Globalisering, vloek of zegen?

Noot van de redactie: DeJa is een nieuwe blogger op Sargasso, introductie volgt binnenkort.

Globalisering of mondialisering van onze samenleving lijkt een onontkoombaar en onomkeerbaar fenomeen te zijn. Kijkend op Wikipedia naar een definitie, dan wordt onder deze term verstaan ‘een voortdurend proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie, met als centraal kenmerk een wereldwijde arbeidsdeling, waarbij productielijnen over de wereld worden gespreid.’

Op zich denk ik dat het klopt dat toenemende globalisering inderdaad een onomkeerbaar en voortrazend proces is dat steeds sneller onze maatschappij en de gehele wereld veranderd. Wat ik mij daarbij afvraag is in hoeverre globalisering bij te sturen is en in hoe verre globalisering op de langere termijn iets goeds of iets slechts is.

Om te beginnen met goed of slecht, ik persoonlijk denk dat globalisering niet per definitie neutraal is, maar dat er inderdaad vormen van ‘goede globalisering’ en ‘slechte globalisering’ zijn. Ik denk niet dat globalisering gestopt of zelfs maar echt afgeremd kan worden, wel denk ik (of hoop ik) dat globalisering enigszins bijgestuurd kan worden.

Waarom zou ik globalisering willen bijsturen? Wanneer ik kijk naar redenen voor globalisering, dan zie ik op dit moment eigenlijk maar twee redenen die er echt toe doen. Vermindering van arbeidskosten enerzijds, aanboren van nieuwe consumentenmarkten anderzijds. Zolang die twee krachten enigszins in evenwicht zijn lijkt er nog niet veel aan de hand. Echter volgens mij gaan deze twee krachten niet automatisch gelijk op. Schaarser wordende grondstof-, energie- en voedselbronnen kunnen of zullen deze krachten uit evenwicht brengen.

Wat naar mijn gevoel een noodzakelijke randvoorwaarde is voor echte globalisering van onze wereld, globalisering dus die leidt tot meerwaarde elders, maar niet tegelijkertijd tot minderwaarde hier is wat ik noem ‘de oneindige energierevolutie’. Een revolutie dus waarbij energiebronnen worden aangeboord (bijvoorbeeld kernfusie of grootschalige thermisch elektrische zonne-energie) die zo goed als niet eindig en niet of nauwelijks vervuilend zijn.

Waar we nu leven in het tijdperk van ‘de fossiele brandstofrevolutie’, begonnen pakweg begin/midden 19de eeuw en waar deze revolutie geleid heeft tot de ‘vervoersrevolutie’ en ‘informatie & communicatierevolutie’, daar zal voor een echte globalisering die niet ten koste gaat van het welzijn of het milieu een nieuwe brandstofrevolutie bittere noodzaak zijn.

Wanneer we kijken naar de huidige welvaartsverdeling in de wereld waarbij van de pakweg 6,5 miljard mensen er 1 miljard in heel behoorlijke welvaart (of beter nog welzijn) leven dan is er voor een positieve globalisering op dit moment simpelweg niet voldoende energie voorhanden. Tot het moment gekomen is dat is voldaan aan deze randvoorwaarde staan we als samenleving voor twee keuzes. Laten we ongebreidelde negatieve globalisering toe? Globalisering dus die hier leidt tot minder welzijn en elders niet leid tot meer welzijn of proberen we, hoe moeilijk dat ook zal zijn, negatieve globalisering af te remmen en bij te buigen. Ik denk dat het laatste noodzakelijk is en dat de economische machtsblokken van ‘De Eerste Wereld’ zichzelf zullen moeten beschermen tot het moment daar is. Bescherming dus die ervoor zorgt dat bedrijven best arbeid naar de rest van de wereld verplaatsen, maar onder voorwaarde dat deze verplaatsing leidt tot aantoonbaar meer welzijn daar. Hoe dat moet? Daar hebben we nu politici voor!

  1. 1

    Globalisering is niet tegen te houden en niet te sturen. Het is een evoltionair proces dat gedreven wordt door de mens die zijn geluk blijkt te zoeken in welvaart. Welvaart heeft ons veel goede dingen gebracht maar is nu doorgeslagen. Ons niveau van welvaart consumeert langzaam maar zeker onze aarde op. We zullen dadelijk niet alleen geconfronteerd worden met een brandstof revolutie maar een water & voedsel revolutie. Ik meen oprecht dat iedere wereldburger recht heeft op evenveel. Dat betekend dat wij met onze levensstijl een stapje terug moeten doen om de ander te kunnen laten groeien.

  2. 2

    Globalisering behelst feitelijk enkel het vergroten van de marktmogelijkheden. Meer mogelijkheden betekent meer keus en dat betekent weer dat de markt meer efficiente oplossingen zal aanboren. Kortom, globalisering behelst het vergroten van de efficientie.

    Onder efficientie verstaan we kosten-efficientie en in de praktijk gaat dat voornamelijk om arbeidskosten. Verschillen in arbeidskosten zijn dan ook de belangrijkste motor voor globalisatie. Het is echter zeer waarschijnlijk dat op de lange termijn grondstoffen en energie een veel groter aandeel van de kosten voor hun rekening gaan nemen.
    In de praktijk zal het in de toekomst dus meer en meer gaan om de prijs van grondstoffen en energie. En laten die nou steeds meer gaan afhangen van de af te leggen afstand.

    Globalisatie schiet zichzelf in de voet door pas van de grond te komen in een tijdperk waarin het kostenplaatje in rap tempo verandert; we trekken consumptie en productie uit elkaar onder de aanname dat het transporteren van de producten altijd goedkoop zal blijven. Over 15 jaar spreken we waarschijnlijk over lokalisatie, voor globalisatie zie ik enkel toekomst in de dienstensector, maar daar is globalisatie dan ook niks nieuws.

  3. 3

    Alternativen zur neoliberalen Globalisierung, Claudia von-Werlhof

    We are not only witnessing perpetual praise of the market – we are witnessing what can be described as “market fundamentalism”. People believe in the market as if it was a god. There seems to be a sense that nothing could ever happen without it. Total global maximized accumulation of money/capital as abstract wealth becomes the sole purpose of economic activity. A “free” world market for everything has to be established – a world market that functions according to the interests of the corporations and capitalist money. The installment of such a market proceeds with dazzling speed. It creates new profit possibilities where they have not existed before, e.g. in Iraq, Eastern Europe or China.

    One thing remains generally overlooked: The abstract wealth created for accumulation implies the destruction of nature as concrete wealth. The result is a “hole in the ground” (Galtung), and next to it a garbage dump with used commodities, outdated machinery, and money without value. However, once all concrete wealth (which today consists mainly of the last natural resources) will be gone, abstract wealth will disappear as well. It will, in Marx’ words, “evaporate”. The fact that abstract wealth is not real wealth will become obvious, and so will the answer to the question which wealth modern economic activity has really created. In the end it is nothing but monetary wealth (and even this mainly exists virtually or on accounts) that constitutes a “monoculture” controlled by a tiny minority. Diversity is suffocated and millions of people are left wondering how to survive. And really: how do you survive with neither resources nor means of production nor money?

  4. 4

    We leven niet slechts in een tijd waarin de marktwerking geprezen wordt maar in een tijd die je zou kunnen omschrijven als het tijdprtk van het marktfundamentalisme. Mensen geloven in de marktwerking alsof het een religie is. Er lijkt een gevoel te zijn dat er niks zonder marktwerking zou gebeuren. De totale wereldwijde geoptimaliseerde vergaring van kapitaal als abstracte rijkdom is tegenwoordig het enige doel van economische activiteit. Een “vrije” wereldmarkt voor alles wordt gecreeerd – een wereldmarkt die werkt volgens de belangen van multinationals en het grootkapitaal. Het maken van deze globale markt gaat met verrassende snelheid, winstkansen worden gecreeerd waar ze voorheen niet waren (Irak, Oost-Europa, China).

    Er wordt echter een ding over het hoofd gezien: dat het vergaren van abstracte rijkdom impliceert dat de concrete waarde van de natuur wordt vernietigd. Het resultaat is een “gat in de grond”, met een vuilnisberg voor gebruikte producten, verouderde machines en geld zonder waarde. Wanneer alle concrete rijkdom, de laatste natuurlijke hulpbronnen, verdwenen is, verdwijnt de abstracte rijkdom ook. Het zal, zoals Marx al zei, “verdampen”. Het feit dat abstracte rijkdom geen echte rijkdom is, zal dan voor iedereen duidelijk zijn, net als de vraag welke waarde onze economie nu werkelijk heeft gecreeerd.

    Uit: Alternatieven voor globalisering

  5. 5

    We leven niet slechts in een tijd waarin de marktwerking geprezen wordt, maar in een tijd die je zou kunnen omschrijven als het tijdperk van het marktfundamentalisme. Mensen geloven in de marktwerking alsof het een religie is. Er lijkt een gevoel te zijn dat er niks zonder marktwerking zou gebeuren. De totale wereldwijde geoptimaliseerde vergaring van kapitaal als abstracte rijkdom is tegenwoordig het enige doel van economische activiteit. Een “vrije” wereldmarkt voor alles wordt gecreeerd – een wereldmarkt die werkt volgens de belangen van multinationals en het grootkapitaal. Het maken van deze globale markt gaat met verrassende snelheid, winstkansen worden gecreeerd waar ze voorheen niet waren (Irak, Oost-Europa, China).

    Er wordt echter een ding over het hoofd gezien: dat het vergaren van abstracte rijkdom impliceert dat de concrete waarde van de natuur wordt vernietigd. Het resultaat is een “gat in de grond”, met een vuilnisberg voor gebruikte producten, verouderde machines en geld zonder waarde. Wanneer alle concrete rijkdom, de laatste natuurlijke hulpbronnen, verdwenen is, verdwijnt de abstracte rijkdom ook. Het zal, zoals Marx al zei, “verdampen”. Het feit dat abstracte rijkdom geen echte rijkdom is, zal dan voor iedereen duidelijk zijn, net als de vraag welke waarde onze economie nu werkelijk heeft gecreeerd.

  6. 8

    We leven nu in een tijd waarin de mate van globalisering weer een beetje begint te lijken op de periode voor het protectionisme van een eeuw geleden.

    Globalisering an sich is neutraal. Het is een proces waarin verschillende delen van de wereld elkaar beïnvloeden. Die delen kunnen positief of negatief werken, maar globalisering is slechts de optelsom. Niks mis mee. Energie en welvaart zijn er maar stukjes van.

    Erger is het dat een aantal landen ervoor zorgt dat de verdeling van de gevolgen van globalisering oneerlijk is, in hun voordeel. Dat hele continenten eigenlijk niet meedoen in de optelsom van globalisering. Maar dat kan je niet wijten aan die globalisering: met “ieder voor zich” zou de wereld er niet beter uitzien.

  7. 9

    Globalisering is een exponent van de culturele evolutie die wij als mensheid doormaken. De marktwerking heeft echter de de evolutie versneld in een revolutie. De complexiteit van de marktwerking is dusdanig dat de mens de te dom is om dit proces te kunnen sturen. De voorspelbaarheid van de invloeden van marktwerking op globalisering is door de complexiteit en snelheid gering geworden.
    Globalisering vraagt om een mens die instaat is buiten kaders te denken, in staat is te kijken zonder te oordelen, een mens die niet meer praat over wij en zijn en daar zijn wij als mens nog lang niet aan toe

  8. 10

    Globalisering of mondialisering van onze samenleving is een onontkoombaar en onomkeerbaar fenomeen te zijn.

    Naar mijn mening een fundamenteel onjuist begin.

    Globalisering in de zin dat de mens zich overal verspreidt is een natuurlijk en irreversibel systeem.

    Globalisering in de marktcontext zoals het vandaag de dag wordt gebezigd en bedoeld, is zodanig afhankelijk van energie- en communicatie-input dat je er gif op kunt innemen dat als een van die beiden afgelopen zal zijn die hele marktglobalisatie afgelopen zal zijn. Al was het alleen maar omdat het tempo van transport ernstig omlaag zal gaan.

    Het irreversibele aspect is dus onjuist. De door de huidige globalisatiegolf veroorzaakte puinhoop en rotzooi is echter wel irreversibel. Misschien tot op zekere hoogte dus toch een punt :(

  9. 11

    “Erger is het dat een aantal landen ervoor zorgt dat de verdeling van de gevolgen van globalisering oneerlijk is, in hun voordeel. Dat hele continenten eigenlijk niet meedoen in de optelsom van globalisering. Maar dat kan je niet wijten aan die globalisering: met “ieder voor zich” zou de wereld er niet beter uitzien.”

    Dit kan je ook weer onderverdelen per land en de mate van welvaart zoals verdeeld per land. Waar de een miljoenen verdient aan bonussen door rente-handel met Japan, moet de ander in Klazienaveen duizenden stenen stapelen om krap de kost te verdienen. Wie heeft hier het meeste voordeel van Globalisatie? En wie voegt iets reeels toe aan de economie?

    Verder erg fijne quote, @ 3!

    Doet met denken aan *schaamteloze zelfbevleking* de Quote du Jour van gisteren. ;p