God gaf ons apparaten

Sylvia Hubers is stadsdichter van Haarlem. Deze week verschijnt haar nieuwste dichtbundel.

Er is geen dichteres in Nederland die zo Hollands schrijft als Sylvia Hubers. Tot die conclusie kwam ik tijdens het lezen van haar nieuwste dichtbundel God gaf ons apparaten. Daarin komt God op verschillende plaatsen boven drijven. Al zegt de dichteres van zichzelf dat ze katholieke hersenen heeft, ik bespeur toch ook resten van het calvinisme in haar teksten. Een van de mooiste gedichten begint met:

Er was een overbodige god in een overbodig universum die overbodige mensen aan het denken had gezet.

‘Maarten ’t Hart’, dacht ik soms, die geeft me hetzelfde gevoel. Sylvia is klaar met het geloof, maar ze vindt het nog te fabelachtig om er niet over te schrijven. Gelijk heeft ze, het levert boeiende poëzie op. De meeste gedichten kunnen ook als kort vreemd proza worden opgevat.

Tijdens het lezen vroeg ik mij af hoe dat gaat met het redigeren van een dichtbundel. Mag de uitgever er nog iets aan veranderen? Of is het bij poëzie taboe om wijzigingen voor te stellen? Ik stip dit even aan, omdat ik in haar beste gedicht het woord echter tegenkwam, zonder twijfel het lelijkste woord uit de Nederlandse taal.

We dronken tot we scheel zagen en de Verkeerde Heer dankten Voor Zijn goede gaven waarvoor we werden gecorrigeerd door de Goede Heer die ons voor straf liet uitglijden over een gereformeerd parochieblad dat glibberig was geworden door de regen die ook al veelvuldig viel in onze straat. Het gereformeerde parochieblad was er echter  na onze uitglijder nog slechter aan toe dan wij, …

Wat ik zo jammer vind is dat niemand het woordje echter weg heeft durven halen. Ook al geeft het mooi binnenrijm, ik lees het woord liever niet. Misschien wil de dichteres er iets mee zeggen, dat hier een dronken weigerambtenaar uit de Bijbelgordel aan het woord is, in dat geval is echter helemaal op z’n plaats, maar mijn sympathie voor de dronkenlap is ondertussen wel verdwenen.

Niet alle gedichten gaan over een god. Er zijn ook gedichten uit het leven gegrepen:

Muren waren uit, dus gingen we zitjes bouwen. Overal, op elke hoek van de straat bestond behoefte aan een zitje, wisten we, dus we bouwen daar zitjes van bielzen in een mooie kleur…

Al met al is God gaf ons apparaten net zo geslaagd als haar vorige bundel Vandaar dit huwelijksleven: prikkelend en vermakelijk. Wil je eens kennismaken met hedendaagse poëzie en vreemde prozastukjes? Dan zijn deze twee bundels een goede start.

Sylvia Hubers is momenteel stadsdichter van Haarlem. Ze draagt regelmatig voor uit eigen werk bij de Vorlesebühne, een collectief voordrachtkunstenaars dat zich richt op kort vreemd proza. Ik luister graag naar Sylvia. Na een optreden van haar weet ik altijd weer dat met taal alles mogelijk is.

Sylvia Hubers, God gaf ons apparaten, Prometheus, 72 p.

  1. 4

    Sylvia, leuk! En wat goed dat Kyra aandacht schenkt aan Sylvia’s nieuwe boek!

    Ik weet niet hoe het gaat met het redigeren van gedichten door uitgevers, maar ik ik weet wel zeker hoe het zou moeten gaan: nooit doen.

  2. 5

    Ik denk dat het afhangt van de kwaliteit van de gedichten.

    Wat het woord ‘echter’ beteft, daar heb ik me inmiddels mee verzoend. Ik heb het gedicht hardop gelezen en dan blijkt toch dat het woord ‘echter’ het gedicht een lekker ritme geeft.

    Ik loop nu te mijmeren over het ‘gereformeerde parochieblad’, volgens mij bestaat zoiets helemaal niet, maar ik had deze combinatie van woorden toch niet willen missen.