Echte feiten over de mens

Bij Jalta hebben ze ook interesse in wat de politiek partijen beloven te doen voor meer gelijkheid. Maar dan net even vanuit een wat andere invalshoek.

Wouter Roorda bekritiseert de verschillende voorstellen van partijen om de ongelijkheid te verminderen. De effecten daarvan zullen volgens hem zijn dat mensen gaan ‘delen in armoede’ en dat kwartjes weer dubbeltjes worden. Verwijzend naar Marx signaleert Roorda dat de wens om in economische zin iedereen gelijk te maken ‘onuitroeibaar’ is. Telkens weer wordt de aloude vraag gesteld: waarom zou iemand die 40 uur per week fysieke arbeid doet niet evenveel verdienen als een beleidsmaker die evenveel uur op een ministerie achter zijn bureau zit?

Winstdeling

Wat Marx echter niet zou hebben meegekregen, aldus Roorda, is dat de waarde van een goed of dienst niet enkel wordt bepaald door de hoeveelheid arbeid die erin wordt gestopt maar, maar ‘door het punt waar marginale kosten en marginale opbrengsten aan elkaar gelijk zijn’. Nog even los van het feit dat ook Marx begreep dat een goed meer waard kon zijn dan de arbeid die erin gaat, lijkt dit vraagstuk me nou niet de meest relevante in deze context. Relevanter is dat Marx vaststelde dat de arbeider ten onrechte niet meedeelt in de winst die wordt gemaakt. Als zowel de kapitaalhouder als de arbeider bijdragen aan de meerwaarde van een product en in die ‘samenwerking’ winst genereren, waarom gaat dan alle winst naar de kapitaalhouder?

In die zin zien we de geest van Marx het duidelijkst terug bij de PvdA, die ervoor pleit om werknemers te laten delen in bedrijfswinsten in de vorm van aandelen. Hetzelfde voorstel zien we in wat beperkte vorm bij de VVD, die voor startups wil dat werkgevers hun werknemers kunnen uitbetalen in aandelen. Maar hoewel zowel overheid als politiek de economische ongelijkheid lijken te willen beperken, zie ik verder weinig terug van het Marxistisch gedachtengoed, dat uiteindelijk meer gaat over de vraag hoe mensen in vrijheid kunnen leven dan over hoe de winsten verdeeld moeten worden.

Piketty-belasting

Vervolgens richt Roorda zich op de maatregelen die de inkomensongelijkheid zouden moeten verminderen. De ‘Piketty-belasting’ waarvoor GroenLinks pleit zou gebaseerd zijn op ‘feitenvrije overwegingen’ omdat de inkomensverhoudingen in Nederland al decennialang stabiel zijn. Nu kun je inderdaad twisten over de ontwikkeling van de inkomensongelijkheid, en GroenLinks, net als enkele andere partijen, wil die inderdaad verminderen.

De genoemde Piketty-belasting heeft daar echter niets mee te maken. Die belasting moet namelijk op het vermogen worden geheven. Voor de vermogensongelijkheid is het veel moeilijker vol te houden dat die niet is toegenomen. En zelfs als het stabiel zou zijn: als 10 procent van de mensen 60 procent van het vermogen bezitten, is het toch niet zo heel vreemd te vragen of het ietsje minder kan. Dan doen sommige partijen dan ook. Als bovendien de verhoging van de belasting op vermogen gepaard gaat met verlaging van de belasting op arbeid – zoals Piketty voorstelt en een aantal partijen ook willen doen – dan hoeft dat helemaal niet te leiden tot de door Roorda gevreesde ondergang van het MKB of de Nederlandse economie.

Gemakzucht

Verder hekelt Roorda, die met regelmaat schrijft over ‘uitkeringstrekkers’ waar hij uitkeringsgerechtigden bedoelt, de manier waarop in de verkiezingsprogramma’s de grote bedrijven en banken worden neergezet als ‘belastingontduikers’ en ‘bonusgraaiers’. Toegegeven: er zijn zat bedrijven en banken die zich netjes aan de regels houden. Net als dat er genoeg mensen zijn die hun uiterste best doen bij te dragen aan de maatschappij, trouwens.

Want daar scheert Roorda vervolgens even de hele mensheid over een kam: voor zover er een ‘filosofische basis’ is onder het streven naar meer economische gelijkheid van partijen, zou die zijn dat ‘ieder mens zijn uiterste best doet om maximaal bij te dragen aan de maatschappij.’ En volgens Roorda is dit laatste ‘evident onwaar’: ‘mensen kiezen bij voorkeur de weg van de minste weerstand en gemakzucht is hun belangrijkste leidend motief’. Omdat ‘alleen verschil maken mensen motiveert’ zou het onzalig zijn om te proberen de samenleving gelijker te maken.

Echte feiten

Ertegenin brengen dat ‘het beeld van de calculerende burger niet klopt’ is tevergeefs, want ‘de échte feiten laten wat anders zien’, aldus Roorda. Maar er zijn geen ‘echte feiten’ over de aard van de mens. Er is geen empirisch bewijs dat mensen in essentie wel of niet calculeren en profiteren, of wel of niet inherent gedreven zijn goed te doen en bij te dragen. Ik wil dus ook niet de homo economicus onderuithalen, maar de claim dat een mensbeeld überhaupt waar of onwaar kan zijn. Over wat de mens ultiem drijft kunnen we filosoferen, maar feiten zijn er niet.

Er is het feit dat mensen zijn. Vervolgens moeten we als samenleving beslissen of we de ander vanuit wantrouwen of vanuit vertrouwen tegemoet treden, en hoeveelheid gelijkheid of ongelijkheid we willen verdragen.

  1. 1

    Wat ik altijd zo mooi vind is de stroman die aan het begin van het stuk wordt opgetuigd.

    ”Telkens weer wordt de aloude vraag gesteld: waarom zou iemand die 40 uur per week fysieke arbeid doet niet evenveel verdienen als een beleidsmaker die evenveel uur op een ministerie achter zijn bureau zit?”

    Ik vermoed dat zo goed als niemand die deelneemt aan de eerlijkheidsdiscussie dat standpunt aanhangt. Hij presenteert het daarbij als een (vals) dilemma dat je of het een of het ander wilt.

    En nog eentje:

    ‘ieder mens zijn uiterste best doet om maximaal bij te dragen aan de maatschappij.’ En volgens Roorda is dit laatste ‘evident onwaar’: ‘mensen kiezen bij voorkeur de weg van de minste weerstand en gemakzucht is hun belangrijkste leidend motief’. Omdat ‘alleen verschil maken mensen motiveert’ zou het onzalig zijn om te proberen de samenleving gelijker te maken.

    Volgens mij is dit aantoonbaar onjuist. Alle experimenten met een basisinkomen laten zien dat mensen juist niet op hun reet gaan zitten (uitzonderingen daargelaten), en gemakzucht juist geen leidend motief is. Iedereen wil van toegevoegde waarde zijn voor zijn omgeving. Misschien moeten we wel af van de notie dat die toegevoegde waarde in klassiek economische termen te vangen moet zijn.

  2. 3

    Er zijn in Nederland ongeveer 172.000 mensen die nooit meer aan het werk zullen komen, maar die wel op zichzelf wonen (of zelfs een gezin hebben). Die groep bestaat voor het overgrote deel uit mensen ‘zonder startkwalificatie’ of ‘grote afstand tot de arbeidsmarkt’. Je kunt ook zeggen: ze zijn nog net niet te dom om te poepen.

    Ik denk niet dat het heel veel uitmaakt of we die mensen wel of niet een basis-inkomen geven, en/of wel of niet achter de broek aan zitten. Effectief betalen we ze een soort protectie-geld, om de rest van ons met rust te laten.

    Ze zouden wel kunnen ‘werken’, maar dan moet je de maatschappij heel anders inrichten. Dan zouden ze weer bij hun moeder moeten gaan wonen, terwijl ze ‘inpakker’ of ‘greeter’ worden in de supermarkt voor minder dan het minimumloon.

    Dat is politiek niet haalbaar – we vinden het wel makkelijk zo.

  3. 4

    interessant stuk, wel een vraag/opmerking
    De genoemde Piketty-belasting heeft daar echter niets mee te maken. Die belasting moet namelijk op het vermogen worden geheven. Voor de vermogensongelijkheid is het veel moeilijker vol te houden dat die niet is toegenomen.

    de piketty belasting is volgens mij wel op inkomen (rendement), maar dan uit vermogen. dus daar heeft de schrijver wel een klein puntje.

  4. 5

    het Marxistisch gedachtengoed, dat uiteindelijk meer gaat over de vraag hoe mensen in vrijheid kunnen leven dan over hoe de winsten verdeeld moeten worden.

    Ik zal de schrijfster wel verkeerd begrijpen, maar dat “Marxistisch gedachtengoed” heeft het in de praktijk toch niet zo goed gedaan, of wel? De “vrijheid” van mensen onder marxistische regimes is legendarisch – in negatieve zin.

    Over wat de mens ultiem drijft kunnen we filosoferen, maar feiten zijn er niet.

    Echt niet?

  5. 6

    FTA

    “Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje”. Het is een bekend gezegde en liedtekst en vat prima samen hoe de verschillende linkse partijen in Nederland denken over arbeid en inkomen. De oplossing die zij voor dit ‘kwartjesprobleem’ hebben is eenvoudig: Gewoon van iedereen een ‘dubbeltje’ maken.

    Ik wist helemaal niet dat ‘de verschillende linkse partijen’ dit dachten over arbeid en inkomen en gelijkheid wilde bewerkstelligen door iedereen allemaal even arm te maken. Wat een misdadige gedachte van ‘die verschillende linkse partijen’. En waar gaat die resterende vijftien cent maal het kwartjesbevolkingsaantal heen? Ah, ik vermoed het al: naar die verschillende linkse partijtoppen.

    Wat heerlijk dat de wereld zo simpel in elkaar steekt en dat de oplossing zo eenvoudig is: voortaan gewoon op een van ‘de verschillende rechtse partijen’ stemmen.

    In de volgende Jalta-aflevering: de volgende ijstijd komt eraan dus we kunnen maar beter zo snel mogelijk naar olie gaan boren op de poolzee.

  6. 7

    Vervolgens moeten we als samenleving beslissen of we de ander vanuit wantrouwen of vanuit vertrouwen tegemoet treden, en hoeveelheid gelijkheid of ongelijkheid we willen verdragen.

    Het lijkt mij duidelijk dat we de ander met wantrouwen tegemoet dienen te treden. De mens wordt gedreven door ego-belangen en dat is niet mijn belang. Op politiek niveau zien we dat ook terug. Partij voor de boze blankmens, partij voor de ouderen, partij voor de huizenbezitters, partijen voor christelijke belangen. Of: vroeger stemde de arbeider PvdA uit eigenbelang, nu PVV. Of zie hoe ‘iedereen’ opeens tegen Europese integratie is.

    En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Ben ik dan een zwartkijker, een pessimist? Meer een realist. Het is eigen ego eerst. Of maak ego great again.