De Zomer van Hans van Duijn – Deel 10 (slot)

Het zit erop. Het leven van Hans van Duijn is opgetekend. Wie was Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, had hij de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Vandaag het slot.

Het volgende weekend rijden Hans en Donald in de Audi over de A2 naar CenterParcs. Het begint te miezeren. ‘Jij bent een rare, Hans van Duijn,’ mompelt Donald. ‘Voor de politiek zou ik je niet geschikt achten. Helaas. Ik zal je niet voordragen bij de gemeenteraadsverkiezingen als tweede lijsttrekker van Forza Leiden.’ Hans kijkt naar zichzelf in de rechterbuitenspiegel. De laatste keer dat hij zichzelf in de spiegel bekeek, sloeg hij de spiegel kapot. Maar nu heeft hij de energie niet om het raam te openen, zijn rechterbeen uit het raam te steken om dan met volle kracht de spiegel kapot te slaan.

Ze pauzeren bij een wegrestaurant. De caissière neemt alle tijd om de toetsen te vinden, dan de bestellingen aan te slaan, mis te slaan, ze vergeet een bonnetje te printen en het rolletje van de printer te vervangen. De klanten zien het aan en wachten gedwee tot hun amper ontdooide appelgebak voor 4,50 afgerekend wordt. Donald heeft op zijn dienblad een Cajun Triangel met veel oranje vlees en Hans heeft een flesje felgele sportdrank. Een bediende komt langs om de plavuizen schoon te boenen; een man van middelbare leeftijd heeft zojuist zijn softijsje laten vallen. Door de speakers aan het plafond klinkt zachtjes ‘Just say hello’ van René Froger. Op de A2 begint zich nu een file te vormen. Alle mensen in de rij van de kassa – maar de caissière zelf niet – draaien synchroon hun hoofd naar rechts om te kijken hoe de vluchtstrook wordt vrijgemaakt voor een colonne zwarte auto’s met geblindeerde ramen en blauwe zwaailichten.

‘Ik ga even naar het toilet, wil jij even mijn sportdrankje afrekenen, zo…?’ Hans overhandigt zijn dienblad aan Donald zonder het antwoord af te wachten en snelt naar de toiletten, waar René Froger net wat harder klinkt dan in het restaurant. Twee van de drie herentoiletten zijn bezet. In het derde hangt een zware strontlucht. Hans gooit de deur open, draait hem op slot en duwt zijn rug dan tegen de deur. Adem in, adem uit. Ze komen me dan nu toch halen, denkt Hans. Sin-Wong heeft vast iets doorgeluld aan de politie, uit wraak. En mijn moeder heeft vast zijn laptop aan de politie gegeven. En natuurlijk heeft de halve wereld mijn tweets gelezen. Nu moet ik, vrijheidsstrijder, alsnog in het harnas sterven.

Na een kwartier keert Hans terug naar het restaurantgedeelte. Donald heeft zijn Mexicaanse bladerdeegsnack al bijna op. ‘Ben je aan de racekak ofzo?’ vraagt Donald en veegt zijn mond schoon met een tissue. Oranje strepen zijn zichtbaar op het verfrommelde witte papier. ‘Hier is je drinken,’ Donald schudt het gele flesje heen en weer voor Hans’ neus. ‘Hallo? Ben je daar?’ Hans kijkt dwars door Donald heen.

Licht paranoïde zetten Hans en zijn overbuurman hun weg voort. Wanneer ze zich hebben geïnstalleerd in hun cottage stelt Donald voor om naar het subtropisch zwemparadijs te gaan. Getooid in badjas zetten ze koers richting het zwembad. ‘Stel je voor dat John Williams, de televisiepresentator, het terrein komt opgewandeld,’ fantaseert Donald hardop. ‘Ik ben op zoek naar Hans van Duijn. Is Hans van Duijn hier? Ben jij Hans van Duijn? Ja? En dat dan uit alle naastgelegen bungalows nieuwsgierige bewoners hun hoofd naar buiten steken. Wij hebben een brief gekregen. En daarin stond dat jij een hele mooie wens had… Jij wilde Tofik Dibi en zijn linkse vriendjes neerknallen, klopt dat?’ Donald slaat zijn buurman hard op de rug. ‘Stel je dat nu eens voor. Stel je dat nu toch eens voor!’
Hans lacht ongemakkelijk. ‘Ja. Stel je voor.’

In het zwembad slaat de warme chloorlucht op Hans’ longen. Kinderen rennen gillend rond en jagen elkaar na met waterkanonnen en speelgoed. Het laat rode striemen achter op het bleekroze vlees van de jeugd. Donald klemt een klein duikbrilletje op zijn neus en verdwijnt in de nevel van de douches. Hans neemt alleen een koud voetenbadje en probeert de publieke doucheruimte zoveel mogelijk te vermijden. Bij de glijbaan van het zwemparadijs klinkt het krijsen van de kinderen zo hard als een machinekamer. Kinderen lachen Hans uit. Ze spuiten hem op zijn rug met hun waterpistolen of proberen hem te tackelen. Hij ziet hoe de kinderen hem opwachten bij het uiteinde van de glijbaan. Hij wil snel het bad verlaten, maar ze halen hem in en trekken zijn handen van het metalen trappetje. Tientallen handjes trekken aan zijn zwembroek. Hij voelt hoe zijn lichaam opgetild wordt. Er wordt met hem gejonast.

Bijna overweegt hij te vragen of een van de kinderen misschien een Twitteraccount heeft. Ze zijn amper zeven, acht jaar oud. ‘Laat me los,’ gilt hij. ‘Voor volk en vaderland, laat me los! Links tuig! Anarchisten! Communisten!’ Maar de kinderen laten niet los. De badmeester kijkt toe en denkt dat het een gekke vader van een van de kinderen is. Twee kinderen klauteren op Hans’ hoofd en duwen hem onder water.
Waar is Donald en zijn beveiligings-V? Waar is mijn moeder? Waar is mijn overleden vader om me kracht te geven? En waar is de politiek, denkt Hans verongelijkt als hij weer even met zijn hoofd boven water komt en slechts gejonast wordt. ‘Het is de schuld van links!’ schreeuwt Hans. Twee meisjes gaan er met zijn zwembroek vandoor en werpen hem op een plastic rots naast een waterval.

De maandag erop is er één zoals er veel zijn in het 21e eeuwse Nederland. De wegen vullen zich met files. De Senseopads worden bijgevuld in Leen Bakker keukensets in mahoniekleuren. Onder eindeloze systeemplafondpanelen wordt gediscussieerd in kantoorunits, in het bijzijn van anonieme leaseplanten. Nieuwssites vullen zich met marginale discussies over interlokale voetbalproblematiek. Op regionale vliegvelden stijgen vliegtuigen op om naar zonnige discount-oorden te reizen. Op de nieuwsradio praat men over kalknagels en de ziektewet. In Den Haag vindt men iets over veiligheid, en die en die vindt dat ook, en vijf minuten belanden in Nieuwsuur. De rest van Nederland belandt in Hart van Nederland.

In een halflege parkeergarage van het bedrijf Securicam parkeert Donald zijn Audi om op sollicitatiegesprek te gaan bij een ander beveiligingsbedrijf. In één ruk door gaat hij langs bij de in de slechts door geesten bezochte witgoedwinkel, voor een nieuwe frituurpan.

Hans van Duijn en vele van zijn broeders in lijden (reaguurders, verbitterden, teleurgestelden in de maatschappij) nemen plaats achter het bureau op zolders, in tienerkamers, gelegenheidskantoren, cubicles. En typen iets.

Soms.

Heel soms laat zo iemand het allemaal over zich heen komen in de kantine van het postsorteerbedrijf. En doet de volgende dag iets verontrustends.

  1. 1

    Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn.

    Dat was op 2 augustus. Tot 15 augustus zouden dat dus 14 dagelijkse afleveringen zijn geweest. Ten eerste zijn er geen dagelijkse afleveringen verschenen, ten tweede stopt het dus na 10 afleveringen. Geschrokken van de kritiek op je stukjes? Of gewoon een man van ‘geen daden maar woorden’?

  2. 3

    Man, man, man: er is literair zoveel mis met deze ontknoping dat ik me afvraag of ik er wel aan zal beginnen.

    1. Ineens duikt er vanuit het niets een stoet zwarte, geblindeerde auto’s met zwaailichten bij het wegrestaurant op. Wtf? Komt Obama bij Van der Valk eten ofzo? En als je het doet, moet je het inleiden… met beelden. Ik wil dan als lezer meegevoerd worden in dat restaurant, en het beleven.

    Beleving oproepen, daar heeft de schrijver Van Aalten kennelijk moeite mee – maar misschien komt het omdat deze stukjes gewoon haastig zijn geschreven.

    2. De hoofdpersoon – een lichtelijk sociaal-gestoorde, maatschappelijk gefrustreerde en paranoïde jongen – vlucht het WC hokje van het restaurant in, en bedenkt zich dat de autoriteiten hem nu komen halen, en hoe hij in het harnas gaat sterven. Oké, dat is een aardige invalshoek. Maar het volgende moment (“een kwartier later”) keert hij alweer terug naar zijn reisgenoot alsof er niets gebeurd is. Hallo!! Spanningsopbouw, iemand? Het ene moment wacht hij in spanning af op een naderend vuurgevecht met mannen in pakken, en vervolgens springt het verhaal over naar een kwartier later waarin hij weer aanschuift alsof er niets gebeurd is. Wat heeft zich in dat kwartier voltrokken? Waar is de deconfiture van zijn heroïsche fantasie in dat pleehokje?

    3. In de voorgaande afleveringen is er een spanningsopbouw tussen Hans en Donald. Je voelt: er gaat iets gebeuren met die twee of tussen die twee. Ze maken elkaar straks helemaal gek en dan loopt het af in een wilde nachtrit op de vlucht voor de politie, of Hans blijkt stiekem homo en doet een klungelige versierpoging naar Donald, die hem vervolgens door de ruit gooit – verzin maar iets. Maar het eindigt in een onbenullige conversatie over John Williams – die Van Aalten kennelijk met Willibrord Fréquin verwart – en dan is Donald ineens foetsie.

    4. Kinderen treiteren doorgaans geen volwassen mannen, laat staan dat ze hun zwembroeken uittrekken (hoe krijgen kinderen van 12 dat voor elkaar? In het zwembad een volwassen man een zwembroek uittrekken – als ze dat al zouden willen, wat me sterk lijkt…) Dus als je die kant op gaat, moet je zo beschrijven hoe die groepsdynamiek zich ontwikkelt, dat dit nogal absurde scenario nog voorstelbaar wordt ook.

    Ja ik begrijp het wel, je wilde een verwijzing maken naar kleine jongetjes die in het zwembad gepest worden door de andere kinderen, en dat Hans van Duijn misschien ook wel gepest is als kind en daar nooit overheen is gekomen – te makkelijk…

    5. “Hans van Duijn en vele van zijn broeders in lijden (reaguurders, verbitterden, teleurgestelden in de maatschappij) nemen plaats achter het bureau op zolders, in tienerkamers, gelegenheidskantoren, cubicles. En typen iets.”

    Ooit van een stijlbreuk gehoord, Thomas? Dat is eerstejaarsstof voor studenten journalistiek en letterkunde. De lezer zat in een fictief verhaal en *poef* daar wordt zonder aankondiging ineens overgeschakeld naar een non-fictie beschouwing over het 21e Nederland en waarom twitter-schreeuwers en haatbloggers op het internet schelden, dreigen en hun frustratie botvieren op Links en etnische minderheden.

    Leuk, maar nogal een stropop als je net 10 afleveringen een fictieve Hans van Duijn hebt geschilderd.

    Jammer, jammer, jammer. Gemiste kans in een serie die net een beetje op stoom begon te komen. Gebrek aan tijd, de behoefte om er een eind aan te draaien. Ik snap het allemaal. Maar het is het resultaat dat telt. En dat resultaat valt dan toch behoorlijk tegen.

    Nou ja, ’t was gratis vermaak zullen we maar denken.

  3. 6

    Niks fantaseren. Of ontken je nu dat er sprake zou zijn van een 14-delige dagelijkse reeks? Wat echter niet dagelijks en slechts 10-delig blijkt te zijn. Je bent kleinzerig, Carlos.

  4. 7

    @3 en ik gok dat jij langer bezig bent geweest met je comment dan ik met mijn stukjes.

    Ik vraag me vooral af waar de blinde drift vandaan komt om 1) genialiteit op te eisen 2) genialiteit te verwachten (terwijl ik nooit beweerd heb dat ik hier eens even Kundera naar de kroon zou steken).

    Kwaad zijn dat ik begin aan dit feuilleton, me dagelijks opwachten met de digitale hooivorken, kwaad worden dat ik er 10 in plaats van 14 van heb gemaakt… mensen mensen, wat verwacht u nu werkelijk?

    Maar het zegt meer over commenters als Monade, Prediker, Kok en nog zowat feestneuzen die verwachten dat hier dagelijkse homerische taferelen worden beschreven, in een feuilleton met de titel De Zomer van Hans van Duijn, en als plaatje een CenterParcs-jpg.

    Jongens jongens, het was een indianenverhaal, een schelmenvervolgverhaaltje voor 5 minuten grimlachjes rondom een bestaand figuur. Mislukt? Prima, dankuwel.

    Als dat niet er dik bovenop lag, Prediker, mag ik u dan uitnodigen om eens een roman van me te lezen? Daar doe ik ietsje langer over, namelijk.

  5. 9

    Kwaad zijn dat ik begin aan dit feuilleton, me dagelijks opwachten met de digitale hooivorken, kwaad worden dat ik er 10 in plaats van 14 van heb gemaakt… mensen mensen, wat verwacht u nu werkelijk?

    Je stopt blijkbaar met schrijven als de subsidiekraan dicht gaat? Serieus, je schrijft dat er 14 komen, dat blijken er 10 te zijn, en vervolgens is het de schuld van anderen als zij je daar op aanspreken? Klein kind.

  6. 12

    @9 subsidiekraan, yes! Daar is-ie. Vijf keer woordwaarde.

    Ik heb een gezin. En een baan. Sorry. (begin vast te roepen dat ik werk in het hbo, dat ik zakkenvuller ben, hebben we dat ook weer gehad).

    Ik zal de volgende keer 14 x aan mijn plicht voldoen omdat u het vraagt.

    Punt is: had ik er 14 gemaakt, dan nog liep u op uw vilten hoed te bijten: ‘Verdomme, val ons niet lastig met 14 bijdragen!’.

  7. 13

    Ontmoet Thomas van Aalten.

    Doet af en toe iets voor de lol en niet voor de pecunia, ‘gewoon omdat het kan’.

    Dan zijn er mensen die denken dat ik dat eigenlijk dat niet zou moeten doen. Prima.

    Maar waarom er altijd subsidiekranen, literaire hoogmoed en ander krankzinnigs bij moet komen kijken. (Trouwens, als je es een intellectuoos stukkie tikt voor een Gonzo of Passionate is het ook niet goed).

    Kortom: ik vind de kritiek prima, ik zal het ter harte nemen, maar u neemt zichzelf serieuzer dan ik mezelf serieus neem inzake het feuilleton van Hans van Duijn.

  8. 16

    @12/@15: Van Aalten schreef zelf eerder dat hij subsidie ontving voor zijn geschrijf. Het moet niet gekker worden om mij nu aan te spreken dat ik ‘subsidiekraan’ gebruik.

  9. 17

    Kok, klets toch niet zo?! In een discussie over het inkomen van van Aalten (uberhaupt al bizar dat dat hier besproken moet worden, waar verdien jij je geld eigenlijk mee Kok? Of leef je van mijn belastingcenten?) heeft hij gezegd dat hij geld krijgt van het Fonds van de Letteren (meen ik), dat wil toch niet zeggen dat hij daarmee deze serie heeft bekostigd?

    Spijkers op laag water zoeken zodat je een stok vindt om mee te slaan….

  10. 18

    Ik zeg ook niet dat hij subsidie heeft gekregen voor deze serie. Je moet soms eens lezen wat anderen schrijven, en niet zo vast blijven zitten in je eigen ongelijk.
    Ik heb overigens een ongesubsidieerde baan en mijn hobby’s oefen ik uit in mijn eigen tijd zonder er gemeenschapsgeld voor te krijgen.

  11. 19

    @7, @8, @10, @12, @13 je kunt nu wel net doen alsof je er niet je best op hebt gedaan, en dat de kritiek je niet deert, maar vanwaar dan die behoefte om je in vijf reacties tegen de kritiek te verweren?

    Ik verwacht niet zozeer genialiteit, maar wel een zekere mate van literaire kwaliteit. Dat mag ook wel, als je een werkelijk bestaande persoon met literaire fictie in z’n hempie wilt zetten.

    Met deze serie geef je – of je dat nu wilt of niet – toch een beetje een visitekaartje af. Als ik op de Internet Bloggies award visitekaartjes zoals hieronder ga uitdelen, neemt ook niemand me serieus.

    Dus bedankt voor de uitnodiging om eens een van je romans te lezen, maar ik denk dat ik dat feestje maar oversla.

  12. 20

    @16 We leven eenmaal in een land waar dingen die van belang zij uit gezamenlijke middelen worden betaald. Daar kun je over discussiëren, heel lang zelfs. Zo ken ik mensen waarbij ik me afvraag of die veertien jaar gesubsidieerd onderwijs wel zoveel geholpen heeft. Maar om dan gelijk subsidiekraan te gaan lopen gillen, nou nee.

  13. 21

    Dat geleuter over subsidiekraan slaat inderdaad nergens op. Van Aalten krijgt geld om het schrijven van z’n romans te kunnen bekostigen – net als Joost Niemöller en nog een hele reeks andere margeschrijvers.

    De stukjes op Sargasso zijn gewoon hobby/liefdewerk-oud papier die hij in zijn vrije tijd doet. Dat kan iedereen met een minimum aan kritisch vermogen zelf bedenken.

    Dus dan zijn er twee mogelijkheden:

    1) Zeikreaguurders als Kok, die huilie-huilie lopen te doen over een tegenvallende hobby-serie ontbeert het aan het verstandelijk vermogen om een zinvolle discussie te voeren.

    2) Ze weten donders goed dat ze peop praten, maar ze doen aan kwaadbedoelde framing om ‘de tegenstander’ te beschadigen (‘Kijk eens wat dat linkse Sargasso/ die linkse broodschrijver Van Aalten onze belastingcenten doet??!!!111!!).

  14. 22

    @21: mensen die menen termen als ‘huilie-huilie’ te moeten gebruiken, neem ik per definitie niet serieus. En dan ook nog in dezelfde zin de verstandelijke vermogens van anderen in twijfel trekken, geweldig!

  15. 23

    Je neemt me zo niet au serieux dat je het niet na kunt laten er meteen in de volgende comment (slechts 11 minuten na mijn post) met een tegensneer op te reageren. Geweldig!

  16. 25

    Maar het zegt meer over commenters als Monade, Prediker, Kok en nog zowat feestneuzen die verwachten dat hier dagelijkse homerische taferelen worden beschreven, in een feuilleton met de titel De Zomer van Hans van Duijn, en als plaatje een CenterParcs-jpg.

    Neuj, ik vond het so bad it’s horrible. Tenenkrommend proza is voor mensen die van lezen houden, zoals ik, écht tenenkrommend. Onbekend met dit fenomeen? Serieus?

    Dat je een echte naam voor je hoofdpersoon hebt gekozen in plaats van een alter ego (bv Nomas van Thaalte), zodat het weinig meer is dan een slappe flame is geworden waarin alle humor plat op z’n bek gaat, wrijf ik ook met alle plezier onder je neus.

    Dat je subsidie krijgt interesseert me niet. Ik ben namelijk niet van de Roze Khmer.

    /Gaat z’n WFH maar weer eens van de plank halen.

  17. 27

    Jammer dat je je op stang hebt laten jagen door de critici en het niet hebt afgemaakt zoals je bedoeld had.

    Carlos: je moet de auteurs mentaal wapenen, niet proberen de critici weg te intimideren.

  18. 29

    Sweetest angel came down
    Took me by the hand
    Said I’ve got things to offer you
    Help you understand
    If the bombs don’t get you
    I’ll roll with you tonight
    All these things inside your head
    You’ve got to get it right

    Spirits of the city
    Were calling out my name
    When jealous guys break down and cry
    They got themselves to blame

    And the Band Played on…

  19. 30

    De hoofdpersoon – een lichtelijk sociaal-gestoorde, maatschappelijk gefrustreerde en paranoïde jongen – vlucht het WC hokje van het restaurant in, en bedenkt zich dat de autoriteiten hem nu komen halen, en hoe hij in het harnas gaat sterven. Oké, dat is een aardige invalshoek. Maar het volgende moment (“een kwartier later”) keert hij alweer terug naar zijn reisgenoot alsof er niets gebeurd is. Hallo!! Spanningsopbouw, iemand? Het ene moment wacht hij in spanning af op een naderend vuurgevecht met mannen in pakken, en vervolgens springt het verhaal over naar een kwartier later waarin hij weer aanschuift alsof er niets gebeurd is. Wat heeft zich in dat kwartier voltrokken?
    Dat is juist de frustratie van de hoofdpersoon, hij wil als een held sterven, een naderend vuurgevecht met mannen in pakken, maar in werkelijkheid wacht hij en gebeurd er niets, en gaat hij maar weer naar buiten. Wij beleven die anticlimax met hem.

    @3 en ik gok dat jij langer bezig bent geweest met je comment dan ik met mijn stukjes.
    Ik snap dat dit een slechte poging is je te verdedigen tegen je critici, en dat je in werkelijkheid wel je best hebt gedaan, maar dit is bepaald geen reclame voor jezelf.

  20. 32

    Ik vond het begin moeizaam, maar na een paar afleveringen begon het zowaar te lopen. Het einde is dan weer ingezakt.
    Maar dat neemt niet weg dat ik het heel erg waardeer dat de auteur zich heeft uitgeleefd en ons daar deelgenoot van heeft willen maken. Ik vind het ook niet terecht dat er zo veel bagger over hem wordt uitgestort, als je het na twee afleveringen tenenkrommend vindt, dan lees je het toch niet?

  21. 33

    “Dat is juist de frustratie van de hoofdpersoon, hij wil als een held sterven, een naderend vuurgevecht met mannen in pakken, maar in werkelijkheid wacht hij en gebeurd er niets, en gaat hij maar weer naar buiten. Wij beleven die anticlimax met hem.”

    Ehm… nee, die beleef ik dus niet, want er is geen toewerking naar een climax in dat WC-hok. Geen check van het vuurwapen. Geen minuten die tergend langzaam voorbij kruipen. Geen gespitstheid op elk geluid, de ergernis over de buurman die doortrekt en fluitend z’n handen wast. Geen angst bij het geluid van de deur die openzwiept, voetstappen die de toiletten betreden, en het openduwen van de toilethokjes… drie hokjes naast hem.. – Hans draait zich om – twee hokjes naast hem… – draait de deur van het slot – een hokje naast hem… zet een pas achteruit en richt zijn wapen op de deur…

    Zoiets. En dan een willekeurige pafferige zakenman die hij in tweemaal borst schiet…

    En dan moet ‘ie vluchten met Ronald!

  22. 34

    @1: Wat is je probleem precies? er zijn 4 afleveringen minder dan je verwachtte. Dat je daarover klaagt zou de argeloze lezer zomaar doen vermoeden dat je stiekem een compliment maakt aan Thomas.