Gastlogger: Mensen met een scherpe pen

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers, dit kunnen stukjes zijn die we – uiteraard met toestemming – overnemen van andere weblogs, of via onze mail binnenkomen. Hieronder een column van PPG, die het via de mail inzond.

Arnon GrunbergWaar maken ze zich druk om? Drie wereldberoemde schrijvers Gerrit Komrij, Jan Blokker en Arnon Grunberg nemen in twee volle pagina’s in het NRC Handelsblad van gisteren de polemiek onder de loep.
De polemiek, een literaire ‘diss’ die het tokkie-niveau poogt te ontstijgen, wordt tot een kunstvorm verheven die in Nederland niet wordt gewaardeerd. Mensen met een scherpe pen bestaan sinds W.F. Hermans en zijn ‘Mandarijnen op zwavelzuur’ niet meer en daarom moeten we het doen met deze beschouwing waarvan alleen Grunberg de ironie lijkt te snappen.

Grunberg, die nog het meest lijkt op zijn zelfbedachte personage die vanwege een mislukte besnijdenis zijn scrotum alleen nog in een potje kan bekijken, lijkt ons simpele zielen voortdurend uit te lachen. Terecht waarschijnlijk, want alleen hij, de Spinvis van de Nederlandse literatuur, begrijpt de ware polemiek. Hij ís de polemiek. Hij is slechts schrijver als hij vrienden bezoekt. Kijk hem eens gaan! De enige die Wittgenstein zo uit de mouw weet te schudden kent zijn macht en zijn zwakheden. Daarom zou hij wanneer gevraagd om een hierarchie van schrijvers te maken zich zonder twijfel onderaan plaatsen. Alleen Joost Zwagerman zou dienen als opstapje, anders zou niemand immers opmerken dat de krullenbol zichzelf helemaal beneden had neergezet. Lachen man.

Tegelijkertijd is Grunberg het voorbeeld dat schrijvers leiden aan structurele zelfoverschatting die omgekeerd evenredig correleert met hun leeftijd. Hoe moeilijk kan het trouwens zijn? Net als voor het telefoonboek geldt dat wanneer een paar woorden op de goede volgorde gezet zijn een uitgever al gauw is gevonden. Toch kan ik het niet laten, ik nomineer Grunberg voor de nieuwe Hermans Award, wie volgt? Wie heeft de scherpste pen van Nederland?

  1. 5

    @1: Nee, nee. Dit is geen poging tot polemiek, maar bloedserieus. Jammer genoeg lijkt niet iedereen dat te snappen/geloven. Er zijn immers belangrijkere zaken dan een potje bekvechten vanuit de ivoren toren.

    Waar de (in Theo-taal) cultureel bovenonsgestelden zich allemaal niet druk om maken…

  2. 6

    Met name de manier waarop Grunberg in zijn stukje Jan Blokker (die onder hem stond) disste,vond ik hilarisch: “Jan Blokker doet mij denken aan iemand die een aanloop van vijftig meter neemt om over een drempel te springen.” Of iets van een soortgelijke strekking. Een beetje gemeen en ook niet terecht (ikzelf vind Jan Blokker nog altijd zeer lezenswaardig), maar geestig geformuleerd is het wel.

  3. 8

    Weblogger Lagonda kan bij tijd en wijle vlijmscherp uit de hoek komen. Jammer dat hij/zij zo vaak over de islam schrijft, maar ik vond het stukje over Spijkerman bij Wrongel en Stremsel (dit zijn Barend en van dorp) erg leuk.

    Lagonda pakt ook nog ergens Jeroen Krabbe en Rob Oudkerk aan, en ergens schreef hij/zij ooit dit juweeltje over Piet Grijs:

    “En dan zo’n Brandt Corstius, sjongejonge. Een schaap in schaapskleren. Onbegrijpelijk dat iemand daar überhaupt aanstoot aan neemt. Als taaljongleur is hij nog wel te hebben, maar als kritisch columnist slaat hij werkelijk alle planken mis. Ik heb nog nooit iemand met zoveel vuur zichzelf met zoveel foute observaties zien overschreeuwen. Hij stottert behoorlijk, en uit de wonderlijke grimas die hij trekt nadat hij weer een haperende zin heeft afgeleverd — een combinatie van een verontschuldigende clownsgrijns, en een vlammend aanvallende blik — kun je concluderen dat deze handicap hem zijn leven lang parten heeft gespeeld. Hij kan alles met taal, behalve het uitspreken. Zou hij daarom zo obsessief fel tekeer gaan met het geschreven woord? Omdat hij verbaal impotent is? Het verklaart tevens al zijn pseudoniemen, zijn diepe verlangen een andere naam te hebben; H-h-hugo Be-Be-Be-Brandt C-c-c-c-corstius is namelijk echt een klotenaam voor een stotteraar. Dat zal hem op de lagere school zwaar gevallen zijn.”