Eurocrisis: het uur van de waarheid?

Terwijl Nederland met chips en nootjes op de bank kruipt om naar de Voice of Holland, Star Wars of Camelot te kijken, luisteren economen, bankiers en journalisten vanavond met samengeknepen billen naar elke piep en zucht die vanuit Brussel klinkt. Daar komen de Europese regeringsleiders vanavond bijeen in een laatste poging het eens te worden over een nieuw pakket noodmaatregelen dat de Eurocrisis moet bezweren.

En het schijnt spannend te worden, want er staat veel op het spel, en de zesentwintig landen zijn het bepaald niet eens over de verdeling van de pijn. Volgende week zou Griekenland dus zo maar uit de Eurozone kunnen liggen, of failliet kunnen gaan. En wat betekent dat dan voor andere landen die er slecht voor staan? Voor de Euro? Voor de Nederlandse economie?

We zetten enkele pratende hoofden waar de afgelopen dagen deskundige woorden uit kwamen rollen, even op een rijtje.

Maandag – DWDD

Mathijs Bouman, econoom en beurscommentator bij de zakelijke televisiezender RTL-Z, heeft weinig fiducie dat deze top werkelijk oplossingen gaat brengen. “We weten nu al twee jaar lang dat we dingen moeten regelen, sinds Griekenland ontplofte, twee jaar geleden”, zei de journalist afgelopen maandag in De Wereld Draait Door. “Nu hebben we drie keer een ‘weekend van de waarheid’ gehad, waaronder afgelopen weekend; en nou komt het uiteindelijk allemaal aan op een paar uur, op woensdagavond”.

Mensen die denken dat de Europese leiders in die laatste wegtikkende uren ineens het licht zullen zien en drastische hervormingen overeenkomen, vindt Bouwman dan ook nogal naïef. De ellenlange onderhandelingen en compromissen zorgen er volgende Bouman alleen maar voor dat de crisis langer voortsleept en dat meer landen besmet raken.

Hoogleraar Europees fiscaal recht en fiscale economie (en voormalig staatssecretaris) Willem Vermeend ziet het een stuk zonniger in, blijkt echter tijdens dezelfde uitzending. Politici onderhandelen altijd tot het laatste moment, en als het echt moet, hakken ze knopen door. Dat zal ook nu gebeuren, verwacht Vermeend.

Bovendien deelt, als puntje bij paaltje komt, Duitsland volgens hem gewoon de lakens uit. “Als je kijkt naar de grote Eurozone, dan zit bijna een derde van de economische macht bij Duitsland. En Duitsland heeft grote belangen. Dus Duitsland zal de Euro nooit laten vallen.”

Daarnaast is het probleem in zijn ogen vooral psychologisch en politiek.

“De economie draait op dit moment redelijk. Alleen, de onrust in de Eurozone moet beteugeld worden. Er is onrust bij beleggers, onzekerheid: wat gaat er gebeuren de komende jaren met de Euro? Wordt ‘ie verdedigd? Wat gaan we met Griekenland doen? Daar moet een ze een oplossing voor vinden. Maar de economie zelf, nou ja kijk gewoon hier in Nederland: het gaat gewoon uitstekend op het ogenblik.”

Als voormalig politicus heeft ‘ie wel een idee van het verloop van vanavond:

“Het gaat straks op woensdag als volgt. Kijk, het is ook psychologie op het ogenblik. Merkel en Sarkozy komen naar buiten en roepen dat ze Euro gered hebben. Vervolgens gaan we allemaal nadenken hoe ze dat gedaan hebben. Zo gaat dat. De markten reageren daar positief op, want iedereen denkt, dat heb je vorige keer ook gezien: ’t Is gered!

Vervolgens zullen ze een compromis maken tussen de centrale bank, de centrale bank in Frankfurt moet wat doen en de banken moeten wat doen. Het grote probleem is dat die bankiers op het ogenblik de boel gijzelen. Die bankiers wilden als het ware hun vordering niet afschrijven. En die gaan er gewon straks aan. Die zullen verplicht zijn om een deel gewoon af te schrijven. Op Griekenland. Zestig procent, dat is behoorlijk wat. Ze willen twintig procent d’r vanaf hebben, het gaat naar zestig procent. En terecht, de banken hebben de rotzooi zelf veroorzaakt.”

Dat Nederland de pijn van deze crisis flink gaat voelen, daar is de hoogleraar minder van overtuigd:

“Er is sprake van een politieke crisis, een schuldencrisis, maar uiteindelijk, als je naar Nederland kijkt: we wonen nog steeds in een van de rijkste landen. Onze economie staat er redelijk voor; het bedrijfsleven doet het prima; we hebben een lage werkloosheid in dit land; en een lage staatsschuld!”

Bouman is niet bijzonder overtuigd door dat argument: “Argentinië was begin van de twintigste eeuw het op twee na rijkste land van de wereld. Nou, vijf, zes slecht gemanagede financiële crises later mogen ze blij zijn als we ze een ‘emerging market’ noemen.”

Vermeend: “Laten we realistisch zijn: de economie gaat gewoon door, ondanks de politiek. We moeten ons realiseren: we praten over de Eurocrisis. Als je kijkt op de beurs op dit moment, doet de Euro het buitengewoon goed, die staat tussen 1,30 en 1,40 t.o.v. de dollar.”

Volgens Vermeend hoeft Nederland weinig te merken van het piepen en kraken van de Eurozone. Zelfs niet als Griekenland failliet zou gaan.

“Onze banken zijn buitengewoon verstandig geweest, ten opzichte van veel andere banken. We hebben weinig papieren daar nog zitten. Dat hebben we afgebouwd. Dus als Griekenland zou vallen, hebben wij daar niet zoveel last van. Echt last krijgen de Fransen, die hebben ongelofelijk veel geïnvesteerd, en de Duitse banken.”

Bouman wijst die zorgeloosheid volstrekt van de hand, ook omdat de Nederlandse economie verweven is met de Duitse:

“Weet je wat er gebeurde toen Lehman Brothers viel, een klein, lullig bankje in Amerika? Dat we eigenlijk niet eens van naam kenden misschien, als je het de mensen op straat zou vragen? Toch hebben we de zwaarste recessie gekregen, een jaar later, sinds 1931. (..) Als nou een heel land omvalt, in Europa, waar we behoorlijke handelsrelaties mee hebben, waar ons financiële stelsel toch aan vast zit – we worden besmet – ja, dan krijg je toch iets van een andere orde dan wat we in 2009 hebben gezien.”

Wat er gebeurt op het moment dat Griekenland omvalt, dat betekent dat Griekenland z’n schuld niet meer afbetaalt, is dat het volgende moment iedereen denkt: ‘O, nou gaat Portugal z’n schuld waarschijnlijk ook niet meer afbetalen, en Spanje waarschijnlijk ook niet en Italië waarschijnlijk ook niet’. Dat betekent dat die landen meteen eigenlijk niet meer kunnen lenen op de kapitaalmarkt. Elke dag hebben die geld nodig, want ze geven meer geld uit dan dat ze hebben binnenkomen. Op dat moment, dat duurt even, gaat Italië op zwart. Alle banken die geld hebben uitgeleend aan Italië, krijgen hun geld niet meer terug. Op dat moment ga jij naar de bank om je spaargeld op te halen. En dan zeggen ze: ‘Oeh, dat hebben we aan Italië uitgeleend. Sorry!'”

Op de vraag van Matthijs van Nieuwkerk wat dat dan concreet voor Matthijs van Nieuwkerk betekent, antwoordt Bouman:

“Uitendelijk doen de pinautomaten het niet. Uiteindelijk. Dat is gewoon waar we nu op afkoersen. We kunnen het nog een beetje bijsturen, maar waar we op afkoersen is een situatie waarbij er geen geld meer uit de pinautomaten komt.”

“Kijk, dat is taal die ik begrijp”, reageert de presentator.

Dinsdag – Pauw & Witteman

Wie zich ook ernstig zorgen maakt is Ewald Engelen, hoogleraar fiscale geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds de crisis van 2008 gaat hij om de zoveel maanden dineren met een bont gezelschap van (ex-)Tweede Kamerleden, hoge ambtenaren, academici, bankiers en journalisten om de stand van de financiële en economische zaken door te nemen, en de stemming op die etentjes is volgens Engelen ronduit defaitistisch.

Er moeten in zijn ogen drie dingen gebeuren, maar wat hem betreft leveren de Europese politici slechts half werk:

1. Er moet een forse afwaardering plaatsvinden op de Griekse overheidsschulden. Die bedragen op dit moment €350 miljard (=150-160% Grieks BNP). Duitsland wil zestig procent afwaardering, Frankrijk slechts veertig procent afwaardering van die schuld. De banken zullen dat verlies moeten nemen, en dus ook Franse giganten als BNP Paribas. Maar eigenlijk is zelfs zestig procent afwaardering nog te weinig, want de Griekse staatsobligaties zijn nu nog maar vijfentwintig procent waard van het bedrag dat er op het papiertje staat.

2. Het eigen vermogen dat banken in kas hebben, moet fors omhoog. Dit is achterstallig onderhoud, want eigenlijk had dit meteen na de val van de bank Lehman Brothers moeten gebeuren. Particuliere beleggers gaan dit niet doen, dus moeten de nationale overheden (Frankrijk en Duitsland) dat doen. Volgens een analyse van het IMF is er €200 miljard aan kapitaalinjectie nodig; het bedrag waarover vandaag onderhandeld wordt is €108 miljard.

3. Het noodfonds/reddingsfonds moet van zo’n imposante omvang worden gemaakt, dat Europa kapitaalverstrekkers/obligatiehouders gerust kan stellen dat ze Spanje, Italië en Frankrijk de komende drie à vier jaar in de lucht kunnen houden zonder dat die naar de financiële markten hoeven om nog meer geld te lenen (waardoor bestaande obligaties minder waard worden.

Dit is noodzakelijk, vindt Engelen, omdat indien Frankrijk, Italië en Spanje in serieuze problemen zouden komen, je wel gedag kunt zeggen tegen de Euro. Hun schuldenomvang is namelijk zo groot, dat de rest van de Eurozone dat simpelweg niet op kan vangen.

Net als Bouman ziet Engelen de Eurotop van vanavond echter bepaald niet als zaligmakend:

“De drie elementen die morgen gepresenteerd moeten worden zijn inderdaad de elementen die tot een oplossing zouden kunnen leiden, maar het is allemaal te weinig en het is te laat. En dat betekent dat het gerommel, het geknaag en het gezaag donderdag gewoon weer gaat beginnen.”

Volgens Engelen stevenen we af op vijftien magere jaren, met een verdere onttakeling van de verzorgingsstaat en een verdieping van sociaal-maatschappelijke spanningen.

“Waar wij ons wel op moeten voorbereiden, denk ik, is tien tot vijftien jaar nauwelijks groei, misschien economische krimp, en dat betekent dat de overheidsvoorzieningen waar we gebruik van maken in de toekomst verder zullen verschralen, dat betekent dat we meer belasting zullen gaan moeten betalen, dat onze pensioenen minder genereus gaan worden, dat wellicht dat huizenprijzen, ook in Nederland, verder gaan dalen, dat het moeilijker wordt om kredieten van banken te krijgen, en dat betekent voor een langere linie dat je toch moet constateren dat het leven minder aangenaam gaat worden.”

“We hebben vanaf de Tweede Wereldoorlog eigenlijk alleen maar decennia meegemaakt van economische groei. Op het moment dat je conflicten met elkaar hebt, kun je dat via economische groei makkelijk pappen en nathouden, en gladstrijken. We gaan een periode tegemoet, en dat is een lange periode, waarin we krimp met elkaar moeten gaan verdelen. Als je dan tegelijkertijd weet, dat we het afgelopen decennium in Nederland maatschappelijk toch in vrij ernstige mate zijn gepolariseerd – op allerlei breuklijnen: tussen hoog- en laagopgeleid, tussen wit en bruin, tussen jong en oud, tussen stad en periferie – en dat onder condities van krimp; dan kan je je voorstellen dat al die breuklijnen tussen die verschillende populatiedelen in Nederland de komende vijftien jaar dieper en dieper worden.”

Aan een voorspelling over hoe het zal aflopen met Griekenland, wil de hoogleraar zich ook nog wel wagen.

“Mijn voorspelling is dat het voor Portugal en Griekenland heel moeilijk wordt om in de Euro te blijven, dat het voor de andere genoemde landen [Spanje, Italië, Frankrijk, red.] – mits ze de juiste dingen doen en mits ze bijvoorbeeld Berlusconi nu eindelijk eens een opsodemieter geven – heel wel mogelijk is om in de Eurozone te blijven.”

Woensdag – gehaktdag?

Hoogleraar Economie en Openbare Financiën aan de Erasmus Universiteit Rotterdam Bas Jacobs windt er evenmin doekjes om. Volgens hem gaat de burger/consument linksom of rechtsom de rekening voor de Eurocrisis betalen, want ‘there’s no such thing as a free lunch’.

Banken berekenen verliezen door aan de klant (spaarder, lener of pensioenfonds), een groter noodfonds komt recht uit de portemonnee van de belastingbetaler, en als de ECB geld bijdrukt wordt spaargeld en inkomen gewoon minder waard.

Politici zouden burgers dan ook niet moeten sussen, maar de harde waarheid moeten voorhouden en hen voor de keuze moeten stellen: Ofwel u gaat ‘all-in’, zodat Europese regeringsleiders zo’n groot financieel vangnet hebben dat we alle geruchten en paniek op de markt voor eens en voor altijd kunnen smoren. Ofwel we blijven pappen en nathouden, en dan blijft het rommelen totdat het in de soep loopt.

“[D]an krijgt u, belastingbetaler, van ons de waarschuwing dat dit uit kan draaien op een bankencrash en een economische depressie. Grote delen van uw geld en pensioenvermogen dat is belegd in obligaties en is gestald bij banken zullen verdampen. Uw inkomen gaat dalen, u kunt werkloos raken, de belastingen gaan stijgen, de overheidsvoorzieningen worden minder en de huizenprijzen zullen dalen. De keus is aan u.”

  1. 3

    Pinde vanochtend (nieuwe) griekse briefjes van 10 uit de flappentap en heb er vanmiddag lekkere warme pantoffels van gekocht.

    O, en Jonagold (friszoet en stevig) was vandaag in de bonus (wel met een anon kaart hè).

    Maar verder………

  2. 8

    Wie zich ook ernstig zorgen maakt is Ewald Engelen, hoogleraar fiscale geografie

    Financiele geografie, maar eigenlijk is hij een ontwikkelingsstudies typje.