De weg naar Isfahan

Afbeelding van Avicenna (Bron: Wikimedia commons)Jaren geleden maakte Gilbert Sinoué’s boek ‘Avicenne ou la route d’Ispahan‘ al grote indruk op mij. In deze in het Nederlands als ‘De weg naar Isfahan‘ vertaalde roman beschrijft hij het leven van de Perzische medicus en filosoof Ali Ibn Sina (بو علی الحسین ابن عبدالله ابن سینا) die bij ons in het westen beter bekend is onder zijn Latijnse naam Avicenna. Het boek is een fictief werk over hoe het leven van Avicenna ongeveer verlopen zou zijn. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een logboek van één van zijn leerlingen (Aboe Obeid el-Jozjani) die twintig jaar aan Avicenna’s zijde heeft geleefd. En natuurlijk de vele historische informatie en overgebleven werken. Een werk van fictie dat gebaseerd is op een historische documenten.


Wie was Avicenna?
Voordat het boek besproken wordt, is het handig eerst stil te staan bij de historische figuur Avicenna. Avicenna leefde in de bloeiperiode van de wetenschap in Perzië en de gehele islamitische wereld. De tijd dus dat er een korte periode van Verlichting plaatsvond in het Midden-Oosten, de zogenaamde Islamitische Gouden Tijd of Islamitische renaissance. Op zeer jonge leeftijd toonde Avicenna uitzonderlijke talenten, vooral op het gebied van de medische wetenschap. Hij werd gezien als een wonderkind. Zo kende hij op zevenjarige leeftijd de Koran uit zijn hoofd en kreeg reeds op zijn 18de de titel van geneesheer.

Avicenna wordt gezien als de grondlegger van de moderne geneeskunst. Hij bracht een revolutie teweeg op het gebied van diagnostiek, besmettelijke ziekten (voor die tijd een nieuwe manier om over ziektes te denken) en hij vond ‘quarantaine’ uit. Hij wees op het belang van gecontroleerde tests, opdat men de geneeskunst op basis van bewijs beoefent. Daarnaast blijkt hij de eerste te zijn geweest die iemand gediagnostiseerd heeft met “liefdesverdriet”. Een gedeelte uit zijn leven dat overigens prachtig in ‘De weg naar Isfahan’ beschreven wordt.

Maar Avicenna hield zich met nog duizend andere zaken bezig. Overal had hij een mening over. Vooral de klassieke westerse filosofie sprak zeer tot zijn verbeelding. De metafysica van Aristoteles is voor hem een grote inspiratiebron. Avicenna wordt met recht uiteindelijk een van de grootste filosofen uit zijn tijd. Dat hij overal een mening over had, wordt duidelijk als je kijkt naar de hoeveelheid geschriften die hij heeft achtergelaten. Hij schreef meer dan 450 boeken, hoewel ongeveer de helft hiervan in de loop der eeuwen verloren is gegaan. Gezien zijn belang voor de medische wetenschap was hij de eerste islamitische filosoof wiens werk later door de kerk vertaald is. Juist zodat zijn kennis ook in het Westen toegankelijk werd.

De weg naar Isfahan
Het boek schetst zowel Avicenna’s persoonlijke leven als de woelige politieke tijd waarin hij leefde. Zijn vriendschap met een christen, zijn doorzettingsvermogen, de afgunst van de mensen om hem heen en vooral zijn eigenzinnigheid zijn beeldend op papier gezet. In zijn tijd is Perzië door de Arabieren bezet en vechten drie dynastieën om de macht. Avicenna ziet zich hierdoor meerdere malen genoodzaakt om te vluchten voor zijn leven. Zijn faam is zo groot dat elke heerser hem binnen zijn hofhouding wil hebben. Avicenna zelf ziet dit niet altijd zitten, waardoor hij menig vorst tegen het zere been stoot. Vooral de van oorsprong Turkse Ghaznawiden wil hij koste wat het kost ontlopen. Ook de afgunst van medemedici en filosofen betekent dat hij wel eens hals over kop de vlucht moet nemen vanwege valse geruchten.

Het boek geeft een goed beeld van de tijdsperiode, gebracht vanuit het persoonlijke oogpunt van Avicenna. Zijn vooroordelen (bijv. tegen de Ghaznawiden) neem je als lezer zo over en je voelt de drang van Avicenna om zich bezig te willen houden met de wetenschap, en niet met politiek of spelletjes aan de verschillende vorstenhuizen. Toegang tot een bibliotheek is voor hem belangrijker dan het tevreden stellen van de zoveelste vorst.

Ook worden we meegenomen in Avicenna’s zeden. Zijn voorliefde voor vrouwen en wijn verbergt hij niet. Vaak tot grote nervositeit van zijn leerling. Beiden waren immers ook in die tijd taboe in de islam. Avicanna zelf trok zich hier niet veel van aan. Een keertje extra bidden was volgens hem wel genoeg om Allah het hem te laten vergeven. Dat neemt echter niet weg dat hij devoot gelovig was. Het bidden nam dan ook een belangrijke plaats binnen zijn bestaan in.

Na zijn dood zou Avicenna door islamitische geleerden verketterd worden voor zijn liberale interpretatie van de Islam. Hij heeft inmiddels alweer eerherstel gekregen en nu wordt hij gezien als een van de belangrijkste denkers binnen de moslimwereld. Het boek toont de de korte periode van Verlichting aan binnen de Islam op passende wijze. Een tijd waarin de wetenschap bloeide en geloof een minder streng keurslijf was. Zo komt ook de vrijheid waarin moslims en christenen met elkaar omgaan aan bod. Uiteindelijk zouden onder andere de conflicten die beschreven worden na Avicenna’s dood een einde maken aan deze verlichte periode. De islamitische wereld zou zich als reactie op de vele invasies afsluiten voor de buitenwereld en in zichzelf keren waarbij geloof centraal werd gezet. Hoewel deze zaken niet in het boek belicht worden, is het met deze kennis in de hand een nog interessanter boek om te lezen.

Al met al is ‘De weg naar Isfahan’ een prettige en goed leesbare roman die niet alleen slaagt het leven van Avicenna beeldend te beschrijven maar ook om een goed tijdsbeeld neer te zetten. Daarnaast had het op mij ook een inspirerende werking. Het doorzettingsvermogen (maar ook de koppigheid) van Avicenna zijn inspirerend. Iemand die weinig sliep, non-stop werkte, zich alle kennis op de wereld eigen wilde maken en zich vooral ook onvermoeibaar inzette voor zijn idealen werkte op mij tenminste zeer inspirerend.

‘De weg naar Isfahan’
Uitgegeven 1997
uitgeverij de Geus.
ISBN 90 5226 625 5

  1. 1

    “Na zijn dood zou Avicenna door islamitische geleerden verketterd worden … hij heeft inmiddels alweer eerherstel gekregen …”

    Kort door de bocht. Ibn Sina is voor de Arabisch-islamitische filosofie wat Descartes of Kant voor de Europees-continentale traditie is. Je hebt vóór Ibn Sina en daarna. Ibn Sina’s neoplatonisme (m.n. het idee dat de wereld eeuwig is en niet geschapen) werd door vrome moslims niet compatibel geacht met hun geloofsleer. Maar zijn invloed is blijvend geweest (vooral in Iran), m.n. zijn synthese van mystiek en filosofie – “hikmat al-ishraq” ofwel “Wijsheid van de Dageraad”, “van de Verlichting”, “van het Oosten”.

    Zijn hele werk is bewaard gebleven; “ketterse” geschriften zouden niet overgeschreven zijn door scribenten in de moslimwereld. We hebben immers vrijwel geen filosofische werken van 10e-eeuwse denkers als ar-Razi of Ibn ar-Rawandi die het profeetschap van Mohammed en de openbaring verwierpen.

    Mooi stuk Abhorsen maar ik denk dat de auteur – in dit fundamentalistisch tijdperk – vooral wil “aantonen” dat de moslimwereld vroeger liberaler was en minder geïnteresseerd is in een secure weergave van Ibn Sina’s ideeën en van het post-avicennisme.

  2. 2

    @1, Hij is korte tijd door een aantal latere Islamitische geleerden verketterd, maar -zoals ik ook aangeef- ook weer opgeheven. Dat hij een belangrijk icoon is, en dat hij de korte periode waarin men hem verketterde goed is doorgekomen is misschien niet helemaal duidelijk echter dan in het stuk naar voren gekomen? “Hij heeft inmiddels alweer eerherstel gekregen en nu wordt hij gezien als een van de belangrijkste denkers binnen de moslimwereld.” (met linkje naar Wikipedia waar over zijn blijvende invloed word gesproken – van leer t/m dat hij postzegels en whatever in zijn eer gekregen heeft).

    Zover ik weet is trouwens niet zijn hele werk bewaard gebleven. Tenminste niet volgens Wikipedia: “Ibn Sīnā wrote almost 450 treatises on a wide range of subjects, of which around 240 have survived”. Iets meer dan de helft is dus ongeveer verloren gegaan. Wat opzich ook niet heel opmerkelijk is, weinig werk van filosofen uit vroeger tijden is vaak compleet bewaard gebleven.

    Het boek is overigens wat ouder van de hele “anti-Moslim hype”. Ik denk dat de auteur zijn bedoelingen vooral zijn geweest om een mooie roman te schrijven over Avicenna. Hij gaat eigenlijk nooit op de preekstoel zitten en behandeld zowel Avicenna’s persoonlijke ideeën, als de toen meer liberale Moslimwereld. Hij schetst Avicenna ook wel een beetje als iemand die erg van zijn eigen gelijk overtuigt is en desnoods er wat bij verzint om zijn gelijk toch maar te willen halen. Een hele menselijke kant die natuurlijk nooit op waarheid te achterhalen is (behalve dan documenten die zijn overgebleven waarin Avicenna soms wel heel erg buiten zijn kennisterein gaat – er is geloof ik een briefwisseling van hem bewaard gebleven waarin duidelijk te lezen is dat Avicenna gewoon geen zin had om de discussie te verliezen. In het boek word eigenlijk gegokt naar het hoe en waarom van zijn beweegredenen). Al met al een menselijk verhaal, dat ook een mooi tijdsbeeld schetst.

  3. 3

    Ik versprak me inderdaad, niet álles van Ibn Sina is bewaard gebleven, maar wel relatief veel, dat geef je zelf al aan.

    Nee, ik refereerde niet naar de islamofobe hype van nu, eerder naar het idee “vroeger was de moslimwereld vrijdenkend, kijk nu eens …” wat hier ook gepropageerd lijkt te worden.

    Een personage die boeiender is in mijn optiek is de anti-filosoof al-Ghazali (gest. 1111), die Ibn Sina’s neoplatonisme hard heeft aangevallen. Al-Ghazali en niet Ibn Sina is representatief voor de Zeitgeist van toen. De Aristotelianen en neoplatonisten zoals al-Kindi, al-Farabi, Ibn Sina en Ibn Roesjd (Averroës) zijn altijd marginaal gebleven in de moslimwereld. Averroës werd pas 6 of 7 eeuwen na zijn dood “ontdekt” in de moslimwereld, via de Franse denker Renan.

    Ik geloof dat de moslimwereld nooit vrijdenkend is geweest, als we 21e-eeuwse maatstaven hanteren. (Wel als we vergelijken met het Europa van die tijd).

  4. 4

    Zo erg was het in de middeleeuwen nu ook weer niet in Europa. Zo zien we in die tijd bijvoorbeeld iets gebeuren wat in de hele arabische wereld tot op de dag van heden nog niet gebeurd is: de opkomst van het burgerschap (iets wat iets heel anders is dan het zijn van onderdaan, maar dat onderscheid is vandaag de dag nauwelijks meer uit te leggen). Een en ander neemt de invloed van religie in die tijd niet weg, en zoals we allemaal weten: waar een (monotheistische) religie heerst, wil geen gras meer groeien (en worden vrouwen uiteraard onderdrukt, hoewel die onderdrukking in de middeleeuwen hier niet zo erg is als vandaag de dag in grote delen van de wereld).

    Gelukkig maar dat we in het westen ook in de middeleeuwen al twee rivaliserende machten hadden: de wereldlijke en de geestelijke, en in de ruimte die die rivaliteit liet, kon de vrijheid zich ontwikkelen.

    Wel kan je leren dat een ideologie, het zicht op de werkelijkheid kan verduisteren op een manier die onvoorstelbaar zou zijn, als we er al niet zo vaak voorbeelden van hadden gezien, en nog steeds zien.

    En of de islam nu wel of niet vrij en tolerant was een milenium geleden, is natuurlijk niet zo relevant als het antwoord op de vraag of de islam dat nu is. Als ik zo om me heen kijk in de wereld kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat de islam dat niet is.

  5. 5

    @4

    ”En of de islam nu wel of niet vrij en tolerant was een milenium geleden, is natuurlijk niet zo relevant als het antwoord op de vraag of de islam dat nu is. Als ik zo om me heen kijk in de wereld kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat de islam dat niet is.”

    Aan de ene kant heb je gelijk, toch is het denk ik wel belangrijk om te beseffen in het huidige debat. Het toont namelijk aan dat “de Islam” niet op zich intolerant of dom is en per definitie niet liberaal kan zijn of in een open samenleving kan bestaan. Gezien dat dit in het verleden wel is gebeurd toont aan dat er waarschijnlijke andere factoren zijn geweest waarom de Islam is zoals deze nu. Ook trouwens voor onze huidige situatie om te leren waarom het is “vervallen”, zodat we hier niet diezelfde fout maken.

  6. 6

    Ernst, een hele bekrompen visie van de geschiedenis. Bovendien veel onwaarheden in je post.

    Historische processen zijn heel complex, ze hebben vrijwel altijd een multifactoriële genese, zo ook bijvoorbeeld het ontstaan van de burgerij.

    Ik kan veel factoren benoemen die ook kunnen verklaren waarom de moslimwereld achterliep:
    – klimaatverandering, waardoor de droge gebieden waarin de islam heerste nog droger werd.
    – de invallen van Turks-Mongoolse volkeren tussen 1000 en 1500 in het Midden-Oosten. Europa stond ook stil vóór 1000 met alle verwoestende migraties van die tijd.
    – de ontdekking van de zeeroutes waardoor de handelsroutes tussen West en Oost niet meer overland verliepen (de Zijderoute) en de moslims buitenspel kwamen te staan.

    Natuurlijk wil jij de religieus-ideologische factor benadrukken omdat jij gedreven wordt door haat en niet door een nuchtere wetenschappelijke kijk. Maar dan moet je verklaren waarom de islam het een tijdje wel goed deed (m.n. in de 10e eeuw) en later niet meer.

  7. 7

    Jos, ik pretendeer niet de hele geschiedenis samen te vatten of er een compleet beeld van te geven, ik nuanceer alleen het beeld van Europa in de middeleeuwen iets.

    En inderdaad, er zijn meer factoren die tot het verval van de arabische wereld hebben geleid dat alleen de religie (hoewel, waarom niet zelf een zeeroute geopend, het land geïrrigeerd, en de Turken onder de islam gebracht -grapje).

    En waarom zou ik moeten verklaren waarom de islam wel bloeide tot het jaar 1000 en het daarna ernstig afnam? Ik heb wel een verklaring uiteraard (de eerste eeuwen had men al het andere nog niet aan de islam ondergeschikt gemaakt bijvoorbeeld), maar ik zeg nu toch juist dat ik meer in de islam in het heden dan van tijden her geïnteresseerd ben.
    Overigens, voor de islam voet aan de grond kreeg hadden de vrouwen in arabie het beter, blijkens het feit dat de eerste vrouw van Mo een eigen bedrijf had en in staat was zich een jonge man bij contract te kopen?

    En haat? Sinds wanneer is het afkeuren van een ideologie die met een beroep op het niet kenbare en rare doelstellingen en met een priesterkaste die het allemaal onbewijsbaar wel zeggen te weten, macht in het hier en nu wil verwerven, een gevolg van haat?

  8. 8

    @ 7:

    “Ik nuanceer alleen het beeld van Europa in de middeleeuwen iets.”

    Fair enough. Ik zei alleen dat de moslimwereld omstreeks 1100 minder repressief was dan Europa.

    “… hoewel, waarom niet zelf een zeeroute geopend, het land geïrrigeerd, en de Turken onder de islam gebracht -grapje”

    Ik hoop dat ’t ’n grapje is. Waar gaat ’t heen als je achteraf een natie veroordeelt omdat ze ’n paar eeuwen geleden niet de juiste keuzes gemaakt hebben ? En de Turken (en de westelijke Mongolen) zijn wél onder de islam gebracht.

    “… de eerste eeuwen had men al het andere nog niet aan de islam ondergeschikt gemaakt bijvoorbeeld.”

    Deels heb je gelijk. In de eerste eeuwen waren de meeste onderdanen van het moslimrijk niet moslim. Dat betekende dat moslims veel meer in aanraking kwamen met joods, christelijk, Grieks of Iraans denken. In een dergelijk milieu bestond veel meer de neiging om waarheden te relativeren, wat seculier denken stimuleerde. Een cultureel homogeen milieu stimuleert juist conservatisme. Vergelijk Europa: het seculier denken kwam ook pas tot bloei na de ontdekkingsreizen. (Je zou dus ook kunnen stellen dat een “hervorming” binnen de islam onder minderheden moet plaatsvinden)

    “… voor de islam voet aan de grond kreeg hadden de vrouwen in arabie het beter…”

    Niet waar. Er bestonden in voor-islamitisch Arabië geen wetten of bestuur. Alleen de vrees voor vendetta tussen stammen zorgde voor een beetje orde. In een wetteloze samenleving zijn vrouwen vrijwel altijd slachtoffers. De islam heeft gezorgd voor een regulering van de verhoudingen tussen man en vrouw, hoewel die naar huidige maatstaven nog steeds oneerlijk is. Maar het verschil met vóór de islam is dat vrouwen officiëel bezit mochten hebben (Chadiedja, de 1e vrouw van de Profeet, was eerder een uitzondering dan de norm), zelf mochten scheiden (en de bruidsschat mochten behouden), mannen niet zomaar rond mochten neuken en vrouwelijke baby’s niet meer levend begraven mochten worden.

    “Niet kenbare en rare doelstellingen” horen per definitie bij een geloof. “Ik geloof omdat het absurd is”, zei de vroege kerkvader Tertullianus.

    ” … macht in het hier en nu wil verwerven”. Pure laster. Het ideaal van de islam is de sobere, vrome gelovige die goede werken verricht en totaal onderworpen is aan God. Daar kan ik je echt honderd citaten uit de koran over geven.

    Je laatste alinea laat duidelijk zien dat je de ballen van de islam afweet. De islam heeft géén priesterkaste ! De ‘oelama zijn dat niet. En de islam is geen ideologie zoals het nazisme of communisme maar een geloof, net als het christendom of het jodendom. Kennelijk weet je niet de islam als religie te onderscheiden van het politieke islamisme, net als de ergste moslimfundamentalisten.

  9. 9

    Jos, ik ben niet begonnen met een natie/ideologie te beoordelen, naar wat er 1000 jaar geleden gebeurde, het was juist jouw verwijt eerder aan mij dat ik niet 1000 jaar terug keek voordat ik iets zei over de dag van heden. En dan moet je niet raar opkijken dat ik iets zeg over 1000 jaar geleden, wat je ook al niet bevalt.

    En dat die Turken en Mongolen nu juist wel onder de islam gebracht werden, dat was dus het grapje dat ik maakte.

    En uit het verhaal van de eerste vrouw van de profeet blijkt nu juist dat zij, als vrouw juist wel bezit mocht hebben en rond mocht neuken. En als je dan wat vastigheid wilde, dan kocht je gewoon een viriel type (ik neem maar aan dat mo dat was, want anders had zij zich wel een ander bedwarmertje aangeschaft) naar je smaak. Rondneuken was er voor dat neukertje natuurlijk niet meer bij. Geen wonder dat hij later de ene na de andere openbaring kreeg, waarin hem werd verteld dat hij wel mocht rondneuken en vrouwen bezit, geest en leven mocht afnemen. In de psycholofgie heet zoiets een ‘wraakfantasie’.

    En of jij nu wel of niet ‘in de islam bent’, duidelijk is wel dat jij anders denkt dan de profeet (te vuur en te zwaard) en ook al niet echt hecht aan de teksten van de koran en de hadith. Kortom, linksom of rechtsom, een ketter ben je sowieso.

    En dan die priesterkaste. Ik hoop maar dat je geen christen bent, want met iemand die de plank zo mis slaat, hadden we nooit een kruisiging gekregen (en dus geen christendom).

    Een priesterkaste is, ik aarzel bijna je als zo dom te beschouwen dat ik eea moet uitleggen, verwijst niet naar een kerkelijke structuur, maar naar een groep mensen die zichzelf aanmatigen direct met een opperwezen in contact te staan, en namens hem/haar bevelen te mogen uitvaardigen. In de islam heten die dingen fatwa’s. En die, mijun beste Jos, kunnen niet met vrucht door iedereen uitgevaardigd worden. Watre het anders, dan kon ik ook wel in fatwa’s gaan grossieren, waar vervolgens ieders moslim zich aan zou dienen te houden. Iets doet mij vermoeden dat dat er geen moslim is te vinden die mijn fatwa’s( versla de turen, onderwerp de mongolen, irrogeer het land en open een zeezijderoute naar china, om er maar eens een paar te noemen) zal beschouwen als fatwa. En waarom? Omdat ik niet beschouwd wordt als iemand die fatwa’s mag uitvaardigen, kortom, niet beschouwd wordt als lid van een priesterkaste.

    En tot slot: ik had het niet over de priesterkaste van de islam, maar over die van religies, de monotheistische in het bijzonder.

    Maar ach, wie de schoen past trekt hem aan, of beter nog, laat hem op de drempel van de moskee staan.

  10. 10

    Met excuus voor de tikfouten hierboven, nog even het volgende over Tertullianus:

    deze kerkvader heeft natuurlijk zijn hele leven nagedacht over het waarom van het geloven, en heeft ook geprobeerd te onderbouwen waarom hij geloofde. Na tijden van denken kwam hij inderdaad niet verder dan de constatering ‘dat hij geloofde omdat het zo absurd was’, kortom, omdat iemand die iets wil verzinnen wel iets beters verzint dan een duif die via een maagdelijk oor een goddelijke bezwangering regelt. Dit nu Jos, is niet een echt sterk argument voor het geloof.

    Dan is Ocksham (een zeer religieus type, of in ieder geval een monnik) mij liever. Ook hij zei te geloven, maar stelde wel dat je alles wat je denkt en gelooft moet halen langs het scheermes van de feitelijkheid, ofwel: je moet zaken verklaren langs de kortste logische weg, en alles wat niet helpt aan die verklaring met dat scheermes weghalen. Hij kwam er niet toe god op die manier af te schaffen (god is namelijk een keuze, en wel van die van de gelover, je moet hem immers helemaal zelf maken), maar wel een eind met nadenken.