Geen bal op tv | Bill Cosby

COLUMN - Voordat hij een reputatie opbouwde als verkrachter van gedrogeerde meisjes, genoot Bill Cosby de nodige bekendheid als zwarte komiek. Vandaar dat ze bij Pauw Roué Verveer hadden uitgenodigd om over Bill Cosby te praten. Roué Verveer is immers ook zwart en komiek. Leer mij de redactie van Pauw kennen.

Toevallig bleek Roué Verveer ook nog eens een groot fan van Bill Cosby! Hij was ooit naar een stand-up show van Bill Cosby geweest. Twee uur lang zat Cosby op een kruk en praatte hij door een microfoon. Nadat hij dat had gezien, vroeg Roué Verveer zich af of hij er niet mee moest stoppen. Beter dan dit werd het niet.

Verveer vond Cosby’s grappen nog steeds goed, ondanks zijn misdaden. Wat Bill Cosby ook op zijn kerfstok had: een goede grap blijft een goede grap. Tegenover Verveer zat Danny van Danny in de Buitenwijken. Danny vond dat de grappen van Cosby besmet waren. Hij vergeleek het met de muziek van R. Kelly. Daar kan hij ook niet meer naar luisteren. 

Volgens mij ben ik het met beiden eens. Een goede grap is een goede grap, maar uit de mond van Bill Cosby klinkt een grap tegenwoordig toch anders. Zeker als je hem erbij ziet. Ik ken Bill Cosby niet als stand-up comedian. Ik ken ‘m vooral als de voorbeeldige Dr. Huxtable en als olijke gesprekspartner van kinderen in Kids Say The Darndest Things. Beide programma’s lijken mij onkijkbaar geworden. De creep schijnt door de clown heen. Met de kennis van nu worden ze ronduit angstaanjagend.

Gisteren probeerde ik voorbeelden te bedenken van andere kunstenaars waar ik niet meer naar kan kijken of luisteren omdat hun persoonlijk leven een heel nader licht op hun kunst heeft geworpen. Ik kan niks bedenken. In de jaren ’90 las ik de boeken van Louis Ferdinand Céline. Dat Céline zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ontpopte als een kwaadaardige racist en antisemiet die van mening was dat de jodenvervolging niet snel genoeg ging, vond ik moeilijk te verkroppen, maar het belette mij niet om Dood op Krediet en Reis naar het Einde van de Nacht weergaloze boeken te vinden. Misschien maakte de foute kant van Céline zijn boeken wel extra interessant. Ik was begin twintig, literatuur moest gevaarlijk zijn. En wat was er gevaarlijker dan de boeken van een duivelskunstenaar met nazisympathieën? Inmiddels hoeven boeken wat mij betreft niet meer alleen maar uit woede te zijn geschreven, maar ik vermoed dat ik die eerste twee boeken van Céline nog steeds fantastisch vind, mocht ik ze herlezen.

Over een Louis gesproken: de shows en tv-serie van Louis CK vind ik nog steeds grappig en soms aandoenlijk, ook al heeft hij staan masturberen voor vrouwelijke collega-komieken die naar hem opkeken en heeft hij die collega’s vervolgens zwart laten maken zodat ze nergens meer aan de bak konden komen. En verder vind ik ‘Le Vent Nous Portera’ nog steeds een geweldig nummer, ook al heeft zanger Bertrand Cantat zijn vriendin doodgeslagen. Dat hij na zijn gevangenisstraf een plaat heeft opgenomen die hij Amor Fati heeft genoemd, vind ik wel problematisch genoeg om er niet naar te willen luisteren. Maar als die plaat over twee eeuwen als een meesterwerk wordt gezien, is de moord waarschijnlijk een kleurrijke anekdote. Net zoals de moord die Caravaggio heeft gepleegd dat vandaag de dag is. Geeft zelfs wat extra cachet aan de intense schilderijen die hij maakte. Toen wilde ze Caravaggio zo snel mogelijk vergeten, nu zijn we blij dat het niet gelukt is. En verder vind ik Chinatown nog steeds een grandioze film, ook al heeft Roman Polanski misbruik gemaakt van een 14-jarig meisje.

En tot slot: stel nu dat Woody Allen zijn geadopteerde pleegdochter Dylan Farrow inderdaad heeft misbruikt (ikzelf vermoed van niet en denk dat Mia Farrow haar kinderen tegen Woody Allen heeft opgezet, maar wie ben ik?), dan nog zal ik onze lieve heer op mijn blote knietjes blijven danken voor het bestaan van Annie Hall, Husband and Wives, Zelig, zijn aandeel in New York Stories, het laatste deel van Everything You Always Wanted To Know About Seks (But Were Afraid To Ask) en het aforisme ‘comedy is tragedy plus time’.

Hoe Bill Cosby zich tot die stelling verhoudt, weet ik nog niet helemaal. Tragedy is time minus comedy, denk ik.

  1. 1

    Ergens ken ik dat wel: nadat Metallica Napster had aangeklaagd, heb ik heel stoer mijn volledige Metallica-cd en platen collectie in de afvalbak geflikkerd. Terwijl in wezen de muziek niet veranderd was, en gewoon goed was. Maar je luistert er dan toch anders naar.

  2. 2

    Het hele oeuvre van Gerrit Achterberg of Phil Spector de prullenbak in? Lijkt me een typisch voorbeeld van de hedendaagse obsessie met zedelijke correctheid.

  3. 3

    Ik kan nog steeds zonder enig probleem luisteren naar Blood Tsunami, Aborym en de albums van Emperor waarop Faust als drummer meespeelt, wetende dat hij een brute, homofobe moord heeft gepleegd waarvoor hij jarenlang in de bak heeft gezeten.
    Of luisteren naar de audioboeken ingesproken door berucht seriemoordenaar Ed Kemper.
    Geen probleem om de kunst te scheiden van de persoon die het gemaakt heeft.

  4. 6

    Hebben we niet ooit een Kunst op Zondag gehad waar dit thema ook een keer voorbij kwam?

    Er zou eenzelfde verhaal geschreven kunnen worden over metal; daar is best wel fijne, misschien zelfs geniale, muziek gemaakt door mensen die zich bezondigen aan allerlei ellende, van rondhangen in de extreemrechtse/neonazistische scene tot aan moord.