Een laffe kerkgeschiedenis

RECENSIE - Laat ik beginnen bij de allerlaatste woorden van dit boek, het slot van de tekst op de achterkant:

De vraag naar de verhouding tussen religie en het moderne denken komt indringend aan bod, evenals de actuele situatie van het katholicisme in het geseculariseerde Avondland. Een rijk gestoffeerd werk dat bij zowel liefhebbers als verachters van religie niet mag ontbreken op de boekenplank.

Indringend? Actueel? Een must read voor de verachters van religie? Ik moest het een paar keer lezen. Zelden is zo’n blurp achterop een boek zó way off the mark. Sterker, na het lezen van Katholicisme in Europa vroeg ik me ernstig af of er überhaupt  een groep lezers aan te geven is die dit boek op de plank zou willen hebben.

Laat ik bij dat actueel beginnen. Het katholicisme is in Europa ernstig op zijn retour, en verkeert in een diepe morele crisis. Nadere toelichting lijkt me overbodig; recente cijfers en onthullingen spreken boekdelen. Maar in dit boek van 444 pagina’s wordt daar niets over gezegd. De auteurs (alle drie verbonden aan de Universiteit Tilburg) wijden er, geloof het of niet, één alinea aan (onderaan pagina 366). Een paar zalvende zinnetjes.

Maar dat is geen reden om het einde van de Katholieke Kerk aan te kondigen – daarna beginnen ze bliksemsnel over mondiale prognoses dat het aantal mensen dat zich ‘religieus geaffilieerd’ noemt, niet zal dalen. Dat is alles. Nergens in dit boek is er een overzicht te vinden van het recente ineen zakken van het katholicisme. De cijfers, de onderzoeken naar de tanende religieuze betrokkenheid, de schandalen, ga zo maar door. Tot zover ‘de actuele situatie’ die indringend aan bod zou komen.

Hoe zit het dan met de verhouding tussen het katholicisme en het ‘moderne denken’? Die blijkt net zo onvindbaar.

Laat ik eerst zeggen dat de geschiedenis van het katholicisme na de Tweede Wereldoorlog in dit boek precies 20 van de 444 pagina’s beslaat. Vier procent. En die pagina’s gaan eigenlijk maar over één zaak, één bijeenkomst: het Tweede Vaticaanse Concilie van 1962/65. Daarnaast niks en niemendal over het moderne denken.

Daarmee zijn we aangeland bij een ander majeur probleem van dit boek: de auteurs reduceren ‘katholicisme’ vrijwel volledig tot het wel en wee van het Vaticaan. Vanaf de Middeleeuwen betekent dat: oorlogen, keizers, tegenpausen, banvloeken en daarna Luther, protestanten, Jansenisten, meer dan dat soort zaken – allemaal hartstikke leuk maar al zo vaak beschreven. En is dat nou het ‘katholicisme in Europa’? Over het geloofsleven lezen we helemaal niets.

De auteurs wijzen er zélf op dat er tijdens Vaticanum II een doorbraak werd bereikt: ‘de Kerk’ werd toen niet langer uitsluitend gezien als een hiërarchische organisatie, maar ook als een gemeenschap van gelovigen. De Kerk was niet langer uitsluitend ‘van boven naar onder’, de Kerk was ook een gemeenschap, een beweging ‘van onderop naar boven’. Dat vinden de heren belangrijk.

Wat was het dan aardig geweest als ze een poging hadden gedaan om op dat inzicht voort te bouwen, de traditionele aanpak van ‘kerkgeschiedenis’ op zijn kop te zetten en een geschiedenis te schrijven in de geest van Vaticanum II: wat was katholiek zijn? Wat was en is katholicisme? Welke stromingen zijn er aan de basis geweest, en leven nog steeds? Dat alles ontbreekt. Het boek bevat niéts over de verspreiding van het katholicisme toen en nu, geen letter over de veelvormige praktijk, helemaal niets over volkse devotie, niets over de riten en gebruiken die het katholieke leven markeren. Dit boek is een gemiste kans.

Katholicisme in Europa is gewoon de zoveelste vlakke geschiedenis van het Vaticaan, de pausen en de strijd rond theologische spitsvondigheden, waarbij de auteurs ook nog eens zorgvuldig alle zwarte bladzijden omzeilen. Ze vertellen vol bewondering hoe kritisch de deelnemers aan Vaticanum II waren.

De hele Kerk is momenteel in de greep van een pijnlijk zelfonderzoek. Wat zou het mooi zijn geweest indien de auteurs in deze geest hadden geschreven. Wanneer ze de zwarte bladzijden hadden meegenomen. Maar nee. Pijnlijke onderwerpen worden systematisch geminimaliseerd of ronduit verzwegen, aangestipt en snel begraven. Over het godsgruwelijke antisemitisme binnen de Kerk geen enkel zinnig woord. Voltaire, de man die de Kerk fel bestreed (‘Écrasez l’infame!) en in Roomse kring diep werd gehaat, komt een paar keer heel eventjes onschuldig voorbij. Iets langer is een passage over… een ‘essay’ van Voltaire over Mohammed. Lijkt me niet relevant. (Het ging overigens om een toneelstuk.) Geen woord dus over zijn strijd tegen de Kerk, geen woord over de affaire-Calas, een gruwelijke moord in opdracht van de Kerk (omdat hij protestants was geworden) die heel Europa in beroering bracht en waardoor Voltaire fel antikatholiek werd.

Dát, die intolerantie, dát was het dominante karakter van het katholicisme in achttiende-eeuws Europa. Maar niks daarover. En zo kan ik doorgaan. Inquisitie? Schijnt iets vervelends geweest te zijn. Antisemitisme? De enige die daarvan wordt beschuldigd is Luther. Ik weet dat katholieke theologen en kerkhistorici vaak een vies gezicht trekken wanneer men over dat soort zaken begint. Dat ze dat smakeloos gedram vinden. Maar geen uitvluchten meer; de Kerk moet zijn ongewenste verleden écht onder ogen zien. Dit boek doet dat niet. Dit boek ontwijkt. Elke ‘verachter van religie’ (een categorie waartoe ik mezelf zeker niét toe reken) heeft dat onmiddellijk in de gaten.

En de liefhebber? Heeft hij iets aan dit boek? Wordt hij veel wijzer van deze geschiedenis van het katholicisme? Ik vrees van niet. Tenzij die liefhebber filosofisch en theologisch geschoold is. De auteurs nemen niet de moeite om de liefhebber nader te komen. Begrippen worden niet of vaag uitgelegd. Namen komen op en gaan weer onder. De zinnen kabbelen voort. Om dat de illustreren citeer ik een lange passage, van pagina 297. Leest u even mee? We zijn in Duitsland, rond 1830:

‘[De theoloog] Hermes maakte weliswaar onderscheid tussen het geloof van het verstand en dat van het hart, maar hij stond sterk onder invloed van het Kantiaanse kritische denken. Dat maakte bijvoorbeeld dat hij dogma’s wel erkende, maar daaraan een symbolisch en geen feitelijke waarde toekende. In de lijn van Kant werden ze gereduceerd tot hun menselijke of natuurlijke betekenis. Dit denken van Hermes had zo’n grote invloed dat er sprake was van een ‘hermesiaanse school’. Deze werd door paus Gregorius XVI veroordeeld en later ook bestreden door Duitse neoscholastici als Joseph Kleutgen. Kleutgens bezwaar was niet het gebruik van de rede, maar wel de beklemtoning ervan ten koste van het geloof. In de lijn van deze rationele theologie stond ook Anton Günther, die in zijn denken streefde naar een herstel van de eenheid van religie en maatschappij en van geloof en rede. In plaats van deze synthese te zoeken vanuit de bronnen van het christelijk denken, vertrok Günther vanuit het idealisme: zo was voor hem de filosofische rede in staat om dogma’s als de leer over de triniteit redelijk te vatten en te verklaren.’

Je moet wel een hele grote liefhebber van religie zijn om dit type proza te kunnen waarderen, vrees ik. Voor gewone liefhebbers (en verachters) is dit simpelweg onbegrijpelijk. En dat geldt, vrees ik, voor alle passages die theologisch wat dieper te gaan. Ik kan me bijvoorbeeld niet echt voorstellen dat ook maar één niet theologisch ingevoerde lezer uit de voeten kan met wat er gezegd wordt over de genadeleer (de achilleshiel van de christelijke theologie). Het boek leest te vaak als een academische syllabus waarbij de lezer helaas het bijbehorende college heeft moesten missen.

En terwijl we dus lezen over reduceren ‘in de lijn van Kant’ lezen we geen woord over de opmerkelijke opleving van het katholicisme ‘van onderop’ in dezelfde eerste decennia van de negentiende eeuw, met name in Frankrijk en Duitsland. Het geloof keerde terug, in nieuwe vormen. Wat gebeurde daar, toen? De auteurs noemen wat pausen, filosofen, theologen (zoals Hermes) en wat congregaties, maar missen het hoofdverhaal volkomen.

In ons land was na 1840 opeens sprake van een opleving van de Stille Omgang in Amsterdam. De protestantse elite schreeuwde moord en brand. Niets hierover in dit boek. In plaats daarvan moeten we naar Italië en krijgen we het afgekloven verhaal van paus Pius IX en zijn verzet tegen de Italiaanse eenwording. (Porco pio nono, zo noemden de nationalisten hem.) De Rijke Roomse Tijd? De omslag in de jaren 1965/70? Als je dit boek leest, zul je er niks over te weten komen.

Het boek heeft een boodschap, als ik het goed begrijp. Namelijk dat het moderne Europa voortgekomen is uit het katholicisme. De Verlichting is een kind van de Kerk, of in elk geval van theologische discussies in de zeventiende eeuw. Ik citeer uit de slotzinnen van de slotbeschouwing:

Het blijken tenslotte de ontwikkelingen in het christendom zélf te zijn geweest die mee tot onze seculiere context hebben geleid, een omgeving waarin religie voor velen in Europa verschijnt als iets vreemds, iets dat zonder angst voor represailles kan worden bespot.

Wat die christelijke oorsprong betreft: da’s natuurlijk een open deur. Wat dat bekritiseren zonder angst betreft: gelukkig maar. En wat die ontwikkeling betreft: als iéts geleid heeft tot het ontstaan van ‘onze seculiere context’ (??) dan waren dat niet de theologische discussies.

Nee, dan is het verstandig eerst te denken aan de zeer reële angst die de Kerk ooit inboezemde. Dat aspect is nu vrijwel vergeten, maar de Kerk was in haar hoogtijdagen een zeer effectief repressief apparaat. Maar als de Europese burger érgens aan wilde ontkomen, dan was het die dwang. Dat aspect wordt in dit boek uiteraard nergens geschetst.

Dit boek faalt op vele fronten. De auteurs beschrijven noch de angst aangejaagd van bovenaf, noch het katholieke geloof dat (meestal tegen de verdrukking in) opbloeide ‘van onderop’. Dáár aan de basis, dáár vind je de Kerk. Concilies doen niet meer dan vastleggen wat inmiddels onvermijdelijk is. Eigenlijk vind ik dat een halve eeuw na Vaticanum II een boek als dit niet meer geschreven kan worden.

Karim Schelkens, Paul van Geest, Joep van Gennip, Het katholicisme in Europa. Uitgeverij Boom, 444 bladzijden, 34,90 euro.

  1. 1

    “Laat ik eerst zeggen dat de geschiedenis van het katholicisme na de Tweede Wereldoorlog in dit boek precies 20 van de 444 pagina’s beslaat. Vier procent. “
    In proportie dus?

  2. 2

    Er zijn toch al wel boeken geschreven over de angst die de Rooms Katholieke Kerk door de eeuwen inboezemde op verschillende niveaus, en over het geloof onderin.

    Verder denk ik dat Paul van Geest een gezaghebbende schrijver is op dit gebied, die zijn redenen gehad zal hebben om bepaalde keuzes te maken op de inhoud van dit boek. Zou je hem zomaar kunnen vragen …

  3. 3

    @1: Ja, proportioneel. De vraag is of het terecht is dat periodes in de katholieke geschiedenis proportioneel worden behandeld. Persoonlijk denk ik dat dat niet terecht is: sommige periodes zijn belangrijker dan andere voor de daaropvolgende periodes. Maar dat zou dan wel beargumenteerd moeten worden. De post-Vaticaan II periode mag langer worden beschreven en geanalyseerd omdat het een cesuur is tov. het verleden. Meer dan Vaticaan I. En de turbulentie van vandaag de dag in de Roomse kerk heeft in hoge mate te maken met een conflict tussen voor en tegenstanders van Vaticaan II. Kindermisbruik – zonder het probleem te bagatelliseren – is niet alleen van de Kerk, en niet alleen van deze tijd. Voor de kerk is het alleen een morele crisis waar ze zich moreel superieur verklaren.

    En verder
    @0: zoals gewoonlijk is Hulspas boos over het boek dat hij zojuist heeft gelezen en probeert duidelijk te verhinderen dat wij het zouden gaan lezen. Probeert althans voordat we beginnen een krachtig ‘bagger’ in het voorhoofd te planten.

    Maar Hulspas heeft blijkbaar weinig geschiedenisboeken over de katholieke kerk gelezen OF hij heeft er zoveel gelezen dat hij alleen nog maar zijn eigen bevooroordeelde mening er in wil lezen.

    Ja, katholieke geschiedenis is altijd biased. Dat kan ook niet anders als je 2000 jaar geschiedenis in een hanteerbaar boek wil lezen. Het zou prima zijn geweest te volstaan met de achtergrond van de auteurs te beschrijven en dat te relateren aan het boek. Dat is nl altijd wat er gebeurt met geschiedenisboeken. Men leest iets over de auteur en minder over 2000 jaar vol van gebeurtenissen die – jazeker – het Europa van nu hebben gevormd en nog steeds vormen.

    Ja, als Hulspas zegt: Het katholicisme is in Europa ernstig op zijn retour, en verkeert in een diepe morele crisis, dan heeft hij wel een punt maar ook niet meer dan dat. Want wie de katholieke kerk beziet – het oudste nog overlevende instituut uit de Romeinse tijd – weet dat ze een enorme veerkracht bezit en zich dus waarschijnlijk wel zal hervinden. Morele crises in die kerk zijn er al zoveel geweest dat dat als irrelevant punt mag worden gezien. Het retour geldt lang niet voor heel Europa – mag ik wijzen op de Visegrad groep, met name Polen en Hongarije – en zeker niet voor de wereld. De Roomse kerk is nog steeds een macht van belang. Nadruk leggen op retour, is politieke bijziendheid. Dom.

    Als er een crisis is, dan ligt die op politiek vlak in de zin van conservatieven versus progressieven. En uit zich inderdaad in kerkprocedurele zaken als sacramentbehandeling en misviering en zo. Merk ook de link op tussen seculiere conservatisme en Rooms-katholiek conservatisme: ze zoeken elkaar. En dan hebben we het over rechts tot extreem rechts.

    In plaats van af te zeiken wat de auteurs niet behandelen, zou het interessant zijn te weten wat ze dan wel behandelen. Ik zou dat van een recensie mogen verwachten en vind dat hier niet genoeg. De drie auteurs afserveren als incompetent lijkt me niet handig.

    Kerkgeschiedenis is interessant, al was het alleen al om te zoeken wat je van de Kerk kunt verwachten.

    NB: en waarom onttrekt Hulspas zich eigenlijk altijd aan discussie hier. Het is lang geleden dat hij hier iets becommentarieerde.

  4. 4

    de genadeleer (de achilleshiel van de christelijke theologie)

    En dan….. niks. Kolere. En dat klaagt dan over boeken waarin stellingen worden ingenomen maar niets wordt uitgelegd.

  5. 5

    Ik denk dat je een verschil moet maken tussen kerkgeschiedenis (met pausen, kardinalen en theologen) en geschiedenis van het geloof zoals dat door de bevolking in de loop van de tijd wordt beleefd. Als ik het goed begrijp gaat dit boek vooral over het eerste en heeft het, zoals dat onder katholieke leiders vaker voorkwam, weinig oog voor het laatste.

  6. 6

    @5: Ja, dat is dus inderdaad een functioneel historisch verschil. Daarbij is de geschiedenis van het geloof minder vaak beschreven, dan die van het instituut, het Vaticaan.

    Maar dan kijken we naar de titel van het beschreven boek: Het katholicisme in Europa. Dat lijkt aan te geven dat het gaat over een geloof, het is in elk geval de reguliere interpretatie van het woord katholicisme. Maar de beschrijving van Hulspas – los van zijn mening – geeft toch duidelijk aan, dat het gaat over de geschiedenis van het instituut.

    Een logische conclusie zou zijn, dat katholicisme (de religie) en het Vaticaan (de politiek, het instituut) gelijk zijn (of elkaar in hoge mate overlappen).

    Ik denk inderdaad, dat dat laatste het geval is. Alle sacramenten ten spijt, het katholicisme is een ideologie dat gaat over hoe we de samenleving in moeten richten, hoe de positie van mensen ten opzichte van elkaar is en wie en wat de soeverein is van die samenleving.

    Ik heb onlangs gekeken naar o.a. ‘Politieke Theologie’ (wiki) n.a.v. het boekje met dezelfde titel van Carl Schmitt (uit 1923!).

    All significant concepts of the modern theory of the state are secularized theological concepts not only because of their historical development – in which they were transferred from theology to the theory of the state, whereby, for example, the omnipotent God became the omnipotent lawgiver – but also because of their systematic structure, the consideration of which is necessary for a sociological consideration of these concepts.

    Het boekje is volgens mij zeer actueel. Merk overigens op, dat onze ‘eigen’ Spinoza ook een “Politiek Theologisch Traktaat” heeft geschreven.

    En als je dan de optelsom maakt, is katholicisme net zo’n ideologie als neoliberalisme, kapitalisme, communisme etc… Op het moment dat je dat beseft – of als uitgangspunt neemt – kijk je ineens met andere ogen naar katholicisme (Het Vaticaan) en haar geschiedenis, en ook met andere ogen naar de huidige gebeurtenissen in het Vaticaan.

  7. 8

    @5

    Je vergeet iets belangrijks.
    1. Er is het machts-instituut (daar heeft Hulspas het inderdaad over).
    2. Er is het geloof wat geworteld is in historische structuren. Dwz de historische Jezus, de historische eerste christenen die voor de leeuwen werden geworpen, enzovoorts.
    3. En er is het geloof zoals dat van generatie op generatie in culturele zin werd overgedragen.

    Verhip, kom ik toch uit op de triniteit. (Heilige drie-eenheid voor de niet-ingewijden) Voor die heilige drie-eenheid moet je toch echt katholiek zijn opgevoed. Wat dat betreft zijn de jaren 60/70 een echte cultuurscheuring.

    Overigens geeft Hulspas zelf al aan dat het boek alleen maar over het machts-instituut gaat:

    Katholicisme in Europa is gewoon de zoveelste vlakke geschiedenis van het Vaticaan, de pausen en de strijd rond theologische spitsvondigheden, waarbij de auteurs ook nog eens zorgvuldig alle zwarte bladzijden omzeilen.

    Maar ja, Hulspas geeft zelf in een quote impliciet al aan dat hij niet filosofisch en theologisch geschoold is. Dus klets hij maar wat raak in zijn recensie. Over het Vaticaan als imperium is al genoeg geschreven voor de (geschiedkundige) liefhebbers. En als filosofie en theologie niet belangrijk worden geacht dan gaat dit artikel in wezen nergens over.

  8. 10

    @9

    Logisch nadenken, Joop. Niemand heeft wat aan dit boek “tenzij die liefhebber filosofisch en theologisch geschoold is.” (Quote Hulspas)

    Hulspas is niet filosofisch en theologisch geschoold en dus kletst Hulspas alleen wat over het instituut. Hetgeen meerdere mensen hier opmerken.

    Het boek gaat dus in werkelijkheid dieper dan Hulspas doet voorkomen, maar Hulspas recenseert kennelijk voor het Libelle publiek. Waarvan akte.

  9. 11

    @10.

    Zelf heb ik al mijn mening gegeven. Hoef ik niet te herhalen. En afzeiken schrijver artikel houd ik niet van. Zonder hem kon je ook niet reageren. Je bent zeer reactionair , grappig.

    O ja, wel een aardige vraag of het boek meer voor de leek of de professionele theoloog/filosoof is.

  10. 12

    Allejezus, ben ik nog even andere dingen aan het bekijken/lezen, kom ik ineens iets als het Acton Instituut tegen.

    Ik had er echt nog nooit van gehoord, maar het is duidelijk dat integratie van religie en hedendaagse neo-liberale (conservatieve) politiek volop gaande is. Er is geen verschil meer. Religie is gewoon een politieke partij.

    Ik geef even wat quotes:

    For the study of religion and liberty: Integrating Judeo-Christian Truths with Free Market Principles

    En over Brazilië:

    The pastoral failures of progressivism and liberationism are very hard to deny. The outlook of orthodox and conservative Catholicism is thus one of optimism.

    Over de integratie van ideologieën:

    Guided by a distinguished, international faculty, Acton University is an opportunity to deepen your knowledge and integrate philosophy, theology, business, development – with sound, market based, economics.

    Over vermoedde uitsluiting van christenen op social media:

    We can and should develop social networks, app stores, and search engines that guarantee free speech instead of banning Christian, conservative and libertarian messages.

    De wereld is altijd enger dan je had durven vermoeden.

  11. 14

    @13: Mijn #12 verwees niet naar of is geen reactie op jouw #11.

    En overigens kun je je beter wat verder verdiepen in de link tussen [extreem] conservatief rechts en katholieken voordat je relativerende opmerkingen als in #12 gaat maken. Elke DenkTank als Acton, die dan bovendien vriendjes speelt met Bolsonaro, kun je rustig als gevaarlijk typeren (en ze werken van boven).

    Ik voerde Acton overigens op als reëel voorbeeld van equivalentie van religie en seculiere politiek, die ontstaat door de vloeibaarheid van uitgangspunten, waar ik in #6 naar verwees met ‘Politieke Theologie’.

  12. 15

    @14.

    Snap ik. Maar ff bekeken hun site. Grand Rapids Michigan zijn ook stijf fereformeerde semenaries van Hollandse oorsprong gevestigd.

    Niet dat ik eens met dat acton institute ben, maar over bevrijdingstheologie hoor ik nog maar weinig. Wel zie je de charismatische bewegingen als de pinkstergemeenten opkomen in Brazilië, wat ook bij de laatste verkiezingen een rol heeft gespeeld.

    Benieuwd hoeveel pagina’s zijn ingeruimd voor de bevrijdingstheologie in het besproken boek.

  13. 16

    Ik begrijp uit de laatste reacties dat Christus zich niet aan een kruis heeft laten spijkeren, maar aan een dissel.
    Zodat hij voor ieders karretje kan worden gespannen.

  14. 17

    @16: Haha… Ja dat lijkt duidelijk. Alleen, als je gaat discussiëren, gaan theologen en politici in hun hoek zitten begrijpen ze elkaar ineens niet meer. Alsof het twee verschillende werelden zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren