De stille mestoorlog

Mest (Foto: Flickr/edmittance)

Waarschijnlijk heeft u er weinig van gemerkt, maar er woedt een stille mestoorlog in Nederland. Dit heeft alles te maken met Natura 2000, een Europees programma van beschermde natuurgebieden. Deze gebieden moeten voor december officieel aangemeld worden bij de Europese Commissie. Dit heeft echter verregaande consequenties voor bedrijven in de buurt van die gebieden, met name de landbouw.

In theorie is het allemaal prachtig: zo’n 160 unieke natuurgebieden in Nederland, waarvan sommige behoorlijk groot (de Waddenzee, de Veluwe) en andere van maar een paar hectare, die door een serie maatregelen beschermd worden zodat de specifieke flora en fauna daar in stand gehouden kan worden. Helaas liggen nogal wat van de Natura 2000-gebieden op plekken waar ook veel aan intensieve veehouderij wordt gedaan, met name in de provincies Noord-Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel. Intensieve veehouderij (met name varkens, maar melkveehouderij is ook niet best) zorgt voor grote hoeveelheden stikstof in de vorm van mest. En mest is schadelijk voor deze natuurgebieden.

Omdat natuurgebieden van kilometers ver beïnvloed kunnen worden door hoge stikstofdeposities kan dit verregaande consequenties hebben voor de landbouw. Nu al is het zo dat op veel plekken in Nederland de (intensieve) landbouw ‘op slot’ zit. Dat wil zeggen dat er geen nieuwe vergunningen voor landbouwbedrijven of uitbreidingen van bestaande bedrijven worden afgegeven. Maar doorvoering van Natura 2000 zou naar alle waarschijnlijkheid betekenen dat honderden bedrijven zouden moeten verdwijnen. Geen wonder dus dat boerenbelangenberhatiger LTO en werkgeversorganisaties moord en brand schreeuwen. En voordat iemand ‘dan moeten ze maar biologisch worden’ gaat roepen, die bedrijven zitten met hetzelfde probleem.

Dit alles plaatst de provincies, die worden geacht de wet uit te voeren in een erg lastige positie. Vooral de CDA-bestuurders, die je in bijna elk provinciebestuur vindt. Aan de ene kant staat een CDA-minister (Gerda Verburg) die eist dat de natuurwetgeving wordt uitgevoerd. Aan de andere kant is de (CDA-stemmende) boerenachterban die eist dat ze ongehinderd kunnen blijven boeren. Daar komt nog bij dat het onteigenen van al die landbouwbedrijven kapitalen zou kosten, en niemand lijkt te weten waar dat geld vandaan moet komen.

Maar de kernoorzaak van het probleem is het halfslachtige beleid dat Nederland hierop voert. De afgelopen kabinetten zijn altijd uitgegaan van een en/en-beleid. Zowel natuurbescherming als intensieve veehouderij. Dat is in een klein, vol land als Nederland domweg niet mogelijk. Een alternatief zou kunnen zijn om alle intensieve landbouw te compenseren in gebieden waar weinig natuur is. Dat zou met name in Groningen kunnen, maar de Groningers hebben al laten weten geen zin te hebben in een toestroom van varkensboeren.

Dus staan we voor een keus; we kunnen simpelweg accepteren dat natuur in Nederland beperkt is tot enkele grotere gebieden, als de Waddenzee, de Veluwe en de Biesbosch, en dat de rest wordt opgeofferd voor het voorbestaan van onze landbouw, met alle werkgelegenheid die er aan vasthangt. Of we accepteren dat onze veehouderij drastisch achteruit gaat en in vele plekken in Nederland niet meer mogelijk zal zijn, én we zijn bereid om (in crisistijd) enorme bedragen te besteden aan het uitkopen van de betreffende boeren.

Meer smaken zijn er helaas niet. Het is een zeer lastige afweging die een serieus maatschappelijk debat verdient. Maar de keuze moet gemaakt worden, en snel. Dat betekent dat het probleem niet langer met de CDA-mantel der liefde bedekt kan worden. Het is dus waarschijnlijk dat het Binnenhof komende jaren met ofwel boze boeren ofwel boze natuurbeschermers gevuld zal worden. Dan kon de stille mestoorlog nog wel eens heel luidruchtig worden.

  1. 1

    Het probleem is inderdaad te ingewikkeld voor een postzegel ls Nederland.
    Die natuurgebieden zijn er niet uitsluitend voor een fraai snelwegpanorama, of plaats te creëren voor diersoorten die eigenlijk allang verdwenen waren.
    De bedoeling is dat er een uitgebalanceerde ecologie komt, zodat we over tig-jaar niet uitsluitend koolmonoxide lopen te happen.

    Wil je de zaak een beetje op orde krijgen, gaat dat geld kosten. De vraag is waar dat geld heen moet.
    Naar het uitkopen van veehouders? Of naar andere, betere technieken om mest te verwerken, zodat er minder hoeft worden uitgereden?

  2. 2

    Om mestuitstoot zo laag te krijgen dat de normen niet overschreden worden zonder dat er boeren wegmoeten moet je wel héél goede technologie hebben. Ik betwijfel of dat op korte termijn haalbaar is.

  3. 4

    We moeten terug naar de oude gerijpte mest met veel stro of koolstof toegevoegd.
    Dit is goed voor het bodemleven en daardoor zal er maar heel weinig mineralen uitspoelen. Boeren moeten volgens de kringloop gedachte gaan denken en doen.
    Jan.