De twee verhalen in het onderwijs

De verhalen van de politici, economen, statistici, ambtenaren en opiniemakers schetsen een beeld dat helemaal niets heeft te maken met leren, maar met leren toetsen maken. Helaas bereiken we daarmee het tegenovergestelde van wat we willen betoogt Jelmer Evers, geschiedenisdocent bij Unic.

De examenperiode is een periode van blijdschap en verdriet. Achter elk cijfer zit een persoonlijk verhaal van leerlingen die boven zichzelf zijn uitgestegen of die door bijvoorbeeld persoonlijke omstandigheden het niet hebben gered. Ook dit jaar weer. Dit is de onderwijsrealiteit van mijn leerlingen, degenen waar het om draait. Vorige week heb ik weer afscheid mogen nemen van een lichting die zich op een fantastische manier heeft ontwikkeld. Lief en leed hebben we soms gedeeld. Niet alleen zij hebben veel geleerd en een ontwikkeling doorgemaakt, dat geldt ook voor mij. We spraken dat tijdens en na de diploma uitreiking ook naar elkaar uit. Het was een hele mooie avond en het is een mooie tijd geweest. Wat uiteindelijk echt telt is niet het papiertje maar de persoonlijke en intellectuele ontwikkeling die we allemaal doormaken. Dat is ons verhaal.

Aan de andere kant is er het “grote” verhaal van de cijfers en de statistieken. De verhalen van de politici, economen, statistici, ambtenaren en opiniemakers: het niveau holt achteruit, reken- en taal onderwijs klopt van geen kanten, twintig procent van de docenten functioneert niet, grote uitstroom van de academische Pabo. Er moet weer “orde op zaken” worden gesteld in het onderwijs. En laten we al die slappe en slecht opgeleide docenten eens tot de orde roepen. De pers werkt hier aan mee door hierin mee te gaan. Dat docenten niet de ruimte krijgen om goed onderwijs te verzorgen en leerlingen om te leren komt kennelijk niet bij journalisten op.

We zitten in een bepaald productie ‘frame’ waarin leren wordt vereenzelvigd met een cijfer en alles met elkaar vergeleken moet worden. Er moet steeds meer getoetst worden om cijfers te produceren zodat we van het PO tot en met het HO kunnen meten hoe het met de “leerprestaties” van onze kinderen gaat. Dat toetsen helemaal niet bedoeld zijn voor deze meta-analyse met bijbehorende beleidsconclusies doet er niet toe. De examens zijn van constant wisselende kwaliteit en die onduidelijkheid wordt alleen maar erger door het verschrikkelijke normeringscircus (de N-term). Maar helaas, politici en ambtenaren drukken op een paar beleidsknoppen, lees meer toetsen en uren (die idiote 1040 norm), en dan komt het helemaal goed. Als het mijn leerlingen waren had ik ze hiervoor een dikke onvoldoende gegeven. Of liever nog een goed gesprek, dat is veel zinvoller.

Risicomijdende kinderen

Dit beeld van onderwijs heeft helemaal niets met leren te maken, maar met leren toetsen maken. Daarmee bereiken we precies het tegenovergestelde wat we willen. In plaats van nieuwsgierige, ondernemende kinderen die willen leren en met een goed besef van de wereld om hen heen, krijgen we steeds meer risicomijdende kinderen die werken voor een cijfer. Dat veel kinderen zich hier aan weten te onttrekken zegt veel over de weerbaarheid van onze kinderen en docenten.

Het wordt helaas alleen maar erger. Meer toetsen, meer uren, minder goede docenten. Onze beleidsmakers zijn gegrepen door het GERM-virus (Global Education Reform Movement), hier weer mooi beschreven door Pasi Sahlberg: “We must stop the GERM that puts such a pressure on children in schools through competition, choice, and accountability. Choosing collaboration, equity and trust-based responsibility as the main drivers in education reforms enhance immunity of our school systems to stop GERM and have good school for all children.” Het kan echt anders. Dat is de discussie die we uiteindelijk moeten voeren.

Het tweede verhaal is een vervelend verhaal en ik hoop echt dat we het ooit niet meer hoeven te vertellen. Ik wil het eigenlijk alleen maar over het eerste verhaal hebben, over dat prachtige talent dat zich ontwikkelt. En dat we, zoals vorige week, op het eind kunnen terugkijken dat we op alle vlakken veel hebben geleerd en dat we met vertrouwen de toekomst tegemoet gaan.

Foto flickr cc Atelier PRO

  1. 1

    Ik ben zo oud dat ik het begin van de teruggang van ons onderwijs meemaakte, dat begon zo rond 1960.
    Politici toen hadden niet door dat mensen wel gelijkwaardig zijn maar niet gelijk.
    Velen lijken het nog niet door te hebben.
    Zoals ik eerder schreef, het belang van een diploma tegenwoordig is het niet te hebben.
    Om het helder te maken, wie geprobeerd heeft een bepaald diploma te krijgen, maar het niet gelukt is, is zeker dom, wie het wel gelukt is kan slim zijn.
    Mensen zijn wel gelijkwaardig, maar niet gelijk.
    Het wordt tijd dit weer in te zien.

  2. 2

    Het is me wegens desinterresse nooit gelukt mijn bovenmatige intelligentie om te zetten in een middelbaar schooldiploma. Dom?
    Op het ROC waar ik afgelopen jaren les gaf past het halen van een diploma gewoon erg goed binnen het financieel beleid van de school. De prestaties van de student lijken soms minder te wegen dan het budget van de manager.

  3. 7

    Wel een pijnpunt in ons onderwijs trouwens, het werkt aardig voor diegenen die rond het gemiddelde zitten, voor de zwakkeren en de buitenbeentjes kan school heel vervelend worden.

  4. 8

    zoals ik al zij bij het vorige onderwijsartikel: onderwijs is een economie op zich geworden waarbij alle geledingen tussen klas en ministerie geld moeten blijven verdienen. Dit kan blijkbaar alleen bij de gratie van slechte qualificaties t.a.v. prestaties en niveuas van andere mensen dan zijzelf.