Factcheck: ‘Roemer beste fractievoorzitter’

De Volkskrant meldt dat de ‘gemiddelde Nederlander’ [sic] Roemer een 5,8 geeft voor zijn werk als fractievoorzitter in een peiling van Maurice de Hond. Hij scoort daarmee het beste van alle fractievoorzitters. Dat Roemer het goed doet bij de mensen, zal voor velen geen verrassing zijn: hij slaagt erin om het gedachtegoed van zijn partij op een eenvoudige, maar effectieve wijze naar voren te brengen. Probleem van de conclusies van de Volkskrant is echter, dat Maurice de Hond helemaal geen onderzoek heeft gedaan naar het oordeel van mensen over het werk van de fractievoorzitters.

Eens in de zoveel tijd vraagt Peil.NL zijn panelleden naar hun vertrouwen in politici. Mensen kunnen dat vertrouwen aangeven op een schaal van 10 (Heel erg hoog) tot 1 (Heel erg laag)*. Er wordt dus niet gevraagd naar een beoordeling van de manier waarop de fractievoorzitters hun werk doen, zoals de Volkskrant suggereert. Hoewel vertrouwen in een politicus ongetwijfeld gerelateerd is aan de manier waarop hij zijn functie vervult, zijn dit twee verschillende zaken. Je kunt bijvoorbeeld best waardering hebben voor de manier waarop Van der Staaij (SGP) zijn functie uitoefent, zonder dat je een groot vertrouwen in de man hebt.

Vraag over politiek vertrouwen, zoals gepresenteerd door Peil.nl.
Juist als het om vertrouwen gaat, is de politieke kleur van de respondent van grote invloed op het antwoord. Zo geven SP-kiezers Emile Roemer gemiddeld genomen een 8, terwijl PVV-stemmers slechts een 3,7 (zij geven sowieso lage cijfers, behalve voor Wilders). Blok (VVD) krijgt naast een 6,8 van zijn eigen kiezers een 6 van CDA-stemmers, terwijl SP’ers en PvdA’ers hem slechts een 3,3 geven. Linkse kiezers hebben over het algemeen meer vertrouwen in linkse politici dan in rechtse – bij rechtse kiezers is dat andersom.

Dit patroon blijkt nog iets gecompliceerder. Met behulp van een multidimensional unfolding analyse heb ik fractieleiders en (beschikbare) kiezersgroepen in een figuur geplot, zodat kiezersgroepen dicht bij politici staan, waar ze (gemiddeld genomen) veel vertrouwen in hebben. Kiezersgroepen staan ver af van politici die ze niet of nauwelijks vertrouwen. Dit geeft een redelijk vertrouwd beeld: horizontaal zien we de partijen ongeveer van links naar rechts. Verticaal zien we echter een onderscheid tussen SP, PvdD en PVV aan de ene kant en die van de traditionele partijen aan de andere. PVV-kiezers hebben namelijk veel minder vertrouwen in Cohen en Sap dan in Roemer. CDA’ers hebben meer vertrouwen in Roemer, dan in Wilders. Links-rechts is dus niet de enige factor van belang bij vertrouwen in de fractieleiders: ook pro- en anti-Wilders dynamiek lijkt een belangrijke rol te spelen.

Vertrouwen in politici: afstand tussen kiezersgroepen en politici worden zo goed mogelijk weergegeven in bovenstaand figuur. PvdA-kiezers hebben bijvoorbeeld een kleine afstand (= veel vertrouwen) tot Cohen en Roemer, en een grote afstand tot Wilders (=weinig vertrouwen).

Is Roemer de beste fractievoorzitter in de ogen van de ‘gemiddelde Nederlander’? Wellicht, maar dat blijkt niet uit het onderzoek van De Hond. Vertrouwen in politici lijkt, althans op het niveau van kiezersgroepen, samen te hangen met de politieke voorkeuren, zowel in termen van links-rechts als in termen van voor- of afkeur van de PVV.

  1. 1

    Wel bedenkelijk dat de beste er met een 5,8 vanaf komt. Het lijkt wel een klasje Nederlandse scholieren (een 5,6 is ruim voldoende).