Democratie: geschikt / ongeschikt

ANALYSE - Seksisme. migratie, basisinkomen, democratie en referenda. In de serie “Tegen de stroom in” spreken wetenschappers, experts en opiniemakers over oude zorgen en nieuwe oplossingen. Wanneer zijn die succesvol? Welke rol speelt geld en neoliberaal denken daarin? En verliest elke stroming uiteindelijk aan kracht en relevantie? Vandaag: Gevestigde partijen wankelen: kiezers zijn zich beter gaan verdiepen wanneer ze moeten stemmen. De democratie functioneert goed, maar er valt nog heel veel te verbeteren.

De democratie zou op instorten staan. Volgens de historicus en publicist David van Reybrouck is ‘ie in ademnood en moet het verkiezingsstelsel opnieuw worden ingericht. Zit hier een kern van waarheid in of heeft men de feiten niet op orde? Politicoloog prof. dr. Tom van der Meer en oud-politicus Niesco van de Meer gaan hierover in discussie. Beiden zijn het erover eens dat de democratie onvolmaakt en onvoltooid is, maar de één maakt zich meer zorgen dan de ander.

Als het gaat om de staat van de Nederlandse democratie horen we de afgelopen jaren vooral alarmistische geluiden. Men klaagt over ‘de kloof tussen burger en elite’, ons ‘nepparlement’, het ‘partijkartel’ en de ‘baantjescarrousel’, maar ook over de dominantie van de ‘boze, blanke man’. Journalisten, denkers en opiniemakers uit alle richtingen, maar ook politici maken zich zorgen.

Het hele systeem van politieke partijen is failliet. Ik zou dat dicht geroeste circus het liefst laten ontploffen en er iets nieuws voor in de plaats zetten

Met deze quote van Mark Rutte opent Van der Meer zijn betoog.

Het idee dat de democratie in crisis is blijkt wijdverspreid. Dat is overigens niks nieuws. In de jaren ’30 en ’70, maar ook tijdens de opkomst van Pim Fortuyn en het populisme: steeds klinken er dezelfde geluiden. De kiezer is op drift, het staatsbestel staat op instorten. Aan de hand van een aantal cijfers laat Van der Meer zien dat Nederland het eigenlijk heel goed doet. Op het gebied van corruptie, burgerrechten, rechtsstaat, vrijheid, participatie en vertrouwen bijvoorbeeld. 95% (!) van de Nederlanders vindt het belangrijk om in een democratie te leven en in een rechtstaat. 95% (!) van de Nederlanders vindt het belangrijk dat er gelijke rechten zijn voor minderheden. Daarmee scoren we stelselmatig hoger dan de meeste andere landen. Waar de meeste Nederlanders dan ontevreden over zijn? De politiek. Het vertrouwen in de politiek schommelt rond 50%. Maar wat zegt dat? Van der Meer: “De Franse filosoof Pierre Rosanvallon heeft wel eens gezegd dat je in een democratie juist die scepsis wil”. Die zorgt er namelijk voor dat kiezers gaan kiezen. Niet langer kleur je het vakje rood van een partij omdat je dat nou eenmaal al jaren doet. Dit zorgt ook voor verwarring bij gevestigde partijen, zoals bijvoorbeeld duidelijk wordt in de longread ‘Rood Verdriet’ – over het grote verlies van de PvdA in Veendam.

Crisis van de gevestigde middenpartijen

Op die partijen komt op deze avond veel kritiek. De politiek moet een waardenstrijd zijn en dat is momenteel niet het geval. Waar partijen voor strijden en waarom is onduidelijk. Akkoorden worden afgedaan met: “er was geen alternatief” en dat kan niet met assertieve kiezers. Als er al een waardenstrijd is dan vindt deze achter de schermen plaats. Volgens een zeer recente staatscommissie is de formatie vanuit het perspectief van de kiezer en ook staatsrechtelijk een ‘black box’: de kiezer heeft er geen invloed op en moet het doen met de uitkomst. Volgens de voorzitter van de commissie is het een ‘onvolkomenheid’ in de representatieve democratie dat het altijd mogelijk is om in het parlement ingrijpende besluiten te nemen waarvoor geen meerderheid bestaat onder de bevolking. Van der Meer: “wanneer je je verstopt achter dichtgetimmerde regeerakkoorden, dan zullen kiezers naar flanken verdwijnen”. In die zin is er dus wel een crisis: namelijk een van de middenpartijen.

Bestuurdersdemocratie

Partijen zouden meer moeten politiseren, maar daarnaast is er nog een cultuuromslag nodig. Het moet niet vanzelfsprekend zijn dat functies in het openbaar bestuur, zoals de commissaris van koning of de bestuurder publieke omroep, naar mensen uit het politieke bestel gaan. Dit wordt door de Forum voor Democratie voorzitter Thierry Baudet de ‘baantjescarrousel’ van de elite genoemd. Volgens Van der Meer is dit niet helemaal waar, het is geen kwestie van corruptie, maar van netwerken. Alleen wekt het wel beeld van ‘elite’ versus ‘volk’. Niesco Dubbelboer hekelt de ‘vriendjespolitiek’. Volgens hem is het een groot manco dat we alleen de controle op de macht kunnen kiezen en niet de macht zelf. Waarom kiezen we geen burgemeester of zelfs de minister-president?

Referendum

In een discussie over democratie zo vlak na de Sleepnetwet-affaire én het regeerakkoord kunnen we er niet omheen: het referendum. En al helemaal niet omdat Dubbelboer de grondlegger is van de Wet Raadgevend Referendum die in 2015 aangenomen werd. Het Oekraïne-referendum en die over de Sleepnetwet zijn dus mede dankzij hem mogelijk. Met lede ogen ziet hij aan hoe de nieuwe regering het referendum probeert te schrappen. “Men wil het afschaffen omdat het ongemakkelijk is. Belachelijk! Politiek is er niet voor bestuurders, maar voor ons, het volk”. Al decennialang willen burgers meer invloed op wat er gebeurt en dit was een goed middel. Het is volgens hem illustratief voor de opkomst van ‘demofobie’, iets wat raakt aan de democratische crisis. “Het gaat over verschil tussen hoog- en laagopgeleiden. Machteloze mensen willen graag machtsmiddelen en hoogopgeleiden schrikken daarvan. Ze gaan twijfelen over het inzetten van democratische middelen”. Volgens Tom van der Meer moet er een referendum komen over het referendum: “dat is precies waar het voor bedoeld is”. Dubbelboer schudt zijn hoofd: “Dat was natuurlijk niet onze intentie, maar de actiebereidheid is iets wat mij hoop geeft”. Of zoals men in een NRC-commentaar schreef: “Laat de bevolking zich er maar over uitspreken. Het onderwerp is er belangrijk genoeg voor”.

-o-o-o-

De discussie is hier terug te zien. De petitie om het referendum te redden, kan je hier tekenen.

Dit artikel van Laura Mol verscheen eerder op Studium Generale Utrecht.

  1. 1

    “De democratie zou op instorten staan.”
    Als ik kijk naar landen als Rusland, Turkije, Hongarije, Polen of Spanje, krijg ik dat idee wel een beetje.

  2. 2

    Er is 1 probleem met, en 1 uitdaging voor, de hedendaagse democratie.

    Het probleem is het gebrek aan commitment van de burger (dalend partij-lidmaatschap) – hier lijkt niet echt een oplossing voor. Tenminste, niet een traditionele (vakbond, papieren kranten, omroepen, etc).

    De uitdaging voor de hedendaagse democratie is technologie: zoals overal haalt onze totaal-connectivity de slome wereld van de bureacratie links en rechts in. Hier geldt: flink moderniseren, en misschien lost het probleem van te weinig commitment zich dan toch ook nog op, als een soort bijvangst.

  3. 3

    ““Het gaat over verschil tussen hoog- en laagopgeleiden. Machteloze mensen willen graag machtsmiddelen en hoogopgeleiden schrikken daarvan. ”

    Met het Oekraïne referendum, maar net zo als de Brexit en het Catalaanse referendum blijkt het vooral en waan van de dag manier van democratie. Vrij consequent zie je een lage opkomst, met een hele eenduidige uitslag, alleen de voorstemmers komen opdagen. Voorstemmers die veelal beïnvloed zijn door weinig democratische campagnes met twijfelachtige en vaak zelfs vals feiten en argumenten van net zo dubieuze belanghebbende partijen. De echte democratische waarde van een referendum is daarmee twijfelachtig en mogelijk negatief. De buffer van de representatieve democratie is na honderden jaren politieke evolutie, niet voor niets ontstaan.

    In het Oekraïne geval ging het om de lager opgeleiden, bang voor concurrentie op de arbeidsmarkt, maar bij b.v. de sleepwet kunnen net zo goed de hoger opgeleiden zijn die op komen dagen.
    Hoger en lager opgeleiden hebben uiteindelijk allemaal hetzelfde stemrecht, en aangezien er meer lager opgeleiden zijn hebben zij uiteindelijk de macht. De “Kloof tussen de burger” en het “nepparlement” is dan ook feitelijk meer retoriek van de populisten dan werkelijkheid, populisten die uiteindelijk maar een democratische minderheid vertegenwoordigen.

  4. 4

    In het Oekraïne geval ging het om de lager opgeleiden, bang voor concurrentie op de arbeidsmarkt,

    Gek – ik kan me ook nog een akkefietje met een vliegtuig herinneren… Nah. Zal wel niks geweest zijn. Ik moet het gedroomd hebben. Of misschien was het toch wel iets, maar dan toch zeker niet iets waar een ‘lager opgeleide’ zich druk over zou maken.

    Snob.

  5. 8

    @5: Vergeet niet waarom dat vliegtuig werd neergeschoten: een land dat zich in staat van burgeroorlog bevindt – nee, dat is echt een land dat je bij de EU wil hebben! Want Joegoslavië was niet genoeg ofzo, dat doen we graag nog een keer over. In onze eigen achtertuin, dit keer.

    Ik denk soms wel eens dat het hele idee dat we het hier ranzig goed hebben, dat we dat voornamelijk allemaal zelf gedaan hebben, en dat we dat moeten beschermen, gewoon totaal voorbij gaat aan een hele klasse mensen. Gek genoeg lijken dat voornamelijk de tegenovergestelden te zijn van die ‘laag opgeleiden’ van een paar postjes geleden.

  6. 9

    @8: laten we aub niet de wandiscussie over het associatieverdrag overdoen… je begint nu alweer over “lidmaatschap EU” terwijl dat niet imfrage was

  7. 10

    @9: Alleen voor juridische autisten was lidmaatschap (een woord dat ik ook niet in de mond neem) niet im frage. En nee, ik wil die discussie niet over doen. Maar het is onderdeel van een grotere discussie. Eentje waar ik in mijn eerste postje onder dit draadje al aan tipte: technologie haalt de democratie links en rechts in.

    Waarom zou een burger nog 1 keer in de 4 jaar naar een stemhokje stiefelen om met potlood een vakje rood te kleuren om een ander iets te laten uitvoeren op basis van standpunten waarover hij/zij iets in de krant heeft gelezen? Die krant bevat alleen maar oud, eenzijdig nieuws – die gedelegeerde doet toch niet wat hij/zij zegt – en die termijn is te lang.

    Dat referendum ging te ver – nee, het referendum ging niet ver genoeg!