Geschiedenis van de Algemene Politieke Beschouwingen

ACHTERGROND - Wanneer werden de Algemene Politieke Beschouwingen voor het eerst gehouden? En wat was het meest gedenkwaardige moment sindsdien?

Vandaag en morgen vinden in de Tweede Kamer de Algemene Politieke Beschouwingen plaats. Dan krijgt de Kamer de kans te reageren op de plannen die door de regering zijn aangekondigd in de Troonrede en de Miljoenennota. Vroeger waren de algemene beschouwingen pas in oktober, maar in 1993 zijn ze naar voren geschoven, naar de dinsdag en woensdag direct na Prinsjesdag. Dit jaar is het bij wijze van uitzondering een week later. Nóg vroeger waren er nog helemaal geen Algemene Beschouwingen, althans: toen heetten die nog niet zo. Dat zit als volgt.

In 1813 werd in Nederland, nadat het Frankrijk van Napoleon was verslagen, het koningshuis van de Oranjes in ere hersteld Koning Willem I de eerste Koning der Nederlanden uit het huis Oranje-Nassau. Sindsdien spreekt de koning(in) aan het begin van het parlementaire jaar op Prinsjesdag de zogenoemde Troonrede uit. Dat gebeurde voor het eerst op 2 mei 1814. Daarna viel Prinsjesdag aanvankelijk op de eerste maandag in november, en later op de derde maandag in oktober. Maar hierdoor bleef er niet genoeg tijd over om de begroting vóór 1 januari te behandelen. In 1848 werd Prinsjesdag daarom vervroegd naar de derde maandag van september. In 1887 werd dit op verzoek van de christelijke partijen veranderd in de derde dinsdag van september, omdat veel kamerleden al op zondag van huis moesten vertrekken om op tijd voor Prinsjesdag in Den Haag te arriveren.

De Eerste en de Tweede Kamer konden hun mening over de Troonrede geven in de vorm van een zogenoemd Adres van Antwoord, dat aan de koning werd aangeboden. In 1844 leidde dit tot een incident, toen de Tweede Kamer in het Adres van Antwoord aandrong op herziening van de Grondwet. Koning Willem II was daar dermate ontstemd over dat hij dreigde de Troonrede in 1845 niet meer te zullen voorlezen. Uiteindelijk zag hij er echter vanaf dit dreigement daadwerkelijk ten uitvoer te leggen.

In 1849 kreeg Nederland alsnog een nieuwe Grondwet, geschreven door de liberaal Thorbecke. Voortaan zou de koning (of de koningin) zich niet meer rechtstreeks met het regeringsbeleid bemoeien en waren de ministers verantwoording verschuldigd aan het parlement. De Troonrede zou nog wel steeds door de koning(in) worden voorgelezen, maar niet meer door hem of haar worden opgesteld. Aanvankelijk bleef het Adres van Antwoord voornamelijk beleefdheidsuitingen bevatten, maar daar kwam langzamerhand verandering in. Bijna dertig jaar later (in 1877) struikelde er zelfs een kabinet – dat van Van Heemskerk/Van Lynden – over, toen een liberale kamermeerderheid haar teleurstelling uitsprak over het uitblijven van een nieuwe wet op het lager onderwijs. De regering zag dit als een motie van wantrouwen.

In 1905 werd het Adres van Antwoord afgeschaft. Sindsdien heeft het debat over de begroting (dat ‘algemene beschouwingen’ werd genoemd) de rol van het algemene debat over het regeringsbeleid overgenomen. Tot 1995 werden de algemene politieke beschouwingen gecombineerd met de algemene financiële beschouwingen. Het uit elkaar halen van deze twee debatten werd ingegeven door de wens om alleen nog over de politieke hoofdlijnen te spreken, waarbij louter de fractievoorzitters het woord zouden voeren. Voordien was er ook veel tijd ingeruimd voor de financiële woordvoerders en voor de minister van Financiën. Omdat het debat direct na Prinsjesdag werd gepland, waren er maar twee dagen voor.

Het beroemdste incident uit de geschiedenis van de algemene politieke beschouwingen deed zich voor tijdens de ‘Nacht van Schmelzer’ van 13 op 14 oktober 1966. Toenmalig fractievoorzitter Norbert Schmelzer van de Katholieke Volkspartij (KVP) diende een motie in tegen het financieel-economische beleid van het rooms-rode kabinet-Cals. Hoewel Schmelzer staande hield dat zijn motie geen motie van wantrouwen was, werd deze door de (eveneens uit de KVP afkomstige) minister-president Cals wél als zodanig geïnterpreteerd, omdat hij niet van te voren door Schmelzer was ingelicht. Toen de kamer de motie vervolgens aannam, besloot Cals af te treden, waarmee de val van zijn kabinet een feit was.

Deze keer zal het zo ver niet komen, al was het maar omdat alles wat in de Troonrede en de miljoenennota staat tegenwoordig tot in de puntjes met alle direct betrokkenen is doorgesproken, zodat niemand meer kan beweren dat hij of zij ergens niet van op de hoogte was.

Met dank aan Bert van den Braak van het Parlementair Documentatie Centrum in Den Haag.

  1. 1

    “…het koningshuis van de Oranjes in ere hersteld”.Als je een historisch stuk schrijft dan graag correct. Wil niet graag muggeziften/mierenne%@$@$en maar de Oranje dynastie werd wellicht in ere hersteld, niet het koningshuis van de Oranjes….

  2. 4

    Niet alleen de Kamer ook (gemeente)raden kennen dit fenomeen en gezien de lengte van de debatten lijkt het een tijdverdrijf voor volksvertegenwoordigers. Niet echt debatten waar het volk naar uitziet, laat staan volgt.
    Mag het wat minder?