Geluk. Een schat aan wijsheid voor op de wc

De afgelopen decennia is er een zee aan geluksonderzoek geproduceerd, maar deze wil maar niet aanspoelen bij het grote publiek. Dat is de stelling van de Vlaamse auteur Leo Bormans, die kilometers psychologisch onderzoek doorspitte en tot zijn verbazing merkte dat niemand in zijn omgeving van de resultaten op de hoogte was. Daar moest hij verandering in brengen. Hij vroeg honderd ‘geluksprofessoren’ uit vijftig landen – van België tot Bhutan, van Australië tot Mexico – hun bevindingen over geluk op één A4-tje samen te vatten. Het resultaat is Geluk. The World Book of Happiness, een lijvig boek vol conclusies en aanbevelingen, opgetekend in gewone mensentaal, zonder esoterisch gewauwel, zonder moeilijke cijfertjes.

Wat indruk maakt is de enorme impliciete consensus die uit alle bijdragen spreekt. Voor geluk heb je nodig: (1) voldoende geld voor de basisbehoeften, (2) voldoende beweging en slaap, (3)  één (!) intieme liefdesrelatie, (4) enkele betrouwbare vrienden, (5) persoonlijke vrijheid en controle, (6) zinvol, creatief, uitdagend en leerzaam werk, (7) een spirituele/ religieuze praxis en (8) een betrouwbare overheid en medemens. Geld alleen maakt dus niet gelukkig ­– een open deur, maar wel met ongekend vereende kracht ingetrapt.

Maar het allerbelangrijkste ingrediënt is natuurlijk je houding, de manier waarop je in het leven staat, en er tegenaan kijkt. Optimistische, extraverte, vergevingsgezinde, eerlijke en humorvolle mensen zijn gelukkiger. En die houding kun je aanleren, aldus Miriam Akhtar, een van de pioniers van de positieve psychologie. ‘Geluk is een spier die je kunt trainen. Als je eraan werkt, wordt die sterker’.

Het belangrijkste om af te leren is het vergelijken van jezelf met anderen. Een experiment laat zien hoe cruciaal dit is: twee groepen studenten lossen een puzzel op. Ze doen er beide tien minuten over, maar groep A krijgt te horen dat groep B er een kwartier over deed, terwijl groep B hoorde dat A er slechts vijf minuten over had gedaan. Wat blijkt? Groep A is veel gelukkiger met het resultaat dan B.  Als je je al vergelijkt met anderen, zegt econoom Claudia Senik, doe het dan om er iets uit te leren. Vier andermans successen, zegt sociaal wetenschapper Grant Duncan. Makkelijker gezegd dan gedaan, denk ik dan. Een paar verdere tips zouden niet hebben misstaan.

Helaas is Geluk geen boek om echt van kaft tot kaft te gaan lezen. Daarvoor spreken de bijdragen elkaar teveel tegen. Enkele voorbeelden: Enerzijds moet de overheid volgens de Vlaamse socioloog Mark Elchardus weer actieve gelukspolitiek gaan voeren, anderzijds zegt de Litouwse communismedeskundige Ingrida Geciene dat mensen die afhankelijk zijn van de staat ongelukkiger zijn. Enerzijds moeten we het geluk ‘binnen’ zoeken, en van een andere expert moeten we de aandacht juist naar ‘buiten’, op de bomen en vogeltjes, richten. Enerzijds wil de psycholoog Jonathan Adler dat we ons levensverhaal ‘schrijven’ en onze levensdagen tot een eenheid moeten smeden, elders lezen we weer: pluk de dag. Enerzijds lezen we dat het paradijs met anderen gedeeld moet worden, elders staat weer Sartres ‘de hel dat zijn de anderen’. En zo kan ik er nog wel tien noemen.

Geluk heeft daardoor iets weg van een bundeling horoscopen: op zich betekenisvolle teksten waar je je eigen situatie in herkent, maar die je niet achter elkaar moet lezen. Het is geen ‘good read’. Misschien kon Bormans ook niet anders. Hoewel de consensus, zoals gezegd, groot is, moet ieder individu er toch zijn of haar eigen waarheid uit halen. En teveel nuance en cijfers maken het boek weer ontoegankelijker.

Toch schreeuwen sommige bijdragen echt om meer uitleg. Ene Carol Graham beweert bijvoorbeeld dat Afghanen ondanks decennia van oorlog en corruptie gelukkiger zijn dan het wereldgemiddelde, omdat ze hun verwachtingen hebben bijgesteld. Wat doen we daar dan nog?, zou je bijna zeggen. Maar de eerste de beste cijfers suggereren dat Afghanistan toch echt onderaan bungelt qua ‘happy life years’.

De onderbouwing ontbreekt ook bij het verhaal van de econoom Christian Bjøenskov, die meent dat Denen gelukkiger zijn de Zweden en Noren omdat ze hun lot meer in eigen hand nemen en eerder buiten het verwachtingspatroon kunnen treden. Bjøenskov illustreert deze wijsheid aan de hand van het feit dat hij eens een ijsje ging eten toen hij zich op een hete zomerdag niet kon concentreren. Zo’n flinterdunne uitleg zou ik als Zweed of Noor niet pikken.

Wel weer precies kort genoeg is het voorbeeld van de Japanse wetenschapper Takayoshi Kusago, die de ‘Takayoshi munt’ in het leven riep: een munt die in waarde stijgt als hij naar de voor hem belangrijke waarden leeft, zoals zijn gezin of vrijwilligerswerk. Een mooie utopische anekdote, waar je verder geen woorden of cijfers vuil aan moet maken.

Geluk is dan ook bij uitstek geschikt voor het toilet, en dat bedoel ik als compliment. Het is een verdienstelijke bundeling leesbare wijsheden waar je elke dag een paar minuten op zou moeten reflecteren.

Bestel hier Geluk.

  1. 1

    Het aantal reacties bevestigt de stelling van Bormans dat geluksonderzoek niet doordringt tot het grote publiek. Jammer, lezenswaardg stuk over een tamelijk important onderwerp.

  2. 5

    jezelf vergelijken met anderen is de aard van de mensheid. Interessant idee om dat proberen af te leren, maar als maatschappij kun je een andere weg bewandelen: nivellering. Meer egalitaire smaenlevingen zoals in Noord Europa, met minder grote inkomensverschillen, blijken altijd hoog te scoren in geluksonderzoeken. Ik denk dat proberen je samenleving op die manier in te richten meer kans van slagen heeft dan proberen de aard van het beestje te veranderen.