Gastlogger: De handel in aandacht

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers, deze maal voor Reinder Rustema, docent Media aan de Universiteit van Amsterdam en oprichter van petities.nl. Reinder meent dat, in ons economische systeem, ‘de handel in aandacht’ beperkt(er) zou moeten worden.

Vrijheid, gelijkheid en solidariteit in onze samenleving worden steeds ernstiger gehinderd door een laat twintigste-eeuws fenomeen dat nog niet bestond toen die woorden voor het eerst werden gehoord. Door de overheersende aanwezigheid van marketing in ons leven staan genoemde idealen in de schaduw van de consumptiedrang van consumenten. Marketing wordt in het algemeen ervaren als een noodzakelijk kwaad, een eigenschap van het kapitalisme. Kritiek op marketing wordt al snel een ouderwetse kritiek op het kapitalisme en als ?communisme? weggezet.

Maar zou het kapitalistisch systeem niet even goed functioneren als de marketeers een bescheidener marge krijgen toebedeeld om hun werk te doen? Bijvoorbeeld door de praktijk van ?het verhandelen van aandacht? te beperken. Of burgers zelf dergelijke handel gaan negeren of dat zij wordt belast dan wel gecriminaliseerd door de wetgever, laat ik vooralsnog in het midden. Het gaat erom dat reclame, de handel in aandacht, uit ons leven verdwijnt.

Zijn marketingtechnieken belangrijker dan het idee?
Het wordt nu volstrekt normaal gevonden dat met televisie-uitzendingen of nieuwsberichten aandacht wordt ?ingekocht? bij kijkers en lezers, die weer wordt doorverkocht aan adverteerders die moeite hebben om op eigen kracht aandacht te krijgen. De marktpartijen met de diepste zakken kunnen zich van aandacht verzekeren en zij die geen aandacht kunnen kopen rommelen wat in de marge. Zij leggen het uiteindelijk af tegen de beursgenoteerde ondernemingen die wel toegang hebben tot het kapitaal om aandacht te kopen. Ook al is het product of idee nog zo goed, er is een ongelijkheid die de zogenaamd rationele onzichtbare hand die de markt stuurt niet kan overstijgen.

Vooral de ideeën en producten die goed zijn voor onze planeet trekken nu aan het kortste eind. Denk bijvoorbeeld aan lokaal geproduceerde en milieuvriendelijke producten en diensten. Wereldwijd vermarkte producten krijgen eerder uw aandacht dan iets uit uw eigen postcodegebied. De geraffineerde marketingtechnieken en investeringen om aandacht te kopen werken vooral goed op grote schaal. Het leidende principe dient echter te zijn dat aandacht verdiend moet worden doordat burgers elkaar vertellen over goede producten, diensten, ideeën en mensen. Een volksvertegenwoordiger kan dan bijvoorbeeld geen achterban ?kopen? met uitgekiende marketingtechnieken, maar moet mensen overtuigen om anderen over hem of haar te vertellen. Dit vereist een veel actievere rol van de burger omdat er in een samenleving zonder handel in aandacht niets op je afkomt. Je moet om je heen vragen of de diensten van een intermediair, zoals een journalist of winkelier, inhuren. Dergelijk sociaal gedrag bevordert de solidariteit die mensen onderling zullen voelen omdat men ongemedieerd met elkaar praat.

Invloed in de huidige maatschappij
Het probleem van de handel in aandacht is de afgelopen decennia vooral accuut geworden door de relatief stormachtige technologische ontwikkelingen die de distributie van informatie makkelijker en goedkoper hebben gemaakt. Meer televisiekanalen vechten met elkaar om de aandacht van de televisiekijker door zich meer te richten op die paar basisemoties die mensen met elkaar delen: angst voor geweld, interesse in de eigen voortplanting en wat daar zoal mee te maken heeft. De onderwerpen die veel voorkennis vereisen en die per definitie niet universeel zijn sneuvelen als eerste. Denk aan culturele en politieke onderwerpen die debat en voorkennis vereisen.

Terwijl de concurrentie om aandacht tot in het oneindige kan doorgaan, is de aandacht die ieder individu kan geven gelimiteerd. Er zijn immers maar een beperkt aantal uren per dag, waarvan het merendeel al gereserveerd is voor fysieke behoeften. Dit gegeven is een geruststellende gedachte voor die marktpartijen die een recept hebben uitgevonden om de aandacht te trekken van grote groepen mensen. Zie in dit verband de indrukwekkende marktwaarde van populaire televisieformats of dat beroemde Californische bedrijf dat een bijna volledig aanbod van handige en innovatieve internetdiensten ?gratis? aanbiedt. Deze bedrijven hebben de sleutel in handen om toegang te krijgen tot die steeds lastiger te vangen consument.

De ongelijkheid in de maatschappij wordt versterkt door de marketeers. Zij die weinig tijd hebben voor reclame ontwikkelen vaardigheden en een netwerk om kritisch met informatie om te gaan. Denk aan de mensen met een goede opleiding en een intensieve baan. Zij hebben het geld om intermediairs in te huren om producten en diensten uit te zoeken. Ze lezen een kwaliteitskrant en ze weten doortastend te zoeken op internet. Aan de andere kant hebben we de burgers die niet deelnemen aan het arbeidsproces en doorgaans ook een kleiner sociaal netwerk hebben. Zij hebben veel tijd om aandacht te geven aan reclame, net zoals bijvoorbeeld de jeugd dat heeft. De televisie staat de hele dag aan als surrogaat-gezelschap en we klikken gretig op banners die allerlei begeerlijks beloven. Dat ze weinig geld hebben om uit te geven is geen probleem voor de marketeer, want zogenaamd goedkope kredieten zijn ook heel goed te marketen. Een consument met weinig tijd en veel geld is heel kritisch met het geven van aandacht aan bronnen die zich opdringen. De marketeers laten dergelijke consumenten ook met betrekkelijke rust omdat de jeugd als doelgroep, die veel tijd en een groter besteedbaar inkomen heeft, interessanter is. Niet alleen hebben ze minder vaste lasten en zijn ze makkelijk te verleiden om producten met suiker of alcohol te kopen, ze zijn ook nog niet zo merkentrouw als hun ouders. De jeugd met obesitas en doordrinkfeesten verrassen ouders die door hun kritische vermogen zijn buitengesloten uit de volledig vermarkte mediacultuur van de jeugd, die niet lijkt op hun eigen jeugd met televisie op woensdagmiddag en een fietstochtje naar de openbare bibliotheek. Ze hebben toch het goede voorbeeld gegeven?

Kapitalisme zonder reclame?
Hoe ziet een kapitalistisch systeem zonder reclame eruit? Eerst moeten we duidelijk inzien dat het grootse probleem zit in het inschakelen van derden die de inkoop van aandacht verzorgen. De detaillist die zijn of haar naam aan de gevel bevestigt doet dat niet, dat is louter ?indexiale reclame?. Het probleem ontstaat pas wanneer een ondernemer een andere partij, die met eigen investeringen aandacht heeft weten te winnen van het publiek, betaalt om die aandacht te krijgen. Zodra er geld van de ene partij aan de andere partij wordt overgedragen begint het corrumperende effect. Dit is typisch een soort transactie die de wetgever terug kan vinden in de boekhouding van het Nederlandse bedrijfsleven.

Het hoeft niet te betekenen dat onze vrijheid wordt aangetast. Iedereen is nog steeds even vrij als altijd om zijn of haar mening te verkondigen. Het zal zelfs beter gaan omdat men niet hoeft te concurreren met de laatste trivia uit de populaire cultuur. De commerciële televisie en gratis kranten zullen wel andere inkomstenbronnen moeten vinden. Bijvoorbeeld door donateurs te werven of lidmaatschappen te verkopen, nadat die uitzendingen of teksten onmisbaar zijn gemaakt voor kritische consumenten.

Het is moeilijk om deze kritiek door te laten breken naar een democratisch relevante meerderheid, omdat reclame onvermijdelijk en vanzelfsprekend lijkt te zijn omdat de media nu eenmaal op deze manier worden gefinancieerd. Zodoende zal de kijker of lezer er ook geen vragen bij stellen. ?Als het u niet bevalt, dan kijkt u toch niet?? is het impliciete antwoord van de handelaren in aandacht op kritici. Dat is dan ook precies wat sommige kritische kijkers en lezers doen, maar dat is geen oplossing voor het maatschappelijke probleem. Het probleem is dat in reactie daarop het commerciële mediaproduct zich nog meer richt op de grootste gemene deler in plaats van zich aan te passen aan de behoeften van de kritische kijker of lezer.

Verdere opsplitsing van het publiek in doelgroepen is door de moderne technologie op grote schaal mogelijk, maar binnen al die niches circuleert weinig geld. Een blogger over een specialistisch onderwerp moet er wel een baan naast houden, terwijl via Paris Hilton de op sensatie beluste aandacht van de massa?s kan worden verhandeld. De prostituee met wie acteur Hugh Grant in 1995 werd betrapt is miljonair geworden, omdat iedereen haar verhaal wilde horen. De publicaties voor kleine doelgroepen, zoals de publicatie die u nu leest, blijven ondertussen armlastig.

Zodra consumenten moeten betalen voor informatie, worden zij kritischer en benutten zij meer de ervaringen van anderen om te achterhalen of iets dat geld waard is. Het werk van journalisten is dan weer geld waard en consumenten zijn meer op elkaar aangewezen om te kunnen oordelen over producten. Het is dan niet meer mogelijk om via geraffineerde campagnes mensen grootschalig en verhoudingsgewijs goedkoop aan te zetten om bepaald gedrag te vertonen. De consument wordt zo een kritischer en rationelere consument en de aandacht gaat meer uit naar die onderwerpen die het verdienen, ongeacht of zij in het belang zijn van het collectief of het individu.

Reinder heeft een petitie gestart tegen de ‘aandachtseconomie’, voor meer informatie klik hier.

  1. 1

    Ik vind het een interessant stuk. Ik moet er nog even over doormalen wat ik er precies van vind, maar wat ik in ieder geval al waardevol vind is het besef dat kapitalisme en reclame/marketing potentieel los van elkaar gezien kunnen worden.

  2. 2

    Het is opvallend dat een docent media aan de UvA ons meedeelt dat de verworven vrijheden evenals gelijkheid en solidariteit gehinderd worden in de Nederlandse samenleving. Rustema beschouwd het zlefs als maatschappelijk probleem ,maar ik denk dat Nederland anno 2007 toch wel andere grotere sociaal/economische problemen kent. Het betoog is een halfslachtige poging om de reclame meer aan banden te leggen in het Nederlandse straatbeeld. Een nogal halfstarrige houding die een soort ideaalbeeld kweekt toen deze reclames er nog niet waren.

    Dat er marktpartijen zijn die in de marge rommelen zal best zo zijn. Niet elke marktpartij is uit op overheersing. Zeker kleinere ondernemers moeten het hebben van mond-op-mond reclame en kwaliteit c.q service boven een gevestigde naam.

    Het meest opvallende nog is dat in de alinea waarin wordt uitgelegd hoe de reclame inelkaar steekt het de woorden ‘corrumperende effect’ de kop opsteekt. Een gemene insinuatie die ik in het geheel niet deel. Ik denk eerder dat het voor verschillende partijen enkel te prijzen is dat er reclame ergens voor gemaakt zal worden.

    De gevolgen zijn ook niet mis voor de burger: gratis kranten zullen het loodje leggen en mijnsinziens zal het televisielandschap redelijk op de schop gaan als de reclame aan banden gelegd wordt. Donateur of lidmaatschap zijn de toverwoorden dit alles uit naam van het kritisch denken.

    Mensen blijven verantwoordelijk voor hun eigen doen en laten of dat nou gebeurt aan hand van fancy reclames of niet.

  3. 3

    @1 Ik heb het van de week al eens eerder genoemd, maar dan moet je ‘the shock doctrine’ van Naomi Klein eens lezen.

    Zij breekt ook een lans voor de zogenaamde “Keynesiaanse”, gemengd kapitalisme, maar probeert ook aan te tonen dat er een veel agressievere, ultra-liberale vorm van kapitalisme bestaat.

    Gaat niet echt op voor Nederland, al worden hier ook steeds vaker instituties geprivatiseerd en rukt het “corporatism” op. Het is een beetje een eenzijdig boek, maar echt een aanrader en ook wel interessant als dit soort analyses je aanstaan. Erg actueel ook vanwege Blackwater en zo.

  4. 5

    Als ik op een deel van het stuk mag reageren zonder het al helemaal doorgeploegd te hebben (onbeleefd, ik weet het):

    “Dergelijk sociaal gedrag bevordert de solidariteit die mensen onderling zullen voelen omdat men ongemedieerd met elkaar praat.”

    Dus als er geen reclame meer is wordt men socialer? Als ik op zoek ben naar een product of dienst is reclame echt niet mijn enige informatiebron. Ik vraag sowieso bij mensen om mij heen die mogelijk verstand hebben van het product en zoek naar onafhankelijke informatie op internet. Dat is geen “direct sociaal contact”, waar de auteur op lijkt te doelen. Ik ben benieuwd of de auteur deze stelling verder kan onderbouwen, want het klinkt mij onwaarschijnlijk in de oren. In mijn volgende pauze lees ik verder…

  5. 6

    Kapitalisme zonder reclame…. dat is geen probleem, dat is er altijd geweest. Kapitalisme is veel ouder dan de media. Marx en Engels hebben er zelfs een heel boek aan gewijd. In de 19e eeuw en daarvoor kende niemand radio, tv, internet enzovoorts. In de 18e eeuw was er geen telegraaf, ging alles per paard, koets of per (zeil) schip. En de opdeling van de samenleving in bevoorrechten en onbevoorrechten was er ook al eeuwen lang, sterker de meesten namen nergens kennis van en toch was het kapitalisme in volle omvang aanwezig. Ik denk dat er een verband wordt gelegd dat er niet is. De marskramer maakte op zijn manier al gebruik van marketing, de kerk en de keizer ook. Het heette alleen niet zo en het was geen vak.
    Wel is het zo dat niet alleen de leverancier van goed of dienst verdient aan het geleverde, maar nu ook de reclame jongens, de marketing girls , de media, de transporteurs, de winkeliers, de consumentenbond, de overheid en nog veel meer organisaties en personen. En dat wordt allemaal, zonder het te weten, betaald door de consument.
    Wie zegt dat betalen voor informatie beter is dan reclame? Echt niet. Kijk maar op de kijkwijzers en aanverwante sites, het is helemaal niet gezegd dat die het beste advies geven.
    Inmiddels is er internet, zijn er de bloggers, is er niet alleen maar de mond tot mond reclame, maar ook de vinger naar vinger reclame.
    De schrijver van het stuk heeft dus ongelijk, hoe ingewikkeld hij het ook heeft neergetikt.

  6. 7

    @6: Maar de schrijver past het kapitalisme toch toe in de huidige maatschappij? Dat er in vroegere tijden nog geen reclame -of in deze mate- was, bevestigd eerder zijn kritische geluid.

    Hoeveel wordt er wel niet besteed aan reclame-uitingen om als bedrijf haar (door reclamejongens bedachte) imago uit te dragen? En vinden we dit eigenlijk ‘nuttig besteed geld’?

    @2: is het van belang dat deze R. Rustema als baan/titel ‘docent media aan de UvA’ heeft?

    @5: ik kan je aanraden om ‘het grotere geheel’ te lezen.

  7. 10

    Drs B.

    Opvallend dat een docent Media vind dat er minder aan reclame gedaan moet worden. Kritiek zou ik eerder verwachtten uit de hoek van de anti-globalisten. Misschien dat z’n aparte manier van redeneren hiermee vandoen heeft.

    Verder schrijf je : En vinden we dit eigenlijk ‘nuttig besteed geld’?’

    Dat lijkt mij niet relevant. Als een bedrijf miljoenen danwel miljarden aan reclame wil uitgeven is dat hun goed recht.

  8. 11

    Interessant stuk en een boeiende gedachtegang.

    Twee nuances zijn op zijn plaats:

    * (gratis) Reclame is niet ál het kwaad. Er zijn meerdere andere factoren die ervoor zorgen dat we tegenwoordig steeds minder (de) tijd hebben om informatie te vergaren.

    * Als we het zouden omdraaien en we moeten betalen voor informatie, betekent dit een extra uitgavenpost. Zolang de totale kosten van deze reclame niet (in)direct terugvloeien naar de consument, zorgt dit voor nóg meer ongelijkheid.

  9. 12

    Aandacht is iets wat de ontvanger van de boodschap heeft, niet de zender. De zender van de boodschap zeurt om aandacht als een klein kind om een koekje. De ontvangende consumenten negeren dit meestal als hopelijk verantwoordelijke maar waarschijnlijker ongeïnteresseerde volwassenen.

    Op een receptie praat je alleen met de schone deerne die de moeite waard lijkt en als die zeurende lelijke wijven te opdringerig worden trekken jullie je even terug. Als je door een straat loopt houdt alle winkelreclame je niet tegen, slechts een heel enkele keer kijk je bewust ergens naar. Al het reclamedrukwerk gooi je in de papierbak zonder dat je je gedwongen voelt eerst alles door te lezen. De reclame op RTV wacht je uit met een interessegebrek dat zich uitstrekt tot het vervolg van het programma. Het toenemende gezeur, de toenemende mediadruk van adverteerders leidt niet tot meer aandacht van consumenten voor die reclame, wel tot meer ruis.

    Handel in aandacht bestaat niet
    Reclame is geen handel in aandacht, dat is leuk verzonnen maar onjuist. Het is vooral handel in mediaruimte, deels handel in mediagebruik maar geen handel in media-effectiviteit. Naar dat laatste wordt wel gestreefd, tarieven worden aangepast aan kijk- en luisterdichtheden. Maar niet aan bijvoorbeeld een beoogde omzetstijging of gemeten naamsbekendheid.

    Marktpartijen met diepe zakken kunnen veel mediaruimte kopen, maar zich niet verzekeren van de aandacht van de potentiële koper. Bedrijven zonder beurskapitaal leggen het ook niet tegen ze af. De bakker op de hoek adverteert niet en toch kopen we zijn brood. Dat komt omdat Promotie slechts een onderdeel vormt van de marketingmix. Onze bakker heeft hierin het voordeel van Plaats. Er zal ook geen concurrerende beursgenoteerde bakker problemen maken, hooguit beursgenoteerde supermarkten, maar die hebben weer een ander Product.

    De schrijver doet naïef alsof mond-tot-mond reclame een soort natuurlijke eerlijkheid zou hebben, alleen goede producten zou aanprijzen en niet gekocht zou kunnen worden. Gedrukte reclame komt uit chemische fabrieken op Mars en mondelinge reclame groeit aan bloeiende bomen in het Hof van Eden, zoiets. Houdt hij ons voor idioten? Het zou trouwens ondoenlijk zijn om elkaar over alle mogelijke producten te informeren, daar zijn het er inmiddels te veel voor.

    Hoogopgeleiden met een goed inkomen gaan helemaal niet kritischer om met hun uitgaven of met informatie. Ze zijn net zo makkelijk te misleiden. Misschien wel makkelijker omdat ze zich meer risico’s kunnen veroorloven. Dat de jeugd niet zo merkentrouw is klopt niet helemaal. Die trouw ziet er anders uit dan bij ouderen. Binnen de peergroups is iedereen merkenvast, maar als de (leiders van de) groepen switchen gaat iedereen mee; het is minder individueel bepaald.

    De alinea onder het kopje ‘Kapitalisme zonder reclame?’ is nodeloos versluierend. Met die ‘derden’ en ‘andere partij’ blijken de commerciële televisie en gratis kranten te worden bedoeld die in de daaropvolgende alinea worden genoemd. De schrijver blijkt dus commerciële televisie en gratis kranten ervan te beschuldigen dat ze ‘het corrumperend effect’ veroorzaken. Een zware beschuldiging die niet alleen nergens wordt bewezen maar waarvan de schrijver het niet eens nodig vindt te verklaren wat het is, wie of wat wordt waarmee en hoe eigenlijk gecorrumpeerd!?

    Aaargh! Hippies!
    Ik vermoed dat er een verband is tussen de ‘terug naar de natuur’-romantiek bij de mondelinge reclame en de corrumperende onnatuurlijke commerciële televisie- en krantenreclame. Zou de schrijver misschien zo’n vieze hippie zijn? Hij ziet er toch netjes uit op die foto … (suggestieve puntjes).

    Wat de schrijver in zijn kruistocht naar het onnatuurlijke over het hoofd ziet, is dat niet ooit natuurlijke en eerlijke commerciële televisie en kranten zijn gecontamineerd door de allescorrumperende reclame, maar dat deze zenders en bladen zijn ópgericht om advertentieruimte te bieden aan doelgroepen, wiens aandacht moet worden getrokken door inhoudelijk materiaal. Helemaal andersom dus!

    Televisie is voor mij al tien jaar een gezelschapsspel, grote evenementen zoals voetbal, rampen en festivals kijk ik met anderen. Films zie ik het liefst in de bioscoop, gemiste films of aanraders haal ik uit de dvdtheek en wat niet wordt gedraaid download ik. Een tv is verder onnodig en staat in de weg, dus heb ik niet meer. Nieuws haal ik van internet, van kranten krijg ik vieze vingers. Oftewel: “als het u niet bevalt, kijkt u toch niet”. Inderdaad, en dat is geen probleem. En al helemaal niet het ‘maatschappelijke probleem’ dat de schrijver ons probeert aan te praten. Want wat kan mij de contentverschraling van die media schelen als ik er toch al niet naar keek? Het zal hooguit anderen stimuleren ook om te zien naar andere media.

    Mouwaap
    De specialistische blogger die moet werken voor zijn geld, de schrijver die armlastig blijft omdat-ie voor GeenCommentaar schrijft ondanks dat hij voor de UvA werkt (- of nee, GeenCommentaar blijft armlastig, toch? Wat stond er nou? Oh ja, de publicatie blijft armlastig, geen idee wat dat betekent. -). Oh, the humanity! Het verhaal van de hoer van Hugh Grant kent natuurlijk vrijwel niemand, in tegenstelling tot wat de schrijver beweert. Maar genoeg mensen wilden het blijkbaar horen om er nog leuk aan te kunnen verdienen. En dat is precies de truuk! De schrijver/weblog/publicatie heeft er geen ruk aan gedaan om voldoende mensen voor zich te interesseren. Dat is niet de schuld van de geraffineerde beursgenoteerde chemische corrumperende mediaduwers van Mars, dat is zijn eigen luiheid. Zelfs die hoer heeft er voor gewerkt, waarom hij dan niet?

    Maar die laatste alinea weet mij dan wel weer te bekoren. Het lijkt mij ook een goed idee om via een geraffineerde campagne (reclames uit commerciële media weren en consumenten te laten betalen voor content) de consumenten grootschalig aan te zetten tot kritischer en rationeler aandacht geven aan geraffineerde campagnes die bedoeld zijn om hen grootschalig en goedkoop aan te zetten tot bepaald gedrag zoals hen aanzetten tot kritischer en rationeler aandacht geven aan geraffineerde campagnes die bedoeld zijn om hen grootschalig en goedkoop aan te zetten tot bepaald gedrag zoals hen aanzetten tot kritischer en rationeler aandacht geven aan geraffineerde campagnes die bedoeld zijn om hen grootscha[knip]

  10. 13

    Interessant stuk. Ik werk bij een regionale publieke omroep waar de journalistiek sluipenderwijs plaats maakt voor de marketing en journalisten steeds meer instrumenten worden om het product in de markt te zetten in plaats van de democratie te bewaken. Overigens gebeurt dat bij meer omroepen is mijn indruk. En daar zijn de meeste journalisten niet voor opgeleid. Dat wringt en schuurt aan alle kanten en ik zie steeds meer oudere collega’s afhaken. Wat over blijft is een generatie die over twintig jaar niet beter weet dan dat zij contentleveranciers zijn. En dan is de journalistiek dus uitgestorven.

  11. 14

    In het kader van ‘praktiseer wat je preekt’ heb ik ook een petitie tegen de aandachtseconomie gestart op aandachtseconomie.petities.nl (zie Website).

    Afgelopen dinsdag was Benjamin R. Barber in het land om zijn boek ‘De infantiele consument’ te promoten en hij vond mijn oplossing te radicaal. “It is not good to ban things, that is like censorship”, hij suggereerde mij om juist reclameruimte op te kopen en dan stilte en witte oppervlaktes te laten horen en zien om op die manier reclame te maken voor de afwezigheid van marketing. Maar daarmee draag je weer bij aan de schaarste van aandacht en draag je bij aan het probleem was mijn verweer. Juist omdat hij 413 pagina’s schrijft over het ‘totalirisme’ leek het mij zo goed om dergelijk ‘geweld’ door de staat te laten corrigeren. De staat heeft immers het monopolie op geweld omdat het democratisch gecontroleerd wordt. Je moet er niet op vertrouwen dat men individueel wel voor het juiste kiest, want in sommige gevallen kan dat niet, moet het verplicht worden. Denk ook aan het aanleggen van riolering, waterleiding, de leerplicht, inentingsprogramma’s en dergelijke. Daar kiest men niet individueel voor, maar gelukkig wordt het opgelegd.

  12. 15

    @2

    Het betoog is een halfslachtige poging om de reclame meer aan banden te leggen in het Nederlandse straatbeeld.

    Het gaat me niet alleen om de publieke ruimte, het gaat om de handel in aandacht. Onze aandacht is handelswaar geworden met allerlei onwenselijke gevolgen, zoals centralisering. Partijen met toegang tot kapitaal (beursgenoteerd bijvoorbeeld) kunnen aandacht kopen, daarmee de aandacht voor lokale ondernemers verdrukkend bijvoorbeeld. Het winkeltje om de hoek kan met de hoge huren nauwelijks de gemeentelijke lasten voor een haaks op de gevel geplaatste lichtbak opbrengen, terwijl een multinationaal telefoonbedrijf de billboards kan beplakken in combinatie met advertenties in gratis kranten en op de commerciële televisie. Dus loopt men dat winkeltje voorbij. Het herhalen van de merknaam kan die beginnende ondernemer immers niet veroorloven.

  13. 16

    @5

    Dus als er geen reclame meer is wordt men socialer? Als ik op zoek ben naar een product of dienst is reclame echt niet mijn enige informatiebron.

    en ook @11

    Als we het zouden omdraaien en we moeten betalen voor informatie, betekent dit een extra uitgavenpost. Zolang de totale kosten van deze reclame niet (in)direct terugvloeien naar de consument, zorgt dit voor nóg meer ongelijkheid.

    Het mooie is dat je nu genoeg gratis mogelijkheden hebt om informatie te vinden als je een internetverbinding hebt. Die reclame is juist niet meer nodig. Je ziet vooral bij de hoogopgeleiden dat ze heel vaardig zijn in het vinden van informatie. Maar net als de mensen die de hele dag televisie zitten te kijken zijn ze evengoed gevoelig voor de marketing van allerlei merken, dus daar is die ongelijkheid weer niet zo van toepassing. De marketing weet iedereen wel te vinden, ook al zijn sommigen kritischer. Mijn belangrijkste punt is vooral dat door die wedloop om aandacht het alleen maar schaarser wordt, de prijs omhoog gaat tot in het oneindige en dat heeft een ongelijkheid tot gevolg die de verhoudingen verstoren.

  14. 17

    @12

    Reclame is geen handel in aandacht, dat is leuk verzonnen maar onjuist.

    Commerciële televisie doet niets anders dan het verhandelen van ‘eyeballs’. Aandacht wordt ‘ingekocht’ bij de kijker met uitzendingen en wordt doorverkocht aan adverteerders omdat het technisch zo moeilijk was om de kijker te laten betalen voor de uitzending. In tegenstelling tot boeken bijvoorbeeld, die worden (vooralsnog) niet met advertentiepagina’s gefinancierd. Maar ook met nieuwe technologie blijft de financiering met aandacht makkelijker dan wanneer je geld over de toonbank moet schuiven, tenzij er geen met reclame gefinancierde ‘content’ meer te koop is. Dat krijg je alleen voor elkaar met ingrijpen door de staat, anders is er altijd wel een partij die de markt bederft met ‘gratis’ content en zo de rest eruit concurreert. Zoals de gratis kranten nu doen met de gedeeltelijk met reclame gefinancierde reclame. Hoewel de betaalde kranten niet helemaal zullen verdwijnen, er blijft altijd nog wel een dure kwaliteitskrant over die gefinancierd wordt de professionele lezers. Voor ‘need to know’ informatie wil men doorgaans wel betalen immers, maar voor ‘nice to know’ informatie (zoals in de gratis kranten) niet.

  15. 19

    Heb het even gelezen omdat ik er laatst ook over aan het nadenken was. Ik irriteer mezelf ook aan een overdosis reclame maar ik vind dat dit stuk echt geen deuk in een pak boter weet te slaan.

    In NL hebben we gereguleerde reclame. X aantal uur op TV, beperkte hoeveelheid in betaalde kranten, iets meer gratis kranten. Af en toe een gereguleerd bord; nu heb ik eigenlijk alleen maar problemen met dat laatste, de ViaComs van deze wereld. De TV/Radio kan ik uit zetten, internet kan ik selectief of met een ad-blocker bezoeken. Om een bord in de openbare ruimte kan ik echter niet heen. Maar zelfs dan, ik kan er gewoon geen aandacht aan schenken. Een beetje slime marketeer realiseert zich dat en zorgt er dan ook voor dat mensen niet overstelpt worden met reclame, opdat ze er genoeg van krijgen. Zolang er enigsinds orde is in de Reclamewereld regelt het zichzelf.

    Reclame is belangrijk economisch, maar eigenlijk is het nog veel belangrijker als vrijheid…! Met het in de marge drukken van Reclame zou er namelijk een her-politisatie van de massamedia plaatsvinden. En commerciele omroepen met leden, ik zie de nieuwe verzuiling al aankomen :-P… Nee bedankt, doe mij maar de huidige situatie waar iedereen die het er echt voor over heeft een stukje aandacht kan inkopen en het niet een overheid is die slechts haar zegje kan doen. Het is geen luxe probleem, het is vrijheid, en keuzes maken kan je altijd zelf nog.

  16. 20

    @Reinder#18: verwijzen naar een passage of alinea kan begrijpelijk door het begin en eind van een passage aan te geven, eventueel met een alineanummer erbij. Bijvoorbeeld [alinea 4: Marktpartijen met … ander Product].

  17. 21

    @Kalief: Als bekende met de ‘marketingmix’ nodig ik je uit om het bovenstaande (waar wel degelijk goede denkrichtingen staan) een twist te geven zodat het wel in samenspraak met de mix is. Dat kan hier, maar ook in een reactieblog/stuk.

    @salonsocialist: ik vermoed dat een docent media heel goed weet wat er speelt op het gebied van reclame en hieruit ook zijn conclusies heeft geformuleerd. Gecombineerd met de reactie van 13 (jan) waarin wordt betoogt dat ‘de moderne journalist’ meer een contentleveraar lijkt te worden, lijkt het erop dat de reclame in de huidige media écht aan het doorschieten is. Content vanwege de boodschap wordt hierdoor steeds minder, content om de betalende leverancier tevreden te stellen zal hierdoor alleen maar toenemen. (klopt dit jan?)

    Ik heb het gevoel dat het onderwerp van Reinder weldegelijk hout snijdt, maar nog wel verdere uitwerking behoeft.

  18. 22

    ’Het probleem is dat in reactie daarop het commerciële mediaproduct zich nog meer richt op de grootste gemene deler in plaats van zich aan te passen aan de behoeften van de kritische kijker of lezer.’

    Hoe afhankelijker de media wordt van adverteerders, hoe groter dit effect. Vind het daarom helemaal niet zo’n vreemd betoog van Reinder. Zoals jan aangeeft gebeurd dit al steeds meer bij de ‘nieuwe generatie journalisten’ en gezien ons wereldbeeld is dat niet zo’n vreemde ontwikkeling. Dat ik dit niet zou willen staat buiten kijf.

    Commerciële omroepen bestaan niet om ons informatie te verschaffen, er moet ook verdient worden. Deze vorm van ‘gratis’ lijkt langzaam steeds meer onze samenleving in te sluipen met alle gevolgen van dien…

  19. 23

    Interessant artikel. Word-of-mouth mag nooit onderschat worden, goede ideeën worden wel degelijk opgepikt door de ‘passieve’ consument. Wat Reinder echter bedoeld denk ik, is het feit dat we allemaal overladen worden met potentiele aandachtstrekkers, waarvan de kwaliteit uiteindelijk ver te zoeken is.

    Een voorbeeld is de gratis krant Metro, waar geen editie van wordt gedrukt als er geen bekendheid in staan. De paparazzi voert hoogtij, en legt helaas de focus op kwantiteit in plaats van kwaliteit.

    Gelukkig wordt er in Nederland geëxperimenteerd met formules waar gratis kranten wel degelijk kwalitatieve content kunnen leveren, maar het draait nog altijd om de ‘kritische consument’, die ervoor kiest om bepaalde content tot zich te nemen en de waardeloze aandachtsmarkt deels te negeren.

  20. 24

    @Drs.B#21: bedankt voor je uitnodiging om zelf mijn eigen tekst te komen verdraaien zodat anderen kunnen schrijven dat het niet meer klopt, maar nee bedankt. Het staat er nu prima.

    Maar aanmerkingen zie ik graag. Ook van Reinder overigens. Ook voor hem geldt: ik ga niet mijn tekst herschrijven.

  21. 26

    De staat zou het geweldsmonopolie moeten gebruiken om mij te bevrijden van het moeten geven van aandacht? Wat is dat voor een malligheid, er is maar één iemand die over mijn aandacht gaat, en dat ben ik.

    En de Staat zou het mensen onmogelijk moeten maken om hun geld op de door hen gewenste, legale manier te verdienen? De staat die nota bene dienaangaande een balk in het eigen oog heeft, van heb ik jou daar.

    Hoe je het ook wendt of keert, dit pleidooi is een pleidooi voor beperking van de vrijheid van meningsuiting, en van mijn vrijheid mijn aandacht desnoods tot reklamefolders te beperken. Beperking van de vrijheid van nieuwsgaring en hoe dat te financieren, is het trouwens ook.

    En ja, ik heb net na de val van de Muur in een reklameloos land gewoond, en inderdaad, er was behoorlijk wat verbroedering in de rij voor de winkel, maar niet heus. Te krijgen was er overigens ook al niets, want tegen de tijd dat je via vrienden gehoord had, dat ergens iets (toiletpapier, een kropje sla, dat soort dingen) te krijgen was, dan was het al weer op.

    Binnen een jaar was de markt open en was er volop sla ed te krijgen, Nederlandse sla wel te verstaan. En dat was niet omdat men dat niet zelf verbouwde in mijn tijdelijke land, maar omdat men het met mond tot mond reklame en een te grote rol voor de staat gewoon niet in de winkels krijgt. Voordeel was wel dat er geen media waren die over deze misstanden en het falen van de staat en het ontbreken van vrijheid publiceerden, dat dan weer wel.

  22. 27

    Ik had zijn artikel al eens gelezen in de nrc en daar vond ik hem krachtiger dan deze versie.

    Het is een interessante denkrichting, maar nog niet volledig uitgewerkt. Ook een consument valt niet in een ideaalmodel te vangen zodat van informatie tegen betaling een verhaal van vraag en aanbod worden.

  23. 28

    Enkele van zijn quotes:

    “Zonder marketingbudget ben je nergens, ook al heb je een uitstekend idee”

    “Het lukt praktisch niet meer om aandacht te krijgen, laat staan vast te houden, met louter een goed verhaal”

    Mwa, het is je nu gelukt om mijn aandacht te krijgen, maar ik ben nog niet helemaal overtuigd. Het was een goed verhaal, maar nog geen uitstekend idee.

  24. 29

    Als Reinder het in zijn betoog puur alleen maar over de media, en daarmee bedoel ik televisie (vooral de commerciele), de kranten & in mindere mate internet (geenstijl bijvoorbeeld), heeft kan ik het alleen maar eens zijn met zijn mening.

    Wellicht kan internet daarin een kentering brengen, wat denk jij Reinder?

  25. 30

    Er zijn reacties van lezers die vanuit zichzelf redeneren. “Als ik op zoek ben naar een product of dienst is reclame echt niet mijn enige informatiebron.” (5) en Rik “Om een bord in de openbare ruimte kan ik echter niet heen.” (19).

    Ja, er is een minderheid die de reclame weet te vermijden. Dat herken ik, want dat merkte ik bij mezelf en mensen in mijn omgeving voordat ik dit schreef. Maar de meeste mensen zijn niet actief reclame aan het vermijden. Je omgeving bepaalt je gedrag voor het grootste gedeelte en de meeste mensen zijn niet actief hun omgeving aan het herinrichten om reclame eruit te laten.

    Maar kijk ook naar de productie van informatie. Het is bijvoorbeeld moeilijk voor een onderzoeksjournalist om zich even een paar maanden te concentreren op een eigen artikel. Ondertussen moet de huur wel betaald worden. Als zo iemand een trouwe schare van betalende lezers heeft, dan kan hij of zij rekenen op een inkomen. Nu is het meer voor de hand liggend om als journalist wat persberichten tot een artikeltje te verwerken. Het liefst met nieuws dat past bij bestaande schema’s bij de lezer die makkelijk aangesproken kunnen worden, dan zijn er meer lezers wiens aandacht doorverkocht kan worden.

    Het is dus goed als je individueel reclame weet te vermijden met mentale of technische filters, maar tegelijk moet je ook geld betalen voor die organisaties of individuen die vakkundig goede kwaliteit informatie produceren, tenzij ze al met belastinggeld worden betaald. Maak bijvoorbeeld periodiek een paar euro over aan je favoriete blog en maak links naar de blogs waar je voor betaalt.

  26. 31

    Mijn betoog wordt vaak begrepen als iets dat de vrijheid van meningsuiting zou belemmeren. Integendeel. Iedereen is immers volkomen vrij om iets op het web te zetten, dat kost helemaal niets en je kan er in principe iedereen mee bereiken.

    Alle informatie-aanbieders zijn juist gelijker als ze allemaal de consumenten moeten overtuigen om te betalen voor informatie. Dat is een heel andere dynamiek dan mensen verleiden om niet weg te zappen als je ze gratis wat toegooit.

    Als werkstudent heb ik ooit voor opinie-onderzoek mensen thuis gebeld en ze zeiden letterlijk “ja, ik heb gisteren de hele avond zitten zappen, maar het was weer niks.” En dat doet men braaf elke avond weer. Af en toe zit er iets leuks tussen en dan weer eindeloos grazen op zoek naar iets leuks.

    Dat gedrag verdwijnt als iedereen moet betalen voor informatie, dan betaal je alleen voor datgene waarvan tevoren met zekerheid te voorspellen is dat het bevredigend is. Zo niet, dan ga je klagen bij de verkoper en/of je gaat iedereen in je omgeving afraden het te kopen.

    Er is dus ook geen censuur, maar films, uitzendingen en teksten moeten op een normale markt overleven ten opzichte van andere producten.

    Wat dat betreft, Rik@19 schrijft:

    En commerciele omroepen met leden, ik zie de nieuwe verzuiling al aankomen

    Dat is toch niet zoveel anders dan we al kennen uit de wereld van print? Denk aan tijdschriftabonnementen, maar dan ook voor televisie (en zonder de advertenties erin die de prijs drukken). Afrekenen zal dan wel via de kabelboer gaan, dat kan technisch heel snel geregeld worden.

  27. 32

    @26, Ernst schreef

    De staat zou het geweldsmonopolie moeten gebruiken om mij te bevrijden van het moeten geven van aandacht? Wat is dat voor een malligheid

    Begrijp me goed, ik pleit niet voor een centraal geleide planeconomie, in tegendeel. Ik pleit voor het herorganiseren van het kapitalisme door er een verstorend element uit te halen. Dat moet de staat doen, middels het monopolie op geweld. Zodra er ergens in een boekhouding is terug te vinden dat er betaald is voor aandacht, dan straft de staat. Maar dan moet die praktijk eerst gecriminaliseerd worden door nieuwe wetgeving.

    Eigenlijk zou ik het ook niet erg vinden als de publieke omroep zou verdwijnen in de huidige vorm, we hebben immers ook geen ‘publieke kranten’. De staat kan mogelijk wel wat subsidies geven om bepaalde maatschappelijk wenselijke producten gemaakt te krijgen, net zoals iedereen makers kan sponsoren, maar dat sponsoren mag niet het karakter krijgen van het ‘kopen van aandacht’ in de zin van ‘kijk mij eens als sponsor’. Dus niet om zelf aandacht te kopen, want dat is dan weer strafbaar.

    Een sponsor sponsort omdat die graag wil dat een bepaalde film, tekst of wat dan ook zal verschijnen, niet om zelf in de aandacht te komen.

    Een sponsor die ‘de hele oplage’ ergens van opkoopt om dan weg te geven is discutabel, want dat is een manier om ‘aandacht te kopen’. Denk aan een autofabrikant die een Hollywood-film op de eigen website ter download aanbiedt, dat is aandacht kopen.

  28. 33

    @11, Christen schreef

    Er zijn meerdere andere factoren die ervoor zorgen dat we tegenwoordig steeds minder (de) tijd hebben om informatie te vergaren.

    Waar denk je dan aan? Een goede intermediair inhuren (zoals een kwaliteitskrant) is een tijdsefficiënte manier om je te informeren. Helaas komen er steeds meer onzin-katernen bij omdat adverteerders daar graag in staan. Als de invloed van adverteerders verdwijnt, dan zal mijn krant veel dunner en duurder zijn, maar wel interessanter.

    Ook schreef je

    Zolang de totale kosten van deze reclame niet (in)direct terugvloeien naar de consument, zorgt dit voor nóg meer ongelijkheid.

    Dat is wel het doel. Het moet goedkoper worden voor een fabrikant om aandacht te krijgen met de kwaliteit van het product zelf in plaats van de aandacht via omwegen te kopen. De besparingen op het advertentiebudget kunnen dan in onderzoek en ontwikkeling gestopt worden om producten te ontwikkelen die daadwerkelijk wat toevoegen, een antwoord zijn op een levensbehoefte in de woorden van Barber, en zich zo onderscheiden in plaats van allerlei kunstmatig onderscheid door met marketing emoties te koppelen aan een product.

  29. 34

    citaat: “Alle informatie-aanbieders zijn juist gelijker als ze allemaal de consumenten moeten overtuigen om te betalen voor informatie.”

    Geef nou maar gewoon toe dat je je brood wilt verdienen met het verstrekken van (gekleurde) informatie. Dan zijn we net zover als nu met reclame, alleen jij verdient er dan je brood mee en niet de media en de reclamemakers. Dat betalen voor informatie werkt voor geen meter, er zijn al voorbeelden van geweest. Waarom zou je betalen als je geeneens weet of de geleverde informatie juist is of is wat je wilt weten enzovoorts.
    Je kan alles manipuleren, ook gekochte informatie. Ga toch gewoon solliciteren bij een reclamebureau en vergeet deze onzin.

  30. 35

    @34, Adriaan Pek schreef “Dat betalen voor informatie werkt voor geen meter”

    Nee, zolang er aanbod is van zogenaamde ‘gratis’ informatie is het alleen mogelijk om voor de zogenaamde ‘need to know’ informatie geld te vragen. In mijn praktijk zijn dat bijvoorbeeld de uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften die vele miljoenen met mijn universiteit verrekenen om PDFs met artikelen downloadbaar te maken voor gebruikers met een IP-adres van mijn werkgever.

    Voor ‘nice to know’ informatie wil men nu niet betalen omdat er zoveel ‘gratis’ aanbod is. Als heel veel mensen een klein beetje gaan betalen voor dergelijke informatie (aan journalisten bijvoorbeeld) dan is die afhankelijkheid van adverteerders er niet meer. Nu is het praktisch onmogelijk om voor niet-beroepsmatig relevante informatie (nice to know) geld te vragen van consumenten.

    Ik zou graag geld betalen voor goede, betrouwbare journalistiek. Vanzelfsprekend is dat gekleurd, zoals alle informatie dat is, maar dan liefst wel gekleurd volgens de identiteit van de publicatie en/of de auteur in plaats van gekleurd op grond van het laagste niveau dat ik deel met het grootste aantal van de andere lezers of kijkers. Dat werkt namelijk infantiliserend en bevordert de discussie niet. Als er heel veel ‘gekleurde’ informatie is in allerlei richtingen, zo heterogeen als mogelijk graag, heb je een gezond debat. Dan kom je vaker mensen tegen met heel andere overtuigingen en kan je van gedachten gaan wisslene. Dat liever dan wat de Fransen zo mooi ‘le pensee unique’ noemen.

  31. 36

    citaat: Als heel veel mensen een klein beetje gaan betalen voor dergelijke informatie (aan journalisten bijvoorbeeld) dan is die afhankelijkheid van adverteerders er niet meer.

    Tja, die afhankelijkheid blijft. Dan gaan ze sensatiestukken schrijven net als nu. Veel mensen zullen ook alleen willen betalen als de inhoud ze zint. Het FD heeft betaalde informatie en vrije informatie. Elke keer als ik tegen het te betalen deel aanloop denk ik, dan maar niet. Vroeger had ik een krant of 2, nu geen 1 meer. De krant bestond bij de gratie van de abonnementen voor een klein deel en voor een groot deel uit inkomsten uit advertenties. Alles bekostigen uit abonnementen zou de doodsteek zijn geworden.

    Vakinformatie is wat anders, maar publieksinformatie redt het nooit meer met alleen betaalde content. Alles is sneller, de radio, de TV, internet. Journalisten mogen blij zijn nog een baan te hebben en dat dankzij het adverterende zakenleven en de adverterende overheid. Als er klachten zijn over de journalistiek dan is het omdat ze niet dieper graven, niet omdat de krant dat niet zou willen, maar omdat er geen geld voor is. En dat zal zo blijven.

    Echter niemand heeft meer behoefte aan betaalde journalistiek vanuit de overheid of het zakenleven. Je kan goed zien wat er dan gebeurt: menig journalist is overgestapt naar de functie van voorlichter, PR-man/vrouw, of zogenaamd onafhankelijk schrijver van kopij voor bedrijven, als reaguurder om negatieve content tegen te spreken en meer van dat fraais. Dat gaat dan onder de noemer: wiens brood men eet, diens woord men preekt. En dan maakt het niet uit of de inkomsten bestaan uit reclamegelden, salaris of incidentele bijdragen van betalende lezers. Het is echt een fictie te denken dat lezers gaan betalen voor artikelen die ze niet aanstaan. Het tij is ook niet te keren, tenzij je een wurgwet maakt en alle vrije informatie verbiedt.

  32. 37

    @32 Rein,
    Je pleit niet voor censuur zeg je, maar je wilt het wel, afgedwongen met (desnoods) geweld door de staat.

    Kijk maar:
    “Begrijp me goed, ik pleit niet voor een centraal geleide planeconomie, in tegendeel. Ik pleit voor het herorganiseren van het kapitalisme door er een verstorend element uit te halen. Dat moet de staat doen, middels het monopolie op geweld. Zodra er ergens in een boekhouding is terug te vinden dat er betaald is voor aandacht, dan straft de staat. Maar dan moet die praktijk eerst gecriminaliseerd worden door nieuwe wetgeving.”

    Dit is niet alleen censuur, dit is dictatuur.

    Een pleidooi voor het afschaffen van de kilo’s folders en andere reklameuitingen van de overheid (waar ik wel noodgedwongen aan mee betaal), en alle spindocterij, kijk, daar zou ik nou wel direct voor zijn.

  33. 38

    @37 volgens mij begrijp jij niet goed wat censuur betekent. Censuur is het verbieden van overheidswege van bepaalde meningsuitingen. Dat is niet wat Reindert voorstelt, hij stelt voor om het betaald aandacht creeren strafbaar te stellen. De informatie zelf wordt niet verboden in die visie, alleen het ‘betalen voor aandacht’. Je zou het kunnen vergelijken met omkoping als strafbaar feit, denk ik.

    Ik denk overigens ook niet dat het een realistisch idee is maar je ziet het m.i. te zwart.

    Ditto je opmerking over dictatuur, dat is niet wat er staat, maar puur wat jij ervan maakt. Als iets wettelijk strafbaar gesteld wordt is dat nog geen dictatuur. De vraag is alleen of het maatschappelijk aanvaardbaar is om zoiets als betaald reclame maken strafbaar te stellen (ik denk, net als jij, van niet), maar ik zie niet in waarom dat gelijk tot dictatuur zou moeten leiden (en zo ja: waarom dit wel, en een verbod op het gebruik van heroine niet, of alcohol onder de 16 niet?).

  34. 40

    @36, Adriaan, corrigeer me als ik je verkeerd begrijp, maar ik lees je redenering als volgt. Ik wil niet langer betalen voor informatie. Geen krant meer in huis, op het betaalde deel van sites stop ik. Zonder adverteren geen journalistiek nu. Informatieproductie gaat sneller, het moet steeds goedkoper, dus journalisten stappen over naar ‘de betalende kant’ en worden voorlichter e.d. Dan helpt het niet om te willen betalen voor je krant, daar krijg je geen goede journalistiek mee terug.

    Mijn antwoord is dat je pas kwaliteit kan eisen als je een betalende klant bent. De uitdrukking ‘een gegeven paard mag je niet in de mond kijken’ gaat ook op voor al die ‘gratis’ informatie. Je neemt het wel of niet tot je (de meeste mensen doen het wel) en op een dag merk je dat er geen goede kwaliteit publieksinformatie meer bestaat omdat het te duur is geworden. Aandacht inkopen kan immers nog veel goedkoper door de inhoud sensationeler te laten zijn. Nu is het meeste nieuws nog gebaseerd op persberichten dankzij de beroepseer van menig journalist, maar het kan goedkoper door meer te fantaseren (News of the World). Zolang het maar geconsumeerd wordt. Het tegenovergestelde voor televisie. Reality is goedkoper dan fictie, de prijzenwinnende dramaseries uit de VS komen niet voor niks in veel gevallen van betaalzender HBO.

    Je kan het tij keren door alsnog een abonnement te nemen, vandaag nog. Het kost niet eens veel, voor de prijs van een drankje op een terras heb je al een goede krant in huis elke dag (en toegang tot het archief).

  35. 41

    We blijven het oneens. Of een journalist onafhankelijk is hangt niet persé af van hoe hij aan zijn inkomsten komt. De Waarheid (CPN) is daar toch ook een mooi voorbeeld van. De krant verliest steeds meer terrein, gewoon vanwege zijn traagheid. Het eerste wat ik deed toen ik zelfstandig was, me abonneren op een eigen krant (Utrechts Dagblad geloof ik, een plaatselijke uitgave van het Parool). Die verdween en toen werd het de Volkskrant, die ik jarenlang letterlijk heb uitgespeld. Vanaf 1997 werd het de computer en internet. Ik mis niks, zelfs het journaal sla ik maar al te vaak over. Ineens kan ik in Duits, Engels/Amerikaans en Belgisch nieuws grasduinen. Dat wat betreft het overweldigende aanbod. Mijn RSS Feedreader heeft er net zo druk mee als ik.
    Die gratis informatie, De Pers en dat soort gevallen schaar ik niet direct onder journalistiek, ze geven veelal precies dezelfde berichten door, letterlijk, van eenzelfde bron.
    Als het redactioneel statuut wordt gehandhaafd en er een strikte scheiding is tussen commercie en redactie, zie ik geen enkel probleem. Het valt trouwens vaak toch niet te controleren. De hele dag zie je ook fopberichten, dwaalberichten, ook van zogenaamde onafhankelijke journalisten. Het geheim van Nieuwspoort blijkt er ook zo een te zijn. Bekend is ook dat journalisten gewoon iets uit hun duim zuigen, zijn er zelfs voor ontslagen. Dat kan ook een journalist zijn waar jij van vindt dat ik moet betalen om zijn geschrijf te lezen….

    En dan nog dit als uitsmijter:
    Wellicht goed nieuws voor de veelschrijvende cowboys hier: ook in Nederland kan vanaf vandaag geld verdiend worden met bloggen. Althans, als het aan Blogmij ligt, dat volgens een zojuist gearriveerd persbericht vandaag met Pay Per Post in het Nederlands begint. Pay Per Post is een nieuwe vorm van online adverteren. Deze nieuwe vorm van adverteren houdt in dat adverteerders betalen voor het laten schrijven van redactionele postings (artikelen) binnen weblogs. Als blogger van een weblog krijg je dus betaald voor het schrijven van een redactionele posting. Blogmij is op zoek naar zowel kleine als grote weblogs die geld willen verdienen met het schrijven van postings.

    Kortom: alleen de integere journalist of blogger is te vertrouwen en dat moet blijken, dag in dag uit. En dat blijkt niet zonneklaar uit de manier waarop hij wordt beloond. Een krant die alleen betaald wordt per geschreven bericht is snel failliet.

  36. 42

    Lastig als je wat laat in een discussie stap. Daarom wat hap snap reacties.

    Allereerst valt me op hoe naïef sommige mensen nog zijn op het vlak van betaalde aandachttrekkerij. Beroepsmatig ben ik direct of indirect bij diverse marketingactiviteiten betrokken geweest en dat heeft me geleerd dat er op veel meer manieren mensen gemanipuleerd worden dan menigeen vermoedt. En het is verder ook naïef te denken dat je al die reclames wel ziet, maar negeert. Stel jezelf de vraag maar eens welk merk er achter de grote billboardreclames met vrouwenbillen zit. Grote kans dat je het toch weet. De naam blijft dus steken. Zorgt voor een bepaalde emotie. Verlaagd drempels, goede investering van het bedrijf.
    Aan de andere kant zie je wel dat men steeds meer zaken weet op waarde te schatten. Nieuwe manieren van dingen waarnemen en een plaatsgeven. De enorme stroom beelden, teksten en geluiden zijn voor de nieuwe generaties relevant en betrekkelijk tegelijk. Hoeveel merken schoenen kan je tegelijk dragen immers?

    Het kunstmatige verschil dat aangebracht wordt tussen reclame (gratis) en betaalde content is ook vreemd. Reclame is helemaal niet gratis. Die komt echt niet uit de lucht vallen. Daar betaal je zelf voor, iedere keer als je een product koopt.
    Een steeds groter deel van de kosten van dingen die je koopt komen door marketing. Er is zelfs een industrie die er aan ten onder gaat (muziek op cd’s).
    Dus stop met het kopen van producten (of het stemmen op mensen) waar je reclames van ziet. Kijken hoe lang het duurt….

    Even een specifieke richting Ernst:
    Je schrijft:
    “De staat zou het geweldsmonopolie moeten gebruiken om mij te bevrijden van het moeten geven van aandacht? Wat is dat voor een malligheid, er is maar één iemand die over mijn aandacht gaat, en dat ben ik.”

    Uh, dat is een hele normale redenering. Vervang in jouw tekst het woord “aandacht” door “veiligheid” en je ziet waarom. Het is een kwestie van kiezen. Waar vind je dat de staat zich mee moet bemoeien en wat heb je daar voor over.

    Afijn, verder vind ik het op zich een aardige gedachte, maar onuitvoerbaar. Waar ligt de grens? Als ik naar iemands kleding kijk, zie ik vaak een logo. Aandacht, betaald door die consument zelf. Logo verbieden? Subtiele patronen, bepaalde snit, ze vinden wel iets om de “BRANDING” uit te stralen.
    Opvoeding lijkt me beter.

  37. 43

    Steeph schreef @42

    Opvoeding lijkt me beter.

    Zeker, met een goede opvoeding moet je beginnen. Het was ook mijn oorspronkelijke insteek. Maar hoe bereik je iedereen dan? Via het onderwijs? Uiteindelijk kiest men lekker toch voor ‘gratis’ omdat het behoorlijk onweerstaanbaar is. Er waren een drietal observaties die mij als liberaal toch overtuigden om het toch met wetgeving te moeten doen. Ten eerste heeft Sao Paulo alle buitenreclame domweg verboden. Heel simpel, maar buitengewoon effectief. Je bereikt er iedereen mee. Helaas is daar niet de redenering over het verhandelen van aandacht aangekoppeld, dat is een gemiste kans.

    Ten tweede is er die eindeloze discussie over al het gedrag dat schadelijk voor ons is, maar waar we zonder bij na te denken toch makkelijk in vervallen, zoals vet eten en niet bewegen. De omgeving anders inrichten heeft veel meer impact dan vertrouwen op ons verstand, domweg omdat het grootste gedeelte van ons gedrag helemaal niet door ons brein wordt aangestuurd. Er zijn allerlei beperkingen als het gaat om reclame voor tabak, alcohol, vet eten gemaakt en in de maak, maar het is veel effectiever om domweg al die reclame in de ban te doen.

    Ten derde wil ik juist ongelijkheid bestrijden. Degenen met een ‘goede media-opvoeding’ gaan dan slimme filtertechnologie aanschaffen en inzetten om hun gedrag te automatiseren terwijl ze wel in contanten betalen voor hun hoge kwaliteit informatie. Tegelijkertijd verdwijnt die informatie helemaal uit het zicht en buiten bereik van degenen die niet die opvoeding hebben gehad of in alle vrijheid kiezen om zich lekker te laten verleiden door ‘gratis’. Iets waar de overgrote meerderheid toch al naar geneigd is.

    Ten vierde begint het op ‘totalitair geweld’ te lijken. Het is een totale consumptie-ideologie die geen weerwoord heeft zonder het kapitalisme te verwerpen, terwijl dat kapitalisme in het verleden veel beter oplossingen voor behoeftes van mensen heeft kunnen geven dan allerlei andere systemen. Omdat het ‘geweld’ zo totaal is, moet je het ook met geweld beantwoorden. Dat mogen wij als burger niet, de staat heeft het monopolie op geweld.

    Kortom, dit is typisch zo’n onderwerp waarover je heel rationeel op afstand kan bedenken dat ‘het beter zou zijn dat’, maar een paar minuten later ga je verder met je dagelijks leven en vertoon je totaal ander gedrag!

    En tenslotte, ja, het is inderdaad zo dat de industrie allerlei slimme manieren van ‘branding’ zal uitvinden, bijvoorbeeld marketing door de vorm van producten. Maar alle pogingen zullen dan in een ander licht staan, namelijk als pogingen om te ontsnappen aan dat wat verboden is. Nu is dat heel anders en is aandacht als handelswaar volkomen geaccepteerd door burger en politiek, het wordt zelfs als een eigenschap van het kapitalisme gezien.

  38. 44

    @Reinder, Steeph: In het licht van jullie comments nog een aanvulling op de ‘(onbewuste) beinvloeding’.

    Ik heb ooit eens een briljant stukje gezien van Derren Brown. Hij laat 2 londense reclameboys langskomen en vraagt ze binnen een half uur met ideeën te komen voor een reclamecampagne. Na een half uur uitwerken laten ze Derren de twee ideeën zien die ze hebben gekozen. The Magic is dan dat Derren deze al vantevoren had getekend. (ivm lang verhaal kort).

    Daarna volgt de uitleg van deze truc. Er was vantevoren een traject gekozen waar ze over zouden rijden en daar zijn ze (onbewust) een aantal opvallende posters tegengekomen. Deze waren er (uiteraard) bewust geplaatst. Het mooie was dat deze beelden terugkwamen in de manier waarop de reclame werd uitgewerkt.

    Beïnvloeding gebeurt dan ook continu en overal, het is alleen zo jammer dat we dit vaak zelf niet door hebben..

  39. 45

    Een voorbeeld van betaald nieuws, een artikel te koop, voor mij iz alleen de mededeling dat PIT er is interessant en dat kan je ook gratis lezen.

    vrijdag 12 oktober 2007
    Politiekorps Limburg-Zuid krijgt televisiestation op internet: PIT
    U hebt een pagina opgevraagd uit het Nieuwsbank persberichtenarchief en u bent geen abonnee. Daarom vragen wij u nu een kleine bijdrage voor het onderhoud van onze persberichtenverzameling. Hieronder ziet u de eerste 100 woorden van het door u opgevraagde persbericht, na betaling kunt u het hele persbericht lezen.
    Bent u al wel abonnee? Klik hier om uw wachtwoord op te geven.
    Wilt u nu snel binnen tien minuten abonnee worden? Klik dan hier.
    Koop geen kat in de zak! Lees dit goed:
    * Waarschuwingen: Let op de datum van dit persbericht, het kan verouderd zijn. Let op de lengte: Het volledige bericht is wellicht niet veel langer dan de eerste honderd woorden die u hieronder ziet. Nieuwsbank levert hier alleen bronmateriaal: als u een journalistiek eindproduct verwacht, ligt teleurstelling voor de hand.

    Politiekorps Limburg-Zuid krijgt televisiestation op internet: PIT
    Politie Limburg-Zuid
    1. Limburg Zuid 2. Stafbureau Communicatie
    Datum ( donderdag 11 oktober 2007
    Politiekorps Limburg-Zuid krijgt eigen televisiestation op internet: PIT Het korps Limburg-Zuid staat aan de vooravond van een wereldprimeur. Een eigen televisiestation op internet: PIT ofwel Politie Internet Televisie. Vandaag gaat PIT ‘online’ en kan de hele wereld via http://www.pit.tv de dagelijkse aanpak van het politiewerk door dit korps via bewegende beelden volgen. PIT is geboren uit twee behoeften. Uit onderzoek is gebleken dat de burger er behoefte aan heeft om meer te weten over de politie. Het publiek …
    De rest telt nog 3481 tekens.
    Kies uw betaalwijze:
    Ik betaal 1 EURO met mijn Teletik Safepay Card
    Ik ontvang geen btw-factuur/kwitantie.
    Ik betaal via de telefoon: 1,30 EURO per gesprek (in Nederland)
    Ik ontvang geen btw-factuur/kwitantie.
    Het te bellen tefoonnummer en verdere instructies krijgt u in het volgende scherm.
    Ik bel vanuit België: 1,12 EURO per minuut, duur ca. 80 seconden
    Ik betaal 5 euro online via de betaalsite van Multipay (Visa, Mastercard, incasso,