‘Gezi heeft ons een gevoel van empowerment gegeven’

Vorig weekend vond in De Balie in Amsterdam de driedaagse conferentie Global Uprisings plaats, met activisten uit de hele wereld die de afgelopen jaren betrokken zijn geweest bij opstanden en sociale bewegingen in landen als Griekenland, Brazilië, Egypte, Turkije en de VS.

Eén van de deelnemers was Foti Benlisoy (37), advocaat en mede-oprichter van de Grieks-Turkse uitgeverij Istos. Van hem is een boek verschenen over de protesten in Griekenland, Tunesië en Egypte, en zal binnenkort een boek uitkomen over de demonstraties rond het Gezi-park in het centrum van Istanboel, die eerder dit jaar plaatsvonden.

Kunt u aangeven waarom Gezi zo belangrijk is in een Turkse context?

‘Gezi is voor ons belangrijk in de zin dat het een keerpunt is voor radicaal-links in Turkije. De afgelopen tien jaar werd het westelijk deel van Turkije gekenmerkt door politieke apathie. Gezi heeft dat veranderd, voor een nieuwe politieke atmosfeer gezorgd en ons allemaal een nieuw gevoel van empowerment gegeven.’

Heeft u enig idee wat daaruit zou kunnen voortkomen?

‘Nee. Ik denk niet dat er sprake zal zijn van snelle veranderingen in de politieke en sociale krachtsverhoudingen. Er zijn geen politieke krachten of sociale bewegingen die het machtsevenwicht kunnen doen omslaan door gebruik te maken van de energie die door Gezi teweeg is gebracht. En we gaan een periode tegemoet waarin er binnen twee jaar drie verkiezingen zullen zijn – regionale, parlements- en presidentsverkiezingen.

Je zou dus kunnen zeggen dat de politieke discussie zal worden gekanaliseerd via de gevestigde parlementair-institutionele politiek, omdat er geen geloofwaardig politiek-sociaal alternatief is voor dat soort institutionele politiek. Maar aan de andere kant zal er wel een verandering optreden in de verhoudingen tussen de morele krachten. Er is een nieuw zelfvertrouwen voortgesproten uit Gezi, een vertrouwen in de collectieve macht van actie en zelf-organisatie. Dus ik denk dat we op dat pad moeten verdergaan, en ons voordeel moeten doen met dit zelfvertrouwen en de ervaringen die zijn opgedaan door de miljoenen die aan de Gezi-beweging hebben deelgenomen.’

Denk u dat er op institutioneel niveau iets zal veranderen, of zal er eerder sprake zijn van een soort permanente buitenparlementaire oppositie op straat?

‘Het hangt ervan af wat je met verandering bedoelt: een verandering in het politieke machtsevenwicht via de institutionele kanalen is uiteraard mogelijk, maar als we met verandering een radicale transformatie van de sociale en politieke verhoudingen bedoelen, dan is het antwoord duidelijk nee. Dat betekent niet dat we ons niet van institutionele middelen zouden mogen bedienen, dat moeten en kunnen we in bepaalde gevallen juist wél, maar het zwaartepunt van onze activiteiten moet op straat liggen, in de collectieve organisatie en actie van de mensen buiten de gevestigde kanalen van de beleidsvorming.

We moeten ons zo veel mogelijk buiten de officiële instituties houden, maar – en dat is een kwestie van strategie – we moeten geen permanente oppositie willen zijn. Daarmee bedoel ik dat we de machtsvraag moeten stellen en het politieke apparaat van de heersende klassen moeten ontmantelen. Dat is uiteraard een andere grote kwestie. Maar ik denk wel dat we een periode ingaan waarin we dit opnieuw aan de orde moeten stellen. Als we dat niet doen, zullen we worden veroordeeld tot een vorm van permanent verzet.

Wat was voor u het belang van de Global Uprisings-conferentie?

‘Kijk, voor ons in Turkije is het van cruciaal belang om relaties op te bouwen met radicaal-linkse activisten in de hele wereld, omdat radicaal-links in Turkije zeer etnocentrisch van aard is, in de zin dat we doorgaans niet proberen te leren van het mondiale verzet. Dat is een groot probleem, maar dankzij Gezi is dit aan het veranderen. Tijdens de dagen van het protest begonnen de mensen te praten over internationale voorbeelden van verzetsbewegingen, zoals die in Egypte, Griekenland en Brazilië. En in het algemeen kunnen we zeggen dat we voor een nieuwe golf radicalisme op wereldschaal staan. Maar helaas zijn er geen duurzame internationale relaties en bestaan er nog geen netwerken als sociale fora (met al hun problemen). Het was dus heel fijn om mensen uit alle hoeken van de wereld in levende lijve te kunnen ontmoeten om onderwerpen van strategisch belang te bespreken. Het gaat er uiteindelijk om gezamenlijke acties te organiseren, om een soort ‘praktisch’ internationalisme.

De onmiddellijke aanleidingen die tot verzet leiden verschillen natuurlijk van plek tot plek, maar dat betekent niet dat we geen deel uitmaken van een groter geheel. Deze tijd wordt gekenmerkt door politieke instabiliteit, die op wereldschaal wordt veroorzaakt door de crisis van het kapitalisme in samenhang met ecologische crises, en door de relatieve afname van de Amerikaanse hegemonie en de crisis van de hegemonie in het wereldsysteem. Deze factoren destabiliseren de politieke positie van de heersende klassen op mondiale schaal en scheppen mogelijkheden voor politieke en sociale bewegingen van onderaf.’

  1. 1

    In Alinea vijf en zes spreekt Benlisoy opeens over een ‘we’.

    – Dat betekent niet dat we ons niet van institutionele middelen zouden mogen bedienen
    – We moeten ons zo veel mogelijk buiten de officiële instituties houden
    – we moeten geen permanente oppositie willen zijn

    Wie zijn die ‘we’?