Er zijn te weinig politici

Voormalig topambtenaar Roel Bekker (veertig dienstjaren, vele premiers en ministers gediend) heeft een boek geschreven, waarover de Volkskrant hem vandaag interviewt (helaas alleen kort online). Naast een aantal onthullingen (minister Bomhoff liet een topambtenaar verwijderen om farmaceutische belangen veilig te stellen) bevat het gesprek ook een opmerkelijk pleidooi: er zijn te weinig politici.

Nederland hoort volgens Bekker tot de tien best bestuurde landen ter wereld. De meeste daarvan hebben echter veel meer politici. Het kabinet Rutte kent twaalf ministers en acht staatssecretarissen, minder dan ooit (ter vergelijking: Denemarken 23 ministers, Zweden ook 23, Luxemburg 15). De hoeveelheid werk is echter niet afgenomen. Er zijn twee gevolgen: werk blijft liggen of het wordt doorgeschoven naar ambtenaren (die niet per se gelukkig zijn met politieke taken).

Bekker geeft een aantal overtuigende voorbeelden. Het in elkaar schuiven van de ministeries van EZ en Landbouw, met één minister en één staatssecretaris, heeft ertoe geleid dat de Nederlandse landbouwbelangen in Brussel niet goed meer vertegenwoordigd worden en dat handelsbelangen (vroeger een aparte staatssecretaris die zich in het buitenland minister mocht noemen) er bekaaid vanaf komen. De druk bezette minister van Volksgezondheid was onlangs vijf uur kwijt aan een flauwekuldebat over de Olympische Spelen, waar ze vroeger een staatssecretaris van sport had kunnen sturen.

Bekker zegt het niet zo, maar het terugbrengen van het aantal politici (ter vergelijking ook even het aantal parlementariërs: Denemarken 179, Zweden 349, Luxemburg 60 – allemaal veel meer per inwoner dan Nederland) is een vorm van populisme, een manier waarop politici inspelen op de minachting voor politici. En zoals bij veel populistische maatregelen lijdt de kwaliteit van het bestuur eronder. Op zich kun je stellen dat het kennelijk de wil van het volk is dat politici zich laten leiden door de waan van de dag, dus dat de boel democratisch naar de gallemiezen gaat, maar helemaal prettig voelt dat niet.

Er vanuit gaand dat hypende media, en de politici die daar gebruik van maken, de sfeer onder de burgers goed aanvoelen, is het niet realistisch te verlangen dat de huidige populatie politici minder tijd gaat besteden aan beeldvorming. Het gat op beleid en belangenbehartiging in het buitenland zal dus alleen maar groter worden, tenzij er versterking komt. Dan komt er in de politiek klasse weer capaciteit om het eigenlijke werk te doen.

Foto: Het Zweedse kabinet (credit: Zweden)

  1. 4

    Er zijn in ieder geval te veel ambtenaren. Zeker omdat ze niet over de grote problemen met de minister kunnen spreken. Zoals flexibilisering van de arbeidsmarkt zeker. Het probleem: ouderen of lager opgeleiden zijn vaker en langduriger werkloos. De oplossing: makkelijker maken werknemers te ontslaan. Een oplossing zonder probleem noemen ze dit bij thuis. Het grote voorbeeld is de VS, waar de arbeidsmarkt nog flexibeler is de de werkeloosheid en armoede veel hoger.

    Willen de ambtenaren hierover adviseren of liever over subsidiëring van duurzame energie dan wel. In Duitsland hebben ze wel goed geluisterd naar de ambtenaren en zie, nu de subsidie opdroogt worden de zorgvuldig opgebouwde industrie weggevaagd.

    Politici moeten luisteren naar hun kiezers, dat wist Fortuijn, Wilders en nu ook Samsom. Ambtenaren moeten hun werk doen, niets meer, niets minder