Goed volk | Een Friese Sinterklaas

ACHTERGROND - Wie dacht dat wij op 6 december 2018 weer voor een jaar verlost waren van de goedheiligman en zijn wel of juist niet discutabele begeleiders, heeft het helaas mis. Nu zijn Friezen nogal eigenzinnig, een vaststelling die zo cliché is dat het niet of nauwelijks nog opgevat kan worden als een belediging of compliment, maar het feit dat er precies in het midden van deze provincie een dorpje ligt dat jaarlijks op 21 februari Sinterklaasavond viert, is een opvallende illustratie.

Nu ligt de zaak, zoals te verwachten, minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht lijkt. In de eerste plaats gaat het hier om een syncretisme van twee feestdagen: de verjaardag van Sinterklaas en de naamdag van Petrus (22 februari), één van de bekendste discipelen van Jezus van Nazareth, in Nederlandstalige streken beter bekend onder de naam Sint-Pieter. Zijn feestdag wordt vanouds gezien als het begin van de lente, dus wie hier alweer vruchtbaarheidsriten ruikt, ruikt niet verkeerd. Hiernaast is deze feestdag niet alleen zuivere folklore maar deels ook ‘invented tradition’, althans in Ons Dorp. Aan het einde van de negentiende eeuw was de viering van de feestdag ingezakt en de leidster van de plaatselijke Nutsbewaarschool (kleuterschool), juf Riek Jansen (1879-1969), besloot met de nodige aanpassingen het feest rond 1900 nieuw leven in te blazen.

Sinterklaas wordt in Grou (zonder w, dat is Nederlands), want over dit dorpje hebben wij het, Sint-Piter (zonder e, want ook dat is Nederlands) genoemd en zijn zwarte begeleider – het is er altijd maar één want Sinterklaas had van origine ook maar één begeleider – Swarte Pyt, maar werd vóór de Tweede Wereldoorlog Hoantsje Pik of Hoantsje Plus genoemd (een Hoantsje Pik is een schoorsteenvegertje). Sint Piter draagt niet zoals Sinterklaas een rode mantel, maar een witte. Opvallend is dat hij niet op een schimmel rijdt maar op een zwart Friese paard, een ‘Frysk Hynder’.

Hij komt de zaterdag vóór zijn pakjesavond (of een week eerder) aan op de Nieuwe Kade van het vissersdorpje Grou bij Hotel Oostergoo. De overeenkomst tussen de visser Petrus en de vissers van Grou is niet toevallig. De twaalfde-eeuwse kerk van Grou is dan ook gewijd aan de beschermheilige van het dorp, Sint Piter.

Tijdens het feest worden unieke, Friestalige sinterklaasliedjes gezongen van de hand van de Grouster ûnderwizer en folksskriuwer Cornelis Wielsma (1845-1922). Het oudst bekende Sint-Piterliedje is ‘Sint Piterdei, dan grienet de wei’ (de titel zegt genoeg) van Jehannes Hilarides (1648-1726), geboren in Drylts en overleden in Bolsward. Het stamt uit de zeventiende eeuw en is opgenomen op een in 1993 uitgegeven CD. Het nog steeds meest populaire Sint-Piterliedje ’k Wit ien dei yn ’t jier (ik ken één dag per jaar) is van de genoemde Cornelis Wielsma en geschreven in 1870.

Sint Piter en zijn begeleider in de zeventiger jaren

Een opvallende overeenkomst tussen de intochten van Sinterklaas en Sint-Piter is dat er tegenwoordig bij beide evenementen gedemonstreerd wordt, in dit geval door de actiegroep ‘Kick Out Swarte Pyt (KOSP)’, de Friese tak van het randstedelijke ‘Kick Out Zwarte Piet’, met overigens dezelfde leden en met gebruikmaking van dezelfde kreet ‘Swarte Pyt = Rasisme’. Of KOSP ook demonstreert tegen het zwarte rijdier van Sinterklaas is niet bekend.

De ontwikkeling van het feest

Zoals de meeste folkloristische gebruiken in Nederland is de ‘Sint-Piterdej’ (of -dei, uiteraard verband houdende met het Engelse ‘day’) niet echt oud: voor zover wij weten dateert het uit de zeventiende eeuw. Nu dateert de kerk van Grou uit de twaalfde eeuw, maar wat er precies in die tussentijd gebeurd is qua feestvieren weten we niet.

Oorspronkelijk werd de dag op 5 maart gevierd aangezien de gregoriaanse kalender in Friesland pas in 1701 werd ingevoerd. Het volgende rijmpje uit de zeventiende eeuw (moderne Nederlandse vertaling) toont aan dat Sint-Pietersdag toen al met de lente werd geassocieerd:

Op Sint Piters dag
dan droogt de weg
dan lamt de ooi
dan wordt het eten beter
dan kalft de koe
dan koert de duif zachtjes (enz.)

Dat de dag als lentedag werd gevierd toont op zich geen relaties aan met oeroude vruchtbaarheidsrituelen, al schroomt Van der Molen in het regionale tijdschrift Hamer van maart 1943 (sic!) niet om er het ‘Germaanse volksleven’ bij te halen. Wat wel tekenend is, is dat in de negentiende eeuw het feest nog gevierd werd zoals de ‘sinterklaasfeesten’ op de Waddeneilanden – waar geen Sinterklaas aan te pas kwam – , met name Terschelling (Sundrum), inclusief rammelende kettingen om met veel kabaal de winterse kou te verjagen. En dat verwijst wel ondubbelzinnig naar oude vruchtbaarheidsrituelen.

De negentiende-eeuwse Grouster volksschrijver Eeltsje Halbertsma verhaalt (in een moderne, Nederlandse vertaling) als volgt :

Toen sprong er iemand de gang in, met een ketting aan zijn been, en vroeg of er ook zoete kindertjes in huis waren. Ja, zei Slaapke, kom er maar in, Sint Piter.

Het gaat misschien wat ver om in de laatste zin iets dubbelzinnigs te lezen, maar onlogisch is dat niet. Op de Waddeneilanden wordt de door meisjes gezongen frase “kom maar in m’n huisje” in ieder geval wel expliciet dubbelzinnig bedoeld. Verder vertelt Halbertsma van de Sint-Piter, die in werkelijkheid in dat geval stuurman Haije bleek te zijn, dat hij getooid was in een mantel bezaaid met appels en na afloop pepernoten strooide, beide vruchten van het veld en waarschijnlijk bedoeld als vruchtbaarheidssymbolen. De brave kinderen mochten wat appels en ander snoep van zijn mantel pakken.

Overal in het noorden van ons land werd in vroeger tijden het Maitiidsfeest (Fries voor voorjaarsfeest) gevierd. Een bekend ritueel, zoals dit in het Drentse Gees tot voor kort nog werd gepraktiseerd, is het gooien (wegslaan) van ballen door pasgetrouwde koppels met de bedoeling het land (en wellicht de nieuwbakken mevrouw) vruchtbaar te maken. Men noemde dit ‘om Sint-Piter de bal uit te slaan’. In 1804 verhaalt H.G. van der Veen over het “Balgooien” in de streek ten zuiden van Dokkum. Ook in Denemarken, Frankrijk, Duitsland en Tsjechië wijzen spreekwoorden op een soortgelijk oud gebruik.

Maar niet alleen werd op 22 februari de herwonnen vruchtbaarheid van land, dier en mens gevierd, ook het uitvaren van de vissersvloot die meestal pas tegen de herfst terugkeerde. Dit feestelijk uitvaren, dat overal in het noorden van het land plaatsvond, werd gevierd met grote vuren (het Biikebrennen), veel drank (en vechtpartijen) en optochten.
In hoeverre er sprake is van een expliciete kerstening door de kerk van de oude lenterituelen is niet bekend. Het kan ook zijn dat de bevolking het lentefeest in de loop der tijd spontaan op de naamdag van Sint-Petrus is gaan vieren. Deze naamdag was tenslotte een feestdag.

De invented tradition van Juf Jansen

Rond 1900 was het feest behoorlijk ingezakt, onder meer door de loterijwet van 1905, die het onmogelijk maakte verlotingen, georganiseerd door bakkers en andere middenstanders, tijdens Sint-Piter te houden. Kleuterjuf Jansen besloot daar wat aan te doen en bovendien van Sint-Piter een echt kinderfeest te maken.

Riek – ook geschreven als Ryk – Jansen werd geboren in Groningen en kwam in 1901 vanuit Leeuwarden, waar haar ouders toen woonden, als leidster van de Nutsbewaarschool naar Grou. Ze bleef er tot 1906, toen ze trouwde met de Brabander Cornelis Trimbach. Zij heeft Sint-Piter als een witgeklede Sinterklaas in school en in optochten op straat gebracht (eerst lopend, sinds 1908 te paard), omdat ze meende dat de Grouster kleuters zonder een dergelijk feest tekort kwamen. Grou was tot 1759 over land niet of nauwelijks bereikbaar en dat zal de reden zijn geweest dat Sinterklaas niet echt tot het dorp was doorgedrongen.

Niet iedereen was er dadelijk blij mee. “Het was te Katholiek voor Grou”, vertelde haar zoon later. Na de rondgang ging Sint Piter naar de “bewaarschool” waar de kinderen spelletjes deden en cadeautjes kregen.

De vermenging van Sinterklaas en Petrus kan dus op het conto van juf Riek geschreven worden. Later zijn er allerlei etiologische (verklarende) verhaaltjes verzonnen. Zo zouden Nicolaas en Petrus broers zijn, die een keer op hun pakjesronde in december door Nederland tot de ontdekking waren gekomen dat de pakjes voor Grou in Spanje waren achtergebleven. Piter is toen teruggegaan waarbij hij precies op zijn feestdag in Grou aankwam. Dat is altijd zo gebleven.

Sinds de hervorming van juf Riek werd Sint Piter vooral een kleuterschool- en huisfeest. Echter, vanaf 1951 werd in de plaatselijke feestzaal het jaarlijkse Sinterklaassprookje (Sint Piter Mearke) opgevoerd, nadat voordien de leerlingen van de hoogste klassen van de lagere school daarvoor naar Leeuwarden gingen. En zo werd in 1951 “Ali Ben Hassan” opgevoerd voor de jeugd en ‘s avonds voor de ouders. Er ontstond een traditie, die tot nu toe is blijven bestaan. Vanaf 1959 zijn de sprookjes Friestalig.In datzelfde jaar werd door onderwijzend personeel van Grou een eerste bundel verhalen en gedichtjes uitgegeven met o.a. zelfgemaakte en bewerkte sinterklaasliedjes.

Tot ongeveer 1970 hadden de kleuterjuffen de algehele organisatie van het Sint-Piterfeest in handen. Daarna ontstond, mede door de komst van nieuwe bewoners afkomstig van buiten Grou, een discussie over professionalisering en uitbreiding van het feest. De organisatie en vormgeving van Sint-Piterdei is heden ten dage in handen van het ‘Sint Piterkomitee‘ dat alleen al met het regelen van de benodigde vergunningen bijna het hele jaar in de weer is. KOSK wordt door de 6000 Grousters en derhalve door de media genegeerd.

In tegenstelling tot Sinterklaas blijft Sint-Piter slechts één week in Nederland. Op 21 februari vindt het ‘Utswaaie van Sint-Piter’ plaats, op dezelfde kade waar het allemaal begonnen is. Piter vertrekt dus de avond vóór zijn sterfdag, wat wel zo logisch is. Sinterklaas wordt helemaal niet uitgezwaaid. Die wordt, althans volgens Godfried Bomans, na 5 december respectloos bij de bejaardenproblemen gezet.

  1. 1

    Dat Sint Piter in het wit gekleed gaat, kan komen omdat de liturgische kleur voor 22 februari wit is. Al weet ik niet of het daarbij relevant is om nog uit te zoeken wannéér Rome die kleurstelling bedacht heeft.
    En al met al blijft het een vrij roomsche poppenkast voor een bevolkingsggroep die ooit in Dokkum zo te keer ging tegen een betweterige kerstenaar.

  2. 2

    [ Sinterklaas wordt helemaal niet uitgezwaaid. ]

    Oh, nee?
    https://www.startpage.com/do/dsearch?query=uitzwaaien+sinterklaas&cat=web&pl=ext-ff&language=nederlands

    “In de tweede helft van de negentiende eeuw was de stoomboot een ontzettend modern vervoermiddel. Schenkman deed geheel recht aan de status van Sinterklaas door hem op een stoomboot te plaatsen.
    Op het einde van het Sinterklaasboek vertrekt de goedheiligman samen met zijn knecht in een luchtballon. De luchtballon werd eind achttiende eeuw uitgevonden en only the happy few konden er gebruik van maken.”
    http://www.historien.nl/jan-schenkman-en-het-eerste-sinterklaasboek/