Een Bijzonder Meerderheidskabinet

Alles lijkt er op dat er een “bijzonder meerderheidskabinet” komt. En daar is nog wel wat debat over: een minderheidskabinet, dat past toch niet in het huidige bestel. Maar eigenlijk zijn er wel meer “bijzondere meerderheidskabinetten” geweest. Een recent voorbeeld is het tweede kabinet Balkenende (2003-2006).

In een traditioneel meerderheidskabinet is er een sterke mate van overeenstemming in het stemgedrag van de coalitiepartijen: ze stemmen samen voor de wetsvoorstellen van de regering, en stemmen samen tegen moties en amendementen van oppositiepartijen. In een minderheidskabinet bestaat de mogelijkheid dat er in verschillende stemmingen verschillende meerderheden gevonden worden: er is dus niet een blok van coalitiepartijen dat altijd tegenover een blok van oppositiepartijen staat.

Nadat de formatie tussen PvdA en CDA mislukt was, zijn er drie mogelijkheden onderzocht, de VVD, het CDA en of wel D66, dan wel de LPF, dan wel de  CU en de SGP. Uiteindelijk werd gekozen voor de eerste mogelijkheid. Maar die andere twee mogelijkheden waren parlementaire meerderheden waar ook op punten grote overeenstemming was. Gedurende de parlementaire periode kwamen de relaties tussen D66 en de coalitiepartners CDA en VVD steeds sterker onder druk te staan.

D66 was het eens met VVD en CDA over de hervorming van de verzorgingsstaat, maar op onderwerpen als migratie en het milieu was de overeenstemming tussen deze partijen minder groot. Dan komen de CU, de SGP en de LPF in het beeld. Want zelfs als D66 anders dan haar coalitiepartners stemden, dan konden CDA en VVD rekenen op de LPF, de ChristenUnie en/of de SGP voor een meerderheid. Zo konden voorstellen van de linkse oppositiepartijen tegen gehouden worden en konden voorstellen van het CDA en de VVD toch doorgang vinden zelfs zonder D66. Het bestaan van alternatieve meerderheden stond, bijvoorbeeld, minister Verdonk toe om aan te blijven zelfs nadat D66 het vertrouwen in haar had opgezegd. Een crisis waarbij de grenzen van het staatsrecht werden opgezocht. Gedurende de gehele periode functioneerde het kabinet eigenlijk als een minderheidskabinet. 

De mate waarin partijen mee stemmen met het CDA en de VVD

De VVD en het CDA hoefden niet slechts te rekenen op D66 voor een een meerderheid maar ook met de LPF of de CU en de SGP, die officieel in de oppositie waren, waren er meerderheden te vormen. Als je kijkt naar het stemgedrag van de partijen dan is er een opvallend patroon, dat te zien is in het bovenstaande figuur. Het laat zien in welke mate partijen mee stemmen met het CDA en de VVD in alle stemmingen. Deze partijen stemmen in 86% van de stemmingen hetzelfde. Opvallend genoeg stemt oppositiepartij SGP het meest met deze partijen mee (80%), gevolgd door oppositiepartij LPF (76%). Dan pas volgt D66 die in 73% van de stemmingen met haar eigen coalitiepartners mee stemt. De ChristenUnie ten slotte stemde ook in meerderheid van de stemmingen met het CDA en de VVD mee (68%). De linkse oppositie partijen stemmen in meerderheid niet met de VVD en het CDA mee. 46% voor de PvdA, en maar 35% voor GroenLinks en de SP. De traditionele dynamiek tussen oppositie en coalitie is niet zichtbaar in het stemgedrag van de partijen, terwijl dit in de Nederlandse politiek altijd zichtbaar is, en in veel parlementaire systemen aanwezig is: twee oppositiepartijen stemmen vaker mee met de coalitiepartijen, dan een van de regeringspartijen.

Mate waarin de LPF en D66 met de VVD en het CDA mee stemmen uitgedeeld naar onderwerp

Als we de stemmingen op moties uitdelen naar onderwerp dan is er een opmerkelijk patroon zichtbaar: op een aantal onderwerpen stemt D66 meer mee met de VVD en het CDA en op andere stemt de LPF meer mee. Met beide partijen konden VVD en CDA een meerderheid vormen. Aan de ene kant zijn er groene onderwerpen zoals landbouw en verkeer, nieuwe populistische onderwerpen als veiligheid en migratie, en buitenlands beleid. Op deze onderwerpen is de overeenstemming met tussen CDA, VVD en LPF anderzijds groter, dan tussen CDA, VVD en D66. Op onderwerpen als onderwijs en bestuur is de overeenstemming tussen D66 en CDA en VVD groter: dit zijn de kroonjuwelen van D66. Dat geldt ook voor gezondheidszorg, dat door de invoering van het nieuwe zorgstelsel een belangrijk speerpunt van het kabinet was. Op onderwerpen als sociale zaken, arbeid en economie is de overeenstemming tussen de VVD, CDA en LPF en respectievelijk D66 ongeveer even groot. Er is een redelijk sterke, significante, negatieve correlatie (-0,5) tussen de mate waarin de LPF mee stemt met CDA en VVD en de mate waarin D66 mee stemt met de VVD en het CDA: op die onderwerpen waar D66 het niet eens is met het CDA en de VVD (veiligheid, milieu, maar ook buitenlandse zaken) is het de LPF die mee stemt met de coalitie. Terwijl op de onderwerpen die belangrijk zijn voor D66 (bestuurlijke vernieuwing en onderwijs – de nieuwe en oude kroonjuwelen) de coalitiepartners en D66 vaker hetzelfde stemmen.

Het CDA en de VVD konden dus rekenen op wisselende meerderheden. Daarin leek het kabinet Balkenende II dus sterk op een minderderheidskabinet: er was niet een parlementaire meerderheid, maar meerdere. Het was dus misschien geen minderheidskabinet, maar het was, net als het komende kabinet-Opstelten, een bijzonder meerderheidskabinet, dat de grenzen van het staatsrecht op zocht.

  1. 1

    Hulde voor het artikel.Geeft inzicht in de werking van onze politiek.

    In de huidige situatie zie ik die wisselende meerderheden overigens niet zo snel. Dat wil zeggen, in theorie moeten CDA en VVD natuurlijk links partijen kunnen vinden die tegen een motie van Wilders stemmen op sommige onderwerpen. Alleen is de politiek door de samenwerking met Wilders zo gepolariseerd dat er vaker geprobeerd wordt het kabinet in moeilijkheden te brengen.

  2. 2

    ”In een traditioneel meerderheidskabinet is er een sterke mate van overeenstemming in het stemgedrag van de coalitiepartijen: ze stemmen samen voor de wetsvoorstellen van de regering, en stemmen samen tegen moties en amendementen van oppositiepartijen.”

    Als je dat als definitie neemt, dan heeft Nederland nog maar weinig (of mogelijk zelfs geen) meerderheidskabinetten gehad.

  3. 4

    @3: Kijk nog maar eens goed naar de woorden: regeringsvoorstellen worden voorgestemd, oppositievoorstellen worden weggestemd. Je krijgt van mij een fles wijn/whiskey/chocomel/(drank naar voorkeur) als je een kabinet kunt vinden dat geen enkel oppositievoorstel/motie/amendement heeft overgenomen en toch voor elk voorstel van één de regeringspartijen heeft gestemd.

  4. 6

    Otjes heeft trouwens wel gelijk als hij constateert dat D66 keihard gepiepeld werd in Balkenende II. Daarom zijn ze er op een gegeven moment ook uitgestapt.

  5. 7

    @4: ik stel nergens dat altijd alle coalitiepartijen voor alle voorstellen van de oppositie stemmen en voor de voorstellen van de coalitie. Ik zeg alleen dat er “een sterke mate van overeenstemming in het stemgedrag van de coalitiepartijen.”

  6. 8

    D66 wilde graag regeren, helemaal blij als klein kind, en na een tijdje wordt er nagedacht over waar de partij ook al weer voor stond. O ja, we moeten wat aan onderwijs doen, en nog zo wat, toen ging het mis. Gepiepeld worden is 1, maar daar hebben ze zelf de situatie naar gemaakt.

  7. 10

    @7: ”In een traditioneel meerderheidskabinet is er een sterke mate van overeenstemming in het stemgedrag van de coalitiepartijen: ze stemmen samen voor de wetsvoorstellen van de regering, en stemmen samen tegen moties en amendementen van oppositiepartijen.”

  8. 11

    @10. Toch zijn er telkens weer gelegenheidcoalities. Dat legde de weledele heer Donner uit gisteren bij Knevel dat de PVV meerdere malen is gevraagd met een amendement mee te stemmen – ook van linkse partijen afkomstig, zelfs de Partij voor de Dieren. En wat dacht je van de nieuwe krakerwet. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

    Traditioneel bedoel jij mee: theoretisch.

  9. 12

    @11: Dat er gelegenheidscoalities zijn, houdt niet in, dat geen sterke mate van overeenstemming in het stemgedrag van de regeringspartijen is. Je toont daarmee alleen aan, dat het soms niet zo is.

  10. 13

    PS: een bijzonder meerderheidskabinet…. Lubbers is weer helemaal terug hoor, inclusief zijn Lubberiaanse taalgebruik. Het is een minderheidskabinet, maar het verkoopt beter om dat als een bijzonder meerderheidskabinet weg te zetten. En de goegemeente trapt er weer in, natuurlijk.

    Doet mij denken aan zijn oude trucjes. Beloven, dat hij op gaat stappen als er 1 miljoen werklozen zijn, en dan gauw de definitie van werkloosheid veranderen, als het miljoen in zicht is.
    Of zijn schitterende vondst om het gebrek aan milieubeleid in de jaren 80 te verhullen: ‘de toename van de vervuiling van onze rivieren is verminderd’. Heel veel mensen lazen daar in, dat de rivieren schoner waren geworden, en dat was ook zijn bedoeling.

    Als goede katholiek scheen hij daar de laatste jaren wel berouw over gekregen te hebben, gezien het feit, dat tot op dit moment van de kabinetsformatie heel rechts Nederland in deze tijd zijn bloed wel kon drinken, en hij idd in tegenstelling tot zijn periode als premier plots allerlei ‘linkse’ ideeën begon te spuien.