Geen bal op tv | Buying the band

We zijn allemaal kleine ploeteraars. We doen ons best een leven te leiden dat een beetje zin lijkt te hebben. Dat doen we op de manier waar we vertrouwd mee zijn. Of beter gezegd: dat doen we op de enige manier die we kennen. Of we nu Halbe Zijlstra, Koos van Dijk of Jan ’t Hoen heten.

De manier die Jan ’t Hoen kent is die van de succesvolle zakenman. Hij denkt groot. Cafés worden ketens, vastgoedbedrijven imperiums. Dus als besluit om The Wild Romance van Herman Brood weer bij elkaar te brengen, zodat hij daar de drummer van kan zijn, dan doet hij dat als de zakenman die hij is. Hij weet wel dat muzikanten wat grilliger zijn dan aannemers, maar als puntje bij paaltje komt, zitten ze hetzelfde in elkaar en zullen ze naar hem te luisteren. 

Romanza Brava heet zijn band. Jan organiseert alles vanuit zijn kantoor in Amsterdam. Zijn secretaresse kopieert de setlist. Hij heeft strakke doelstellingen voor de komende twintig jaar. Ze moeten een band met bestaansrecht worden. Dat er mensen naar hun optredens komen, dat ze gevraagd worden en dat ze zelf muziek maken. Hij zal weleens laten zien hoe je dat doet: succes krijgen. Op een doordeweekse middagje vliegt hij naar Geneve om een deal met Nina Hagen te sluiten. Voor honderdduizend euro doet ze mee. Europese tournee inclusief verschijningen voor promotionele doeleinden. Was binnen half uurtje beklonken.

Naast geld en een langetermijnvisie heeft Jan: Koos van Dijk, de vroegere manager van Herman Brood. Het grootste talent van Koos van Dijk is mensen naar de mond praten. Vandaar dat hij toen tegen die jongens van Rambam zei dat ze een echte Brood in handen hadden. Koos zegt wat de mensen willen horen. Jan heeft hem op pad gestuurd om een gewezen gitarist een verslavingskliniek aan te bieden. De gewezen gitarist is boos. ‘What the flying fuck!’, spuugt hij Koos in zijn gezicht. ‘Als ik alcohol wil drinken drink ik alcohol. Ik heb het onder controle. Klaar uit’
‘Kijk, dat wilde ik even horen’, zegt Koos van Dijk. Maar de gewezen gitarist blijft kwaad. Wat denkt dat kantoorpikkie wel niet. Koos zegt dat Jan het niet slecht bedoelt. ‘Hij wil alleen maar dat je op het niveau speelt waar je thuishoort, vandaar dat hij denkt dat je misschien even op vakantie moet…’
‘What the fuck!’, roept de gewezen gitarist met overslaande stem. Hij komt net de studio uit. Heeft nummers gemaakt waar je zo’n lul van krijgt. Geen haar op z’n hoofd die eraan denkt om te doen wat die kantoorklerk vraagt. Met z’n 45 auto’s.
‘Maar wil je weer terug bij de Romanza Brava?’
De gewezen gitarist denkt een halve seconde na. ‘Als ze me willen!’

Hoe opportunistisch al die kleine ploeteraars ook zijn, ze laten zich niet zo makkelijk in een succesformule dwingen. Nina Hagen komt nooit opdagen. Heeft dan weer vliegangst, dan weer clusterkopfschmerzen. Jan ondertussen verandert om de haverklap van idee. Hij gooit bandleden eruit omdat ze zich niet laten disciplineren. Haalt ze dan weer terug omdat ze meer talent hebben dan hun vervanger. Jan ontslaat je niet, hij verandert van koers en in de nieuwe koers blijkt er dan geen plaats meer voor je. Een reorganisatie dus. De scène in Buying the Band waarin Jan op deze manier zijn jeugdvriend aan de kant zet als leadzanger, behoort tot de pijnlijkste uit de geschiedenis van de rockdocumentaires.

Jan denkt: ik heb de beste band ooit weer herenigd. Ik heb geld. Ik weet precies wat ik wil. Meer heb je niet nodig om de wereld te veroveren. Maar de paradox is: doordat ze zich over geld geen zorgen hoeven te maken, zitten ze er alleen maar in voor het geld. Want die oude rockers weten dat je wel degelijk nog iets meer nodig hebt om de wereld te veroveren.

Ik dacht aan de documentaire over The Analogues die ik een paar maanden geleden zag. Ook over een band die bij elkaar is gebracht door een rijke drummer om een droom uit te laten komen: de laatste vijf albums van The Beatles integraal naar het podium brengen. Ook hij wilde graag zelf drummen. Ook hij had een bak geld. Maar de leiding van de band laat hij over aan een andere kleine ploeteraar. Eentje met een grote liefde voor The Beatles. En die grote liefde, die vond z’n bestemming. Met volle zalen tot gevolg.