Detailpolitiek (2): Onnodige dierproeven

Een rat die als proefdier dient (Foto: Wikimedia Commons/Janet Stephens)

Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren heeft zich deze week verdiept in wetenschappelijk onderzoek. Zij ontdekte op de website voor beslissers in de zorg, skipr.nl, dat er wellicht miljoenen minder proefdieren nodig zijn. Tijd dus voor Kamervragen!

Aldert Piersma is ‘reproductietoxicoloog’ aan het RIVM en de Universiteit Utrecht. Zijn onderzoek gaat over het effect van chemische stoffen op de vruchtbaarheid bij dieren. Hiervoor keek Piersma met zijn internationale collega’s naar de effecten van deze stoffen op twee achtereenvolgende generaties ratten. Wat bleek? De resultaten van de tweede generatie waren nooit anders dan die van de eerste. Zijn conclusie is daarom dat er minder proefdieren nodig zijn.

Nieuwe onderzoeksmethode
De Partij voor de Dieren strijdt voor minder proefdieren en dus lijkt het onderzoek van Piersma goed nieuws. Er kunnen immers wellicht miljoenen dierenlevens worden gered met de door Piersma ontworpen onderzoeksmethode. Bovendien zou de nieuwe methode volgens Piersma beter zijn de vorige en dit wordt inmiddels ook door de OESO erkend. Er is alleen nog een beslissing van de EU nodig. Nederland en Frankrijk blijken al voor die beslissing te zijn, maar men verwacht weerstand uit Scandinavië omdat men daar bang zou zijn voor de veiligheid.

In haar Kamervragen wil Ouwehand dat de minister bevestigt dat het onderzoek daadwerkelijk het door het ANP beschreven resultaat heeft. Ouwehand vraagt bovendien of de minister de conclusie over proefdieren onderschrijft. Ook wil ze een bevestiging dat Nederland voorstander is van deze nieuwe methode en vraagt zich af hoe Nederland de besluitvorming in Europa kan versnellen.

Percepties van wetenschap
Ouwehand maakt de fout die veel burgers maken bij wetenschap: als een onderzoek een bepaalde conclusie heeft opgeleverd, zegt dat weinig, omdat eerst veel meer onderzoek nodig is: kan het resultaat ook onder andere omstandigheden gevonden worden en is dit niet een toevallige uitkomst? Dit is een proces van jaren. Al die jaren blijft de nieuwe vinding controversieel en wordt deze door allerlei andere wetenschappers betwist, omdat zij werken met andere theorieën, methoden en perspectieven.

Het heeft voor die discussie helemaal geen zin als een minister officieel bevestigt dat een onderzoek een bepaald resultaat had, en het is ook zinloos als een minister het eens is met een wetenschappelijke conclusie. Dat zal de wetenschappelijke discussie niet versnellen, en dus ook de besluitvorming niet. In Zweden, Finland en Denemarken zullen wetenschappers in allerlei adviescommissies eerst van de merites van Piersma’s onderzoek overtuigd moeten raken. Dat is niet het zinloos rekken van de politieke besluitvorming, zoals Ouwehand suggereert, maar wetenschappelijke arbeid.

Hoe zou het toch komen dat Ouwehand zich bekommert om een dergelijk detail waar ze geen enkele invloed op kan uitoefenen? Ze redt er geen enkel dierenleven mee en laat bovendien zien dat ze totaal geen benul van wetenschap heeft.

  1. 1

    “Er kunnen immers wellicht miljoenen dierenlevens worden gered”

    Misschien wat hogere diersoorten, maar proefdieren zoals ratten worden toch niet gered ermee.
    Als er minder gebruikt worden, wordt het overschot of vernietigd, of ze zorgen dat er minder geboren worden.
    In beide gevallen worden geen dieren gered, maar omgebracht of ze hebben überhaupt niet bestaan.

  2. 2

    @1: Bij proefdieronderzoek speelt niet alleen het sterven een rol (hoewel niet leven misschien valt te prefereren boven jong gedood worden?), maar ook het lijden. Proefdieren worden nogal eens blootgesteld aan praktijken die je mensen niet zou toewensen (daarom gebruiken ze ook proefdieren).