Duizend jaar Goedheiligman

RECENSIE - Sinterklaas heeft zijn wedergeboorte te danken aan koning Willem II. Eeuwenlang was de figuur van bisschop Nicolaas die, vergezeld door een horde duivels of boemannen, de kinderen cadeautjes gaf maar ook angst en verwarring zaaide, een bekende verschijning geweest. Maar in Nederland was hij in de zeventiende eeuw uit het straatbeeld verdwenen. Elders is deze ‘wilde’ oerversie nooit naar huis gestuurd.

De protestantse elite moest niets hebben van dergelijke paapse praktijken. Vanaf dat moment dook Sint in de decembermaand nog wel hier en daar op in katholieke kring, maar de traditie leek in ons land op sterven na dood. Totdat Willem II in 1840 koning werd, en zijn geboortedag dus de nieuwe ‘koningsdag’ werd. Dat was 6 december: feestdag van Sint Nicolaas.

Willem, de ‘held van Waterloo’, was buitengewoon populair. Zijn koningsdag werd dus uitgebreid gevierd. Daarbij hoorden natuurlijk traktaties voor de kinderen. En laat dat nu traditioneel een klusje van de Sint zijn geweest.

Pakjesdag

Het startte aarzelend, maar na enige tijd kwam de Goedheiligman om in het werk. De verlichte hervormde elite zette zich al snel over religieuze bedenkingen heen. Sinterklaas was weliswaar paaps, maar toch ook een voorbeeld van christelijke liefdadigheid. Voor Gereformeerden is de Sint ondanks zijn vrijgevigheid echter altijd een verdacht type gebleven.

Gruss Vom Krampus, 1907

Gruss Vom Krampus, 1907

Een andere belangrijke boost voor de Sint werd gegeven door de ‘Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen’, de liberale liefdadigheidsorganisatie die vele armenscholen beheerde. De leden van ‘het Nut’ wilden de brave schoolkinderen graag jaarlijks een feest aanbieden én een cadeautje meegeven; zoiets trok namelijk altijd weer extra leerlingen.

De christelijke zondagsscholen deden dat met Kerstmis. ‘Het Nut’ besloot daarvoor Koningsdag te gebruiken. Een mooi stichtelijk boekje was natuurlijk het beste cadeau. En zo ontstond de gewoonte om op 6 december prenten en boekjes uit te delen met kleurige platen en leuke versjes. Over Sinterklaas, in enorme oplagen. Helaas is vrijwel niets daarvan bewaard gebleven.

Schenkman

Wellicht het bekendste cadeautje is ‘Sint Nicolaas en zijn knecht’ (1850), van onderwijzer en Nut-lid Jan Schenkman. Dat opende met prent-plus-gedichtje ‘Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan’. De tekst is pas veel later op muziek gezet.

1000jaarsintHet boekje, waarin de Sint door de stad rijdt te midden van vaderlandse driekleuren en kartonnen kronen ter ere van Willem II, is talloze malen herdrukt en bewerkt en dus… bewaard gebleven. Het wordt sinds enkele decennia zelfs regelmatig aangewezen als dé bron van vele onderdelen van de Sinterklaastraditie. Schenkman schiep de moderne Sint-en-piet, wordt vaak gezegd.

Onzin, zegt op zijn beurt Peter van Trigt in zijn prachtige boek ‘1000 jaar Sinterklaas’. We weten véél te weinig van de geschiedenis van de Sint om Schenkman die eer te geven. De stoomboot, dat was wellicht een originele inval van hem die naderhand werd omarmd. Maar verder is het gissen. Er zijn gewoon te weinig van die boekjes en prenten bewaar gebleven.

Boeman

Wie anderhalve eeuw geleden had gezegd dat de intocht van Sinterklaas ooit gepaard zou gaan met controlepoortjes en tientallen arrestaties, zou uiteraard voor gek worden versleten. En toch zijn we in die waanzin beland. De oorzaak is Zwarte Piet, die door tegenstanders beschouwd wordt als een relict uit de tijd van de slavernij, dan wel als een blackface, een geschminkte blanke die een zwarte belachelijk maakt.

De oorsprong van de begeleider van die Sint is in nevelen gehuld. Geruime tijd had de Sint helemaal niet (altijd) een helper bij zich voor het bestraffen. In het gedicht ‘De Sint-Nikolaasavond’ van De Genestet vragen de kinderen aan de Sint:

‘En: u komt zóó uit Spanje? U zal de kou wel hinderen?

En: heeft u ook een gard? En: houdt u veel van kinderen?’

Het was de Sint zélf dus die de klappen uitdeelde. De komst van de knecht zorgde er echter voor dat de Sint zich van begin tot eind waardig kon gedragen. De duivelse makkers van de oeroude Nikolaus hebben hier ongetwijfeld mee te maken; elders in Europa ging en gaat de heilige nog steeds vergezeld van een legertje enge figuren met kettingen en horentjes.

Pages

Van Trigt wijst echter op een trits andere invloeden begin negentiende eeuw, zoals de populariteit van gekostumeerde bals en historische optochten, waarbij met name het uitbeelden van historische helden en figuren uit de immens populaire romans van Sir Walter Scott een grote rol speelden.

Moros y Christianos, Spanje

Moros y Christianos, Spanje

Daar hoorden koningen en keizers bij, ridders en bisschoppen, maar ook oriëntaalse types zoals Ottomaanse strijders en sultans. De voornaamsten gingen te paard uiteraard. En deze voorname heren werden, zoals dat hoorde, vergezeld door pages gehuld in kleurrijke pofbroeken, wambuizen met pofmouwen en mutsen met sierlijke veren. Dergelijke pages waren in hun tijd zéker geen slaven; het waren adellijke knapen in opleiding.

Blackamoor

En bij dit alles moeten we volgens Van Trigt ook rekening houden met de invloed van carnavalsoptochten en van de zwarte koning Caspar van het (vooral in het Zuiden uitbundig gevierde) feest van Driekoningen. Feesten beïnvloeden elkaar; en tradities staan nu eenmaal niet stil. Sint en Piet ‘zijn’ niet, ze worden voortdurend; ze staan nooit stil – letterlijk nooit, zoals elk kind dat met hen te maken krijgt kan bevestigen.

Schenkman (en het is onwaarschijnlijk dat hij dat zelf heeft verzonnen) gaf de Sint een donkere ‘helper’ mee. De donkere tint van zijn knecht/page verwijst daarbij waarschijnlijk naar het land van herkomst van de bisschop: Spanje. Het land, zo wist iedereen, van de Moren.

Ook dat waren zeker geen slaven – de moren stonden er juist om bekend dat ze blanke zeelieden tot slaven máákten. Maar die zwarte variant was er één uit velen, zoals de overdonderende hoeveelheid illustraties en foto’s in dit boek duidelijk maakt. Dat piet zwart moét zijn, is een later bedenksel. Typisch een bedenksel van mensen zonder gevoel voor (vloeiende) traditie.

Prachtig boek

Ik sprak van een prachtig boek. En dat is niks te veel gezegd. De Weertse hulpsinterklaas Van Trigt is niet alleen een bedachtzaam en kritisch auteur, hij heeft daarbij een ongelofelijke hoeveelheid beeldmateriaal verzamelt.

Austrian postcard by Verlag G. Rüger & Co., Wien, 1901, nr. 612. Sent by mail in 1902. Reprint by Sint Nicolaas Museum (1998).

Austrian postcard by Verlag G. Rüger & Co., Wien, 1901, nr. 612. Sent by mail in 1902. Reprint by Sint Nicolaas Museum (1998).

‘1000 jaar Sinterklaas’ is dus niet alleen een brede en vlotte studie naar het fenomeen Sinterklaas, het is ook een prachtig uitgevoerd boek vol prenten, prentbriefkaarten en nostalgische foto’s. Van de heilige op vroegmiddeleeuwse schilderingen tot de brutale sint Albert Mol die langskomt bij Mies Bouman, of die in Toppop presentator Ad Visser (een broekje verborgen in een grote Noorse trui) de les leest.

De Sint kwam ooit overal. En overal werd hij ontvangen met een mengeling van respect, vormelijkheid en lichte angst, die door hem minzaam beantwoord werd met chaos, dreiging en onderkoelde humor.

Santa Claus

Even leek het erop dat de Sint het af zou gaan leggen tegen de Kerstman. Van Trigt: ‘Die opgeblazen, zielloze oliebol begon overal in het land te verschijnen.’ Maar mede dankzij een reddingscomité (en niet te vergeten de Pietendiscussie) is hij weer helemaal terug. Jammer alleen dat velen nu menen dat hij en zijn knecht in beton gegoten moeten worden. Alsof het kinderen ene moer kan schelen hoe piet eruit ziet.

Is hij een blijvertje? Het laatste woord daarover is wat mij betreft aan de auteur van dit (nogmaals) prachtige boek:

Beperk je je tot de feiten, dan kun je hoogstens constateren dat de zwarte knecht in de loop der eeuwen vele gedaantes heeft gekend, waaronder die van duivel, boeman en schoorsteenveger.

Ten tweede is in voorgaande hoofdstukken aangetoond dat Zwarte Piet niet in verband met slavernij kan worden gebracht. Daarentegen ontbreekt voor het huidige, meest gangbare uiterlijk van zwarte piet een historische basis en kan er evenmin – zie de foto’s in dit boek – gesproken worden van een lange traditie.

Gelukkig wordt onder invloed van de maatschappelijke discussie de figuur van zwarte piet op steeds gevarieerdere wijze vormgegeven. Een voorbeeld daarvan is de Roetvegen Piet. In die vermomming trad hij trouwens in het verleden al regelmatig op. Van een verlies aan traditie kan in zo’n geval dan ook moeilijk worden gesproken.

Laten we daarom hopen dat Sinterklaas, die al zo lang een graag gezien gast in ons midden is, ook deze hindernis overwint en zijn verjaardag een feest blijft voor en van alle Nederlanders.

– Peter van Trigt, 1000 jaar Sinterklaas, LM Publishers, 220 blz., 24,50 euro

  1. 2

    Het nu gangbare pietenpak is een regelrechte kopie van een rang Spaanse hofkledij van rond 1600. Iets wat men aldaar ook nog in stand houdt. Zo werd ik afgelopen september in Malaga op straat verrast doordat ik vlak na de siësta een blanke jongeman met puntbaardje gekleed in pietenpak tegenkwam. Alsof hij zo uit een schilderij was gestapt.

    De kerstman had vroeger alle kleuren. Maar een frisdrankfabrikant heeft hem in de bedrijfskleuren gehesen en dat beeld zo sterk geadverteerd, dat we tegenwoordig niet beter weten dan dat zijn pak rood met witte randjes is.

    (edit: iets geheel anders: zou Erdogan die bisschop van Mira nu ook als Gülen-aanhanger wegzetten?)

  2. 3

    Als we het hebben over Zwarte Piet. Vroeger werd Sinterklaas vergezeld door één Zwarte Piet. Las ik op Wikipedia. Later werd Sinterklaas vergezeld door zeven pieten.
    Na de bevrijding van Nederland werd Sinterklaas door meerdere pieten vergezeld. De Canadezen vierden het feest met Nederlanders. Zij hebben het verhaal toen aangepast. Zij hebben Sinterklaas door meerdere pieten laten vergezellen. Canada heeft het verhaal aangepast.

    Waarom dienen er zoveel pieten Sinterklaas te vergezellen? Zijn er niet te veel? Eén piet is toch goed.