Dr Tatiana weet raad

Voorkant boek DrTatiana's Sex AdviceOp Sargasso is plaats voor gastloggers. Vorige week hadden we een bijdrage van Akufu. Die bijdrage is echter door alle technische problemen ondergesneeuwd. Vandaar nog een bijdrage van haar hand.

Dit boek is al een paar jaar geleden verschenen, maar ik wil het toch graag onder de aandacht brengen.
‘Dr Tatiana’s sex advice to all creation’, door Olivia Judson (2002) is waarschijnlijk het schunnigste boek ooit verschenen over de evolutionaire achtergrond van seksualiteit.
Iedereen die geïnteresseerd is in evolutie, zoölogie of seks vindt er iets van zijn gading. En wie wil er nu niet familie, vrienden en collega’s verbazen met een uitgebreide beschrijving van het seksleven van bijvoorbeeld de slijmzwam?


Dit vreemde wezen heeft niet 2 geslachten, maar wel 500. De problemen van een jonge slijmzwam op zoek naar ware liefde zijn dan ook voorspelbaar:

I’m a slime mold – Physarum Polycephalum is the name – and I don’t see how I’m ever going to marry and have any children. I can only ooze along, so finding partners is difficult. […] I’m worried I’m going to end up a dreary old mold. Why are slime molds so oversexed?

Het boek is opgebouwd als een brievenrubriek met Dr Tatiana als ‘Lieve Mona’ die vragen van seksueel gefrustreerde organismen beantwoordt. Aan het woord komt de gevlekte hyena, die bang is dat ze niet damesachtig genoeg is door haar fallus, maar ook de gelukzalige zeehaas die zich afvraagt waarom niet iedereen zijn/haar voorbeeld volgt en hermafrodiet wordt.
De problemen die behandeld worden variëren van promiscuïteit tot necrofilie en natuurlijk die eeuwige vraag: zijn mannen nu echt nodig? Deze aanpak verveelt geen moment en bijna ongemerkt raakt de lezer op de hoogte van het belang van de seksuele selectie, naast natuurlijke selectie, in de evolutie. Ook al is een individu nog zo goed aangepast aan zijn omgeving, dat heeft uiteindelijk weinig effect als de dames van zijn soort hem niet zien staan.
Overigens, het meest afwijkende seksuele gedrag blijkt monogamie te zijn, slechts een handvol organismen bezondigt zich hieraan, zoals de kauw, Kirks dikdik of sommige termieten.

  1. 1

    Altijd een leuk onderwerp natuurlijk maar wat wil je (of Tatiana) er nu mee zeggen? Dat mensen als slijmzwammen zijn (oversext)? Dat we eigenlijk moeten evolueren naar hermafrodiet omdat dat prettiger of evolutionair beter is? Of is de diep achterliggende agenda toch om aan te tonen dat mannen overbodig zijn.

    Blij trouwens te lezen dat de mens niet monogaam is :)
    Pfff…

    Of is dat toch niet de conclusie van het boek?

  2. 3

    Mensen zijn met maar twee geslachten zeker niet oversekst :)
    Het boek wil aan de hand van dit soort vragen uitleggen waarom organismen zulke verschillende strategieën voor voortplanting hebben ontwikkeld. Wat werkt voor de een, hoeft dat bij een ander niet te doen.

  3. 5

    Genetisch lijkt de mens het meest op de vredelievende Bonobo- aap. Met dit grote verschil dat deze aap élk wissewasje aangrijpt met élk m. of vr. familielid te ketsen,…óók waar de kinderen gewoon bij zijn. Dat monogamie alleen maar ellende veroorzaakt laten Bush en Balkenende dagelijks zien. Hoewel incest in deze óók niet uit te sluiten is. Gelukkig is de bewijsvoering dat het schrikbeeld plurigamie bij de mens zou leiden tot vrede op aarde lastig.
    Ik zou zeggen,. met mate.

  4. 6

    Ik heb onlangs gelezen dat geslachtsverkeer (Wat klinkt dat woord toch erectiedodend, zeg) in feite niet heel goed overeen lijkt te komen met de evolutie theorie.

    Vooraaname: Soorten kenmerken zich doordat ze onderling niet kruisen, of wel kruisen maar geen vruchtbare nakomelingen produceren. Dat behoort toch in de definitie van wat nu een soort (species) apart zet van de rest.

    Voorbeeld: In een groep zwarte aapjes muteert spontaan een individu tot een albino. De albino in kwestie moet nu neuken met een zwart aapje en zodoende zullen de genen weer met elkaar vermengen. De evolutietheorie zou toch stellen dat de verscheidenheid der soorten te verklaren valt uit *toevallige* mutaties? Maar toevallige mutaties zullen onmiddelijk door sexuele vermenging weer teruggaan naar de grote genenpoel en zo nooit een aparte soort laten ontstaan.

    Ik heb het van deze site:

    http://www.panspermia.org/sexual.htm

  5. 7

    PS: Ik meen overigens dat er door evolutiebiologen een goed antwoord op bovenstaand probleem is geformuleerd, maar ik ben best wel benieuwd naar wat er over gedacht wordt.

  6. 9

    @IBM: Dacht het niet en epistels (tjongejonge, ietwat gezwollen hoor;). Palayo’s opmerkingen snijden hout. Er is zoveel onderzoek gedaan aan de paradox of sex en nog is er geen volledig omsluitend antwoord.

    Enkele publicaties (voor de niet leek) met de nadruk op het Y chromosoom, wellicht het antwoord op de vraag:

    http://www.nature.com/nrg/focus/evolsex/highlights_mf.html

    Wie kent niet het verhaal van “through the lookingglass” en de opmerking van de Red Queen:

    “It takes all the running you can do, to keep in the same place.”

    http://en.wikipedia.org/wiki/Red_Queen

  7. 10

    Pelayo: het ligt aan een nogal onderbelicht onderdeel van de evolutietheorie: Het ontstaan van nieuwe/verschillende soorten is niet alleen een gevolg van toevallige mutaties, maar ook van isolatie (naast natuurlijk competitie).

    Isolatie: Het witte aapje bevindt zich in een relatief kleine groep zwarte apen, waardoor het dus een relatief groot onderdeel van de genenpoel vormt. Met name voor het ontstaan van nieuwe soorten (waar vaak meerdere mutaties voor nodig zijn) is dit van belang. Als alle soortgenoten onderling kunnen paren, zullen er nooit twee soorten ontstaan. Als twee groepen van een soort uiteenvallen in twee ge-isoleerde populaties, zullen toevallige mutaties (die voor een belangrijk gedeelte niet gelijk zijn in de twee populaties) er toe leiden dat de genetische afwijkingen tussen de twee populaties onoverbrugbaar worden: Er zijn twee soorten ontstaan uit de oorspronkelijk ene soort.

    Competitie: Als het ene aapje wit is, komt dat OF doordat de mutatie dominant is (als je een zwrt en een wit allel hebt ben je wit), met als gevolg dat zonder competitie de helft van de jongen wit is. Als het recessief is, zullen alle jongen zwart zijn, maar kunnen nakomelingen van jongen die elkaar kruisen weer witten produceren. Mocht nu het witte gen een voordeel opleveren (dordat ze beter aangepast zijn, danwel makkelijker reproduceren), dan zullen de witte allelen vaker doorgegevn worden dan de zwarte. Het aandeel witte genen gaat dus een steeds groter aandeel krijgen in de populatie. Het zou zelfs kunnen dat het zwarte gen uiteindelijk helemaal verdrongen is. X generaties later tref je dan alleen nog maar witte aapjes aan.

  8. 11

    @Pelayo: Daar zijn verrekte veel antwoorden op zelfs:

    1) Vrouwtjes vinden dat wiite wel sexy, albino plant zich bovengemiddeld voort. Grote kans dat daar weer wat witten tussen zitten. En die zijn sexy.
    2) Albino-aapje wordt verstoten, vindt ander verstoten albino-aapje en samen leven ze nog lang en gelukkig.
    3) Albino-gen blijkt dominant en na een paar generaties is er geen donker aapje meer te bekennen.
    4) Voornaamste vijand houd niet van wit en vreet dus alleen de donkere aapjes. De witten houden het langer vol.
    5) Een nieuwe ijstijd begint. Witten in het voordeel.

    Het grote probleem van de wetenschap is proberen te achterhalen welke mogelijkheid bij welke soort heeft plaatsgevonden.

  9. 12

    @IBM

    Nee, dit komt van de panspermia theorie die stelt dat het aardse leven niet op aarde is ontstaan maar elders in het universum. De tegendraadse astronoom Fred Hoyle heeft dit geopperd. Maar dat is niet zo belangrijk: De gedachten over dit probleem zijn interessant.

  10. 13

    Overigens zie je bewijs genoeg over de aanwezigheid van evolutionaire evenwichten in het dagelijks leven, als je bijvoorbeeld kijkt naar de mens:

    Mensen die handig zijn ergens in, rijk, of slim, zouden een evolutionair voordeel moeten hebben. Ze kunnen meer geld verdienen en dus hun voortbestaan en dat van hun kinderen verzekeren.
    Echter deze mensen gebruiken veel van hun tijd in andere zaken dan voortplanting (opleiding, werk, ed.), waardoor ze relatief weinig kinderen krijgen.
    Mensen waar dit niet voor geldt (nogal eens gepeupel, plebs ed. genoemd), krijgen echter vaak al voor hun 20ste kinderen (en dat kan, want ze zijn dan toch niet bezig met het veiligstellen van hun eigen toekomst, dit in tegenstelling tot de eerdergenoemde groep die pas rond hun 30ste aan kinderen gaat denken) en over het algemeen ook meerdere. Uiteraard zijn de overlevingkansen per kind wat kleiner, maar dit wordt gecompenseerd door de aantallen.

    Logischerwijs zou dit (even andere processen buiten beschouwing latende) betekenen dat de laatstgenoemde groep een groter aandeel vormt als er geen ecologische druk (oorlogen, mislukte oogsten, economische crises) op de populatie bestaat, terwijl de eerste groep weer groeit als die wel optreden.

  11. 14

    @SN & Bismarck

    Maar een mutatie vindt plaats in een enkel individu, en om te overleven moet deze mutatie terugkruisen. Als je nu twee populaties isoleert (twee eilandjes) dan moeten er meer mutaties gaan onstaan die zorgen dat ze onderling zover gaan verschillen dat ze niet meer kunnen kruisen. Maar elk van die mutaties kan alleen maar overleen als ie weer in de populatie terugkruist..

  12. 15

    Inmiddels kun je alles, en dus ook de tegengestelde effecten verklaren met de evolutietheorie? Ik zal daar eens iets over schrijven.

  13. 16

    Pelayo: Maar dat gebeurt dus, vooropgesteld dat
    a) De mutatie niet leidt tot onvruchtbaarheid/onmixbaarheid met het “wild type”.
    b) De mutatie geen al te groot evolutionair nadeel heeft (met name van belang bij dominante genen).

    Het witte exemplaar paart met een zwart exemplaar en krijgt hoe dan ook jongen die het witte allel hebben. Deze jongen krijgen zelf weer jongen etc. Het witte allel zal dus hoe dan ook in de populatie blijven zolang de twee bovenstaande condities gelden.

    Bedenk dat evolutie niet op individueel nivo maar op populatienivo optreedt! Evolutionair voordelige allelen zullen in een populatie een steeds groter aandeel vormen en bij erg groot voordeel zelfs alle andere allelen verdringen. Verschillende allelen bestaan dus alleen maar naast elkaar als:
    a) Er verschillende omstandigheden zijn de verschillende allelen bevoordelen.
    b) Er geen evolutionair voordeel is van 1 allel op een ander (in de praktijk denk ik zeer zeldzaam).
    c) Het een mutatie betreft die zeer frequent voor komt.
    d) Er relatief geisoleerde populaties zijn, die genetisch nog niet zover van elkaar afwijken dat ze als verschillende soorten gezien worden.

  14. 17

    Is het eigenlijk duidelijk waarom soorten onderling niet kunnen kruisen? Met andere woorden: Ik weet dat een mens een schaap niet kan bevruchten, maar waarom is dat?

    Ik weet dat dit raar klinkt, maar als je de grens gaat opzoeken tussen onkruisbaar en dezelfde soort, is er dan een soort schemergebied?

  15. 18

    @pelayo Om met het voorbeeld van het albino aapje verder te gaan, als het gemuteerde gen kan worden doorgegeven en vervolgens de aapjes met het gen een voordeel biedt, door seksuele of natuurlijke selectie, zal het in de populatie aanwezig blijven. Of er dan een nieuwe soort ontstaat is afhankelijk van een aantal factoren, zoals wanneer een populatie fysiek geïsoleerd raakt door bv een brede rivier (vgl bonobo en chimpansee), of om een andere reden geen genen meer uitwisselt.

    Het doel van seks (niet echt romantisch) is het uitwisselen en vermengen van verschillende genen, waardoor een individu met een nieuwe combinatie ontstaat. Dit is samen met mutatie de bron van de variatie die nodig is voor evolutie. Niet voor niets is aseksuele voortplanting relatief zeldzaam.

    Natuurlijk is nog niet alles in de biologie verklaard, zolang je echter deze lacunes niet probeert op te vullen met god of andere buitenaardsen, brengt discussie de wetenschap vooruit.

  16. 19

    Een bekend voorbeeld is sikkelcel-anemie: Het is een mutatie die bij homozygoten (als alle twee je allelen zijn gemuteerd) leidt tot vroegtijdige dood, aangezien je geen zuurstof kan vervoeren (beetje kort dor de bocht). Als je heterozygoot (je hebt zowel mutatie als normale allel) bent, heb je normaal een nadeel, je kunt minder zuurstof vervoeren. Homozygoten met gezond allel zijn dus fysiek het fitste.

    Echter als je de populatie blootstelt aan malaria, gebeurt er iets bijzonders: De mensen met een mutatie hebben eenzekere immuniteit tegen malaria en zullen dus niet eraan sterven. Homozygoten zonder mutatie hebben die immuniteit niet en sterven. In die gebieden hebben heterozygoten (zowel gemuteerd als ongemuteerd gen) dus het grote voordeel!

    In gebieden waar iedereen malaria krijgt zou je dus verwachten dat elke volwassene herterozygoot is en dus een kwart (Dd met Dd levert als kansen op DD, Dd, dD en dd volgens Mendel) van de geborenen homozygoot gemuteerd (oftewel zielige kindjes met sikkelcel-anemie). geloof het of niet: In gebieden waar malaria zwaar heerst vindt je inderdaad bij meer dan 20% van de babies sikkelcelanemie.

    In Nederland daarentegen kwam tot voor kort het allel vrijwel niet voor, totdat mensen uit malariagebieden hierheen kamen en het allel inmengden. Als die influx zou ophouden, zou op den duur het allel hier ook weer uitsterven.

  17. 20

    @17Pelayo: Ja dat is er zeker wel! Kijk bijvoorbeeld maar eens naar katachtigen. Verschillende soorten kunnen wel degelijk kruisen, alleen de kansen op vruchtbare nakomelingen nemen af, naarmate bepaalde gen-verschillen optreden.

    http://en.wikipedia.org/wiki/Panthera_hybrid

    Daarnaast zijn er soms wel vruchtbare nakomelingen mogelijk bij kruisingen, maar is de kruising zelf niet voor de handliggend, omdat de twee soorten (of correcter: de ene soort met twee variaties) elkaar sexueel niet aantrekkelijk vinden, danwel geisoleerd van elkaar voorkomen. Dat laatste is van veel zeevogelsoorten bekend. Vaag genoeg worden ze vaak als 2 soorten gecategoriseerd, terwijl ze volgens de defenitie eigenlijk 1 soort zijn!

  18. 21

    @pelayo waarom veel soorten niet kunnen kruisen:
    fysieke incompatibiliteit
    zaadcel en eicel herkennen elkaar niet dus kunnen niet versmelten
    genetische incompatibiliteit (verschillend aantal chromosomen etc.)

    Een schemergebied is bv de muilezel, maar die is meestal zelf onvruchtbaar.

  19. 22

    Hehehe.

    Leuke reacties :-)

    Ik ben geen “aanhanger” van die panspermia theorie, maar het is natuurlijk geen creationistische secte. Ik neem aan dat Fred Hoyle een alternatief wilde bieden voor de gevestigde theorie.

    Daar heb je pas een wetenschapper die tegen de stroom ingaat :-)

  20. 23

    Ik snap eigenlijk niet wat panspermia theorie met evolutie te maken heeft.

    Ik merk wel dat veel creationisten menen dat de evolutietheorie ook het ontstaan van leven zou verklaren, hetgeen pertinent onwaar is. Wat mij betreft is de panspermia theorie dus niet in tegenspraak met de evolutietheorie, maar alleen met andere theorien over het ontstaan van leven.

  21. 25

    De panspermia, of beter cosmic ancestry theorie zoals die uitgelegd wordt op de bovengenoemde website gaat wel degelijk verder dan alleen het ontstaan van leven op aarde, waarbij weer de zogenaamde willekeur van evolutie in twijfel wordt getrokken. Blijkbaar is het moeilijk te verkroppen dat de mens niet het doel van de evolutie is.