De staking van Daudt

professor hans daudtIs de wereld een linkse samenzwering die beoogt Nederland te laten overstromen door een vloedgolf van intolerante Moslims? Volgens Martin Bosma, ideoloog van de PVV, is dat zo. Hij is politicoloog, opgeleid in Amsterdam, door de achtenswaardige Hans Daudt, net als ik.

Bosma schrijft over het verstikkende geruzie in de faculteit: “Daudt trekt zich na de coup (van Siep Stuurman) terug en stuurt een stencil de wereld in met de kop “Professor Daudt speelt geen uitwedstrijden meer”. (p.200) En Siep Stuurman zou gezegd hebben: “ik wil inderdaad een eenzijdige studie-opzet, namelijk eenzijdig gericht op de opheffing van het kapitalisme”.  Zo herinner ik het me wel ongeveer; links was de waarheid en het goede (filmpje).

Heb ik bij die gelovigen gehoord? Het schokt me een beetje. Ik herinner me mijn doktoraal examen bij Daudt, inderdaad in een soort gangkast, waar Daudt, met zijn secretaresse Nel Kool, volgens Bosma werd geduld. Het verhaal van Bosma, niet erg precies, roept meer herinneringen op: de bezetting van het IWP (Instituut voor Wetenschap der Politiek), de eindeloze conflicten rond Daudt, de linkse contestatie uit die tijd. Ik zoek in mijn documentatie en vind de namen van Stuurman, (kritisch student), Fennema (auteur van een vriendelijk boek over Wilders, destijds communist); Daudt had medestanders in o.a. Lehning (professor in Rotterdam) en Rosenthal (thans minister). Ik zie opnieuw de strijd tussen IWP en DNG (Documentatiecentrum Nieuwste Geschiedenis) met Frits de Jong Edzn en Ger Harmsen. De laatsten waren gewaardeerde docenten, waarvan ik veel heb geleerd.

Wat er gebeurde is bijna niet kort te vertellen. Daalder (politicoloog Leiden) schrijft in een bundel van opstellen van Daudt een artikel: “Over standvastigheid en lafhartigheid in de academie. Een geschiedenis van de ‘zaak Daudt’. Hij schetst het conflict dat jaren duurde en eigenlijk niet werd opgelost, hoewel Daudt bijna alle juridische procedures won. Daalder weeft een patroon van historische ontwikkelingen, politieke verhoudingen, bestuurlijke en persoonlijke keuzen. Daarmee laat hij de affaire herleven. Weinig respect heeft hij voor de bestuursdaden: de staatssecretaris van onderwijs, de discussies in het parlement en het handelen van de bestuurders van de universiteit, het droeg allemaal niet bij tot een oplossing.

De kern was “de vraag wie(-) het recht zou hebben het wetenschappelijk onderwijs en de examens op een bepaald vakgebied(-) te bepalen”. De hoogleraar en zijn docenten, of ideologisch gedreven studenten, al dan niet in een coalitie met de staf? De lex Veringa, de Wet Universitaire Bestuurshervorming, was hierover niet zo helder.  Die was tot stand gekomen na de studentenrellen van 1968 en de bezettingen van universitaire gebouwen. Misschien was dat ook wel een beetje flodderige wetgeving, passend bij de sfeer van toen.

Het beroemde stencil over de ‘uitwedstrijden’ is mij in de collegezaal nog uitgereikt. Ik heb in de tijd van politieke polarisatie college gelopen. Ik vond Daudt geen briljant docent voor een zaal van 300 man, maar ik heb me nooit politiek gemanipuleerd gevoeld. Aan de andere kant, ik heb ook geen weerstand geboden aan de radicalen, die andere boeken en studieprogramma’s wilden. Het was de tijd van ideologische ontspanning. Na de Cuba-crisis en activiteit van Provo ebde de Koude Oorlog en de mobilisatie tegen het oosten weg en kon alles en mocht alles. Lang duurde die periode overigens niet, want al in de jaren zeventig begon de stabilisatie. In die tijd nam ik afstand van de studie om een bestaan op te bouwen; Daudt zag ik terug in 1977, bij mijn afstuderen, toen hij al jaren in zijn gangkast zat. In 1990 nam Daudt afscheid in stilte: hij had geen behoefte aan veinzerij en krokodillentranen.

Daudt werd geduld, zegt Bosma. Maar dat was omdat hij nagenoeg alle juridische procedures won.  Hij sprak over een kleine groep “destructieve utopisten”. Hij keerde zich niet tegen een intellectueel klimaat, wat hij misschien beter wel had kunnen doen. Ook in bestuurlijk opzicht blijft het een vreemde affaire: in ieder geval illustreert de geschiedenis hoe halfhartig bestuurlijk ingrijpen conflicten laat doorwoekeren tot het monsterlijke en inoperabele gezwellen zijn geworden.

De druk van het “links-isme” was groot in Amsterdam, in de jaren zestig en zeventig en het kost mij enig schaamrood om te bekennen dat ik daar gemakkelijk in mee boog. Maar ik was bepaald niet de enige. Dat is politicologisch een interessant verschijnsel. Maar de jonge politicoloog Bosma heeft geen spannend verhaal hierover. Hij heeft twee vijanden: de ouderwetse linkse drammers en de ideologische moslims.

De linksen die hij bestrijdt, stammen uit de nadagen van de Koude Oorlog. Het zijn intussen keurige hooggeleerden geworden. De ‘linkse’ tegenstanders (Stuurman, de Swaan) wijken daarin niet af van de ‘rechtse’ medestanders van Daudt. (Lehning, Rosenthal, Masset).

De ideologische Moslims zijn er misschien wel, in enkele tientallen. Maar de “ideologische Islam” heeft geen adres.  Het Openbaar Ministerie heeft een handjevol te logeren, maar dat is het dan ook wel.

Het is een merkwaardige affaire, waarin karakter en standvastigheid van Daudt en de zijnen een grote rol speelde. De ‘links-isten’ waren tamelijk erge drammers, zeker. Maar Bosma laat de kans liggen om een serieuze analyse te maken van een opmerkelijke periode aan de Amsterdamse Universiteit, waarin de academische vrijheid geweld aan werd gedaan. Daudt werkte gewoon mee aan de promotie van zijn leerling de Swaan, toen die een andere promotor had gevonden. De stakende hoogleraar deed gewoon zijn werk.

Hans Daalder, “Over standvastigheid en lafhartigheid in de academie. Een geschiedenis van de “zaak Daudt”, p. 40 – 87; in: H. Daudt, “Echte Politicologie”, Amsterdam, 1995

  1. 5

    Moet zeggen dat ik ook wat meer toelichting nodig heb op wat er precies speelde.

    @1: Ik vermoed dat de auteur wil zeggen dat Bosma strijdt tegen een vorm van ‘linksheid’ die al lang niet meer bestaat.
    Of in huis, tuin en keukenpsychologie: Bosma is de frustraties van zijn studietijd aan het verwerken.

  2. 6

    @jb; Ik vermoed anders wel dat die linksheid in record-tijd gekrompen is, de afgelopen 10 jaar. M.a.w. hij (Bosma) wil accolades hebben voor het ontmaskeren van links door de PVV, maar zelfs dat krijgt hij niet voor elkaar, aangezien links zichzelf ‘geschoond’ heeft, als het oog van slak dat zich terugtrekt voor het aangeraakt wordt.

  3. 8

    @KJ
    De zekerheid waarmee je jouw uitspraak doet is zo volstrekt onwetenschappelijk waardoor jouw uitspraak over wetenschap zijn betekenis per definitie verliest.

  4. 10

    Het is misschien subtiel: ik liep mee met de linkse lieden, die het kapitalisme wilden bestrijden. Dat is toch wel wat wonderlijk en beschamend. De voorvechters uit die tijd zijn inmiddels gearriveerde wetenschappers met verdiensten en onderscheiden zich niet van hun tegenstanders van toen.
    Bosma gebruikt de affaire door ook deze linkse samenzwering op een hoop te vegen bij al die andere abjecte linksigheid.
    Mijn stelling is dat daardoor totaal verschillende dingen op een hoop worden geveegd, waardoor zijn overtuigingskracht zakt. Bosma kan geen frustraties hebben, want in zijn tijd was de confrontatie al lang voorbij.

  5. 12

    Ik heb ook bij de ASVA gezeten; de kamerloterij geleid en de drukpers bediend. Maar ik deed het gewoon voor de lol – ik heb ook nooit gedemonstreerd ofzo, of maagdenhuizen bezet, of gekraakt. En als iemand met anti-kapitalistische praatjes aan kwam zetten, maakte ik er altijd snel een grap van. Dat het zo ver doorgedrongen was in het hol van de wetenschap, heb ik me nooit gerealiseerd – ik zat bij de exacte vakken immers, daar achter de Plantage Middenlaan.