Geen bal op tv | Een man en zijn verzameling

COLUMN - De man verzamelde pennen. Hij had er al meer dan honderdduizend. Zijn vader was ermee begonnen. En hij was ermee door gegaan. Valerio gaf hem vier pennen, die hij allemaal nog niet had. De belangrijkste pen was een pen in de vorm van een bloem met roze blaadjes. Ik herkende de pen. Dit was dezelfde pen waarmee Remco Campert de standen en uitslagen van de Scrabble-wedstrijdjes noteert die hij met zijn geliefde speelt.

Ik schatte de man iets jonger dan Remco Campert. ‘U woont eigenlijk in een etuit’, zei Valerio. ‘Ja, zo zou je het kunnen zeggen’, zei de man. Waar je ook keek, hingen pennen. Aan de muur en aan het plafond. In elke kamer en elke gang. Overal pennen. En al die pennen kregen ook nog een plekje in de digitale database. Op een oud computertje beschreef en nummerde de man elke pen. Alle meer dan honderdduizend.

‘Elke pen heeft een verhaal’, zei hij glunderend toen Valerio hem vroeg wat er zo bijzonder was aan zijn verzameling. Hij liet een veer zien met een pennenpunt. Gemaakt door een zesjarig meisje. ‘Dat is toch ongelooflijk!’, zie hij, met een twinkeling in zijn ogen. Het hield hem vitaal, deze verzameling.

Toen ik een jaar of tien was, begon ik aanstekers te verzamelen. De stiefvader van een vriendje van mij deed dat ook. Die had er een paar duizend. Ik had honderdveertien aanstekers op het hoogtepunt van mijn verzameling. Zo nu en dan deed ik mij best om ze mooi neer te zetten in mij Lundia-kast. Er zaten alleen behoorlijk wat lelijke aanstekers bij. Dus echt tevreden over het resultaat, was ik nooit. Het werd wel handig toen ik ging roken.

De man van de pennen vertelde hoe hij soms een bakje pennen krijgt en precies weet welke hij wel en niet heeft. Dat kwam, zei hij, omdat hij er elke dag mee bezig is. Ik vroeg me af hoe groot het gedeelte in zijn hersens was dat voor pennen was ingeruimd. En zouden er momenten op de dag zijn dat hij niet aan pennen denkt? Ik vermoed van niet.

Straks is de man dood. Met hem zal het nut van de verzameling sterven. Tenzij iemand zich over de verzameling ontfermt en het een mooie plek geeft. Om aan te tonen waartoe wij in staat zijn en dat het menselijk kunnen voor niets staat.

Ooit waren wij jager-verzamelaars. Ergens in dit verhaal van deze man en zijn verzameling ligt een diepe waarheid verborgen. Over waar wij vandaan komen en waar wij naartoe gaan. Het is alsof je het wel ziet, maar er net niet bij kan. Het ligt te ver weg en de toegang is te nauw. Hoe je ook reikt, je kan het niet pakken.

  1. 1

    Bij sommigen werkt dat met pennen of aanstekers. Anderen zijn meer te porren voor papiertjes met cijfertjes erop. Maar het blijft inderdaad jager-verzamelaar- c.q. hamstergedrag—een diepgewortelde motivatie om in leven te blijven.

    Nog zo’n fenomeen is op het obsessieve af auto’s oppoetsen met was tot ze glimmen in de zon. Het zal wel te maken hebben met de instinctieve neiging om de pels gezond en schoon te houden o.i.d.

  2. 2

    Zo begrijp ik trein- en vliegtuigspotters niet. Al hebben die laatsten wel nut bewezen bij het in kaart brengen van de renditionvluchten van de CIA.

    Balpennen moeten bij mij soepel en zonder stotteren schrijven en zo niet, dan breek ik ze om te voorkomen dat ik nog eens in de fout van het gebruik ervan verval en dan gooi ik ze rigoureus weg. Die selectie gaat snel en streng en wie vervolgens een claim wil leggen op mijn pen van dienst, het uitverkoren gereedschap, wekt -zonder het misschien te beseffen- irritatie. Terwijl ikzelf ook niet vrij ben van enig verzamelen: Mijn collectie pennevruchten zal ik nooit helemaal uitgelezen krijgen, maar wegdoen?