Een korte beschouwing van bijna alles

Albert Einstein heeft ooit gezegd, dat de belangrijkste keuze die een mens in zijn leven moet maken, is of hij in een vriendelijk, of in een vijandig universum woont. U kent Albert Einstein van de relativiteitstheorie, waarin Energie en Materie gezien worden als inwisselbaar. (Namelijk: energie (E) is massa (m) maal de lichtsnelheid (c) in het kwadraat.)
Einstein bedoelde met zijn uitspraak dat wie overtuigd is van een vijandig universum, bij gevolg overal vijandigheid zal ontdekken, en wie gelooft in een vriendelijk universum overal vriendelijkheid. Einstein bedoelde dat perceptie enorm belangrijk is voor de realiteit. Om te chargeren: wie zoekt naar vijandigheid, zal het vinden. Wie zoekt naar kosmische vriendschap idem dito.

De idee dat gedachten dingen zijn is misschien wat zweverig. Ikzelf geloof hier ook niet in: bij ‘dingen’ stel ik mij concrete voorwerpen voor. Een ding is materie, een gedachte is niet materieel. Of toch niet helemaal? Wat is een gedachte eigenlijk? En hoe komt zoiets tot stand?
Synapsen geven stofjes door aan receptoren. Die stofjes (neurotransmitters) zijn materieel. Zij bevatten de informatie waaruit de gedachte bestaat. Dus een gedachte is op zijn minst deels materieel.
Maar interessanter aan de uitspraak van Einstein vind ik de gevolgen die hij verbindt aan de perceptie.

Er zitten een hoop constructies in mijn hoofd, die ik bij een gebrek aan een goed woord ervoor ‘denkbeeld’ zal noemen. Deze denkbeelden beïnvloeden mijn gedrag, soms direct, soms indirect. Om te illustreren wat ik bedoel met deze gedachteconstructies hieronder een paar voorbeelden.

1. Respect is earned, not given.
2. Het is de taak van ieder mens iets van zijn leven te maken.
3. Als je je niet wezenlijk aan iets verbindt, zal het resultaat nooit goed kunnen zijn.
4. Situaties moet je op hun merites toetsen aan de grenzen van je eigen redelijkheid en billijkheid.

Deze denkbeelden bestaan allemaal in mijn hoofd, en ze beïnvloeden mijn gedrag. Zo moeten mensen eerst aan mij bewijzen dat ze mijn respect, aandacht en toewijding waard zijn – in mijn menselijke relaties doe ik geen pro Deo werk. Met andere woorden: ik behoud het recht om mijn respect uit te delen, en ik bepaal zelf aan wie. Ik geloof niet in het denkbeeld dat iedereen, altijd maar recht heeft op mijn respect, simpelweg omdat ze bestaan. Dit denkbeeld heb ik een keer opgepikt van Cicero. Hoe en waar precies weet ik niet meer, maar het heeft wel gevolgen voor hoe ik naar de wereld kijk. Zo hoef ik geen respect op te brengen voor voetbal hooligans of SBS6.
Dit betekent niet dat SBS6 of voetbalhooligans mijn respect nooit kúnnen verdienen, het betekent alleen maar dat ze er op voorhand geen recht op mogen claimen.

Ik schrijf dit omdat ik mijzelf ervan bewust ben dat veel van die denkbeelden die ik heb, helemaal geen aanwijsbare reden hebben om te bestaan. Ja, ik heb ergens een keer iets van Cicero gelezen en dacht – verdorie die man is zo gek nog niet. Of het denkbeeld is cultureel bepaald: mijn Joods-Christelijke roots zorgen ervoor dat ik mijn ziel heb te verbeteren. Ik ben Joods noch Christelijk, maar het denkbeeld dat ik mezelf moet verbeteren zit rotsvast in mijn wereldbeeld gegrift.
Denkbeeld nummer 3 komt voort uit ervaring. Ik zal u mijn liefdesleven besparen. Nummer 4 is vrij naar het wetboek van strafrecht. Maar er zijn ongetwijfeld een heleboel denkbeelden in mijn hoofd die bestaan, zonder aanwijsbare reden. Ze zijn ontstaan, onbewezen, en ze beïnvloeden. Geen idee waarom.

Er is mij een aardig experiment bekend: het experiment natte aap. Voor wie het niet kent: men hing in een apenkooi een banaan op. Zodra een aap de banaan probeerde te pakken, sproeide men de hele groep nat. Na verloop van tijd pakte geen enkele aap de banaan meer.
Toen er een nieuwe aap in de groep werd losgelaten die van het koude water niets afwist en alleen een smakelijke banaan zag, werd deze door de andere apen meteen gecorrigeerd zodra hij de banaan probeerde te pakken. De onderzoekers wisselden gedurende een periode alle originele apen, met nieuwe apen – totdat er geen enkele aap meer in de groep zat, die ooit zelf was natgespoten.
Geen enkele aap durfde de banaan te pakken. Dat deden die apen gewoon niet.

Met de denkbeelden van de apen is iets interessants aan de hand. Wie de banaan pakt, dupeert ons allemaal, want dan worden we nat. Voor de een was dat een ervaringsdenkbeeld, voor de ander was dat denkbeeld overgedragen. De een had zo’n natspuitpartij namelijk meegemaakt, en de ander niet.

Een ander denkbeeld van de apen was: wij bestraffen degene die de banaan pakt. Dit is niet hetzelfde denkbeeld, want op het laatste was geen van die apen ooit zelf nat geworden. Die apen wisten niet beter dan: als je de banaan pakt, verdien je straf. Een ervaringsdenkbeeld was verworden tot axioma. Geen enkele aap pakte namelijk ook nog de banaan, bang voor de repercussies van de andere apen. Niemand wist dus meer precies wat er zou gebeuren als iemand de banaan pakte, behalve een gruwelijke kloppartij. Maar wat die kloppartij rechtvaardigde was onbekend.

Deze overgang naar axioma heeft grote gevolgen voor de apen. Ze kijken dag in, dag uit aan tegen een smakelijk hapje dat ze niet mogen eten. Wat een Tantaluskwellig!

De overgang van denkbeeld naar axioma gebeurt vaker, en niet alleen bij apen. De overgang van het denkbeeld ‘Grote beelden zijn mooi’ naar het axioma ‘Grote beelden zijn mooi’ heeft geleid tot de ondergang van Paaseiland. Men vond daar grote beelden mooi. In het begin was het misschien nog ergens goed voor, maar zodra het een doel op zich werd, leidde het tot de uitputting van de natuurlijke grondstoffen en het axioma ‘grote beelden zijn mooi’ roeide een van de paradijselijkste eilanden van de Pacific uit.

Een van de belangrijkste axioma’s die zich in onze maatschappij heeft genesteld, en die voor de nodige problemen zorgt is dat meer geld verdienen beter is dan gewoon een beetje geld verdienen. Wie veel geld verdient, heeft aanzien, is een succes. Vroeger was geld een handig hulpmiddel om transacties te bespoedigen. Als je graan had, en wilde een pot, maar de pottenbakker wilde geen graan maar wortels, had je als graanboer een probleem, tenzij je een wortelboer kon vinden die nog graan nodig had. Met geld hoefde je niet te zoeken, sjacheren en eeuwige onderhandelingen te voeren om uiteindelijk je pot te ruilen.

In de ontwikkeling van het geld is iets merkwaardigs aan de hand. Vroeger had geld een intrinsieke waarde. Een gulden bestond uit materiaal dat precies 1 gulden waard was. Als je de gulden omsmolt, hield je een klompje over dat 1 gulden waard was. Die waarde was onverwoestbaar en wie wilde weten of hij werd opgelicht, kon zijn gulden wegen.

Die intrinsieke waarde waarde van geld is afgeschaft. De waarde van geld, werd een constructie. Zo lang iedereen geloofde in de constructie was er niets aan de hand. Een gulden was een gulden waard, maar was geen gulden meer waard. Dat men deze gedachte toch een beetje eng vond, bleek uit het feit dat de overheden nog wel vasthielden aan de gouden standaard: een gulden was misschien niet meer precies een gulden waard, maar het totaal aantal guldens was nog wel evenveel waard als de totale goud hoeveelheid.

Na de grote depressie van 1929 – 1933 besloot men deze gouden standaard ook te laten verdwijnen. En sterker nog: het geld zelf verdween met de opkomst van girale tegoeden in de loop van de 20ste eeuw. Geld werd letterlijk onaantastbaar. Eerst werd het een constructie, een denkbeeld, uiteindelijk werd geld een axioma. Hoe redt men tegenwoordig een bank? Men drukt op een knop en schrijft biljoenen over (die in werkelijkheid nooit hebben bestaan). Geld wordt niet meer verdiend, geld wordt gecreëerd. En we geloven in dit axioma om geen enkele andere reden dat we door de andere apen in elkaar worden geslagen als we de banaan pakken. Om even aan te geven hoezeer geld een constructie is, die nauwelijks nog concreet is te maken een op het eerste gezicht eenvoudige vraag. Past een miljoen euro in een schoenendoos?

Het directe gevolg van het ‘constructiveren’ van geld, is de huidige financiële crisis die we ironisch genoeg bestrijden op dezelfde manier als hoe die tot stand is gekomen: we drukken dollars bij. Deze vestzak-broekzak oplossing houdt dit systeem voorlopig nog wel in leven, maar uiteindelijk is de zaak natuurlijk gedoemd om te mislukken, omdat de kern van het probleem is dat de nutsfunctie van geld niet meer wordt gekend. Het geld is een doel op zich geworden. Dit ‘axioma van het geld’ zal op den duur falen. Als ik u was, zou ik een cursus tuinieren gaan volgen, want er komt een moment dat u voor uw voedsel bent aangewezen op de eigen achtertuin. Maar dat is ook maar mijn visie. De ironie hier, is dat de oplossing van de ene economische crisis, het begin is van de volgende. De wet van behoud van problemen in optima forma.

Een ander axioma in onze samenleving is dat onze democratie beter is dan de staatsinrichting van anderen. Ons wetboek van strafrecht is rechtvaardiger dan de sharia. De westerse wereld heeft axioma’s als exportproduct en vraagt zich vervolgens compleet verloren en hopeloos af waarom het niet wil lukken in Afrika, Irak, Afghanistan, Rusland en China. Nou heel simpel. Die mensen hebben gewoon andere axioma’s. En het probleem van deze constructies is dat er geen oplossing voor ze bestaat.

Ik geloof geloof ik niet in Einsteins perceptie vraag. Ik zie geen eenduidig vriendelijk, of eenduidig vijandig universum. Ik zie een universum dat bestaat uit onverenigbare denkbeelden die nooit getoetst zullen worden, die zichzelf in standhouden, en die gedrag beïnvloeden. De ene keer is dat gedrag in mijn ogen vijandig, en de andere keer vriendelijk.

  1. 3

    Slaat als een tang op een varken..

    Meer geld = meer genot, geilere wijven, lekker de buurman jaloers maken. Dat is toch voor iedereen inzichtelijk? Wat heeft dat in godesnaam met apen en een banaan te maken.

  2. 4

    Geld is slechts de manier om aanzien en macht te verkrijgen of ten toon te spreiden. Blijkbaar zit het in de mens om zich we willen profileren ten koste van anderen.

  3. 5

    De hoeveelheid goud in de wereld is niet genoeg om de hoeveelheid waarde in de wereld te dekken tegen de huidige goudprijs.

    Als een land zou besluiten om haar waarde onderliggend in goud te garanderen, gebeuren er een paar dingen:

    1) Je kunt een huis kopen van een oude armband.
    2) vanuit alle landen komen mensen naar je toe met goud als smokkelwaar. Je zult al je goudaders met het leger moeten bewaken. Mensen zullen procede’s verzinnen om goud te filteren uit drinkwater e.d.
    3) Allerlei noodzakelijke medische, chemische en electronische toepassingen van goud worden onbetaalbaar.

  4. 7

    nou daniel, hebben axioma’s niet alleen ” toegevoegde waarde” als je praat over een “coherent geheel” ?

    ==> begrijp ik je goed dat je eigenlijk zegt dat je geen coherent wereldbeeld hebt?

    ==> zou het mogelijk zijn – als je een coherent wereldbeeld zou hebben – om je axioma’s aan te passen? bv: de mens zet gewoon een parapluutje op als men hem nat wil spuiten en vreet vrolijk de hele dag banenen..

    ==> of zeg je eigenlijk dat mensen net apen zijn?

    kom es to the point gozer