De ware kosten van een volle kledingkast

De kledingindustrie leunt op moderne slavernij. Eén keer in de zoveel tijd is daar ophef over, maar er verandert weinig. Zelfs al ben je bereid meer te betalen: je trui zal nooit écht duurzaam zijn.

“Je kunt zelf ook wel bedenken dat een shirt nooit 3 euro kan kosten zonder dat daar mens of milieu voor geleden heeft. Het probleem is dat dat bij een shirt van 60 euro hoogstwaarschijnlijk ook het geval is.” In de serie ‘Groene bedoelingen’ gaan we op zoek naar de verhalen achter duurzaam gedrag en de impact van een groenere lifestyle. Tijdens de lezing ‘Modebewust en goed gekleed’ drukt onderzoeker Martje Theuws (SOMO) ons met de neus op de feiten. De verhalen zijn niet altijd even opbeurend, de misstanden in de kledingsector zijn schrijnend. Toch zijn er wel degelijk initiatieven in binnen- en buitenland die verandering teweeg proberen te brengen, maar het zijn moeizame stapjes vooruit.

De impact van kleding op het milieu

Laten we vooropstellen dat de meeste Nederlanders te veel kleding hebben. Uit de studie “Measuring the Dutch Clothing Mountain” van MVO Nederland blijkt dat onze garderobe gemiddeld uit 173 kledingstukken bestaat, waarvan we er ongeveer 50 niet gedragen hebben in het afgelopen jaar. Het is daarom het beste om geen nieuwe kleren te kopen, maar bijvoorbeeld kleding te ruilen of lenen.

Daarnaast zijn er tweedehandswinkels waar je vintage artikelen kunt krijgen. Tenzij je op deze wijze te werk gaat, is ons verlangen naar nieuwe kleding schadelijk voor mens en milieu. Voor de productie van katoen is een gigantische hoeveelheid water nodig. Na de landbouw is de kledingsector wereldwijd het meest verbruikende. De textielindustrie is verantwoordelijk voor 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot en 5 procent van de afvalberg bestaat uit textiel. Alleen al in Nederland verdwijnt jaarlijks 135 miljoen kilo textiel in de verbrandingsoven. Zonde, want hoge kwaliteit textiel is te recyclen (al geldt dat dus niet voor de ‘vodjes’ van H&M). Als ‘kers op de taart’ worden tijdens het maakproces veel giftige stoffen gebruikt.

Hoe kleding mensen in verre landen schaadt

Zoals gezegd is niet alleen het milieu de dupe, mensen lijden ook. Theuws verbleef zelf drie maanden in het opkomende textielland Myanmar om onderzoek te doen naar de omstandigheden in fabrieken. Ze trof er doffe ellende aan: vooral jonge vrouwen en kinderen die excessieve werkweken maken voor hongerlonen in onveilige en ongezonde werkomstandigheden. Zij kunnen nergens klagen want vakbonden zijn er niet en voor ze het weten staan ze op straat. De kledingindustrie heeft een aantal kenmerken die daar debet aan zijn:

  • Het is een zeer complexe onoverzichtelijke productieketen, waarbij kledingmerken zelf niet eens weten waar hun kleding eigenlijk gemaakt wordt.
  • De productie vindt plaats in lagelonenlanden, waar weinig toezicht is en werknemers makkelijk uitgebuit kunnen worden.
  • Er is een toenemende concentratie van merken en retailers, die steeds machtiger worden en verandering tegen kunnen houden.
  • ‘Fast fashion’ zorgt dat collecties steeds vlugger veranderen en mensen meer kleding kopen. Dit leidt tot grote druk op lage prijzen en snelle levering, waar uiteindelijk de fabrieksarbeiders nog langere dagen maken voor minder loon.
  • Gebrek aan transparantie. De kledingindustrie is schimmig en controles zijn schaars en onvoldoende.

#hoedan?

Hoe kan dit in vredesnaam blijven bestaan en waarom doet niemand iets? Daar zijn meerdere redenen voor. Ten eerste zijn er bijna geen harde wetten, maar voornamelijk ‘soft laws’, in de vorm van niet-bindende verdragen. Er worden goede intenties opgeschreven en ondertekend, maar er is geen stok achter de deur om de uitvoering daarvan te bewerkstelligen. De handhaving van wetgeving ter plaatse is gebrekkig en het is moeilijk om bedrijven die bijvoorbeeld in Nederland of Amerika gevestigd zijn te straffen voor omstandigheden in Zuidoost-Azië. De bedrijfsinspecties, die verplicht werden na het instorten van Rana Plaza in Bangladesh, zijn onvoldoende.

Als klap op de vuurpijl is er een actieve lobby van bedrijven tegen betere wetgeving. Na een schandaal in 2011 waar Braziliaanse inspecteurs moderne slavernij in de productieketen aantroffen, beloofde Zara beterschap. De Braziliaanse overheid probeerde strengere wetten in te voeren, maar vervolgens huurde moederbedrijf Inditex advocaten in om dit te dwarsbomen. Dus waar bedrijven op hun website pronken met sociaal verantwoord ondernemen blijkt dit in de praktijk vaak regelrechte hypocrisie.

SOMO, de stichting waar Theuws voor werkt, probeert bedrijven er toe te zetten bindende afspraken aan te gaan en overheden te dwingen om internationale standaarden te implementeren en handhaven. Theuws benadrukt dat het primair de verantwoordelijkheid van bedrijven en overheden is om iets te veranderen: “Je kan van de consument niet vragen in de winkel het hele productieproces van een shirtje te doorgronden, dat is onmogelijk. Die immorele spullen zouden überhaupt niet in de winkel moeten liggen.”

Maar die kleding ligt er wel en veel consumenten willen het goed doen. Dus heeft Theuws wel een aantal tips om bewuster kleding te kopen:

  • Rank a Brand en Goede Waar zijn sites die merken scoren op hun (relatieve) duurzaamheid. Op die tweede vind je ook informatie over keurmerken in de kledingindustrie.
  • De Schone Kleren Campagne gaat voor een wereld waarin alleen kleding te koop is die onder goede arbeidsomstandigheden is gemaakt. Sinds 1989 brengt de Schone Kleren Campagne (SKC) verschillende organisaties die zich met kleding bezighouden samen, om de arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie te verbeteren. Op de site staan bedrijven en merken die in dit verbond zitten. De website spoort consumenten ook aan om in winkels te vragen hoe en waar de kleding is gemaakt.
  • Op Lena Library kun je kleren lenen.

Dit soort initiatieven zijn een begin, maar meer ook niet. Het is onmogelijk om een kledingstuk te kopen dat op alle fronten duurzaam is, maar als je nadenkt bij de aanschaf van een nieuw kledingstuk of er zelfs van afziet, dan help je in ieder geval een klein beetje.

De lezing van Martje Theuws is hier te bekijken.

Dit artikel van Laura Mol verscheen eerder bij Studium Generale Utrecht.

  1. 1

    @:”een gigantische hoeveelheid water nodig. Na de landbouw is de kledingsector wereldwijd het meest verbruikende. De textielindustrie is verantwoordelijk voor 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot”
    – wereldwijd, terwijl veel wereldburgers nauwelijks kleding kopen. Ook de luchtvaart heeft het graag over “wereldwijd” dan lijkt het minder.
    – Wat is “gigantische”? De kledingsector “het meest gebruikende” vergeleken met wat anders dan de landbouw?

  2. 2

    Heeft u een lening nodig tegen een zeer laag tarief van 2%? we geven thuislening, zakelijke lening elke vorm van lening Geïnteresseerd, Neem contact met ons op via e-mail: arnoidweman@gmail.com voor meer informatie

  3. 3

    Zij kunnen nergens klagen want vakbonden zijn er niet en voor ze het weten staan ze op straat.

    Nou en? Dan nemen ze toch gewoon een andere baan? Oh wacht…