En nu iets heel anders?

Een verzuchting van een radeloze kiezer: Ik zou deze keer echt niet weten op welke partij ik ga stemmen.
Repliek van een naïeve optimist: Stem dan eens op een nieuwe partij.
Antwoord: Nee, dat heeft geen zin. Maar als ik dat zou doen, dan zou ik op de Piratenpartij stemmen.

Misschien zijn er (veel) meer radeloze kiezers. Echte alternatieven hebben ze niet. Zelfs niet bij al die enthousiaste democraten die zelf een partij oprichten en pretenderen iets geheel anders te bieden. Maar liefst 160 nieuwe partijen deden mee aan de na-oorlogse verkiezingen. Dat is een gemiddelde van 8,7 nieuwkomers per verkiezing. Altijd nog goed voor gemiddeld 3,5 zetels per verkiezing.

Gevestigde partijen dienen daar toch rekening mee te houden. Het kan ze net die een of twee zetels van de ultieme overwinning afhouden.
Het gaat maar om gemiddeld 3,64 procent van de stemmen en van al die 160 nieuwe partijen hebben er slechts 12 één of meer zetels gehaald, toen ze de politieke arena betraden. Acht partijen haalden pas na één of meerdere verkiezingen hun eerste zetels. Zes partijen kwamen 0,050% stemmen tekort om een zetel te halen. Doe dus niet al te schamper over democratische debutanten, vooral ook omdat er ineens een geduchte concurrent tussen kan zitten.

Van al die nieuwelingen zitten er nu nog zes in de Tweede Kamer. Historisch gezien eigenlijk negen, want CU en GroenLinks komen voort uit partijen die als na-oorlogse nieuweling begonnen. De CU mag de ‘oudste nieuwkomer’ heten. De electorale geschiedenis van politieke debutanten is in dit exceldocument na te zien.

Verder stierf het van de eendagsvliegen. Iets meer dan 74% van al dat democratisch elan, deed bij 1 verkiezing een poging en hield het meteen voor gezien toen het electoraat te kennen gaf niets in de nobele initiatieven te zien. Eigenlijk gaat het om minder dan 74%, omdat sommige initiatiefnemers er geen genoeg van konden krijgen en onder een andere naam aan de volgende verkiezingen meededen. Het waren ook niet allemaal echte nieuwelingen, velen kwamen uit de gevestigde politiek voort.

Een leuk voorbeeld was de Boerenpartij van Boer Koekoek. Hij stapte uit de CHU en werd in 1956 lijsttrekker van de Nederlandse Oppositie Unie, een bundeling van rechtse splinterpartijtjes. De partij haalde de Tweede Kamer niet, ook niet bij de volgende verkiezingen toen heer Koekoek als Boerenpartij in 1959 een poging deed. Pas in 1963 werden de eerste zetels binnengehaald. Vijf verkiezingen lang wist de BP op het pluche te blijven. Zelfs toen het gedaan was met de BP, trachtte Koekoek nog twee keer terug te komen met de Rechtse Volkspartij, zonder resultaat.

Veel nieuwe partijtjes waren resultaat van politieke zwervers, die zich maar niet duurzaam met andere wisten te verbinden en zich tot blijvend politiek gewicht te ontwikkelen. Neem een ingenieur Willem Stam (CPN, PvdA, PSP, VVD. Boerenpartij, Noodraad), In 1972 ging hij solo en dat was het einde van zijn politieke carrière. Neem Hans Janmaat, die na lidmaatschappen bij KVP en DS’70 zich als voorman van de  Centrumpartij ontpopte, maar na interne ruzie voor zichzelf begon met zijn Centrum Democraten.
De meest succesvolle nieuweling was de LPF. De partij scoorde bij eerste deelname 26 zetels en regeringsdeelname. Aan de politieke zwerftocht van de charismatische leider Fortuyn (PvdA, VVD, Leefbaar Nederland) kwam een bloedig einde en zijn erfopvolgers wisten er verder niets van te bakken.

Wil je vandaag een nieuwe partij lanceren dan is het verstandig van deze geschiedenis lering te trekken. Belangrijkste les: begin geen partij uit onvrede. Dat is de wel de rode draad, maar chagrijnigheid leidde ook tot onderling geruzie en verdere versplintering. Daar redt je het niet mee.
Tweede les: hou vol. De SP haalde de Kamer pas na vijf vruchteloze pogingen. En derde les: zet een charismatische figuur op nummer één. D66 en de LPF haalden zo hun succes.

Laatste les: begin niets nieuws. De meerderheid der kiezers blijven blijkbaar vertouwen hebben in mensen die hun wortels in de gevestigde politiek hebben. Kijk maar naar de geschiedenis van partijen die ooit gloednieuw waren en nu nog steeds in de Tweede Kamer zitten.
Hoewel, die Piratenpartij, zou die niet eens een boost moeten krijgen?

  1. 4

    De manier van standpunten bepalen vind ik goed geregeld bij de Piratenpartij. Heel open, alles kan in stemming gebracht worden, ze gaan veel verder met directe democratie.

  2. 7

    Ik zou nog steeds heel graag de Lijst Blanco op de kieslijst zien staan. Voor degenen die wel willen stemmen, maar zich absoluut niet vertegenwoordigd voelen door de bestaande partijen. Bij voldoende stemmen op Lijst Blanco komen er 1 of meerdere lege stoelen in de TK.

  3. 8

    goed idee of wat denk je van de lijst Verlicht Despoot, als iedereen daar op stemt krijgen we een tweede kamer met maar één lid, tevens regering. Scheet een hoop geld en gedoe, en omdat het een Verlicht Despoot is doet hij alleen maar goede dingen!

  4. 13

    Vreemd stuk, met aanbevelingen als:
    – begin geen partij uit onvrede
    – hou vol
    – begin niets nieuws
    DUS eigenlijk de aanbeveling, begin er niet aan, want het is iets nieuws, vaak uit onvrede en ongeduld.

  5. 14

    Ja, ik kan het ook niet helpen, maar dat vloeit rechtstreeks voort uit de bevindingen. Hoopgevend zijn natuurlijk de uitzonderingen op de regel. En dat was er eigenlijk maar één: D66. Hoewel een van de medeoprichters uit de VVD kwam. Van de roemruchte ‘kroonjuwelen’ van D66 is tot nu toe niet veel terecht gekomen, dus leverde dat ook weinig ‘nieuws’ op.

  6. 15

    Nou, ik heb nog weleens gespeeld met het volgende idee, dat je niet op een partij maar op een persoon stemt: je hebt een lijst individuen die zich als individu presenteren en verder geen politieke samenwerking met de andere mensen op de lijst. Dan kun je als groep de kiesdrempel halen en dan vul je die zetels simpelweg naar aantallen voorkeursstemmen in plaats van hun positie op de lijst. Je moet dan natuurlijk de deelnemers een contract laten tekenen dat ze zich hieraan houden. Het voordeel voor de deelnemers is dat je makkelijker de kiesdrempel kan halen dan met een eigen lijst, het nadeel is dat je hooguit één zetel mag vullen (maar meestal is die ene zetel het probleem).

  7. 17

    Ook D66 is geen sterk voorbeeld, begon uit onvrede, maar daar is nu weinig van over. Ook die begon met nieuwe tema’s, eerst het bestuur, toen het onderwijs, nu … Vooral nieuwe partijen passen zich regelmatig aan, ook bij de SP zie je dat. Bij D66 gaat dat in het vage midden gemakkelijker, zoals voorheen met het nietszeggende “redelijk”.