Gewetenloos en innemend

De combinatie van begrippen speelt al een tijd door mijn hoofd: gewetenloosheid en persoonlijke charme. Beide eigenschappen worden in hoge mate toegeschreven aan Rebekah Brooks, bazin van News of the World. The Guardian  noemt haar  “a ruthless, charming super-schmoozer”. Als  je het woord Schmoozer intikt in Google krijg je een artikel in the Guardian van 8 juli. Zij wordt afgeschilderd als een harde, zeer ambitieuze, zeer innemende netwerkster. Murdoch lijkt haar als een vijfde dochter te beschouwen. Zij is zeer intiem met Cameron. Die bestreed dat in het parlement, met de mededeling dat hij haar nooit in pyama had gezien: fris hoor, die Britten.

Hoe komt ze aan die invloed, vraagt de Guardian, een beetje suggestief. Zij wordt verhoord door een parlementaire commissie en vervolgd voor het overschrijden van fatsoensnormen en wellicht omkopen van politiemensen. Sinds ik het stuk heb gelezen, denk ik er over na. Is de combinatie van gewetenloos en innemend een voorwaarde voor een succesvolle loopbaan? Hoe algemeen is dat? En hoe speelt het in de journalistiek?

Je hebt keurige en minder keurige kranten. Wat mij bezig houdt, is dat minder keurig handelen kennelijk soms nodig is om dingen op tafel te krijgen: zie Elsberg, Watergate, Wikileaks. De parlementaire controleurs van de macht zijn tamelijk afwezig, of liever: zij maken deel uit van de heersende macht. De klokkenluiders moeten het vaak niet van hen hebben, maar van de onafhankelijke pers. De opwinding in Engeland laat dat zien: er is geen autonomie in de controle op de macht, want het parlement onderzoekt maar weinig. En de pers houdt zich doorgaans  aan de regels.

Is gewetenloosheid, gecombineerd met  persoonlijke innemendheid nodig voor een flitsende loopbaan? Ik probeer terug te kijken in mijn ervaring met managers. Het antwoord is gemengd. De combinatie van gewetenloosheid en persoonlijke charme komt veel voor en het werkt ook: “het is een rat, maar ik kan toch niet kwaad op hem worden”. Maar het lijkt een dunne ijsvloer om op te schaatsen. Anderen werden wel kwaad en het verging de manager ook niet zo goed. Zijn posities werden steeds minder imponerend. Andere managers dan: zij hadden een grote mate van ijdelheid, maar ook persoonlijke warmte en charme. Met sommigen van hen ging het behoorlijk goed, omdat zij inhoud hadden, iets wilden en daarmee integer bezig waren.

Misschien is inhoud wel de brug: de theorie is dan dat gewetenloos en innemend het wel goed doen, maar alleen tijdelijk. Als er geen inhoud is, valt de combinatie van gewetenloos en innemend uiteindelijk door de mand. Bij Murdoch en Berlusconi zie je dat gebeuren. Is dat wat de affaire rond Murdoch zo fascinerend maakt? Er ontwikkelt zich een ontluisterend beeld van de combinatie van tabloids en politiek, waar Labour en Conservatief in gelijke mate last van hebben en in verwikkeld zijn.

We hebben een mooi systeem: de uitvoerende macht wordt gecontroleerd door het parlement en een onafhankelijke rechterlijke macht. Maar de methoden uit Orwell’s 1984 doen niet alleen opgeld in een dictatuur. Het framen en spinnen lijkt ook in een democratische omgeving mogelijk en nuttig voor degenen die macht willen verwerven of die willen behouden. Ron Ziegler, perschef van Nixon noemde een verhaal “inoperative”: soms werkt een boodschap niet meer. Je bent niet met de waarheid bezig, maar met boodschappen die werken voor de macht.

Maar daarnaast is er wel  een vrije pers. In Amerika gaat die vrijheid heel ver. Dat heeft de Ellsberg-papers gebracht. Dat heeft “Deep throat” opgeleverd en de Watergate affaire. Dat maakte de loopbaan van I.F. Stone mogelijk, nog steeds een rol model voor onafhankelijkheid in de journalistiek. Het probleem is ook duidelijk: informatie is iets dat gemaakt en verkocht moet worden. Het is dat probleem waarmee de Amerikaanse en Engelse informatie industrie worstelt. Schandaaltjes, sex, onderbuik-informatie is goed te verkopen, gewetensvolle controle van leugens van machthebbers niet.

In Engeland concludeert Cameron dat de krantenwereld zichzelf niet meer controleert. Maar een ander bericht meldt dat het aantal journalisten daalt, terwijl het nieuwaanbod in de blogsfeer stijgt. Neemt de relatieve betekenis van de journalistiek af? Je zou het wel zeggen. Als The Times en the Guardian de laatste kwaliteitskranten zijn, dan drijven zij toch vooral op de omzet die door de tabloids wordt behaald. The Guardian betekent overigens de wachter, de bewaker.

Misschien moeten we ook bij ons maar eens kijken naar de geldstromen, de omvang van de serieuze journalistiek en de roddelpers, de onafhankelijkheid van het politieke en journalistieke bedrijf ten opzichte van elkaar. Heb je ook een combinatie van gewetenloosheid en innemendheid nodig om de macht te controleren? Dat is nog eens andere koek dan de privacy van bekende personen schenden. Er lijkt mij veel werk voor al die zelfverklaarde vernieuwers van het journalistenvak. Zoals Garton Ash het zegt: “feiten zijn subversief”.

  1. 4

    Essentie: Murdoch wilde steeds meer macht en invloed winnen voor z’n persoonlijke agenda. Deals met politici (bv. Blair, Cameron) op een van zijn yachten om zo zijn media imperium te kunnen uitbreiden (bv. BskyB) … waarna hij een volgende keer nog sterker zou staan tegenover zulke politici. Z’n media gaven ook direct of indirect stemadvies bij verkiezingen (zie ook hoe belangrijk “keuze” of “voorkeur” Fox is bij verkiezingen in VS). Dit alles heeft allang niets meer te maken met journalistiek maar alles met de wetten die zij stemmen, bv. over de armslag die het bedrijfsleven krijgt op het vlak van belastingen, vergunningen, enz.

  2. 5

    @4: ik weet niet wat voor agenda hij had, behalve macht en meer. Ik schrijf over hoe verontrustend het is dat de media zo’n rol hebben bij het ontwikkelen van macht voor politici. Dat is gelukkig overgekomen?
    Nu nog de basisvraag: kunnen politici zich redden zonder die ‘spinnende’ kranten? De politiek was ineens heel flink naar Murdoch.
    Mooi dat ze ineens bewust waren van hun autonomie; maar het was geen mooi gezicht.

  3. 7

    Je stelt de vraag of het “normale” eigenschappen zijn: innemend en gewetenloos. Ik herinner me een onderzoek over CEO’s waarin werd gesteld dat hun persoonlijkheid dicht lag (pas op generalisatie) bij die van een psychopaat.

    (a) charmant
    (b) kent weinig angst
    (c) heeft weinig empathie
    (d) neemt snel beslissingen.

    UIt eigen waarneming zou ik nog willen toevoegen:

    (e) is vaak ook uit op eigen gewin.