Egyptische verkiezingen: succes niet verzekerd

Egypte gaat dus vandaag en morgen naar de stembus om een president te kiezen. Grappig hoe op de Nederlandse radio en sommige andere plaatsen steeds aan de orde wordt gesteld dat deze verkiezingen eerlijk zullen zijn en niet – zoals vroeger altijd het geval was – vervalst zullen worden. Ook opvallend hoe steeds wordt onderstreept dat er nu een keuze is, in tegenstelling tot de jaren van Nasser, Sadat en Mubarak toen altijd van tevoren vaststond wie de winnaar zou zijn.. Alsof het blote feit van het hebben van eerlijke verkiezingen met een echte keuzemogelijkheid een doel op zich is . Verkiezingen als panacee, als middel tegen kwalen. Tja als dat eens waar was.

Toegegeven, het is winst dat uit 13 kandidaten kan worden gekozen. Maar helaas is daar ook het meeste mee gezegd. Als we kijken naar wie volgens de peilingen de potentiële winnaars zijn, stemt dat niet tot vrolijkheid: Dat zijn er vier.

Twee ervan zijn overblijfsels van het oude regime en twee zijn islamisten. Om te beginnen met de oude-Mubarak-getrouwen: dat zijn Amr Moussa en Ahed Shafiq. Moussa was minister van buitenlandse zaken tot hij tien jaar geleden,  omdat hij te populair werd, door Mubarak naar de post van secretaris-generaal van de Arabische Liga werd verbannen. Dat is iets waar de oude opportunist (hij is 75) nu van profiteert, omdat hij kan verklaren dat zijn associatie met het Mubarak bewind al van zo lang geleden was.

Zijn collega uit de Mubarak-stal is Ahmed Shafiq, een lucht-maarschalk die in januari 2011, kort voor Mubaraks aftreden nog even premier werd. Hij kan nu zeggen  dat zijn rol in Mubaraks bewind zo kort heeft geduurd dat hij eigenlijk te verwaarlozen was (ook al was hij eerder minister van luchtvaart geweest). Moussa noch Shafiq zullen Egypte op weg helpen naar een nieuwe tijd. Moussa is een overgangsfiguur die het moet hebben van zijn contacten en charisma, maar niet met nieuwe ideeën zal komen. En Shafiq (71) is, hoe je het ook wendt of keert, de ideale kandidaat voor de huidige militaire machthebbers, de SCAF. Hij is simpelweg één van hen.

Van de twee anderen, de islamisten, is Mohammed Morsi, de kandidaat van de Moslim Broederschap.Wat genoeg over hem zegt. De Moslim Broeders hebben tijdens dit ene jaar na-Mubarak geleidelijk laten zien dat zij niets kunnen waarmaken van hun in de loop der jaren opgebouwde nieuwe, progressievere gezicht, zoals dat opklonk uit verklaringen en besluiten die een beetje de richting uitgingen van de Turkse AK-partij. Integendeel de partij is rigider en centralistischer dan ooit gebleken, en heeft haar kortstondige verbintenis met de ‘revolutionairen’ van Tahrir als snel aan de wilgen gehangen ten bate van een eigen  opportunistische weg.

En van Abouel Foutouh, de ‘progressieve’ islamistische kandidaat,  moet nog maar blijken dat hij minder rigide is. Hij heeft gebroken met de Moslim Broederschap waaruit hij afkomstig is, en heeft zich op de een of andere manier het air aangemeten dat hij tot het kamp van de revolutionairen behoort. Maar tegelijkertijd is hij ook de favoriete kandidaat van een deel van de Salafisten. En zijn dubbelzinnige uitlatingen over de positie van de sharia en de gelijkheid van alle Egyptische burgers geven weinig reden tot optimisme.

Deze vier vormen een nogal schril contrast met drie kandidaten die we de kampioenen van de rechtsstaat en een civic maatschappij kunnen noemen. (civic – madani in het Arabisch – is het woord dat in Egypte wordt gebruikt om een staat voor al zijn burgers aan te duiden. Het woord seculier wordt te zeer geassocieerd met ongeloof en communisme en daarom liever niet gebruikt).

Deze drie zijn Khaled Aly, (40) een advocaat die mede het Hisham Mubarak Law Centre hielp oprichten dat een belangrijke rol speelde bij het handhaven van de mensenrechten, Hisham Bastawisi, een rechter die wegens zijn ijveren ten behoeve van de rechtsstaat een tijdje naar het buitenland moest vluchten, en Hamdeen Sabahy, de (ex) leider van de door hem opgerichte Nasseristische Karame-partij, en een voorvechter van meer rechten voor arbeiders. Deze drie kandidaten zijn te beschouwen als mensen die het streven van de 25 Januari-demonstranten op Tahrir en in andere steden willen voortzetten. Maar die demonstranten vormden toen al een kleine, gemotiveerde  minderheid. Het gros van de Egyptenaren heeft waarschijnlijk het vertrek van Mubarak wel toegejuicht, maar is conservatief, a-politiek en vaak ongeletterd. Zij geloven het wel en stemmen op kandidaten die ze kennen en die stabiliteit beloven.

Ik heb me  steeds verzet tegen de pessimistische constatering dat de Egyptische revolutie halverwege zou blijven steken en eigenlijk is mislukt. Maar langzamerhand moet ik toegeven dat de stand van zaken geen reden tot optimisme biedt. De militaire processen die doorgaan ondanks alle protesten, de telkens terugkerende botsingen tussen demonstranten en de militaire politie, zoals in maart tussen kopten en het leger bij Maspero, of zoals laatst in de wijk Abassiya van Cairo tussen het leger en demonstranten voor de geweigerde Salafistische presidentskandidaat Hazem Abu Ismail. En niet te vergeten de botsingen tussen het parlement en de SCAF over de vraag wie eigenlijk het laatst woord heeft, en over de vraag of het leger echt zoals beloofd straks de macht gaat overdragen. En natuurlijk  niet in de laatste plaats de constitutionele leegte nu het niet gelukt is een werkbare constituerende vergadering bijeen te roepen.

Als gevolg daarvan komt de nieuwe president straks in een soort wettelijk vacuüm aan de macht. De meest alarmerende berichten die wat dat betreft de ronde doen, zijn dat de SCAF overweegt met een  aanvullende constitutionele verklaring te komen, als een soort extra bij de amendementen op de constitutie van 1971 zoals die in 2011 per referendum werden goedgekeurd. Volgens de berichten  heeft de SCAF over de wijzigingen met een paar politieke partijen overlegd. De wijzigingen komen er op neer dat het parlement de regering mag aanwijzen (was de president), behalve de strategische ministers van defensie, buitenlandse zaken, financiën en binnenlandse zaken. Die portefeuilles worden ingevuld door de SCAF. Het leger zou namelijk  de taak voor zich willen reserveren om Egyptes stabiliteit en veiligheid te garanderen. In dat kader zou het ook zijn budget geheim willen houden en het laatste woord willen houden over welke wetgeving betreffende de strijdkrachten dan ook. De president zou in de voorstellen het recht krijgen het parlement te ontbinden, de benoemingen in het openbaar ministerie te regelen en de sheikh Al-Azhar en de mufti te benoemen. Ook zou hij niet zonder toestemming van de SCAF en het parlement de oorlog kunnen verklaren.

De voorstellen zijn nog niet gedaan. Maar alleen al het feit dat ze de ronde doen is alarmerenden van veel groter belang dan wie de presidentsverkiezingen wint. Ze getuigen er namelijk van dat de SCAF hoe dan ook van plan is onder alle omstandigheden (een deel van) de uiteindelijke macht in handen te houden. Ten koste van een verder gaande democratisering en modernisering van de Egyptische maatschappij. Die, ik geef het toe, niet zonder risico’s is, maar nog altijd vele vele malen beter dan de huidige staat van stagnatie en stilstand die de omwenteling intussen heeft bereikt.

Foto Flickr cc Ahmed Abd El-fatah

  1. 2

    Wat een zurigheid.

    Ik zal de eerste zijn om te zeggen dat de revolutie verre van voltooid is als straks een president gekozen is. De constitutionele problemen zijn groot, de machtstrijd met het leger nog lang niet voorbij.

    Soms is het echter goed om even achterom te kijken, en te beseffen hoe ver je al gekomen bent, ook al is de top van de berg nog ver weg. Verkiezingen als deze, en het debat eromheen, waren een jaar geleden ondenkbaar. Ook een shafiq moet met nu kiezers winnen, mensen overtuigen, spitsroeden lopen. De nieuwe president vindt straks een gekozen parlement tegenover zich; het zal niet makkelijk zijn teveel macht naar je toe te trekken.

    Bovendien, democratie is ook accepteren dat andere mensen andere ideeën hebben over wat het beste is dan jij. Natuurlijk hoop ik ook op de overwinning van een revolutionair als president. Maar dat betekent niet dat andere kandidaten perse rampzalig zouden zijn. Draagvlak is ook wat waard. Zou een Moussa nou echt zo’n ramp zijn? Een ervaren politicus, pragmatisch, opportunistisch, maar wel een die werkt vanuit de nieuwe verhoudingen. Bovendien een tegenwicht tegen het Islamitische parlement. Kortom, er wordt een overdreven scherpe schijdslijn getrokken tussen aan de ene kant ‘goede’, revolutionaire kandidaten (en een Shabeehy is niet opportunistisch? Fijne democraat, die Nasser) en ‘slechte’ antirevolutionaire kandidaten (Foutou heeft sterke revolutionaire papieren). Er is sprake van een schaal, en dat maakt deze verkiezingen ook zo interessant en spannend.