De Slag die de natie maakte

RECENSIE - Waterloo was misschien niet de grootste ‘klassieke’ veldslag ooit, maar ze behoort zeker tot de meeste belangrijke veldslagen aller tijden. En ze werd ook nog eens uitgevochten op Nederlands grondgebied (dat toen ietsje groter was dan nu).

Waterloo maakte een definitief einde aan het Napoleontische keizerrijk, dat heel even uit zijn as leek te gaan herrijzen. Napoleon, ontsnapt van het eiland Elba, was er in korte tijd in geslaagd weer een enorm leger te formeren, en de Geallieerden (Pruisen, Engeland, Nederland) moesten alles op alles zetten om de keizer weer op de vlucht te jagen. Het was kantje boord – de Fransen beschouwen de nederlaag van ‘hun’ keizer nog steeds liever als het gevolg van toeval (een regenbui, een verkeerde beslissing) dan een teken van vijandige militaire overmacht. (Maar in feit was het land de dictator spuugzat.)

Voor Nederland was de overwinning op Napoleon zo mogelijk nóg dramatischer. Men sprak in die tijd van een ‘dubbele verlossing’: de Fransen hadden in 1813, na Napoleons nederlaag bij Leipzig, Nederland verlaten om het eigen vaderland te verdedigen, maar de ware verlossing van het Franse juk was toch de Slag bij Waterloo. Pas tóén was het jonge koninkrijk veilig. Een Napoleontische overwinning was de kersverse Willem I waarschijnlijk fataal geworden.

Hij was op dat moment weinig meer dan de (duur betaalde) zetbaas van de stedelijke, burgerlijke elite, die hem naar Nederland had gehaald om de schijn te wekken dat alles weer zou worden als vroeger. De bange vraag was of het Nederlandse volk (dat de Oranjes twintig jaar daarvoor had verjaagd) daar wel op zat te wachten.

Waterloo betekende dat deze zwakke loot van de Oranjestam de tijd zou krijgen om wortel te schieten. Daarbij kwam dat het een ware ‘volkse’ overwinning was geweest. Nederlanders hadden tot dan toe een voorname militaire rol gespeeld – zij het vooral aan de kant van de keizer. Maar toen men op hem uitgekeken was, sloeg de martiale stemming volledig om en meldden velen zich vrijwillig voor de strijd tégen de keizer.

Waterloo werd daarmee ook de wedergeboorte van een nationale krijgsmacht, en van de nationale trots. En dan was er nog een geluk bij een ongeluk: Willems zoon, kroonprins Willem, raakte tijdens de slag gewond en kon als een echte held huiswaarts keren. Willem I zou nog geruime tijd blijven zitten, maar de troonopvolger werd ondertussen al aanbeden. Binnen een maand na de Slag kon hij Paleis Soestdijk betrekken, een geschenk van het dankbare volk aan de jonge held. Later volgde nog een tweede geschenk-onderkomen: het Paleis van Tervuren.

Louis Sloos heeft een schitterend boek geschreven – of beter: samengesteld. Want ‘Onze slag bij Waterloo’ is zeker ook een mooi plaatjesboek. De lezer moet zich niet laten misleiden door het eerste hoofdstuk, met een zeer gedetailleerd overzicht van de mobilisatie vóór de Slag (men is militair historicus of men is het niet), want de hoofdstukken daarna zijn vlot leesbaar en bestrijken allesbehalve bekend terrein. 18 juni, de ‘gedenkdag’, was een eeuw lang de voornaamste nationale feestdag, maar Waterloo en alles wat er bij hoorde aan vuurwerk, medailles en fanfares, is inmiddels volkomen vergeten. Niet Waterloo, maar de Tweede Wereldoorlog is ons morele ijkpunt geworden – een veel problematischer ijkpunt, dat wel.

Nederland was in de negentiende eeuw een verdeelde natie, zoals Piet de Rooy het vijf jaar geleden formuleerde. De eerste zeventien jaar was het een kunstmatige constructie, bestaande uit het welvarende, katholieke België en het arme, protestantse noorden. De breuk van 1830 loste dat probleem maar deels op. Het noordelijk deel bleef economisch zwak, en toen de economie eindelijk aan begon te trekken, staken religieuze tegenstellingen de kop op. Het enige dat Nederlanders bij elkaar hield, was het koningshuis. En ‘Waterloo’ was daarvoor het glorieuze startschot geweest. De dag waarop koninkrijk en volk elkaar hadden gevonden, en met elkaar waren verbonden.

slooswaterlooDat aspect, dat ontbreekt in het boek van Sloos. Hij kijkt niet áchter het voortdurende gedenken. Waar hij wél op wijst (men is militair historicus…) is dat de Slag voor de verdere ontwikkeling van het Nederlandse leger van groot belang is geweest. De Huzaren van Boreel, het enige legeronderdeel dat heel Nederland kent, dateren uit die roemrijke jaren.

Typisch Nederlands is dan weer dat veel toen geformeerde legeronderdelen (waaronder die Huzaren) in de jaren na de Slag zonder gevoel voor historie uiteen gehaald en heringedeeld werden, zodat de korpsgeest die door Waterloo was ontstaan, en die zo belangrijk is voor het moreel en de gevechtskracht van eenheden, vakkundig om zeep werd geholpen. Terwijl Franse, Engelse en Pruisische eenheden op hun vaandels trots een lange reeks wapenfeiten konden borduren, moest dat in Nederland naderhand (toen binnen Europa de spanningen weer toenamen) allemaal hersteld worden.

Het tekent onze houding tegenover oorlog. ‘Wij Nederlanders’ hadden één keer als leeuwen gevochten (die leeuw staat er nog steeds), en we hadden gewonnen. Dat moest toch genoeg zijn.

Louis Ph. Sloos, Onze slag bij Waterloo. De beleving van de overwinning op Napoleon in Nederland, Uitgeverij Vantilt, 320 pg’s, 29,50 euro.

  1. 1

    En ze werd ook nog eens uitgevochten op Nederlands grondgebied (dat toen ietsje groter was dan nu).

    Dat was officieel nog maar net het geval.

    Enkele weken later, terwijl het congres nog in volle gang was, begon Napoleon aan een nieuw offensief. Willem wachtte niet langer op de slotakte en riep zichzelf in navolging van de reeds genomen besluiten op 16 maart 1815 uit tot koning der Nederlanden, Willem I. Hij handhaafde zijn Belgische regering in afwachting van de instelling van een constitutionele monarchie voor het hele gebied. Op 12 mei 1815 werden uiteindelijk de Belgische provincies gelegen aan de oostelijke Maasoever overgeheveld naar het voorlopige Gouvernement-generaal van België. De slotakte van het Congres van Wenen van 9 juni 1815 legde alle bepalingen over de totstandkoming van de nieuwe staat vast. Uiteindelijk werd Napoleon op 18 juni 1815 definitief verslagen bij Waterloo.

    (bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Verenigd_Koninkrijk_der_Nederlanden)

  2. 2

    Het is ook wat vreemd om van de natie te spreken. Maar al te zeer bleek het verenigd koninkrijk geen natie te zijn, vandaar dat het zuiden zich ook binnen 15 jaar zou afscheiden. Bovendien was dat ook niet echt het doel van Willem, die vooral een zucht had naar een zo groot mogelijk territorium (behalve Nederland en België had hij zijn gretig oog ook laten vallen op Luxemburg en het Rijnland ten noorden van de Moezel).

  3. 3

    @2:
    Een veelgehoorde uitleg voor natie is een politieke gemeenschap. De Slag die de politieke eenheid maakte is best representatief. Vanuit die natie is vervolgens de natiestaat (voor zover mogelijk) ontstaan.

  4. 4

    “Typisch Nederlands is dan weer dat veel toen geformeerde legeronderdelen (waaronder die Huzaren) in de jaren na de Slag zonder gevoel voor historie uiteen gehaald en heringedeeld werden, zodat de korpsgeest die door Waterloo was ontstaan, en die zo belangrijk is voor het moreel en de gevechtskracht van eenheden, vakkundig om zeep werd geholpen. ”

    Deze bewering klinkt logisch, maar er zijn kanttekeningen bij te plaatsen. De buitengewoon hoge effectiviteit van het Duitse leger in WO2 berustte nu juist op het feit dat eenheden werden gevormd zonder historische of lokale binding en zonder eigen cultuur. De Wehrmacht kende het fenomeen ‘Kampfgruppe’ waarbij kleine eenheden uit verschillende legergroepen in staat waren om naadloos functionerende tijdelijke samenwerkingsverbanden te vormen. Dit concept stond aan de wieg van de enorme veerkracht van het Duitse leger en staat in schril contrast met bijvoorbeeld het Engelse leger waarbij grote interne cultuurverschillen bestonden. Blijkbaar slaagden de Duitsers erin het morel en de gevechtskracht los te koppelen van de korpsgeest.

    Zie bijvoorbeeld http://www.boekenroute.nl/gasten/gtn1Boek.aspx?BoekID=7443

  5. 5

    @3: Een politieke eenheid (staat) is nog niet perse een politieke gemeenschap (natie). Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden is een goed voorbeeld van een situatie waar staat en natie niet samenvielen.

  6. 8

    @7:

    Heel kort, met vele slagen om de arm, is een politieke gemeenschap een groep met onderlinge verbondenheid. Een politieke eenheid is een politieke actor, dus een staat, of provincie, et cetera

  7. 9

    Een natie is dus geen actor. Hoe kan een natie dan tot een eigen staat komen in het geval dat het geen eigen staat heeft : hoe articuleert zich een natie.

  8. 11

    @9: Een natie “articuleert” zich niet noodzakelijk. Er zijn heel wat naties die nooit tot een (eigen) staat zijn gekomen. Je ziet zelfs (iig in Europa) het tegenovergestelde: Staten doen aan natievorming.

  9. 12

    @11: Sterker nog : Veel naties zijn ontstaan uit staatsvorming. Dat is duidelijk in het geval van Frankrijk. Franse natie is een product van het streven van de Frans Koningen naar een centrale staat. Zo is de natie-staat ontstaan. Bij het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden had dat kunnen gebeuren maar het was historisch te laat : Zuidelijke Nederlanden en Noordelijke Nederlanden waren uit elkaar gegroeid. Maar als de natievorming vooraf gaat aan de staatsvorming dan moet een natie zich articuleren, en dat articulatieproces hoeft niet te leiden tot een eigen staat. Een natie (al dan niet zonder staat) is een actor net als een staat.