De stinkende scharrelpapegaai

Lucas Wenniger schreef het boek De stinkende scharrelpapegaai. Hierbij een voorproefje.

De kakapo is een bizar beest. De kakapo stinkt. Hij kan niet vliegen. Hij heeft een plompgroen pluizig lijf, waardoor hij eruitziet als een gevederde theemuts. Hij stapt statig door de bossen, vorsend rondkijkend met de kraaloogjes boven zijn gedecideerde snavel. Hij is extreem zeldzaam: de vogel is op 129 dieren na uitgestorven.

Deze sympathieke scharrelpapegaai is de groene draad door dit boek. Hij neemt u mee op een verkenningstocht door de meest obscure uithoeken van de biologie.

Hoe kan het dat evolutie ooit zo’n onhandige, aan de grond gekluisterde tweevoeter heeft opgeleverd? Waarom is die stinkende scharrelpapegaai niet al duizenden jaren gele­den uitgestorven? En belangrijker: heeft de kakapo nog een kans om te overleven, of laat de evolutie hem nu echt in de steek?

Dit boek is een ontdekkingstocht in vijf delen, waarbij ie­der deel naast de geschiedenis van de kakapo ook het verhaal van andere opvallende beesten vertelt. De tocht begint met een paar van de meest bizarre aanpassingen die het product zijn van vier miljard jaar evolutie, zoals de blindheid van de grotzalm en de onverwoestbare natuur van het beerdiertje. In het tweede deel volgt de kracht van natuurlijke selectie, geïl­lustreerd door onder andere de buidelduivel en de fopmier. De rivierdolfijn, de pangolin en andere soorten laten in het deel daarna zien hoe de evolutionaire dood ze in de ogen staart, en deel vier toont hoe voor bijvoorbeeld het creatieve lieveheersbeestje een winnaarsfase in zijn bestaan aanbreekt. Het slotdeel blikt vooruit, naar de hobbels die de evolutie nog niet genomen heeft.

De belevenissen van de kakapo en de andere beesten in dit boek zijn niet los te zien van de roemruchte avonturen van de menselijke soort, die de afgelopen tienduizenden jaren uitgroeide tot een van de meest dominant aanwezige zoog­dieren ooit. Uit evolutionair perspectief is het succes van de mens echter niet anders dan bijvoorbeeld de opkomst van de eerste zeesponzen of de hegemonie van de dinosauriërs: het is gewoon een bijzonder goed aangepast dier. De bevol­kingsgroei die daaruit voortkomt is een gegeven dat voor an­dere beesten soms voordelen oplevert, en soms nadelen.

De mens speelt dus wel een rol als ontregelaar van aller­lei ecosystemen, maar staat bewust niet centraal. De echte hoofdrolspelers van dit boek zijn andere beesten, en de ka­kapo is de held.

De kneuzige kakapo

Als één dier met recht een pechvogel ge­noemd kan worden is het wel de kakapo. Om te ontdekken hoe deze dappere maar klunzige papegaai ooit heeft kunnen ont­staan moeten we op reis naar Nieuw-Zee­land, een paar duizend jaar geleden.

Ooit domineerde de kakapo de bossen van Nieuw-Zeeland. Honderdduizenden, misschien wel miljoenen van de groene papegaaiachtige vogels stapten door de wouden, knabbel­den aan hun favoriete bessen en zagen nieuwe generaties ka­kapo’s uit het ei kruipen. Die tijd is voorbij.

Kakapo’s zijn ultieme teddybirds: vriendelijk groen gekleurde vogels, pluizig en mollig, en bovendien voorzien van een aroma dat liefhebbers duiden als ‘de binnenkant van een ou­de vioolkist’ (maar dat veel anderen waarschijnlijk als ‘muf ’ zouden omschrijven). Het feit dat ze niet kunnen vliegen, een moeilijk dieet hebben en een nog moeilijkere voortplantings­cyclus maakt ze alleen maar extra interessant.

Wie al die eigenschappen van de kakapo echter bij elkaar optelt kan niet anders dan zich afvragen: waarom bestaat die vogel?

De stinkende scharrelpapegaai – en andere bizarre beesten
Lucas Wenniger
Uitgeverij Bert Bakker / Prometheus Amsterdam
ISBN 9789035136632
208 pag, 18,95 euro