Gemeenteraden moeten geen Tweede Kamer spelen?

Op dit moment hebben 46 gemeenteraden een motie aangenomen en dragen hun burgemeester of wethouders op minister Leers te bewegen een initiatiefwet van PvdA en ChristenUnie aan te nemen. Die wet beoogt een ‘generaal pardon’ voor minderjarige asielzoekers, die door fouten van de overheid 8 jaar of langer in Nederland verblijven. In 16 gemeenteraden werd de motie afgewezen.
Vorige week namen 31 gemeenteraden zo’n motie aan, in 12 gemeenten werd de motie afgewezen. Het aantal voorstanders groeit harder dan het aantal tegenstanders, maar het betreft nog maar 14,9% van de 415 gemeenten. Pas eind maart valt er meer over te zeggen.

Een veel gehoord argument van tegenstanders van lokale moties is dat een gemeenteraad zich niet met landelijke kwesties moet bemoeien. Sommige tegenstanders voegen er aan toe dat het de landelijke besluitvorming niet zal helpen of zelfs kan frustreren. Dat laatste is misschien waar, de rest van het betoog niet. Gemeenten krijgen namelijk direct te maken met gevolgen van landelijk asielbeleid en liggen al 10 jaar met het Rijk overhoop over de consequenties van een stringenter asielbeleid.

In 2002 weigerden 60 gemeenten uitgeprocedeerde Somaliërs en Irakezen op straat te zetten. In 2003 verklaarde de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) niet mee te zullen werken aan het uitzetten van zo’n vierduizend asielzoekers, die niet onder het generaal pardon vielen. De VNG ging bij de Tweede Kamer lobbyen om verruiming van de pardonregeling te bepleiten. Mede door het grote verzet van de gemeenten, kwam het in 2006 tot een motie van wantrouwen tegen toenmalig minister Verdonk, die haar portefeuille kwijtraakte.

Hirsch Ballin mocht het overnemen en ook hij raakte in conflict met de gemeenten. In 2010 droeg hij  de gemeenten op noodopvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers te sluiten. Wethouders vonden dat ze verantwoordelijk waren voor de humaniteit en veiligheid in hun gemeenten. Het rigide beleid van het Rijk zou dat in gevaar brengen.
Ook toen leidde de druk van de gemeenten tot enige inschikkelijkheid bij het Rijk. Hirsch Ballin kondigde aan dat asielzoekers niet meer op straat worden gezet en dat de procedures rondom asielaanvragen versoepeld zouden worden. Begin dit jaar luidden verschillende gemeenten opnieuw de noodklok: Uitgeprocedeerde asielzoekers belanden in hoog tempo op straat.

Dat veel gemeenten het voorgestelde kinderpardon ingevoerd wensen te zien, sluit naadloos aan bij deze geschiedenis. Het centraal gezag gaat over het asielbeleid, het lokale bestuur zit met de gevolgen. Niet elke wethouder zal het er mee eens zijn een volledig ingeburgerde minderjarige asielzoeker de toegang tot de plaatselijke openbare school te ontzeggen.

Gemeenten hebben niets te zeggen over welke asielzoekers het land in mogen of er uit moeten. Gemeenten moeten wel meewerken aan de uitvoering van het beleid. Ze zijn verplicht asielzoekers met een verblijfsstatus aan huisvesting te helpen. Er zijn quota vastgesteld en het Rijk kan een gemeente op de vingers tikken als ze te traag is met het realiseren van de taakstelling.
Zijn asielzoekers eenmaal in een gemeente gehuisvest, dan ligt de verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer naar primair onderwijs bij de gemeente. Ook als het gaat om uitgeprocedeerde asielzoekers, die op grond van bepaalde uitzonderingsregels niet in een uitzettingscentrum, maar in een gemeente worden gehuisvest.

In de verhouding tussen Rijk en gemeenten voelt het lokaal bestuur zich regelmatig niet meer dan een uitvoeringsloket van het centraal gezag. In 2004 stuurde de VNG een brief aan het Rijk (pdf), waarin men stelde dat er eerder sprake is van centralisatie, in plaats van decentralisatie. Het regenteske gedrag van het Rijk zit de gemeenten al jaren dwars en de onvrede explodeerde vorig jaar in het verzet tegen het Bestuursakkoord. Gemeenten willen graag taken van het Rijk overnemen en zijn niet te beroerd mee te werken aan uitvoering van landelijk beleid, maar het top-down bepalen van de voorwaarden is men zat.

Zal het huidige kabinet, uiteindelijk zwichten voor de gemeentelijke druk en de wet voor een kinderpardon aannemen? Misschien moeten de partijen maar weer eens aan tafel en de onderlinge verhoudingen herijken. Het VNG voelt wel wat voor een voorstel van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken: Lokaal bestuur moet een grotere rol krijgen bij de beslissing of een uitgeprocedeerde asielzoeker alsnog een verblijfsvergunning krijgt.