Goed volk | Een brief aan de Kelten

Het is weinig bekend dat de apostel Paulus naast brieven aan de Romeinen, Korinthiërs, Filippenzen en dergelijke ook een brief aan de Kelten heeft geschreven. Nee, het gaat hier niet om een mistig apocrief episteltje, maar om een brief die in de canon van het Nieuwe Testament is opgenomen. Goed, dit is natuurlijk een flauwiteit, het gaat gewoon om de brief aan de Galaten, maar de Galaten waren wel degelijk Kelten. Ik wil in dit stukje antwoord geven op de vragen wat we onder ‘Kelten’ moeten verstaan, hoe ze vanuit midden-Europa in Klein-Azië terecht kwamen en wat de apostel Paulus met ze te maken heeft.

De geschiedenis van de Kelten valt niet per definitie binnen de studie van de volkscultuur. Wel hangt er rondom de naam ‘Kelten’ een aparte sfeer, iets dat je met het ‘mystieke Ierland’ associeert, anders dan bij de Germanen, die gewoon in ons kikkerlandje hebben rondgelopen. De werkelijkheid is wat nuchterder.

Ontstaan

De Kelten waren een verzameling van stammen die niet zozeer de genen als wel, net als de Turkse stammen uit Centraal-Azië, een taal en gebruiken deelden. Ze vormden dan ook geen politieke eenheid en sloegen bij tijd en wijle onderling elkaar behoorlijk de hersens in. De Kelten vormen de schakel tussen de prehistorie – de laatste periode van de IJzertijd – en de historische perioden. Ze zijn ontstaan uit de proto-Keltische Urnenveldencultuur.

De eerste (archeologische) manifestatie van de Kelten staat bekend onder de naam Hallstattcultuur, genoemd naar het dorpje Hallstatt in Opper-Oostenrijk, een beschaving die vanaf de Vroege IJzertijd (ca. 800 – 500 voor onze jaartelling) in Centraal-Europa (Zuid-Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Noord-Italië, Tsjechië en Hongarije) bestond. Deze werd opgevolgd door de La Tène-cultuur, genoemd naar de archeologische vindplaats van La Tène aan de noordkant van het Meer van Neuchâtel in Zwitserland, waar in 1857 een grote archeologische vondst werd gedaan.

Artefacten uit de La Tène-periode zijn over een wijd gebied opgegraven, tot in Ierland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Noord-Spanje toe. De ontdekking van een rijke grafcultuur bracht tevens een wijd handelsnetwerk aan het licht. De La-Tène-tijd wordt in vier hoofdperioden ingedeeld die de tijd van 480 voor Christus tot aan het begin van de moderne jaartelling beslaan.

Ruige jongens

De vroege, pagane Kelten waren behoorlijk ruige jongens – de Griekse benaming Keltoi is bij de Romeins-Griekse auteur Cassius Dio (ongeveer 200 n.Chr.) synoniem met ‘barbaren’. Het waren over het algemeen roverstammen die mensenoffers brachten en meer aan de Vikingen doen denken dan aan de later zo geromantiseerde Kelten die zich uiteindelijk in de insulaire gebieden en met name in Ierland vestigden en zich tot het Christendom zouden bekeren, een Christendom waaraan zij een eigen, ‘Keltische’ vorm gaven, hoewel ze feitelijk tot de kerk van Rome behoorden.

Middeleeuws manuscript met een miniatuur van Paulus die spreekt tot de Galaten

Wat de naam ‘Kelten’ betreft: het woord had wellicht oorspronkelijk alleen betrekking op de mensen onmiddellijk ten noorden van de Griekse kolonie Massalia (Marseille), waar een stam lijkt te hebben gewoond die zo heette. Dit zou dan de enige groep zijn geweest die zichzelf als Keltisch heeft geïdentificeerd, want de diverse stammen in West-Europa hebben zich nooit beschouwd als onderdeel van één groot volk.

In de vierde eeuw v.Chr., en wellicht zelfs eerder, begonnen Keltische stammen naar het zuiden en oosten te trekken. De stad Rome moest in 387/386 een belegering afkopen. Aan het begin van de derde eeuw trokken de stammen plunderend door Macedonië en Griekenland. In 279 v.Chr. brandschatten ze Delphi, al leden ze op de terugweg een nederlaag waarbij hun aanvoerder Brennos sneuvelde.

Hierna verspreidden de krijgers zich: een deel trok naar Klein-Azië, het huidige Turkije, en dat werden de Galaten. Een ander deel trok naar Thracië en een derde deel keerde langs de Donau onder leiding van Bathanatos terug en vestigde zich in het huidige Servië.

Vanaf 100 voor Chr. keerden de Romeinen de rollen om: niet langer het slachtoffer van de Keltische agressie, onderwierpen de Romeinen de meeste Keltische gebieden in Europa. Alleen het huidige Ierland en Schotland hebben de Romeinen nooit bezet. Veel Kelten werden uitgemoord, anderen werden geromaniseerd. Op die manier verdwenen de Keltische taal en cultuur binnen een paar generaties binnen het Romeinse Rijk. Alleen in afgelegen streken op het minder dichtbevolkte platteland wist de Keltische identiteit zich langer te handhaven. In Gallië ontstond een Gallo-Romeinse mengcultuur.

In Azië

Hoe verging het nu de Kelten die naar Klein-Azië waren getrokken ? En hoe past de apostel Paulus in het verhaal?

Galatië,  ‘Keltenland’,  was in de oudheid een streek in Centraal-Anatolië waar drie Keltische stammen (de Tectosages, de Tolistobogii en de Trocmii) naartoe waren getrokken. Bij aankomst traden zij in dienst van Nicomedes I van Bithynië, die op dat moment in een dynastieke strijd met zijn broer verwikkeld was. Soms streden ze dus als huurlingen voor een lokale Griekse leider. Even vaak werden ze door andere lokale Griekse leiders bestreden. Uiteindelijk werden ze, half vrijwillig en half onder dwang, gevestigd rond de stad Ancyra, het huidige Ankara.

Hoewel zij oorspronkelijk een sterke culturele identiteit bezaten, waren de Galaten in de tweede eeuw v.Chr. geassimileerd in het vergriekste Anatolië, overigens met behoud van veel van hun gebruiken. In 25 voor Chr. werd het gebied ingelijfd bij het Romeinse Rijk als onderdeel van de aan Augustus toegekende keizerlijke provincie Galatia. Hij voegde er nog wat meer naar het zuiden gelegen, niet-Keltischegebieden aan toe.

Paulus

De Galaten die Paulus (blijkens de bijbelboeken Handelingen, 2 Timotheüs en Galaten) in Centraal-Anatolië ontmoette hadden dus niets weg van de barbaren uit de voorgaande eeuwen. Maar aan wie richt Paulus zich nu precies als hij schrijft aan ‘de gemeenten in Galatië’ (Gal. 1, 2)?

Op zijn eerste zendingsreis kwam de apostel al door de provincie Galatia en bezocht daar steden in het ‘niet-Keltische’ zuiden: Ikonium, Lystra en Derbe. Daarna keerde hij terug naar Jeruzalem om daar een vergadering met andere apostelen bij te wonen (Handelingen 15). Op zijn tweede zendingsreis bezocht hij wederom de steden in het zuiden, maar dit keer reisde hij door naar het noorden (Handelingen 16, 6) om daar ook het ‘Keltische gedeelte’ van Galatia te bezoeken. Tijdens zijn derde zendingsreis deed hij deze streek wederom aan (Handelingen 18, 23).

De hamvraag is dus wanneer de ‘Brief aan de Galaten’ is geschreven. Was dat na de eerste zendingsreis, dan richt hij zich tot de pas door hem gestichte gemeenten in het zuiden van Galatia. Dan is de brief in Antiochië geschreven in 48. Was het na de tweede reis, dan richt hij zich tot de bewoners van het oude Keltische gebied en is de brief geschreven in Efese in 54. Men spreekt wel van de Zuid- en de Noord-Galatische hypothese.

Voor beide bestaan argumenten voor en tegen, al gebiedt de eerlijkheid de zeggen dat de zuidelijke hypothese enigszins de voorkeur heeft. Een communis opinio is er echter niet en zal er waarschijnlijk ook niet komen. Of de brief dus echt aan Kelten geschreven is, zullen we misschien wel nooit zeker weten.

PS

Zoals bekend was Sinterklaas bisschop van de stad Myra en geboren in Patara, steden die eveneens in het westen van het huidige Turkije lagen. Ik was benieuwd of deze plaatsen binnen de provincie Galatia vielen, maar helaas, ze lagen in Lycia. We kunnen dus jammer genoeg niet stellen dat Sinterklaas een Kelt is.

  1. 1

    Ongeacht wanneer hij de brief geschreven heeft, kan die nog steeds niet aan Kelten gericht zijn, omdat de eerste volgelingen van Paulus in een willekeurig gebied wellicht niet tot de etnische meerderheid (of zelfs maar de inheemse bevolking) behoorden. Ik weet niet of daar onderzoek naar gedaan is, maar als je bv. kijkt naar de verspreiding van de Islam in Zuid-Oost Azië, dan blijkt dat de eerste volgers in de verschillende gebieden vrijwel steeds (voornamelijk uitheemse) handelaren zijn. Pas later wordt het geloof (meestal eerst door de lokale adel, die overigens ter plekke ook vaak uitheemse afstamming claimt en daarna via hen) onder de inheemse bevolking verspreid.

  2. 3

    Dank je, Hans, voor dit interessante stuk over de Kelten. Leuk om zo meer over ze te weten te komen.

    “De vroege, pagane Kelten waren behoorlijk ruige jongens”
    Ik neem aan dat de Kelten niet alleen jongens waren, anders had hun naam als groep niet eeuwenlang bestaan…
    Jammer toch, dat bij geschiedenis het vrouwelijk deel van de bevolking vaak (achteloos) over het hoofd wordt gezien.