Goed volk | Duivelsbruggen

COLUMN - Onverklaarbare zaken worden in het volksgeloof vaak als bovennatuurlijk gezien en derhalve toegeschreven aan de twee uitersten op dit gebied: god dan wel de duivel, en alles wat daartussen ligt aan onaardse wezens. Vreemd genoeg kon dit zowel positief als negatief uitpakken: we kennen uitdrukkingen als ‘duivels goed’ maar ook ‘godsgruwelijk’. Van de Italiaanse violist en componist Niccolò Paganini werd gezegd dat zijn vioolspel zó virtuoos was dat hij een pakt met de duivel moest hebben gesloten om zo ‘duivels goed’ te kunnen spelen. Dit soort duivelse aspecten, zowel in positieve als negatieve zin, komen we bijvoorbeeld tegen in het begrip ‘duivelsbrug’.

Hoewel het begrip ‘duivelsbrug’ minder bekend is als bijvoorbeeld ‘witte wieven’ komt het in de folk-lore dermate veel voor dat er een aparte categorie voor is in het classificatie-systeem voor volksverhalen van Aarne-Thompson/Uther. We hebben het dan in de regel over stenen, gewelfde bruggen, gebouwd in Europa tussen pakweg 1000 en 1600 n.Chr., waarbij vaak sprake is van een voor die tijd uitzonderlijke bouwkundige prestatie. Maar daarop zijn diverse varianten en aanvullingen.

Zoals gezegd kan je met duivelsbruggen twee kanten op: enerzijds waren het bruggen gebouwd ondanks tegenwerking van de duivel, anderzijds konden ze worden gebouwd doordat de bouwmeester of degene die de brug fysiek had gebouwd een pakt met de duivel had gesloten. Daarnaast is er een aparte categorie: bruggen waarbij de bouw niet wilde vlotten totdat er een levend wezen in één van de pijlers werd ingemetseld, zoals bij de bekende brug van Arta (Griekenland) waarbij de vrouw van de bouwmeester de pineut was.

Het gaat hier echter om een andere categorie dan wat meestal onder ‘duivelsbruggen’ wordt verstaan. Het op dergelijke wijze offeren van mensen of dieren beperkt zich niet tot bruggen maar strekt zich uit tot alle soorten moeizame bouwwerken en kwam al in de Oudheid voor.

Een duivelsbrug heeft niet in alle gevallen met heftige zaken te maken. Zo was er in Rotterdam een duivelsbrug die zo genoemd werd omdat het door de hoogte van de welving van het brugdek de brug ‘duivels moeilijk’ was deze met paard en wagen te passeren.

Duivelsbruggen komen overal ter wereld voor en het is daarom ondoenlijk met een overzicht te komen. Wat Europa betreft: Frankrijk telt liefst 49 officiële duivelsbruggen, Italië 11, het Verenigd Koninkrijk 8 en Duitsland 5. In Europa en haar grensgebieden zijn de meeste duivelsbruggen uit óf de Romeinse tijd (zoals de Şeytan Köprüsü, wat gewoon ‘duivelsbrug’ betekent, in het district Muradiye in Turkije) óf uit de Middeleeuwen.

Maar ook uit later tijden dateren bouwwerken die men later ‘duivelsbruggen’ zijn gaan noemen. Een interessant voorbeeld is de Rakotzbrücke in het Duitse Kromlauer Park uit 1860. De brug vormt een perfecte halve cirkel en derhalve tezamen met zijn spiegelbeeld een perfecte cirkel. Dit kon uiteraard niet door mensenhanden gemaakt zijn en dus kreeg de brug de betiteling ‘Teufelsbrücke’. Het oversteken ervan is verboden.

De Duivelsbrug te Ginneken

Ook Nederland kent zijn duivelsbruggen, hoewel je er bepaald niet over struikelt. De bekendste is het bruggetje bij Ginneken nabij Breda over het riviertje de Mark, ter hoogte van de voormalige parochiekerk, een oorspronkelijk houten brug uit 1611 die diverse keren werd herbouwd vanwege beschadigingen gedurende de Tachtigjarige Oorlog. In 1884 werd deze vervangen door een ijzeren exemplaar, compleet met tramrails. Deze werd op 13 oktober 1944 door oorlogshandelingen vernield. De huidige brug dateert uit 1951. De brug werd vanaf 1760 duivelsbrug genoemd. De sage van deze duivelsbrug werd pas in 1831 door Jan Pieter Heije opgeschreven (N-Br. Almanak, 1845) en is waarschijnlijk deels door hem verzonnen. Het gaat als volgt.

Omstreeks het jaar 1300, overigens een slordige drie eeuwen vóór de brug zou worden gebouwd, waren Catharina van Gaveren en Walter van Ulvenhout hopeloos verliefd op elkaar. De vader van Catharina, Raso III van Gaveren, Heer van Breda, vond de familie Van Ulvenhout beneden zijn stand en bovendien verloor Van Gaveren meestal bij onderlinge toernooien.

Op een dag betrapte men het verliefde paar en Catharina werd opgesloten in een klooster. Na lang speuren ontdekte Walter haar verblijfplaats en ontvoerde haar om in Ginneken zo snel mogelijk te trouwen. De tijd drong, want vader Raso was op de hoogte gebracht en achtervolgde het jonge stel.

Walter had van tevoren zijn knechten opdracht gegeven Raso tegen te houden. Wanneer echter de klokken van de kerk zouden luiden, moesten twee knechten zich naar de kerk begeven, want het paar had uiteraard getuigen nodig bij de inzegening. Walter en Catharina betraden de kerk en de dienstdoende priester werd gedwongen het huwelijk in te zegenen. Maar eerst luidde Walter de klokken ten teken dat de twee knechten konden komen.

Toen sloeg het noodlot toe, want de nieuwe klok van de toren was nog niet ingezegend en ‘’de duivel huisde er nog in’’. Toen Walter aan de touwen trok en de eerste slagen van de klok klonken, stortte het kerkgebouw in en de geliefden stierven onder het puin. De duivel overzag het drama en overmand door onbehagen over het gebeuren nam hij de klok op zijn rug en stortte zich in de rivier de Mark ter hoogte van de huidige Duivelsbrug. Als men op donkere avonden in de buurt van de Duivelsbrug vertoeft, hoort men nog vaak onheilspellend klokgelui.

  1. 3

    @1
    [img]http://www.akvision.de/klaua-fewo/bilder/kromlau/rakotzbruecke-kromlauer-park-5.jpg[/img]
    Want Denkmalschutz.

    Een steen in het water gooien mag dan weer wel…