Goed volk | De hut van Baba Yaga

COLUMN - Op 4 augustus 1873 overleed de Russische kunstschilder, beeldhouwer en architect Viktor Aleksandrovitsj Hartmann. Geneer je niet als de naam je niets zegt, want hij heeft de Galerij der Groten niet gehaald.

Ter nagedachtenis richtten zijn vrienden, die allen streefde naar een oorspronkelijk Russische kunst zonder buitenlandse invloeden, kort na zijn dood in 1874 een tentoonstelling in met zijn beste werken. Geen van die schilderijen heeft de tijd overleefd en we weten dus niet hoe het schilderij met bijvoorbeeld de hut van Baba Yaga er uit heeft gezien. Toch kunnen we een indruk krijgen aangezien er van Hartmann een ontwerp van een klok bewaard is gebleven dat de bewuste hut voorstelt.

Wat wel overleefde en zelfs wereldberoemd werd, was de suite van pianowerken die Hartmann’s grote vriend Modest Mussorgski als klankverbeelding van de tentoonstelling schreef en dat sindsdien kortweg bekend staat als ‘De schilderijententoonstelling’ of in de rockbewerking van Emerson, Lake and Palmer uit 1971 als ‘Pictures at an exhibition’. De buitenzijde van de LP-klaphoes toont als verwijzing naar de verloren gegane kunstwerken slechts lege lijsten, maar die zijn aan de binnenzijde opgevuld met nieuwe schilderijen. In het midden hangt het schilderij getiteld ‘The Hut of Baba Yaga’, verwijzende naar het gelijknamige deel 15 van de suite van Mussorgski.

Bába Yagá (klemtoon op de laatste lettergreep) is een Russische sprookjesfiguur die in een hut op kippenpoten woont en die kinderen lokt om die op te eten, ook in het westen een bekend sprookjesmotief (Hans en Grietje). Maar zo simpel zit Baba Yaga niet in elkaar.

Context

Baba Yaga is een complexe verschijning uit de Slavische mythologie met diverse betekenissen. De Slavische mythologie is uiteindelijk een onderdeel van de hypothetische Indo-Europese mythologie die vanaf de negentiende eeuw werd gereconstrueerd naar aanleiding van toen ontdekte taalkundige en religieuze overeenkomsten in een gebied van het huidige West-Europa tot in India. De Slavische mythologie toont de nodige overeenkomsten met de Germaanse/Noordse mythologie.

De Slavische mythologie kent een indrukwekkend pantheon met daarnaast de nodige geesten en demonen. De belangrijkste collega’s van Baba Yaga zijn Domovoj en Kikimora (huisgeesten), Lesnik (een woudgeest die mensen laat verdwalen), Rusalki (meisjes die zijn verdronken en waternimfen zijn geworden), Vodnik (een man of jongen die is verdronken en een boosaardige watergeest is geworden) en tenslotte Vilkolak (een Slavische weerwolf). Haar look-alike in de Westslavische mythologie is Ježibaba of Jezda (Polen); volgens bepaalde theorieën stammen beiden af van één prototype uit de Middeleeuwen.

Gelijksoortige figuren kwamen ook nog meer naar het westen voor met de namen die vrijwel altijd vertaald kan worden met ‘moeder van het woud’: Gorska Maika uit Bulgarije, Sumska Majka uit Kroatië en Mama Padurii uit Roemenië. De lijn kan zelfs doorgetrokken worden naar West-Europa met Perchta en Chlungeri uit de Alpen en de Duitse Holda/Frau Holle.

De Russische Baba Yaga stamt uit de orale traditie van bewoners van Siberië en het noorden van Finland. Zij kenden afgodsbeelden die zij yaga noemden. Volgens bepaalde theorieën stamt ze uiteindelijk af van een paleo-slavische godin van de dood, wat vaak ook wedergeboorte inhoudt. In schriftelijke bronnen komt ze voor het eerst voor in 1755 in Mikhail V. Lomonosovs Rossiiskaia grammatika’ De grote verspreiding van Baba Yaga en haar soortgenoten over heel Oost-Europa doet vermoeden dat wij hier te maken hebben met een archetypisch personage.

De figuur van Baba Yaga

Wat de etymologie van de naam betreft, Baba is simpelweg afgeleid van het Russische babusjka wat grootmoeder of oude vrouw betreft. Met de eigennaam Yaga (ook gespeld als Jaga) ligt het complexer. Twintigste-eeuwse onderzoekers hebben het als synoniem bestempeld van andere Slavische termen als jeza (horror of boosheid), het Tsjechische jězě (heks, boosaardige vrouw), het kerkslavische jęza/jędza (ziekte) en zelfs het Oudnoorse ekki (pijn, zorgen).

Baby Yaga wordt in de regel voorgesteld als een oerlelijke en broodmagere heks met ijzeren tanden. Ze heeft een afzichtelijke neus, kont, borsten en zelfs vulva. Zij vliegt niet op een bezem maar in een vijzel (soms een ton) waarbij ze de stamper als roer gebruikt. Ze woont in een verplaatsbare hut op kippenpoten die soms is omgeven door een hek van botten en schedels. Het sleutelgat van haar voordeur is een mond met scherpe tanden. In een sprookje zorgt een toverspreuk ervoor dat het huis stil blijft staan en de deur onthult die normaal onzichtbaar is: “Keer je rug naar het bos, je voorkant naar mij”.

Ze lokt graag kinderen naar haar hut die ze vervolgens opeet. Soms heeft ze twee zusters die dezelfde naam dragen. Ze heeft drie helpers (of zoons): een witte, een rode en een zwarte ruiter die verschijnen in de ochtend, de middag en de avond. Ze noemt hen daarom ‘mijn Lichte Ochtendgloren’, ‘mijn Rode Zon’ en ‘mijn Donkere Nacht’. Als gevolg van kerstening kreeg Baba Yaga later het uiterlijk van een ‘traditionele heks’ met een bezem, punthoed en een kat. De heidense godin/geest werd toen gedemoniseerd door haar in verband te brengen met de duivel.

De mythologische Baba Yaga

De ambigue Baba Yaga in de mythologie maakt een andere indruk dan degene die wij vanaf pakweg de negentiende eeuw in sprookjes tegenkomen. De mythologische c.q. folkloristische figuur heeft niet alleen kenmerken van een heks, maar ook van een elf, fee of ‘wit wief’. Dood (en daardoor wedergeboorte) en wijsheid gaan bij haar samen. Zij is een bosgeest maar ook een ‘moeder aarde’. Ze regeert over de vier elementen. Ze is wild en ontembaar en doet denken aan de vrouwelijke variant van de ‘wilde man‘ of de ‘green man‘.

Ze kan kwellen, maar ook helpen. Andreas Johns karakteriseert haar als één van de meest memorabele en karakteristieke personages uit de Oost-Europese folklore. Hij noemt haar ‘enigmatic’ (raadselachtig, cryptisch) en ziet haar wisselend als wolk, maan, dood, winter, slang, vogel of moeder natuur.

De sprookjesfiguur Baba Yaga

Baba Yaga komt veel voor in negentiende-eeuwse sprookjes, met name opgetekend door Aleksandr Afanasjev, de Russische Jacob Grimm. De Baba Yaga uit de sprookjes kan haar kwade invloeden niet botvieren op personen met een goed hart en heeft respect voor de dapperen die haar op raad durven te vragen, hetgeen verwijst naar de archetypische ‘reis van de held’ (Joseph Campbell: The hero with a thousand faces). Het bekendste sprookje is wellicht de ‘Schone Vasilisa’ (er bestaan enkele varianten) dat veel gelijkenis vertoont met ‘Hans en Grietje’.

Vasilisa bij de hut van Baba Yaga, door Ivan Bilibin (1899)

Afanasjev was, net als Jacob Grimm, een aanhanger van de theorie dat volksverhalen en sprookjes afkomstig waren uit de heidense mythologie, de Mythologische School – inmiddels verdrongen door o.a. de Psychologische School, de Structuralistische School, de Historisch-Sociologische school en de Etnologische School van de uitleg van volksverhalen. Zo zag hij in het sprookje over Vasilissa de Schone, een heidens verhaal rond een strijd tussen de zon (de persoon van Vasilissa), de storm (haar stiefmoeder) en de donkere wolken (haar stiefzusters). In een ander sprookje komt zij voor als ‘Vasilisa de Wijze’. De christelijke naam Vasilisa (Grieks: Vasiliki) wijst er op dat het sprookje zoals in zijn negentiende-eeuwse vorm genoteerd stamt van na de kerstening van Rusland in 988.

In de ATU-classificatie van sprookjesmotieven komt Baba Yaga twee maal voor: 313H (The Magic Flight/Supernatural Adversaries) en 510A (Supernatural Helpers/Cinderella and Cap ‘o Rushes). De laatste classificatie slaat op een optekening door Aleksandr Afanasjev van een Baba Yaga-sprookje dat veel overeenkomsten vertoont met het bekende sprookje van Assepoester en het glazen muiltje. De eerste classificatie (De magische vlucht) waaraan ook de naam van Aleksandr Afanasjev is verbonden en in 1888 voor het eerst werd afgedrukt in het Vlaamse tijdschrift Volkskunde, verbindt Baba Yaga met Hans en Grietje (ATU 327A).

Volksonderzoekers hebben zich er het hoofd over gebroken hoe het kwam dat er vóór de optekening van ‘Hans en Grietje’ door Grimm in 1812 geen oudere versie van dit welhaast archetypische verhaal is teruggevonden. Volgens de Nederlandse volksverhaalonderzoeker Willem de Blécourt is ‘Hans en Grietje’ een tamelijk afwijkende versie van ‘De magische vlucht’. Het is in essentie weer het verhaal van een jongen en een meisje die de magische Andere Wereld (de hut van Baba Yaga) moeten ontvluchten. De openingsscène is echter ontleend aan ‘Klein duimpje’ (ATU 327B).

Tot zover een korte inleiding in het fenomeen Baba Yaga. De ontwikkeling van Oudslavische aardgodin of bosgeest tot ‘modern’ sprookjesfiguur, waarvan de meeste sprookjes variaties zijn op het thema ‘de reis van de held’, is fascinerend. Maar ook functioneert zij in deze sprookjes vaak simpelweg als ‘kinderschrik’. Ik zou bij het aanschouwen van Baba Yaga tenminste maar één gedachte krijgen: wegwezen.

  1. 1

    Das toevallig.

    StarkLinnemann Quartet: Pictures at an Exhibition
    za 17 november 2018 van 21.00 tot 22.30

    Komende zaterdag in het Concertgebouw

    StarkLinnemann Quartet bewerkt Moesorgski’s geliefde Schilderijententoonstelling voor kwartet in een ‘Universal Crossover Music’ idioom. Het zal u verbazen hoeveel muziekstijlen zich op één avond, in één werk kunnen vermengen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren