Effectief altruïsme

COLUMN - Geld weggeven functioneert vaak als statussymbool. Als je geld weggeeft, kun je je dat blijkbaar veroorloven. Als je echt rijk bent, kun je heel veel geld weggeven- of iets wat nog kostbaarder is: tijd. Dat is aantrekkelijk, blijkt uit een Amerikaans onderzoek naar een cohort van 6000 man dat zestig jaar gevolgd werd. Mannen die vrijwilligerswerk doen, krijgen gemiddeld meer kinderen.

Soms leidt de zoektocht naar status tot aparte taferelen: er zijn gevallen bekend van miljonairs die soep opscheppen voor daklozen. Voor de miljonair is tijd schaarser dan geld, en dus ‘duurder’ voor hemzelf om weg te geven. En kostbare giften leveren meer brownie points op, in zijn eigen ogen en die van anderen. Terwijl de daklozen voor het equivalent van het uurloon van de oliemagnaat waarschijnlijk best zelf hun soep willen opscheppen. In zo’n geval zit het verkrijgen van status voor de vrijwilliger dus het goede doel in de weg.

Vrijwilligerswerk verrichten we niet altijd om iets nuttigs voor een ander te doen, maar soms onbewust om iets te doen wat van ons een zo groot mogelijk offer vergt. Naast die statusbeluste vrijgevigheid kun je de tegenovergestelde variant zetten, ‘effectief altruïsme’, waarbij elke euro zo nuttig mogelijk wordt ingezet. Dat zou in principe de meest lovenswaardige vorm van hulp zijn, en daarmee de meest aantrekkelijke.

Effectieve altruïsten werken niet in een gaarkeuken, maar proberen bijvoorbeeld zoveel mogelijk te verdienen, om zoveel mogelijk te kunnen weggeven aan een zorgvuldig geselecteerd goed doel. Emotionele doelen, zoals ‘Make a Wish Nederland’, zijn hen een doorn in het oog: met het geld waarmee de stichting één kind een dag lang wat gelukkiger maakt, hadden vier kinderen van de dood gered kunnen worden. Het Poverty Action lab van het MIT maakt er zelfs een sport van om verschillende vormen van ontwikkelingshulp door te lichten op kosteneffectiviteit.

Het is dus een trend, effectief altruïsme. Maar de commentaren op een discussie daarover in de Boston Review van vorige week waren niet heel positief. Commentatoren vonden bijvoorbeeld dat de ontvangers ook hun zegje moeten kunnen doen over welke vorm van hulp ze ontvangen. Men noemt het elitistisch en vindt dat de economische blik echte vrijgevigheid om zeep helpt. Blijkbaar zit iets de waardering voor zo’n calculerende donor in de weg, en proberen de commentatoren redenen voor die intuïtieve afkeer te verzinnen. Het voelt ook opportunistisch als iemand niet emotioneel betrokken is bij een enkele ‘passie’, maar in plaats daarvan een goed doel uitzoekt op hoeveel verschil hij kan maken met zijn geld. Denk aan de oliemagnaat of Bill Clinton: als hij zich zou beperken tot het overmaken van geld naar een door wetenschappers uitgezocht doel, vinden we hem minder lovenswaardig dan wanneer hij persoonlijk betrokken is en zich laat zien bij de projecten.

Ook al zijn effectieve altruïsten waarschijnlijk inderdaad effectiever, ze winnen er geen status mee. Het blijft dus de vraag of effectieve altruïsten ook meer kinderen dan gemiddeld krijgen.

 

 

  1. 1

    Alles beter dan het Groen Linkse altruisme waarbij het goed doen voor een ander primair een middel is om een heel dik betaalde boterham te “verdienen” over de rug van uitgemergelde Afrikanen.

  2. 2

    Rational Fools (Amartya Sen)

    De homo economicus als de beperkte mens, de mens met oogkleppen, is het onderwerp van een vermaard geworden artikel van Sen uit 1977: ‘Rational fools’. Dit is het artikel over ‘de traditionele economische theorie’ waarin de ‘rationele egoïst’ meent dat mensen altijd alleen maar aan hun eigen belang denken, als een wetmatigheid. De rationele gek denkt dat het een algemene neiging is, terwijl het alleen zijn eigen blinde drang is om zijn belang veilig te stellen. Het valt buiten het voorstellingsvermogen van de rationele egoïst dat er zoiets als altruïsme zou kunnen bestaan, dat mensen zich betrokken kunnen voelen bij het lot van grote groepen andere mensen, dichtbij of veraf.

    https://dunningenkruger.wordpress.com/brainstorm-analyse/

  3. 4

    @3: Lieve Joop,
    In de daklozenopvang moeten we het doen met uit altruisme gegeven kleding. Menigmaal hebben we niet passende broeken. Noodgedwongen lopen er dus ook daklozen op straat hun broek op te houden. Prima toch? Of denk je dat dakloosheid (en kledingloosheid) louter te danken is aan iemands volledige eigen schuld?
    Ik heb wel eens eerder reacteurs uitgenodigd eens kennis te komen maken met de opvang hier. Niemand ging op die uitnodiging in, en volhardde in het gebrek aan kennis. Kan ik jou aan dat lijstje toevoegen of…?

  4. 5

    @1:
    En wat doe jij zoal voor de medemens, behalve ze vervelen met zinloos commentaar???

    Verder:
    Zelfs zij die anoniem geven, doen dit omdat ze zich er prettig bij voelen.
    Toch maar goed dat het gebeurd!

    Voor een andere groep is het geven van “hulp” vaak een vorm van ego-strelerij, of een poging om de hel te ontlopen.
    Maar in de huidige asociale samenleving is het toch wel prettig dat dit gebeurd.
    N.B.
    Bovenstaande mensen zijn natuurlijk verre te prefereren boven de groep, “IKKE, IKKE en de rest kan stikke” mensen.
    ;-)

  5. 6

    Effectieve altruïsten werken niet in een gaarkeuken, maar proberen bijvoorbeeld zoveel mogelijk te verdienen, om zoveel mogelijk te kunnen weggeven aan een zorgvuldig geselecteerd goed doel. Emotionele doelen, zoals ‘Make a Wish Nederland’, zijn hen een doorn in het oog…

    @0 Ha! Nu doet Eva van den Broek net alsof er sociologisch of sociaal-psychologisch onderzoek is gedaan naar ‘effectieve altruïsten’ en hun gedragingen en kijk op het leven (middels enquêtes en wat niet al).

    Maar ‘effectieve altruïst’ is louter een normatieve term, het linkje naar een filosofisch congres rond de ethicus Peter Singer maakt dat al duidelijk. De enige aanleiding die we hebben om aan te nemen dat er daadwerkelijk mensen zijn die bewust gaan voor een carrière met een zo hoog mogelijk salaris teneinde meer goed te kunnen doen, zijn de anekdotes van Singer.

    Wage is part of an exciting new movement: effective altruism. At universities from Oxford to Harvard and the University of Washington, from Bayreuth in Germany to Brisbane in Australia, effective altruism organizations are forming. Effective altruists are engaging in lively discussions on social media and websites, and their ideas are being examined in the New York Times, the Washington Post, and even the Wall Street Journal.

    Nou ja, als Singer dat zegt, dan zal dat wel zo zijn… Het blijft allemaal nogal vaag, eerlijk gezegd.

    Het Poverty Action lab van het MIT maakt er zelfs een sport van om verschillende vormen van ontwikkelingshulp door te lichten op kosteneffectiviteit. Het is dus een trend, effectief altruïsme.

    Nagaan welke projecten in ontwikkelingshulp welk concreet effect hebben is natuurlijk heel wat anders dan bewust kiezen voor een carrière waarmee je zoveel mogelijk materiële rijkdom vergaart, zodat je zoveel mogelijk geld in goede doelen kan stoppen.

    Maar Eva van den Broek had nu eenmaal een voorbeeld nodig dat ‘effectief altruïsme’ ook echt daadwerkelijk een trend is en niet enkel bestaat in het filosofenhoofd van Peter Singer op basis van wat online discussieclubjes.

    “Het is dus een trend, effectief altruïsme.” Nou Eva, je zult echt met iets meer op de proppen moeten komen dan dit, om mij daarvan te overtuigen.

  6. 7

    Ik ben er zoeen en kan je vertellen dat ik geen kinderen heb en neem. Immers dat zou averechts werken en dus minder effectief zijn.

  7. 8

    @7 Minder effectief zijn dan wat? Dan wel kinderen op de wereld zetten, ja, dat is duidelijk.

    Maar dat is dus gewoon een bewuste levenskeuze: er is overbevolking en wereldwijde, catastrofale milieuproblematiek door massale industrialisatie, en ieder nieuw mens in de geïndustrialiseerde maatschappij laat een naar verhouding gigantische carbon footprint na, dus is het verstandiger géén kinderen op de wereld te zetten.

    Maar als dat ‘effectief altruïsme’ is, dan waren de Malthusianen ook al effectieve altruïsten, evenals de Chinese overheid met hun eenkindpolitiek. Niks nieuwe trend dus.

    Zelfopoffering ten bate van het grotere goed is echter niet wat hierboven beschreven wordt met de term ‘effectieve altruïst’. Waar het om gaat is een kritiek op het klassieke beeld van de altruïst als iemand die in plaats van carrière te maken en voor het grote geld te gaan voor een karig bestaan kiest om dakloze veteranen of arme kindertjes in de sloppenwijken te helpen, of die zijn tijd opoffert aan vrijwilligerswerk.

    De vraag die Singer opwerpt is of het niet veel effectiever (en dus verkieslijker) is om dat soort romantische voorstellingen te laten varen, en juist wél te gaan voor een carrière waarbij men het grote geld binnenharkt, zodat men een veelvoud aan middelen genereert waarmee tientallen of honderden projecten betaald kunnen worden.

    De vraag is dus: heeft u bewust gekozen voor een carrière waarbij u zoveel mogelijk geld binnenharkt, zodat u dat geld vervolgens weg kunt geven – in plaats van uw passie te volgen of een baan in de humanitaire sector te zoeken?

    Indien u deze vraag met ‘ja’ beantwoordt, dan kunt u zichzelf inderdaad een ‘effectieve altruïst’ noemen in de betekenis die Peter Singer daaraan geeft. Maar indien het antwoord: ‘nee’ luidt, dan bent u misschien wel een altruïst en zijn sommige keuzes die u maakt mogelijk effectief, maar slaat bovenstaand vertoog van Eva van den Broek niet op u.

    Nóg niet tenminste: u zou – afhankelijk van uw leeftijd – natuurlijk nog best een studie fiscaal recht kunnen volgen of iets dergelijks om alsnog zoveel mogelijk geld binnen te harken, opdat u dat geld in de filantropie kan steken.

  8. 9

    @8: Ik kan die vraag inderdaad met “ja” beantwoorden en volmondig ook. Een dikke 10 jaar geleden, ik was destijds bijna 30, discussieerde ik veel met iemand die via de overheid goed wilde doen. Zoveel mogelijk mensen helpen, de wereld verbeteren, je kent het wel. Ik ben ongeschikt voor de overheid en vond dat het anders moest kunnen, efficiënter en beter. Zoals in het artikel wordt omschreven als effectief altruisme. Al vraag ik mij af of het echt altruistisch is. Hoe dan ook, we kwamen tot een vergelijk, voor mij een uitdaging. In de jaren tussen je 30e en 40e is men het meest productief en energiek. Ik zou eerst bakken met geld gaan verdienen met een bedrijf en dan de wereld beter maken, de ander via een carriere als top ambtenaar. Inmiddels is dat gelukt, ik heb mijn (duurzame) internetbedrijf voor schandalig veel geld verkocht en ben me aan het bezinnen hoe nu verder met het masterplan om zo effectief mogelijk mijn leven als filantroop in te zetten. Overigens vind ik geen kinderen nemen geen zelfopoffering zoals je hierboven suggereert, integendeel. Alles is een bewuste levenskeuze.

  9. 10

    @9 Okée u hebt me overtuigd dat er in ieder geval twee effectieve altruïsten op de wereld rondlopen. Die sterleerling van Singer en uzelf.

    Dus misschien is het inderdaad een trend, zoals Eva beweert; maar dat laat onverlet dat dit uit haar stuk niet blijkt. Ze haalt er wel onderzoek bij, maar dat onderzoek gaat over klassiek altruïsme (als onbewuste voortplantingsstrategie); in dat hele onderzoek komt de term ‘effectieve altruïst’ niet voor.

    Vervolgens wijst ze op een website die de effectiviteit van ontwikkelingsprojecten in kaart brengt; maar dat is dus wat anders dan wat Singer met ‘effectief altruïsme’ bedoelt aan te wijzen.

    Hoe dan ook: indien u daadwerkelijk een consequente effectieve altruïst bent, dan zult u bedenken hoe u uw vergaarde rijkdom in kunt zetten om nog schandalig veel meer rijkdom te vergaren, zodat u zoveel mogelijk goede doelen en filantropische projecten kunt financieren.

  10. 11

    @10 Bedankt. Eens over artikel, toch vind ik het mooi gevonden. Of het een trend is, of kan worden, dat vraag ik mij af. Het zou een hoop kunnen veranderen als er meer mensen zo denken. Over uw laatste advies, er wordt aan gewerkt. Eenvoudiger gezegd dan gedaan, overigens.

  11. 12

    Nietzsche, Jenseits von Gut und Böse, sectie 33:

    Es ist viel zu viel Zauber und Zucker in jenen Gefühlen des “für Andere”, des “nicht für mich”, als dass man nicht nöthig hätte, hier doppelt misstrauisch zu werden und zu fragen: “sind es nicht vielleicht — Verführungen?”*

    *Er zit veel te veel zoete charme in dit gevoel van “voor anderen”, dit “niet voor mezelf”, om het niet nodig te gaan vinden hier dubbel wantrouwig te worden en te vragen: “zijn dit misschien geen — verleidingen/misleidingen?”