Frans Verhagen – Hoezo mislukt?

Hoezo Mislukt? Cover

Integratie is waarschijnlijk het onderwerp dat de afgelopen vijftien jaar het meest prominent op de politieke agenda heeft gestaan, als clusterbegrip van een diffuse wolk van kleinere onderwerpen, die variëren van werkloosheid, taal en criminaliteit tot de islam. Dat ‘integratiedebat’ wordt gekenmerkt door een drietal stelselmatigheden: ten eerste lopen de gemoederen heel snel hoog op, waarbij zeker de laatste jaren een sterke vergroving in de benadering van het onderwerp te zien is. Ten tweede is er nauwelijks sprake van een fundamentele en veelomvattende discussie; debatten gaan vrijwel altijd over incidenten, oplossingen zijn navenant. Ten derde lijkt de basisaanname voor elke discussie hetzelfde te zijn: de integratie mislukt is en het multicultureel worden van de samenleving een drama heeft voortgebracht.

Als je de aan integratieproblemen toegeschreven gebeurtenissen die het nieuws, actualiteitenrubrieken en weblogs halen in ogenschouw neemt, lijkt de conclusie dat de integratie is mislukt niet moeilijk te trekken. In Hoezo Mislukt? legt Frans Verhagen uit waarom dat een vertekende weergave van de werkelijkheid is en hoe ‘de nuchtere feiten over integratie in Nederland’, zoals de ondertitel luidt, een genuanceerder, milder en positiever beeld schetsen over een proces dat nooit af is.

Een schrijver die één van de twee voorwoorden in zijn boek laat verzorgen door Marco Pastors (het andere is van Tofik Dibi), loopt natuurlijk het risico door hem vergeleken te worden met de legendarische voormalige Iraakse minister van informatie Mohammed al-Sahhaf. Pastors verwijt Verhagen daarbij onzin te verkondigen en de integratiediscussie enkel te verstoren met goed nieuws waar slachtoffers van ‘ongebreidelde en ongekwalificeerde immigratie’ helemaal niets aan hebben. Het voorwoord is sprekend voor de situatie die Verhagen schetst:

Sinds Pim Fortuyn de politiek opschudde, luisteren politici heel goed naar hun achterban en daarom is het niet verrassend dat ze hún waarheid reproduceren, luidkeels en met de kracht van herhaling. Daardoor is alle nuance verdwenen, laat staan dat er ruimte is voor een ander verhaal, voor een positieve visie op integratie. De enkeling die nog volhoudt dat we te pessimistisch zijn, wordt snel afgeserveerd.

Integratie in Amerika en Nederland
Dat Verhagen al langer een ‘ander verhaal’ vertelt, zal voor degenen die zijn boek The American Way hebben gelezen geen verrassing zijn. In dat boek beschrijft Verhagen de geschiedenis van immigratie en integratie in immigratieland Amerika en concludeert hij, na voorbeelden van onder andere Duitse, Nederlandse en Chinese immigranten, dat integratie een proces is dat zich grotendeels in drie generaties voltrekt. Op het sociale stelsel na verschilt Nederland niet wezenlijk van Amerika als het om integratie gaat. Dezelfde problemen en spanningen die we kennen van het Nederlandse integratiedebat (denk aan taal, geloofsbeleving, identiteit) staken daar de kop op, maar uiteindelijk wordt elke bevolkingsgroep een onlosmakelijk onderdeel van de Amerikaanse samenleving.

Hoezo Mislukt? is duidelijk een uitwerking van de vraag of hetzelfde geldt voor de situatie in Nederland. Verhagen constateert een aantal markante verschillen tussen de eerste, tweede en derde generaties als het gaat om bijvoorbeeld taal, onderwijs en de arbeidsmarkt.

De Nederlandse taal
Gastarbeiders gingen bij hun aankomst in Nederland dicht bij elkaar wonen. Niet alleen omdat de buurten waar ze kwamen wonen in financiële zin pasten bij het veelal laaggeschoolde werk, maar ook omdat het in de menselijke natuur ligt om zich te voegen bij gelijkgestemden. Hierdoor konden de immigranten zich, zonder de Nederlandse taal machtig te zijn, handhaven. Dat is anders bij de tweede en derde generatie, waarvoor het Nederlands de moedertaal is. Binnen die generaties spreekt men onderling stukken vaker Nederlands (vooral Marokkaanse Nederlanders) en is men de taal van de ouders minder machtig. Dat de eerste generatie gastarbeiders de taal minder beheerst, is wat Verhagen betreft een voldongen feit, waarvoor beleid weinig nuttig is.

Onderwijs
Niet alleen wat taal betreft is er vooruitgang te zien: ook in het onderwijs gaat het beter en blijkt dat de tweede (en derde) generatie goed gebruik weten te maken van de mogelijkheden die er in Nederland zijn. De relatieve instroom van niet-westerse allochtonen in het hoger onderwijs lag in 2008 rond de 55%, gelijk aan de autochtone instroom. Het deel allochtonen dat in 1995 aan een opleiding op HBO/WO-niveau begon lag toen nog op 27%. Een enorme vooruitgang.

Op vmbo/mbo-niveau is de situatie evenwel minder positief. Het onvoldoende machtig zijn van de taal en spijbelen veroorzaken een hoog percentage jongeren zonder startkwalificatie (13,3% van alle jongeren, 26% van allochtone jongeren), wat vervolgens weer leidt tot een slecht perspectief op de arbeidsmarkt. Beter taalonderwijs op de basisschool en regels, streng optreden en een band met de school in het voortgezet onderwijs kunnen die ontwikkeling volgens Verhagen breken.

Identiteit en religie
Deze relativerende en genuanceerde berichten komen in de integratiediscussie maar moeizaam uit de verf, wat volgens Verhagen zeker ook de media, die eerder aandacht geven aan vervelende incidenten en slecht nieuws, aan te rekenen is. Tekenend hiervoor is de anekdote van Martijn de Koning, die in zijn proefschrift beschreef dat islamitische jongeren minder radicaliseerden dan hij verwacht had en concludeerde dat er een geheel persoonlijke variant van de islam was ontstaan. Jonge moslims zochten hun identiteit niet in hoofdzaak op in hun geloof. De redactie van Pauw en Witteman zei volgens De Koning letterlijk: “dat is goed nieuws voor Nederland en goed nieuws voor de moslims, maar daar zitten wij niet op te wachten”.

Dat is teleurstellend, want een groot deel van de discussies over integratie gaat juist over onderwerpen als identiteit en geloof; zaken die moeilijk te operationaliseren zijn, maar waarover altijd (misschien wel juist daardoor) gediscussieerd kan worden. In die discussie betoogt Verhagen dat er niet zoiets is als één identiteit, maar dat meerdere identiteiten naast elkaar kunnen bestaan, ook binnen een persoon: “Zo kun je heel goed katholiek zijn en tegelijkertijd feministe, liefhebber van klassieke muziek, Rotterdammer en Ajax- fan.” Identiteit en cultuur zijn niet statisch, maar veranderen continu, ook als het gaat om “de cultuur” die immigranten met zich hebben meegenomen. Dat is ook te zien aan geloof van allochtonen, dat net als bij gelovige Nederlanders, aan seculariserende krachten onderhevig is en zeker door de hoger opgeleide allochtonen van de tweede generatie persoonlijker wordt ingevuld.

Hoezo mislukt?
Net als de parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van VVD’er Blok concludeert Frans Verhagen dat het met de integratie in Nederland helemaal niet slecht gesteld is. Sterker nog, het tempo van het proces ligt hoger dan men op basis van ervaringen in andere landen had kunnen vermoeden. Onderwijs en het sociale stelsel hebben daar een rol in, hoewel het sociale stelsel vanwege de open economie die Nederland is wel met ‘achterstallig onderhoud’ te kampen heeft en op punten weinig activerend is. Specifiek doelgroepenbeleid is, ook volgens onderzoek, niet effectief; de overheid zou zich vooral moeten richten op onderwijs als bewezen aanjager van integratie.

Volgens Verhagen is een van de bewijzen van een voortschrijdende integratie juist dat het soms zo moeizaam lijkt te gaan. Daar waar mensen met verschillende achtergronden bij elkaar komen, kan het meer gaan schuren. Mensen die je niet ziet, daar heb je geen last van. Het is meteen een kleine tekortkoming in dit verder verhelderende boek: de frictie en de incidenten zijn bijzaak, doordat laconiek wordt verondersteld dat de frictie en incidenten van tijdelijke aard zijn. Dat zou zo kunnen zijn, maar de houding ‘het komt allemaal wel goed, wacht maar een generatie af’, is schrijnend voor de mensen die nu te maken hebben met die incidenten. Het boek slaagt erin te laten zien dat er minder problemen zijn dan soms lijkt en dat het beter zal gaan, maar schiet tekort in de fenomenologie van integratiegerelateerde problemen zoals die in de probleemwijken, bij de huisarts en op de scholen te vinden zijn.

Desalniettemin is Hoezo mislukt? een lezenswaardig boek, dat door de vele statistische gegevens ook als naslagwerk te gebruiken is. Verhagen roeit met een verfrissend ‘ander verhaal’ tegen de stroom van incidenten die de media en politiek beheersen in. Het is echter maar de vraag of de tijd daar rijp voor is.

  1. 1

    De termen integratie als ook emancipatie zijn kapstokbegrippen en worden steevast ingezet om subsidies los te weken bij een overheid door een overheid voor een overheid.

    Bovendien is het maar net vanuit welke invalshoek je iets bekijkt.

    Goed dat er ook positieve boeken komen rondom dit soort onderwerpen. Haalt de wind een beetje uit de zeilen van het grote antidebat.

  2. 3

    Ha, eindelijk weer eens een recensie!
    Over een boekje waar de tijd misschien niet rijp voor is? Wiens tijd?
    Degenen die niets dan de totale integratie eisen, zullen het wel weer een pamflet van de linkse kerk vinden.

    Als ik zo de recensie lees, vraag ik me af waarom deze informatie als boekje op de markt komt. Waarom niet als een serie artikelen op internet met links naar de “vele statistische gegevens”.

  3. 5

    @3: Nouja, je ziet dus al in het voorwoord dat iemand als Marco Pastors een voorwoord schrijft dat eigenlijk niet echt bij het boek lijkt te passen. Kritiek is prima (en mijn kritiek staat in mijn recensie), maar het is wel goed om toch in ieder geval de indruk te wekken dat je het boek gelezen hebt.

    Pastors heeft misschien last van cijferallergie, zeker als die cijfers zijn beleving niet ondersteunen. En dat staat weer haaks tegenover linkse types die last hebben van belevingsallergie, zeker als die belevingen hun cijfers niet ondersteunen.

    Waarom dit in boekvorm wordt uitgebracht? Omdat Verhagen graag boeken schrijft denk ik. Hij heeft een verhaal en wil dat verhaal als geheel vertellen. In aparte artikelen met losse links gaat dat deels verloren. Dat is toch niet zo raar? Ohja, het is natuurlijk ook gewoon zijn werk, waar geld mee verdiend moet worden.

  4. 6

    @3, 6:

    Frans Verhagen heeft een weblog.

    Het is slecht gelinkt met de rest van het wereldwijde web (zowel zijn weblog zelf als zijn blogs, die bijna geen links bevatten), en dat is zonde, want hij opinieert lekker weg over van alles en nog wat. Hou zou de rol van een Andrew Sullivan kunnen vervullen in de Nederlandse blogosfeer, als hij de moeite zou doen (waarbij ik geenszins wil zeggen dat hij de kwaliteit van AS haalt).

    Het verspreiden van deze nuchtere kijk op de integratie juich ik zeer toe (dus zowel het boek als de recensie).

  5. 9

    Ik vroeg me af of het boek ook een goede chronologie van de immigratie bevat. Dat miste ik nogal in het toch wel enigszins onterecht overbejubelde boek van Paul Scheffer. Zeker in dikke boeken heb je houvast nodig in de simpele wie, wat, waar, wanneer, waarom, en hoe.

  6. 11

    Ken je een boek dat deze lacune opvult? Op het web kan ik ook nauwelijks iets vinden over de immigratiegeschiedenis, en welk kabinet welke beslissingen nam. Ik vond slechts 1 artikel van Elsevier (bouw ik nog een post omheen).

  7. 14

    @13: In deze discussie tussen Pastors en Verhagen zegt Verhagen dat er veel over integratie gediscussieerd wordt en dat er verschillende meningen zijn. Dat is zijn reden geweest om Dibi en Pastors voor het voorwoord te vragen.

  8. 15

    Trouwens opmerkelijk: onderwijs werkt wel aan de “bovenkant” (aantal allochtonen neemt toe), maar niet aan de “onderkant” (hoog aantal dropouts).

    Onderwijs zelf is dus niet de oplossing, maar de context waarin die gegeven wordt moet veranderen.

  9. 16

    @15: Klopt, er valt veel winst te behalen als schoolverzuim al in een vroeg stadium wordt tegengegaan; het is dé indicator voor vooruitgang in het onderwijs. Bij vmbo en mbo gaat het trouwens niet alleen om allochtonen die dropouts worden. De hoge uitval daar is misschien simpelweg inherent aan hoe dat onderwijs is ingericht en aan de selectie kinderen die naar die scholen gaat.

  10. 17

    Benieuwd wat de dropouts zelf als reden geven. Als de opleiding bv. niet goed aansluit bij de banen, en dropouts evengoed een baan vinden, is dropout geen goede indicator voor vooruitgang. Het is dan (o.a.) een indicator van mismatch.