Erfenis van een recessie

COLUMN - Nederland komt langzaam uit de recessie: de economie groeit, de werkloosheid neemt af en de overheid hoeft niet langer te bezuinigen. Maar niet alles wordt weer zoals het was. Met de economische conjunctuur verandert ook onze psychologie, soms met langdurige gevolgen.

In een veelgeciteerde studie laten onderzoekers van Amerikaanse universiteiten in Berkeley en Michigan zien dat mensen die ervaring hebben met een economische depressie minder bereid te zijn om risico’s te nemen, minder vaak investeren in de aandelenmarkt, en er, als ze dat toch doen, minder geld in steken.

Deze effecten zijn het sterkst voor recente depressie-ervaringen, maar zelfs depressies tientallen jaren geleden hebben nog steeds invloed op beleggingsgedrag vandaag. De auteurs schatten dat de financiële crisis van 2008 leidde tot een daling van 7 procentpunten in de waarschijnlijkheid dat een gemiddelde 30-jarige belegt in aandelen. Over 20 jaar is van dat effect van de crisis nog ongeveer 2 procentpunt over, en pas over 30 jaar is het helemaal verdwenen.

Recessies beïnvloeden ook onze bereidheid om iets met anderen te delen. Dat suggeren auteurs van een artikel in het Journal of Public Economics dat deze week werd gepubliceerd. Proefpersonen in het experiment werden in tweetallen ingedeeld, waarna één van beiden de taak kreeg om een geldbedrag tussen de twee deelnemers te verdelen. Dit proces werd meerdere keren herhaald met verschillende partners, waarbij de wisselkoers waarmee de proefpersonen geld voor zichzelf konden omzetten in geld voor de ander steeds veranderde.

De onderzoekers voerden het experiment twee keer uit, eerst voor de crisis, in 2004, en een paar jaar na de crisis in 2011. De proefpersonen in 2011 bleken zelfzuchtiger. Terwijl de proefpersonen in 2004 zichzelf gemiddeld 79% van de het te verdelen bedrag toekenden, was dat in 2011 rond de 87%. Daarnaast waren de deelnemers in 2011 gevoeliger voor de wisselkoers. De auteurs vonden geen observeerbare verschillen tussen de deelnemersgroepen in de twee jaren, bijvoorbeeld in inkomen, geslacht of leeftijd.

In een andere versie van het experiment simuleerden de onderzoekers de condities van een depressie. Beide proefpersonen in het tweetal kregen een geldbedrag, en één van proefpersonen besliste vervolgens over de mate waarin beide personen geld verloren, in plaats van geld wonnen. In deze “depressie-variant” bleken proefpersonen vrijwel het gehele verlies (91%) op de andere persoon af te schuiven.

Zowel de economische condities buiten het lab, als het verdelen van economische verliezen (in tegenstelling tot winsten) lijken dus invloed te hebben op de mate van altruïsme. Helaas is niet onderzocht hoe lang deze effecten aanhouden, maar het lijkt aannemelijk dat een langdurige recessie tot blijvende invloed op preferenties leidt.

Naast de bovengenoemde effecten weten we van eerdere studies dat er negatieve invloeden bestaan van werkloosheid op arbeidsrelevante kennis, vaardigheden, en zelfvertrouwen. Des te meer reden om blij te zijn dat de recessie voorbij is. Maar het zal nog een tijd duren voor we weer helemaal de oude zijn.

  1. 1

    Vergeet ook niet dat de repressieve maatregelen zoals de flexibele arbeidscontracten, studieregels en het verharde toeslagensysteem ook nog wel een jaartje of 10 hun beleid zullen maken die hartelijk aan bovenstaande effecten zullen bijdragen.

  2. 5

    @1:
    Nog wel langer vrees ik. Met de VVD en de rest van het radicale midden zullen belastingmeevallers vooral terecht komen bij bedrijven. Tenslotte heeft de VVD ons uit deze recessie gehaald, althans dat is wat zij ons willen doen geloven. Bereid je vooral voor op meer “flexibiliteit” en meer “stimulering” van het bedrijfsleven.

  3. 6

    @0 ‘Recessies beïnvloeden ook onze bereidheid om iets met anderen te delen.’

    Wat er in dat artikel staat is: Recessies beïnvloeden ook de bereidheid van undergraduate Berkeley-studenten in het experiment om iets met anderen te delen. Het artikel in kwestie gaat over bijna uitsluitend hoog opgeleide Californiers van tussen de 18 en de 22 (zie tabel 1 op blz. 30). Mensen dus die voor het overgrote deel nooit zichzelf hebben hoeven onderhouden van hun salaris, nooit een hypotheek hebben hoeven betalen, enzovoorts. Hoezo is zoiets te extrapoleren naar ‘ons’?

    Dat een universiteit dat soort experimenten een stuk makkelijker kan uitvoeren dan een onderzoek onder de daadwerkelijke bevolking van een land, soit. Maar waarom wordt dit beschouwd als bewijs van iets dat onder brede groepen mensen zou spelen? Hoeveel heeft de gemiddelde Nederlander gemeen met de gemiddelde deelnemer aan dat experiment, een 21-jarige Aziatisch-Amerikaanse Californische Berkeley-studente?

  4. 7

    @3: “Met wat voor veel mensen onduidelijk berekeningen beweert men dat de staatsschuld afneemt”

    Die staatsschuld bestaat al enkele jaren helemaal niet meer:

    Eind 2016 zullen we per saldo een actief van bijna € 83 mld. bezitten in plaats van een EMU-overheidsschuld van € 457 mld. Daarnaast maakt de staat dan zo’n € 27 mld. op de 539 mld. belastingclaim tegen een geschat conservatief rendement van 5%. Het zogenaamde overheidstekort van € 5,6 mld. is dan een surplus van bijna € 30 mld.

    Onze staats-“schuld” is immers meer dan geheel belegd in de pensioenpot, met een corresponderend rendement.
    http://tinyurl.com/qzq629q

    Zie ook : Rabobank, Theo Smit, “Nederland: aanzienlijke belastingclaim op pensioenvermogen”, 12 juni 2015, https://economie.rabobank.com/publicaties/2015/juni/nederland-aanzienlijke-belastingclaim-op-pensioenvermogen/

    Het pensioenbedrag dat daar genoemd wordt is te laag omdat het alleen over pensioenfondsen gaat.

  5. 8

    @7: Ah ben je weer je eigen schrijfsel aan het pluggen?

    Je idee dat de toekomstige belastinginkomsten moeten worden weggestreept tegen de huidige staatsschuld is interessant maar toch vals. Ten eerste omdat een verplichting in principe niet gesaldeerd hoeft te worden met bezit: mijn hypotheekschuld is een blijft xxx euro ongeacht hoeveel spaargeld ik heb. Daarnaast, en dit is een groter bezwaar, hou je met het opvoeren van toekomstige belastinginkomsten geen rekening met toekomstige kosten. De overheid neemt geen reservering op voor hogere medische uitgaven ivm de vergrijzing. Jouw manier van sommige toekomstige inkomensten wel andere (kosten) niet meenemen leidt tot een inconsistent en rommelig geheel. Dan heb ik liever een eenduidige definitie van schuld zonder allerlei rommelposten.