Een avondje rellen in de banlieue van Parijs

GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor interessante gastloggers. Dit keer een stuk van semi-vaste kracht Olivier van Beemen van Parijsblog.nl. Het is een indrukwekkend verslag van een avond in Villiers-le-Bel waarin hij boze buurtbewoners en een geruïneerde kapper spreekt en bekogeld wordt met stenen. Het stuk verscheen eerder vandaag op zijn eigen weblog.

foto olivier van beemen - parijsblog.nl- gebruikt met toestemming
(CC)Olivier van Beemen – parijsblog.nl

Als je er middenin staat, kun je bijna niet anders oordelen: dit is een burgeroorlog, een stadsguerilla. De Franse troepen vertegenwoordigd door vervaarlijke ME’ers met helmen, schilden en knuppels aan de ene kant, de Arabieren en de zwarte Afrikanen met stokken en stenen, verscholen onder capuchons, aan de andere zijde: het doemscenario dat Jean-Marie Le Pen me in zijn villa in Saint-Cloud op een winterse dag vijf jaar geleden voorspiegelde tijdens een interview.

Rustig, even op adem komen voordat ik allemaal groteske informatie het wereldwijde web op stuur. Ik ben net terug van een paar uurtjes rellen in Villiers-le-Bel en wat ik gezien heb, was heftig, af en toe zelf angstaanjagend. Tijdens de rellen van twee jaar geleden, daarvoor en daarna ben ik meerdere malen de buurten ingetrokken, ook ’s avonds, maar zo midden in de actie als zojuist heb ik me nog niet bevonden.

Terug naar vanavond 19:30. Op het nieuws van France 3 zie ik dat het nog rustig is na een woelige nacht gisteren in Villiers-le-Bel, 15 kilometer ten noorden van Parijs. Gisterenmiddag zijn Moushin (15) en Larimi (16) daar omgekomen, toen zij zonder helm met hun crossmotor tegen een politiewagen aanknalden. Volgens de politie gaat het om een ongeluk, volgens veel mensen in de buurt is het eerder een ‘afrekening’. De vader van Larimi heeft verteld hoe zijn zoon al eerder bedreigd was en buurtbewoners wijzen op de aanzienlijke schade aan de politieauto. De grote deuk bewijst volgens hen dat er geen sprake was van een auto die vijftig reed en per ongeluk tegen een motor op was gereden, maar van een bewuste botsing op hoge snelheid.

Verkrachting op RER D
Hoewel je erg moet uitkijken met berichtgeving over de banlieue – voor je het weet annuleert half Nederland weer zijn vakantie naar Parijs – besluit ik dat de hevigheid van gisteren (40 politieagenten en één brandweerman gewond, onder wie twee zwaar, en veel materiële schade) het rechtvaardigt toch maar eens een kijkje te nemen. Het al dan niet bezoeken van de voorsteden op zo’n moment is telkens een moeilijk dilemma, want ik ben me ervan bewust dat media-aandacht de rellen over het algemeen stimuleert. Maar ja, het gebeurt toch en het is nieuwswaardig, dus negeren kun je het ook niet.

Om acht uur zit ik in de RER-trein D naar Creil, de lijn waarop dit weekend een 23-jarige studente (journalistiek) met ruim 30 messteken werd vermoord, toen zij zich verzette tegen een verkrachting. Nu praten twee Arabische meisjes vrij luidruchtig over wie het in hun klas allemaal met wie heeft gedaan en over de laatste mode in de RER B, een andere spoorlijn in en rond Parijs: je verbergen in het hok van de machinist. Maar wel zorgen dat je niet opgemerkt wordt. Anders kost het je 600 euro boete.

foto olivier van beemen - parijsblog.nl- gebruikt met toestemming
(CC)Olivier van Beemen – parijsblog.nl

Ik stap uit op station Villiers-le-Bel – Gonesse – Arnouville, waar ik meteen doorheb dat ik goed zit: al op het perron ruik je de penetrante brandlucht. Ik heb mijn fiets in de trein meegenomen. Uit ervaring weet ik dat zo’n voorstad vaak erg groot is en bovendien geeft de fiets me de gelegenheid er weer rap vandoor te gaan als het gevaarlijk dreigt te worden.

De kaart hoef ik niet te raadplegen om in de juiste buurt te komen. Volg het spoor van vuur en vandalisme. Direct buiten het station, dat is gevestigd in de gemeente Arnouville, zie ik Villiers-le-Bel liggen. Vlak na het plaatsnaambord (foto links) staat een vuilcontainer te branden met enkele jongeren niet ver daarvandaan. Ik ben op de goede weg.

Toch sla ik een verkeerde straat in. Ik beland in een wijk vol hoogbouw, maar er is niemand op straat. Op tv heb ik gezien dat er 300 man ME op de been is, dus hier moet ik niet zijn. Een jongen roept me vriendelijk na: ‘fiets maar snel door jij’ en drie brommertjes snijden me hinderlijk de weg af. Stomme allochtoon die ik in deze buurt ben. Dan hoor ik fikse knallen enkele honderden meters achter de flatgebouwen. Daar word ik verwacht.

Langs de doorgaande weg erheen zie ik talrijke buurtbewoners richting hun huis lopen. De busdienst blijkt wegens het geweld afgeschaft. De laatste paar honderd meter lopen ze langs een lange rij ME-busjes en door een dikke laag traangas. Welkom thuis na een lange dag werken.

In de bewuste wijk hebben ze mijn komst niet afgewacht. Op een vierbaansweg ligt een auto te branden (foto boven), een andere op een parkeerterrein ondergaat eenzelfde lot. Een verontruste buurtbewoner haalt zijn vrachtwagentje daarnaast weg, voordat die ook vlam zou vatten. Ik zie een lange laan, waar tientallen ME’ers (CRS in het Frans) tegenover een groot vuur enkele tientallen meters verder staan. Daarachter staan de jongeren, die stenen gooien.

Ik voel de adrenaline. Oorlogsjournalistiek trekt me niet erg aan, maar dit is toch verdomde spannend. Met een omweg wil ik nog dichter bij de actie komen, niet aan de kant van de ME, maar aan de andere kant.

foto olivier van beemen - parijsblog.nl- gebruikt met toestemming
(CC)Olivier van Beemen – parijsblog.nl

Dat plan slaagt. Hoewel ik op mijn fiets redelijk opval laat iedereen me met rust. Ik schrik. Ik zie een kapperszaak die compleet vernield is. Ruiten ingeslagen, wasbakken omver gegooid, spiegels kapot, alle haarspulletjes over de vloer. Eigenaar Yves Lemoigne heeft er nauwelijks woorden voor. ‘Dertig jaar zit ik in de buurt, ik kan het met iedereen goed vinden en dan sturen ze me op zo’n manier met vervroegd pensioen.’ Even verderop staan de jongens. Met stokken en stenen slopen ze alles wat ze kunnen. Ze komen richting kapperszaak gerend. ‘Blijf hier staan’, zegt Lemoignes vrouw tegen me, ‘ik hou je fiets wel vast’. De jongens passeren. ‘Je moet hier nu echt weg’, spreekt Yves Lemoigne tegen me op vaderlijke wijze (het leeftijdsverschil is ernaar). ‘Dit is veel te gevaarlijk.’ Hij heeft gelijk.

Nicolas uit La Courneuve
Ik keer terug naar iets veiliger gebied. Twee mannen in een auto spreken me aan. Ze zijn van het 6-minuten nieuws van tv-zender M6 (zo lang kunnen kijkers van die zender naar één programma kijken). Of het goed gaat op de fiets? Ach ja, ik ben wel lekker mobiel zo.

Dan kom ik Nicolas tegen, een verhaal apart. Hij is met een vriend op zijn racefiets uit de voorstad La Courneuve aan komen fietsen toen ze op het nieuws zagen hoe spectaculair het er in Villiers aan toe ging. Beiden zijn volgens Nicolas handicappés. Dat specificeert hij niet, maar ik vermoed dat ze een lichte mentale achterstand hebben. Dat uit zich deze avond in een panische angst en – eerlijk is eerlijk – zijn situatie is er ook wel naar.

Het probleem is dat hij zijn vriend kwijt is. Hij vreest dat die in de rellen is beland en wellicht gewond is geraakt, maar hij heeft geen idee tot wie hij zich moet richten. Bovendien is Nicolas’ Go Sport-jasje gescheurd, wat hem minstens evenzeer verontrust. De ME is niet erg aardig tegen hem en ik weet helaas ook niet zo snel de oplossing. Beide vrienden hebben geen telefoon en Nicolas weet niet of zijn vriend de weg terug zou weten naar La Courneuve. ‘Wat ben ik toch stom’, herhaalt Nicolas maar. ‘Ik had hier nooit naar toe moeten komen.’

Vervolgens stuit ik op een groepje buurtbewoners van net boven de dertig. Ze vinden dat de jongeren groot gelijk hebben dat ze de politie te lijf gaan. Ik ben zeker chrétien, christen, vraagt een man me. Dan kan ik niet begrijpen wat hier gebeurt. Blanke Fransen noemen ze ‘Galliërs’ en de politie is zonder uitzondering racistisch. Bovendien staat die onder leiding van hun aartsvijand Sarkozy, die op dit moment in China miljardenorders binnenhaalt voor Airbus en voor kernreactorbouwer Areva. ‘Om de de dood van een paar immigranten bekommert hij zich niet.’

Een gezette Antilliaanse vrouw noemt de schade die de jongeren in de buurt aanrichten dommage collatéral. Ze zegt de jongeren volledig te begrijpen. Tenzij die het zouden wagen haar auto in de brand te steken, dan zou ze er geen goed woord voor over hebben. Terwijl zij haar fraaie statements via een Nederlands medium wereldkundig maakt, voel ik een harde steen tegen mijn arm. Vanuit een tegenoverliggende flat worden we bekogeld. ‘Wij zijn geen flikken’, roepen mijn gesprekspartners naar boven. Maar het gooien houdt aan. Ik besluit het maar weer elders te zoeken.

Na een ontmoeting met de sympathieke studente Léticia (die bewaar ik voor de kranten van morgen) en een brandend fabrieksgebouw vol auto’s, begeef ik me richting station. Ondanks storingen komt de trein vrij snel, waarna ik een halfuurtje later met mijn fiets bovengronds kom in het gemoedelijke Quartier Latin. Daar lopen de bioscoopvoorstellingen net ten einde, laven de al dan niet ‘stakende’ studenten zich aan een glas bier en genieten toeristen van slakken en kikkerbilletjes. Zelf haal ik een afhaalmaaltijd bij een Japanner. In de banlieue, aan de andere kant van de wereld op twintig kilometer afstand, blijft het tot half twee onrustig.

  1. 2

    Wat mij altijd zo bizar overkomt is de nabijheid van de twee steden/werelden. Je hoort het vaak ook in de Amerikaanse steden waar wijken met grote problemen ook maar 20 min met de metro verwijderd zijn van Broadway.

  2. 3

    Inderdaad. Tijdens de vorige rellen ben ik toen met een geleende auto bij Olivier in Parijs op bezoek geweest. In de binnenstad, waar hij woont, was echt helemaal niets te merken van de rellen, terwijl in de voorsteden de auto’s stonden te branden. Heel apart inderdaad.

  3. 6

    Wat mij bij het politieverhaal van de aanleiding tot de rellen opvalt: de jongens werden niet achtervolgd, maar de dienstdoende agenten wisten wel te melden, dat ze op topsnelheid reden (hoe kun je dat weten, als je er niet achter hebt gereden en geen foto´s van een flitspaal kunt laten zien?), dat ze allerlei verkeersregels ontdoken (opnieuw: als je niet achter ze aan reed, hoe weet je dat dan? Geen voorrang verlenen is slechts één verkeersregel).

    Ik kan me voorstellen, dat de Franse staat de zaak probeert te sussen en dit soort dingen zegt. Ze zouden dan echter beter een wat slimmere woordvoerder in dienst nemen. Ik kan me ook voorstellen, dat de jongeren in de banlieus zich dezelfde vragen hebben gesteld en gezien hun ervaringen met de politie bij de uitspraken meteen erg grote vraagtekens hebben gezet. Met dank aan de harde aanpak van Sarkozy…