voorganger Emelwarde) was een terpdorp op het noordelijke puntje van Schokland (met de aardige sage van de ‘motketel‘, maar dit terzijde), terwijl het zuidelijke puntje ingenomen werd door het dorp Ens (op de plaats van zijn voorganger Enesce) dat uiteenviel in de buurtschappen Middelbuurt (of Molenbuurt) en Zuiderbuurt.

Schokland werd op last van de regering in het midden van de negentiende eeuw ontruimd aangezien men de veiligheid van de bewoners gelet op de bij tijd en wijle vernietigende werking van de Zuiderzee niet meer kon garanderen en omdat het eiland behoorde dat het allerarmste gebied van Nederland. Elk jaar moest er in Holland een inzameling gehouden worden om de Schokkers de winter door te helpen. Na de ontruiming, waarbij de bewoners hun houten huizen simpelweg demonteerden en op het vaste land weer opbouwden, werden er vier ambtenaren gestationeerd, waaronder een vuurtorenwachter.

Van Aelmere naar Zuiderzee

De bekendste gerecyclede naam is Almere, de tweede stad van de provincie Flevoland uit 1976, genoemd naar de Middeleeuwse benaming van de Zuiderzee, Aelmere. Hiervóór heette het water Flevomeer en vanaf 1248 en met name na de Sint-Luciavloed in 1287, toen de Noordzee vrij spel kreeg, Zuiderzee.

Wie een kaart bekijkt van het Flevomeer van rond 500 v. Chr. ziet praktisch net zo veel land als de huidige provincie Flevoland. Een kleine duizend jaar later is veel land door de zee ingenomen, maar in die tussentijd hebben er diverse dorpjes gelegen waarvan alleen de namen nog bekend zijn: Espele, Tollebeek, Luttelgeest, Marenesse, Sevenhusum, Lemmerbroek, Kunresyl, Sileham, Ruthe, Algoterp en nog een paar meer, met dank aan het negende-eeuwse klooster Sint-Odulphus te Staveren dat al deze namen geboekstaafd heeft.

Vermoedelijk gaat het hier om middeleeuwse dorpen daterend uit de achtste tot en met de dertiende eeuw of misschien zelfs een paar eeuwen eerder. Rond 800 na Chr. is het meeste land van wat nu Flevoland is verdwenen, onder meer door stijging van de zeespiegel en door de doorbraak van de Noordzee bij het Marsdiep, wat het begin van het einde betekende, gecompleteerd door de genoemde stormramp van 1287.

Er resteert in de vroege Middeleeuwen in het oosten van het Aelmere echter nog een relatief groot eiland (Urck, Orck of Or, genoemd in een kroniek uit circa 1100) op de plaats van de huidige Noordoostpolder. Dit eiland bestond uit het huidige Urk, Schokland en het waarschijnlijk in 1248 of 1307 door een stormvloed voor goed onder water verdwenen Nagele met het gelijknamige dorp.

Nagele

Het huidige Nagele uit 1950 ligt acht kilometer ten zuiden van het huidige Emmeloord. Ik sta er even bij stil aangezien het architectonisch gezien een bijzonder dorp is. Het is gebouwd volgens de principes van Het Nieuwe Bouwen en er zijn beroemde namen aan verbonden als Aldo van Eyck, Gerrit Rietveld en tuinarchitecte Mien Ruys. Onlangs is men begonnen met het restaureren van de eerste arbeiderswoningen uit de vijftiger jaren.

Online staat een hele serie ansichtkaarten uit die tijd, soms onder de nogal dramatische naam “Groeten van de zeebodem”. Het komt mij allemaal nogal saai en troosteloos over, maar over smaakt valt gelukkig niet te twisten. In de voormalige rooms-katholieke kerk is een museum ondergebracht waarin een beeld wordt gegeven van het ontwerp en de ontwikkeling van het moderne dorp Nagele en haar unieke plaats in de architectuurgeschiedenis van Nederland.

De naam Nagele is afkomstig van het riviertje de Nagela, dat in de vroege Middeleeuwen tussen de dorpjes Urk en Nagel stroomde en afkomstig was uit de toenmalige delta van de IJssel. Later werd dit de scheiding door de door stormvloeden ontstane eilandjes Urk en De Nagel. Schokland, dat toen zeker acht keer zo groot was als de huidige overblijfselen, lag wat meer naar het oosten.

Kaart met Urk, Nagel en Schoklaan ca 1250 uit hist. atlas Beekman

Volgens de schrijver Nanninga Uitterdijk dateert Nagel uit Romeinse tijden. Hij sleept Tacitus’ De origine et situ Germanorum (98 na Chr.) erbij waarin het riviertje Nabalia wordt genoemd dat hij gelijkstelt aan de Nagela. Terecht wordt deze visie over het algemeen als ongeloofwaardig afgewezen.

Wanneer Nagele voor het eerst in geschreven bronnen voorkomt is niet helemaal duidelijk. Schönfeld acht het niet uitgesloten dat Nagele als ‘Nakala’ voorkomt in een door de Duitse keizer Otto I in het jaar 966 uitgevaardigde oorkonde, maar het is niet zeker dat met dit ‘Nakala’ Nagele bedoeld wordt. Zeker is echter dat Nagele voorkomt op een lijst uit 1132 met nederzettingen die hun afdrachten in natura aan het genoemde klooster in Staveren moesten afdragen in plaats van aan de bisschop, wat de gewoonte was. Ook in 1245 komt Nagele voor in een brief van niemand minder dan paus Innocentius IV.

Dit is de laatste schriftelijke bron omtrent Nagele dat, zoals boven beschreven, aan het einde van de dertiende eeuw voorgoed in de golven verdween, volgens velen als straf voor het zondige leven (drank) van de bewoners. Er bestaat een sage over Nagele waarbij de pastoor vermoord werd toen hij in een kroeg bij twee vechtersbazen tussen beiden probeerde te komen. In tegen stelling tot bijvoorbeeld het verdronken dorp Vijvere bij het Limburgse Thorn worden op kerstnacht géén klokken van de verdwenen kerk gehoord.

Na de zondvloed

Hoe het vissersdorp Nagele eruit heeft gezien weten we niet echt. Het zal bestaan hebben uit houten huizen en een stenen kerk met een kerkhof met stenen zerken. Ook zou er sprake zijn geweest van een uit de tiende eeuw daterende stenen straat. De hier afgebeelde tekening van Nes op Schokland uit 1845 geeft goed aan wat men zich bij het middeleeuwse Nagele moet voorstellen.

Tekening van de Middelbuurt op Schokland (1845)

Als snel na de ondergang kregen de overblijfselen van Nagele de bijnaam ‘Urker kerkhof’. Urker vissers haalden regelmatig hun netten open aan stenen overblijfselen van het dorp, wat resten van de kerk en zerken op het kerkhof geweest moeten zijn. In de achttiende eeuw zouden bij eb nog muurresten van de kerk zichtbaar zijn geweest. Ook kwam aardewerk, dat later is gedateerd uit de twaalfde eeuw, in de netten terecht. Volksverhalen spreken van opgehaalde grafzerken, en in 1772 haalde visser Bruin een zilveren kerkkandelaar naar boven.

Maar de meest spectaculaire vondst is ongetwijfeld het zandstenen Romaanse doopvont dat in 1776 door visser Cock boven water werd gehaald. Het kreeg een plaats in de kerk van het overwegend Rooms-Katholieke Emmeloord (Ens was voornamelijk protestant). Nog in 1842 werd er een nieuwe kerk gebouwd die na de ontruiming van Schokland in 1859 steen voor steen werd afgebroken en in 1861 in het Overijsselse Ommen weer werd opgebouwd, inclusief het Nagelse doopvont.

Deze kerk werd op zijn beurt afgebroken ten behoeve van een nieuw bedehuis dat in 1939 werd ingewijd, inclusief het doopvont dat nog steeds als zodanig in gebruik is. Een replica van Piet Brouwer staat in de voormalige Nederlandse Hervormde kerk van Ens uit 1834. Toen bij de ontruiming de bewoners hun houten huizen demonteerden, is de ‘Enserkerk’ blijven staan. Sinds 1947 is hier het Museum Schokland in gevestigd. De huisjes rondom de kerk zijn replica’s uit de jaren 1980.

De overblijfselen van Nagel

Rest nog de legitieme vraag waarom er van het middeleeuwse Nagel niets meer zichtbaar werd nadat de omgeving droog was gevallen na de inpoldering van wat nu de Noordoostpolder heet.

Men is met een in mijn ogen wat gezochte verklaring gekomen: de grond tussen Urk en Schokland bestond voor een groot deel uit taaie keileem, zeer geschikt om dijken mee te bouwen. Vermoed wordt dat grote delen zeebodem met dit keileem gebruikt zijn voor de dijken van de Noordoostpolder en dat hiermee en passant de overblijfselen zijn meegenomen. Afgezien van het feit dat Nagele waarschijnlijk werd gebouwd op een zandrug, is deze verklaring onwaarschijnlijk.

De houten huizen zijn bij de stormvloed zelf vernietigd en het hout is allang verrot. De stenen overblijfselen van kerk en kerkhof zullen door de wilde waterbewegingen van Zuiderzee maar ook IJsselmeer verplaatst zijn, zeker toen de fundering en het zand door de ondergrondse zeestromingen was weggeslagen, en vervolgens geërodeerd, vergruisd en weggespoeld.

Het is zo ongeveer hetzelfde verhaal als met de Brittenburg, het (veronderstelde) Romeinse complex voor de kust van Katwijk. Nadat nog tot in de achttiende eeuw bij eb delen van de Romeinse bebouwing zichtbaar waren, is van het complex, ondanks professionele zoekacties onder water eind twintigste eeuw, letterlijk geen steen teruggevonden. Wel is het mogelijk dat eventuele resten van de Brittenburg door aanslibbing sinds 1800 onder het zand bedolven liggen, iets wat bij Nagele niet het geval kan zijn.

Maar men geeft het nog niet op. De Afdeling Flevoland van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland, die ook onderzoek naar de Brittenburg doet, doet sinds 2009 met geavanceerde technieken pogingen om nog iets van het middeleeuwse Nagele terug te vinden. Tot op heden zonder resultaat, maar niet geschoten is altijd mis.

Tenslotte: voor wie geïnteresseerd is in sagen en legenden van de Zuiderzee heeft in 1932 (bij het voltooien van de Afsluitdijk) S. Franke het boek Sagen en Legende rond de Zuiderzee gepubliceerd, vergelijkend met wat Gust. van de Wall Perné met zijn tweedelige bundel heeft gedaan met sagen en legenden van de Veluwe. Zijn de boeken van Gust te downloaden bij de DBNL, het werk van Franke is doorzoekbaar en als PDF te downloaden op te betreffende pagina van Delpher.

  1. 3

    @1: Inderdaad, ‘leit’ staat ook in mijn geheugen gegrift, alleen kan ik deze kennelijke vroege versie nergens op het internet terugvinden. Ik vermoed dat met later het inmiddels archaïsche woord vervangen heeft door ‘ligt’, wat ik overigens een verarming vind.

  2. 4

    @3: Bij mij was het eerste zoekresultaat gelijk raak, het is lang niet overal in “ligt” veranderd.
    http://www.singalongdutchsongs.nl/liedjes/zuiderzee.html

    Dat leit springt er juist zo uit omdat dat het enige woord in het hele lied is dat in dialect wordt uitgesproken. Waarom?

    Wat mij betreft zou dit lied verplicht op school geleerd moeten worden als een soort tweede volkslied. Het verhaal geeft zo treffend een flnk deel van de Nederlandse geschiedenis weer.
    Het lied zou ook vastgezet moeten worden op nr. 2000 van de jaarlijkse Top 2000 ;)

  3. 5

    @4: Wellicht was “nergens op het internet’ mijnerzijds wat overdreven, maar ik heb geen tijd besteed om uitgebreid te gaan speuren omdat het hier slechts om een anekdotische inleiding ging. Hoewel ‘leit’ nog in een paar dialecten voorkomt, is het van origine geen dialectisch woord maar gewoon een verouderde derde persoon enkelvoud van liggen of leggen. Het komt o.a. voor in deze regel uit een bekend kerstliedje: “Hoe leit dit kindeken hier in de kou”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren