Diepere oorzaken van radicalisering, terrorisme en migratie; de rol van ontwikkelingssamenwerking

OPINIE - Ontwikkelingssamenwerking speelt een grote rol in oorzaken van migratie, terrorisme en radicalisering, schrijft Paul Hassing. Sommige staatshoofden suggereerden dat een nieuw Marshallplan voor Afrika nodig is, in plaats van te vervallen in bilaterale projecten.

Nu langzaam maar zeker de damp van de emoties optrekt na de aanslag in Parijs, doet de vraag rijzen welke diepere oorzaken ten grondslag liggen aan de radicalisering. Er bestaat internationaal grote overeenkomst om IS in Irak en Syrië fors aan te pakken om zodoende het ideologische en operationele centrum van de aanslag te elimineren. Indien dat al mogelijk is, zal het de oorzaken van de radicalisering niet wegnemen. Het zal in het beste geval tijdwinst opleveren. Het is niet ondenkbeeldig dat IS – na territoriaal verslagen te zijn, zich daarna transformeert in iets anders. Zoals een deel van Al-Qaida na Afghanistan zich heeft getransformeerd in IS. Tijdswinst die ons de mogelijkheid biedt om de diepere oorzaak van radicalisering aan te pakken, hier in Europa maar ook in ontwikkelingslanden.

Hier in Europa is het nodig introspectie te betrachten hoe we omgaan met grote groepen jongeren in de banlieues, de vraag te stellen waarom zij zich buitengesloten voelen en waarom er zo’n grote afstand bestaat tot politie en maatschappelijke organisatie. Ouders willen niet dat hun opgroeiende kinderen radicaliseren. Ze zien ze liever een plek verwerven in de samenleving, leuk werk vinden en kleinkinderen krijgen. Echter, ze zijn niet in staat om hun zonen en dochters op andere gedachten te brengen. Ze kunnen het niet alleen.

De top over migratie in Malta tussen de EU en Afrika heeft naast veel retoriek ook wat verhelderende gezichtspunten opgeleverd. Zoals een van de staatshoofden uit Afrika het pijnlijk vaststelde: 25 jaar geleden wilde geen enkele Afrikaan emigreren naar Europa. Vandaag de dag willen er duizenden de gevaarlijke overtocht maken en daarbij hun leven riskeren. Wat is er de afgelopen 25 jaar gebeurd waardoor een dergelijke grote verplaatsing van mensen heeft kunnen ontstaan? Cynisch zou men kunnen stellen dat Turkije meer dan drie miljard euro aan steun krijgt om de vluchtelingen uit Syrië op te vangen omdat zij een bedreiging vormen voor de Europese veiligheid en stabiliteit. Afrika moet het met een fractie daarvan doen omdat de dreiging van radicalisering en terrorisme veel geringer is. Maar is dat echt zo?

Voor Afrika heeft migratie twee aspecten. De positieve kant, namelijk dat tienduizenden migranten geld terug sturen naar hun geboorteland en dat is voor veel families een welkome aanvulling op hun karige inkomen. De negatieve kant echter: een verlies aan bekwame mensen die het land verder zouden kunnen helpen, economische initiatieven zouden kunnen ontplooien. Op de korte termijn domineert het overgemaakte geld maar op de wat langere termijn toch het verlies aan potentieel.

Het is algemeen geaccepteerd dat migratie wordt veroorzaakt door instabiliteit: zowel politiek, economisch als juridisch. Door corruptie en repressie (NRC van 17 november): ‘Juist die oorzaken leidden tot de opbloei van extremistische groepen.’ En ik voeg daar migratie aan toe, naar een veilige en rijke plek zoals Europa. Het opmerkelijke van de migratiestroom is dat deze pas echt goed op gang is gekomen na het slechten van de Muur in Berlijn, het communisme in Oost-Europa en Rusland en het instellen van gemeenschappelijke grenzen voor Europa. Geen zinnig mens die deze ontwikkeling serieus terug wil draaien.

De diepere oorzaak van migratie moet dus ook in ontwikkelingslanden worden gezocht. De economische situatie, de veiligheid en de situatie van de mensenrechten zijn belabberd in veel landen: Soedan, Eritrea, Ethiopië, delen van Kenia, Mali, Burundi, Congo, Centraal Afrikaanse Republiek, Mauritanië, Zimbabwe. Kortom, te veel om op te noemen! Sommige staatshoofden hebben in Malta gesuggereerd dat een Marshallplan voor Afrika nodig is. Een plan dat stabiel is, waarop gerekend kan worden, een vaste financiële planning heeft en niet belerend is. Een plan waarin Afrikaanse landen gelijkwaardige partners zijn en Europese landen over hun eigen (dominante) schaduw heen kunnen stappen. Niet weer opnieuw vervallen in bilaterale prioriteiten en projecten. En plan waarin de EU optreedt als een eenheid en duidelijke politieke afspraken maakt met ontwikkelingslanden. Afspraken die boven de politieke kleur van een regering uitgaan, betrouwbaar dus.

Dat betekent een andere en grotere rol voor ontwikkelingssamenwerking. En een samenleving hier die een Marshallplan ondersteunt en niet alleen maar naar individuele projecten kijkt. Het gaat dan niet over innovatie maar over betrouwbaarheid, gezamenlijk optrekken en kritiek kunnen accepteren.

Paul Hassing is vanaf 1990 werkzaam geweest op het ministerie van Buitenlandse Zaken op het terrein van ontwikkelingssamenwerking en milieu. Hij is begonnen als beleidsmedewerker Energie en Milieutechnologie, was daarna hoofd van de afdeling Klimaat, Energie en Milieutechnologie, en vanaf 2001 plaatsvervangend directeur Milieu en Water. Sinds 2010 heeft hij een eigen bureau: Policy, Management and Communication.

  1. 1

    In de eerste alinea staan al zoveel taalfouten dat ik bijna afhaakte. En dat zou zonde zijn geweest, want in de tweede alinea zet de auteur terecht het probleem van de jongeren in de banlieues op de voorgrond, iets dat meer beleidsmakers (vooral in Frankrijk) zouden moeten doen. Au lieu de bombarderen naar buiten toe.

  2. 3

    Het antwoord van Hassing op een halve eeuw mislukte grootschalige ontwikkelingshulp is: méér ontwikkelingshulp en grootschaliger! Waarom het “gezamenlijk optrekken” met ondeugdelijke regimes op basis van “gelijkwaardigheid” de sleutel tot succes zou zijn, is niet bepaald helder.

    De vergelijking met het Marshallplan is misplaatst: dat werd namelijk ontvouwd na het oplossen van de grootste politieke problemen (i.c. de vernietiging van het nazisme) en was bovendien van korte duur. Het herstel moest uiteindelijk komen uit de handen van de Europeanen zelf.

  3. 4

    Ik denk dat immigratie ook voor een groot deel veroorzaakt wordt door een veel te rooskleurig beeld van Europa. En ik denk dat het juist de Europese ontwikkelingsprogramma’s zijn die dat beeld aanwakkeren.

    In mijn persoonlijke leven heb ik het vaak met Russen over Europa en die mensen hebben echt heel gekke ideeën over hoe het hier is. Die denken serieus dat iedereen hier gratis geld krijgt en je in Europa altijd je zin krijgt omdat we hier democratie hebben. “Democratie betekent dat de regering naar het volk luistert. En ik ben het volk, dus de regering doet altijd precies wat ik wil.”
    En dit soort occidentalisme zorgt dat mensen denken dat het heel democratisch is om brand te stichten in overheidsgebouwen of politieke tegenstanders in elkaar te slaan. En terwijl dit soort activisten hun eigen publieke sfeer verzwakken en het publieke debat zelfdestructieve vormen aanneemt hopen ze allemaal om ooit in Europa te kunnen wonen. En het is niet zelden dat dit soort zogenaamd pro-westerse organisaties gesubsidieerd worden vanuit het Westen.

    Daarmee zeg ik niet dat al dit soort subsidies slecht zijn of dat ik de huidige Russische campagne om dit soort organisaties in diskrediet te brengen goed keur. Ik zeg wel dat ontwikkelingsprogramma’s de lat van democratische participatie heel laag leggen, een geidealiseerd beeld van Europa (en de VS) creëren en de overheden waar ze actief zijn onrealistisch hoge standaarden opleggen.

    Als ik de Vladimir Poetin van de EU was -en dat ben ik natuurlijk niet- zou ik per jaar een beperkt aantal work-and-travel-visa uitgeven voor economische vluchtelingen. Kunnen mensen zonder gevaar voor eigen leven naar Europa komen om legaal geld te verdienen en met eigen ogen zien hoe het wèl werkt. Dan kunnen ze die kennis en dat geld mee terug naar huis nemen om daar wat realistisch op te bouwen. Lijkt me stukken zinniger dan namens Europa geld te gaan uitdelen in het buitenland om mensen er van te doordringen dat Europa geen plek van gratis geld is.

  4. 5

    Enfin, vele van die geradicaliseerden in Europa, en de VS, hebben een goede opleiding genoten, een baan, leuke vrouw.
    Dus hou eens op met dat gedram over banlieues,
    begint pathetisch te worden.

    Ontwikkelingssamenwerking al helemaal, als iets Afrika (economisch) gesloopt heeft is het dat wel.

  5. 6

    @5

    Het is en-en. Met een bepaalde achterstand radicaliseert men makkelijker, terwijl andersom het radicalisatieproces “makkelijker” tot uiting komt vanwege de (bijvoorbeeld financiële) middelen die men voorhanden heeft.

    Ik verbaas me nogal dat dit niet algemeen bekend is. Het is zeker niet zo dat enkel zij met een zekere achterstand radicaliseren. Deze zijn echter wel stukken vatbaarder.