Geen bal op tv | Vetgelukkig

COLUMN - Op de boot naar Newcastle stikt het van de dikke mensen. En met dikke mensen bedoel ik in dit geval: mensen waar ik voor mijn gevoel minstens twee keer in pas. Ik ben met mijn lengte van 1.76 meter en gewicht van om en nabij de 80 kilogram niet echt dun te noemen, dus kunt u nagaan! Meestal zijn ze met z’n tweeën, de dikke mensen op de boot. Man en vrouw. Soms zijn hun kinderen ook dik, maar lang niet altijd.

Op de terugtocht heb ik het er met mijn vrouw over. Het grote percentage dikke mensen was haar ook opgevallen. Ik opper de theorie dat ze hier in zulke grote getalen op de boot aanwezig zijn, omdat ze niet in vliegtuigstoeltjes passen. Mijn vrouw vindt niet dat ik dit kan zeggen. Zelfs niet tegen haar. 

Ik bedoelde het, voor zover ik dat kan beoordelen, helemaal niet beledigend. In de trein vanuit Edinburgh naar Newcastle eerder die dag zag ik een dikke vrouw zichzelf in een treinstoeltje persen en dat zag er niet echt comfortabel uit. Toen ik langsliep zag ik meteen: die vrouw past eigenlijk helemaal niet in dat stoeltje. Ze was in een geanimeerd gesprek met haar overbuurman, ze leek op het eerste gezegd niet te lijden onder haar toestand, toch kan ik me voorstellen dat je dit soort taferelen wilt vermijden als je dik bent. En dan is zo’n boot een prettig alternatief. Zeker als er zoveel lotgenoten hetzelfde idee blijken te hebben. Bovendien hebben ze op zo’n boot een lopend buffet waar je zoveel kan eten als je wilt binnen anderhalf uur.

Over dat lopend buffet gesproken: hoewel ik m’n best doe om dikke mensen zo neutraal mogelijk te bekijken, lukt het me nooit om de gedachte te onderdrukken dat ze het ernaar hebben gemaakt wanneer ik dikke mensen zie eten. Bij elk worstje, elk kloddertje mayonaise, elk bakje ijs dat door een dikke mens wordt opgeschept tijdens zo’n lopend buffet, denk ik bij mezelf: tja, je maakt het er zelf wel een beetje naar hè.

Bij de vrouw in de trein viel me ook direct op dat ze een tupperwarebakje vol met brownies voor zich had. Ze deelde de brownies uit aan haar reisgenoten. Die weigerden beleefd, dus at ze de brownies zelf maar op. Nam ik aan. Ik bedacht me dat mensen heel vaak iets weigeren als dikke mensen iets uitdelen. Waarschijnlijk zijn ze terughoudend eten aan te nemen van dikke mensen, omdat ze bang zijn dat het besmettelijk is. Of ze wrijven het er nog even extra in zo.

In het programma Brard & Jekel: VetGelukkig onderzoeken presentatrice Patty Brard en wetenschapsjournalist Diederik Jekel hoe het zit met fatshaming. Ze zijn zelf hun hele leven al in strijd met hun gewicht en vooral met de manier waarop de buitenwereld daarnaar kijkt. Discriminatie op grond van lichaamsgewicht is aan de orde van de dag. Na een wetenschappelijke test blijkt Patty Brard zelf trouwens ook sterk negatief te staan ten opzichte van dikke mensen. Ik moet eerlijk zeggen dat de onderzoeksmethode die gebruikt wordt moeilijk te doorgronden is. Maar toch: het zet me wel weer aan het denken. Benader ik mijn dikke medemens neutraal genoeg of ontkom zelfs ik, de vriendelijkheid zelve, niet aan bepaalde vooroordelen? Ik vrees het ergste. Het is ook wel lekker natuurlijk, dikke mensen veroordelen. Het geeft instant bevrediging. Tegelijkertijd voel je je direct schuldig. Toch maar eens op dieet gaan. Vanaf nu no more fatshaming.

  1. 3

    “Ik ben met mijn lengte van 1.76 meter en gewicht van om en nabij de 80 kilogram niet echt dun te noemen”
    Eens even proberen… 80kg bij 1.76 meter, dat noem ik dun. Hé het kan toch!

  2. 5

    @3

    Dank je wel! Dan ben ik gelijk van mijn minderwaardigheidscomplex af omdat ik te dik ben! Ik blijk al die tijd dun te zijn geweest. Jij hebt het geschreven, dus is het waar.

    @4

    Ik steun dunne mensen door dik en dun! Zeker nu ik achteraf zelf dun blijk te zijn.

  3. 6

    @5: Ik heb alleen geschreven dat Max (niet jij!) dun te noemen is. Hetgeen overigens niets zegt over of hij daadwerkelijk dun is.

    /kruistocht tegen de “te noemen” hype

  4. 8

    @7: Je moet je zeker zorgen maken als je #6 niet begrijpt, maar die zorgen zouden niet over je gewicht moeten gaan. Verder ben je dun te noemen en dik te noemen. Je bent ook rijk te noemen en arm te noemen. Je bent zelfs Lutine te noemen (en trouwens ook Bismarck).

  5. 9

    @8

    Ergo, ik ben slim te noemen en ik ben dom te noemen. Beiden worden genoemd betreffende mijzelf. Dus ik doe niet mee met die kruistocht. Ik luister naar mensen die mij noemen wat mij op dat moment toevallig aan staat! Zo ontwijk ik behendig ieder minderwaardigheidscomplex.

  6. 10

    Mensen, ik zal het uitleggen.

    Als niet-native speaker* heeft Bismarck moeite met de nuances van de Nederlandse taal, daardoor ontgaat hem het aanzienlijke verschil tussen botweg zeggen “X is Y” en zeggen “X is Y te noemen”. Zijn Nederlands als tweede taal is gewoonweg een te grof instrument om het verschil te voelen. Vervolgens heeft hij zichzelf wijsgemaakt dat mensen die het Nederlands wél machtig zijn, en zich daardoor dus af en toe genoodzaakt zien “X is Y te noemen” te schrijven, in plaats van “X is [domweg] Y”, zich dus regelmatig bezondigen aan één of andere schandelijke taalfout die alleen hij ziet en ’de “te noemen” hype' heeft gedoopt.

    Uiteraard ziet Bismarck de kwestie zelf vanuit het omgekeerde perspectief, qua wat correct is en niet, maar ik geloof en hoop* dat ik zijn standpunt inhoudelijk gezien in elk geval eerlijk en nauwkeurig heb weergegeven. Zo niet, dan laat ik me graag corrigeren.

    ___
    * volgens hemzelf, hij beschouwt het kinderlijke gebrabbel van Limburgers namelijk als zelfstandige taal …

    ** en liefde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren