Goed volk | Moderne volkscultuur: urban legends en broodjeaapverhalen

Dat de volkscultuur vergeven is van oude sagen en legenden is bekend, maar men is er zich meestal niet van bewust – vaak omdat men er onbedoeld van uitgaat dat volkscultuur iets van vroeger is – dat er heden ten dage nog steeds sagen en legenden ontstaan. Deze recente verhalen staan bekend onder de term ‘Urban Legends’, soms letterlijk vertaald met ‘Stadslegenden’, maar meer gebruikelijk is de wat wonderlijke betiteling ‘Broodjeaapverhalen’ (n.b.: dit samengestelde woord wordt tegenwoordig zonder spaties of verbindingsstreepjes geschreven).

Deze term is afkomstig van schrijfster Ethel Portnoy die in 1978 een aantal van dergelijke verhalen had gebundeld in het boekje ‘Broodje Aap: de folklore van de postindustriële samenleving’ gevolgd door ‘Broodje Aap Met’ (1992). De titels zijn ontleend aan het verhaal dat in een bepaald restaurant broodjes met apenvlees te koop zouden zijn. Hieruit is de definitie van Broodjeaapverhalen af te leiden: “een hardnekkig de ronde doend verhaal dat niet op waarheid berust” (Wiktionary).

Nu is de wetenschappelijke bestudering van Broodjeaapverhalen een relatief jonge discipline en definities worden dan ook vrij ruim gehanteerd.

Wikipedia omschrijft Broodjeaapverhalen als: “Een Broodjeaapverhaal is een (meestal) verzonnen verhaal dat als waar gebeurd wordt doorverteld. Vaak ontbreken exacte data, locaties en namen van personen en zijn er ook geen bronnen te vinden die het verhaal bevestigen. Degene die het verhaal vertelt, heeft het veelal via iemand anders gehoord die het weer van iemand anders… en zo voort”. De voornaamste valkuil van Broodjeaapverhalen is dat ze op zich vrij logisch in elkaar zitten maar dat ze anderzijds appelleren aan onderbuikgevoelens, existentiële angsten en dergelijke. En een samengaan van sentimenten (sommigen spreken in deze van intuïtie) met logica is bepaald geen gelukkige combinatie.

Ik ben er zelf ook een keer ingetrapt. In verband met het natrekken van de bronnen van een oude sage en de nawerkingen daarvan tot in het heden (het gebied zou min of meer vervloekt zijn) heb ik uren besteed aan het afzoeken van het internet naar krantenberichten of wat dan ook over een studente van de Landbouwuniversiteit Wageningen die ’s nachts op een eenzaam – bestaand – fietspad door het bos een lekke band had opgelopen en vervolgens vermoord was. Toen ik maar geen informatie vond en op het punt stond de universiteit dan maar te bellen, viel eindelijk het kwartje. Het verhaal was in het kader van de bewuste sage volledig verzonnen, hetzij ter griezelvermaak, hetzij als een soort moderne ‘kinderschrik’.

Een voorbeeld van een recent Broodjeaapverhaal is de recente aversie tegen het inenten van kleine kinderen. Ik besef dat ik mij hierbij op glad ijs begeef, maar ik noem dit voorbeeld niet om partij te kiezen maar gewoon omdat het als exempel duidelijk is. De weigering om kleine kinderen in te laten inenten komt voornamelijk voor bij twee bevolkingsgroepen. Bekend zijn de gereformeerden aan de uiterste rechterflank van het gereformeerde spectrum die hun mening baseren op een fundamentalistische bijbeluitleg waaruit zij menen te moeten concluderen dat alles in God’s hand is. Dit is een theologische opvatting die als zodanig niets met Broodjeaapverhalen te maken heeft, al zullen er lezers zijn die de hele bijbel één groot Broodjeaapverhaal vinden.

De andere groep afficheert zich graag als ‘hoger opgeleid’ en komt vaak uit de hoek van de antroposofie, waar men van mening is dat men ziekten gewoon moet laten uitbreken omdat dit een natuurlijke weg is en daarom beter voor het kind. Deze stelling is totaal niet wetenschappelijk te onderbouwen al heeft deze groep dat wel geprobeerd. Ondanks het feit dat de resultaten van deze pogingen door de wetenschap volledig afgefakkeld werden, bleven de – meestal – moeders, bij hun standpunten. Uitspraken als “Je laat je kind toch niet vergiftigen” spreken boekdelen. Ik zei het al, onderbuikgevoelens, drogredenaties en logica.

Broodjeaapverhalen hebben verschillen functies. Ze kunnen verzonnen zijn puur om te amuseren, meestal in het griezelsegment, maar ontstaan ook als verklaring voor een fenomeen waar men niet echt grip op heeft of als alternatieve verklaring of bestaansreden hiervan. We hebben in dat geval eenvoudigweg met modern bijgeloof te maken. Het feit dat bepaalde motieven, thema’s en symbolen in Broodjeaapverhalen over de hele wereld voorkomen wijst op het gebruik van archetypen. In dit geval is een vergelijking met sprookjes te maken. Ook doet het literaire Magisch Realisme vaak aan Broodjeaapverhalen denken.

Specialisten in Nederland op het gebied van Broodjeaapverhalen zijn onder meer prof. dr Theo Meder (Meertens Instituut/RUG) en dr J. Peter Burger (RUL) die in 2014 promoveerde op een onderzoek naar verhalen over misdaad in kranten en in online discussies: ‘Monsterlijke verhalen – misdaadsagen in het nieuws en op webforums als retorische constructies’. Internationaal zijn de wetenschappers die het fenomeen bestuderen verbonden in de International Society for Contemporary Legend Research, die een paar maanden geleden nog hun jaarlijkse conferentie hield, dit jaar in Brussel.

Urban legends

Er zitten eigenlijk twee inconsistenties aan deze term. In de eerste plaats wordt het Engelstalige ‘legend’ nogal eens gebruikt waar het eigenlijk sagen betreft. In de tweede plaats zijn de legends lang niet altijd urban; vele spelen zich af buiten stedelijke gebieden. In feite is de term Urban Legend een volledig synoniem voor Broodjeaapverhaal, al heeft de ene term voor mij een andere gevoelswaarde dan de andere.

Het begrip komt voor het eerst voor in 1968, geïntroduceerd door Jan Harold Brunvand, een anglicist aan de Universiteit van Utah. Vanaf 1981 publiceerde Brunvand verzamelingen met Urban Legends te beginnen met ‘The Vanishing Hitchhiker’, waarover straks meer. In het gelijknamige boek wilde de schrijver twee zaken duidelijk maken: het ontstaan van sagen en legenden zijn niet beperkt tot vroeger tijden, en uit het ontstaan van Urban Legends zijn de nodige lessen te trekken betreffende werking van de menselijke psyche.

‘The Vanishing Hitchhiker’ is wel te beschouwen als de moeder aller Urban Legends. De structuur is eenvoudig: een auto rijdt over de eindeloze wegen door de prairies van Amerika en de chauffeur pikt onderweg een lifter op. Deze neemt altijd achterin de auto plaats. Onderweg ontspint zich een gesprek tussen de chauffeur en de lifter, meestal over essentiële zaken. Als op een gegeven moment de chauffeur een vraag stelt en bij het uitblijven van een antwoord hij over zijn schouder kijkt, blijkt de lifter verdwenen te zijn zonder dat de auto gestopt is of snelheid geminderd heeft. Hubert Lampo had het geschreven kunnen hebben.

Het internet staat wereldwijd intussen vol met vele honderden zo niet een paar duizend Urban Legends c.q. Broodjeaapverhalen. Mijn laatste voorbeeld is dan ook niet op het internet de vinden. De bron is Ioannis Stórias, 2014, uitsluitend verschenen in het Nieuw-Grieks. Deze Urban Legend is een religieuze versie van de Vanishing Hitchhiker. Het verhaal gaat als volgt:

Stéfanos, de latere priester Vader Stéfanos (1922-2001, een historische figuur) is in de auto op weg naar Loutrá in het noorden van Griekenland. Onderweg merkt hij een stuk of tien liftende personen op, waaronder een man die er uitziet als een Grieks-Orthodoxe priester. Hij stopt om een paar van de lifters op te pikken, maar alleen de priester stapt in, uiteraard achterin de auto, en vraagt Stéfanos hem bij het klooster van Zítsa af te zetten. Inmiddels ontspint zich het onvermijdelijke gesprek. De priester blijkt het nodige te weten over Stéfanos zonder hem of zijn familie ooit ontmoet te hebben. Hij merkt op dat Stéfanos weliswaar ongelovig is, maar dat hij een goed mens is met een zacht hart en zij bespreken zaken die hij in zijn leven goed dan wel fout heeft gedaan. Als Stéfanos vanwege verkeersperikelen op een gegeven moment achterom kijkt, blijkt de priester een nimbus te hebben en een glanzend gelaat. Na enige tijd nadert de auto het klooster van Zítsa. Als Stéfanos de priester hiervan op de hoogte wil stellen en zich omdraait, blijkt deze, je raadt het nooit, te zijn verdwenen.

  1. 1

    Uitspraken als “Je laat je kind toch niet vergiftigen” spreken boekdelen. Het inenten betreft wel degelijk het ziek maken van het kind, weliswaar met een verdunde dosis, weliswaar met de bedoeling dat het daardoor het weerstand opbouwt tegen de eventuele ziekte, maar toch.
    ‘Boekdelen spreken’ vind ik trouwens zeer suggestief.

  2. 2

    Dat proces ziekmaken noemen is het verdraaien van de dagelijkse betekenis van het woord via een soort letterlijke interpretatie en kan alleen maar tot doel hebben het “ziekmakende” element, de vaccinatie, via associatie te belasteren.

  3. 4

    @3: methode om mensen met de koepokken te besmetten, waardoor ze ook weerstand kregen tegen de voor mensen gevaarlijke ‘gewone’ pokken. Ja dus.

  4. 5

    @4: Je hebt het over een methode van de 19e eeuw. Lees de link en zie dat het tegenwoordig anders werkt. De eerste zin:
    “Een vaccin is een middel dat bij een persoon (of dier) een immuunrespons opwekt zonder hem ziek te maken.”

  5. 7

    Het inenten betreft wel degelijk het ziek maken van het kind…

    @1 Definieer dan eerst eens wat u bedoelt met ‘ziek maken’. Bij inenting wordt het lichaam blootgesteld aan een kleine hoeveelheid van een verzwakte vorm van een bepaalde ziekteverwekker, zodat het lichaam die ziekteverwekker leert kennen.

    Als we ‘ziek’ definiëren als: verkerend in een toestand waarbij sommige lichamelijke processen niet goed werken, dan word je van inenting niet ‘ziek’.

    De lichamelijke processen blijven namelijk gewoon normaal functioneren, de bacterie of het virus dat wordt ingebracht is immers te zwak om de lichaamsprocessen te verstoren. Integendeel: de immuunrespons werkt juist naar behoren.

  6. 8

    @7: Tegenwoordig gaat het meestal niet eens over (hele) virussen/bacteriën. Uiteindelijk reageert het immuunsysteem op bepaalde moleculen, dus die toedienen is voldoende.

    Wat betreft de Urban legends, stond er vandaag ook weer een oproep van de WHO aan Europa bij de NOS, inclusief de legende van de autismeveroorzakende mazelenvaccinatie en de werkelijkheid van de 37 mazelendoden in Europa in 2016.

  7. 9

    Hoi, in de hoedanigheid van iemand die zelf aan de ontwikkeling van een vaccin heeft bijgedragen en op een universiteit vaccinologie heeft gedoceerd kan ik u allen verzekeren dat ernaar wordt gestreefd om vaccins te maken die zonder bijwerkingen zijn. Ze worden geëvalueerd op hun potentieel om individuen niet ziek te maken maar wel immuun voor (voornamelijk) infectieziekten. Dat lukt niet altijd. De natuur is grillig. Ziekmakende vaccins worden meestal afgekeurd (of uit de handel genomen).

    Leuk dat Lampo en Stéphanos worden genoemd. Verder lijkt het me dat broodje aapverhalen een grote rol hebben gespeeld in films en televisie van David Lynch, zoals Lost Highway en Twin Peaks. In de werken van Lynch verdwijnen constant lieden in ‘dunne lucht’. Het zijn vooral de mechanismen erachter (hogere machten) die daarbij tot de verbeelding spreken.