De Schnabel-paradox

Gisteren zat Paul Schnabel bij Pauw en Witteman naar aanleiding van de  alternatieve, optimistische troonrede die hij morgen zal uitspreken in Nijmegen. Volgens Schnabel hebben Nederlanders ten onrechte het idee dat het slecht gaat. Nederland is, na Luxemburg, het rijkste land van Europa, na Duitsland de grootste exporteur. Nederland heeft de hoogste arbeidsparticipatie van Europa en een steeds hoger opgeleide bevolking. Maar liefst 80% van de Nederlanders is gelukkig. Hoe kan het dan dat tweederde van de Nederlanders vindt dat het met Nederland slecht gaat?

Schnabel is vooral bang dat deze defaitistische houding maakt dat we de “energie verliezen” om onze welvaart in de toekomst veilig te stellen. Pessimisme kunnen we juist nu niet gebruiken. Schnabel wil ons wijzen op alle topprestaties die we als land hebben neergezet, in de hoop ons een nieuwe topprestatie te ontlokken. Een beetje geloof in eigen kunnen doet wonderen, kijk maar naar Amerika.

Het gekke is dat Schnabel geen verklaring geeft voor zijn paradox. Hij wijst naar de media en de politiek, die teveel op het negatieve zouden azen, maar verder dan dat gaat hij niet. En dat terwijl de verklaring toch zo voor de hand ligt; zoals bij elke paradox is ook die van  Schnabel maar schijn, niet omdat Nederlanders niet klagen (want dat doen ze, vooral over klagende Nederlanders) maar omdat Schnabel de verkeerde kant op redeneert.

Het gaat juist zo goed met Nederland omdat we zo onverbeterlijk ontevreden zijn. Nederland is een geweldig land, juist omdat niemand dat ziet. Hoewel ongetwijfeld geen originele gedachte, is dit toch een inzicht dat te weinig wordt ingebracht in het eeuwige gezeur over het gezeur. Nederland beschikt over een onuitputtelijke bron aan klaagkapitaal waar onze maatschappij op draait.

Persoonlijk bemerkte ik de Nederlandse klaagkracht pas toen ik een aantal jaren in Brussel woonde, een stad die voor je gevoel administratief tien jaar achterloopt op Nederland. De liefde voor Brussel won het bij mij uiteindelijk van de ergernis over de rotzooi op straat, de krakkemikkige infrastructuur en de ondoorgrondelijke overheidsdiensten, maar als ik gasten had uit Nederland werd me meteen weer duidelijk dat we wandelende verbetermachines zijn: we zien elke kuil in de weg, elke net-niet-handig-geplaatste glasbak, elke lummelende agent.

Het feit dat Nederlanders altijd klagen (in vette en in magere jaren, waarmee we volgens Schnabel “realiteitsresistent” zijn), dat het in ons DNA lijkt te zitten, zou een teken aan de wand moeten zijn. Als klagen zoveel energie kost, hoe hebben we ons land dan opgebouwd? Hoe hebben we als land met zo’n “niets deugt”- instelling die topprestaties dan geleverd?

Hulde aan Schnabel voor zijn pleidooi, maar weet hij zeker dat we er beter van worden? Het lijkt erop dat juist de Hollandse weerstand tegen de realiteit, die realiteit ten goede veranderde.

  1. 2

    Ik vind deze verklaring van Schnabéls paradox geestig en zij is misschien niet eens onjuist. Maar ook meen ik dat Schnabel zei dat het percentage Nederlanders dat de algemene toestand van Nederland negatief beoordeelt altijd even hoog blijft. Dit onafhankelijk van de bloeiwijze – hoog -/ laag conjunctuur – van onze economie.

    Dan zou het kunnen dat dit Nederlands pessimisme in wezen niets met de economie te maken heeft. Het is iets anders.
    Een Franse journalist merkt het volgende op:

    ‘Poëzie gaat in Nederland vaak over dat ontbreken van landschap. Het verklaart een zeker gemis aan levensvreugde. Ik voel mij bevoorrecht van beide te kunnen genieten. Amsterdam was erg mooi van de winter, vooral ‘s-morgens vroeg, dat was een schouwspel dat je in Frankrijk niet ziet. Maar overigens zorgt het gebrek aan land voor een alomtegenwoordig pessimisme.’

  2. 5

    Nederlands is niet na Luxemburg het rijkste land van Europa. Nederland is op Luxemburg na het rijkste land (inkomen per hoofd van de bevolking) van de EU. Noorwegen en Zwitserland scoren namelijk beter.

  3. 7

    Werk nu dik een jaartje in Brussel en mijn door mijn vaderland ingegeven voorliefde voor klagen zal ik voorlopig nog niet inruilen zolang ik elke maand tripjes naar Nederland maak en zie hoe het ook kan.

  4. 8

    Mensen die arm zijn klagen niet over gebrek aan geld of bezittingen. Mensen die ‘rijk’ zijn wel, en ze zijn ook nog eens bang het beetje bezit dat ze hebben kwijt te raken.

  5. 9

    Als deze klaagparadox waar zou zijn, was Leeuwarden de mooiste stad van het land want volgens de Leeuwarders deugt er helemaal nergens ooit iets van.
    Hé, nu je het zegt…… Leeuwarden is eigenlijk ook best een mooie stad.
    Hoewel ik ontzettende last heb van klagers, denk ik nog even over de voordelen ervan.
    De theorie zal in elk geval bij verjaardagfeestjes en kroegbezoek wel standhouden.

  6. 10

    Wel moet er volgens mij verschil gemaakt worden tussen “het kan altijd beter” klagers en “hunnie hebben het gedaan” klagers. De eerste is positief omdat daar ruimte is voor zelfreflectie. De tweede niet. Als het iemand anders schuld is hoef jij niks te doen. Alleen lekker klagen….

  7. 11

    Is toch niet echt verrassend. Als je continu met z’n allen klaagt, ga je dingen vanzelf verbeteren, waarmee we ons eigen succes weer aanjagen, en voor nieuwe innovaties zorgen die ons weer mateloos zullen irriteren.

  8. 12

    @10 klopt. Je hebt eigenlijk “het heeft geen zin, dus ik doe niks”-klagers, “hunnie hebben het gedaan (dus ik hoef niets te doen)”-klagers en de “waarom doen we het niet beter?”-klagers. De klagers van de laatste categorie, daar gaat het om…

  9. 13

    Zo is het maar net! Want alle Europeanen zeggen van zichzelf dat ze eeuwig klagen. Het verschil zit hem in wat het vervolg is op de klacht: actie of passiviteit.

    Afgezien daarvan: Schnabels paradox (het gaat goed, toch denken we dat het slecht gaat) gaat denk ik eerder over ongrijpbare gevaren (‘known unknowns en ‘unknown unknowns’) waarvan ik me goed kan voorstellen dat Nederlanders erover klagen. Het gaat slecht omdat het in de wereld slecht gaat, en dat is niet iets dat je met mouwen opstropen kunt oplossen.

    Komen we toch weer terug bij die passiviteit: Nederlanders klagen altijd, is er een praktische oplossing dan gaan we daar toe over, maar ongrijpbare schuldencrises doen ons doemdenken en wijzen naar de Ander.

  10. 14

    Bizar dat Nederlanders als zulke pro-actieve mensen worden gezien hier. Beeld herken ik helemaal niet. Ik heb het idee dat klagen in Nederland een substituut is voor “uit de band springen”. Je wordt niet kwaad op de kinderen van de Marokkaanse buurman die om half 12 schreeuwend over straat gaan, in plaats daarvan ga je anoniem klagen op GS en Wilders stemmen.

  11. 16

    Grappig idee. Maar het zou natuurlijk net zo goed kunnen zijn, dat er zo veel geklaagd wordt, dat daar geen aandacht meer aan wordt geschonken, en dat in andere landen de klachten serieuzer genomen worden. Hier wordt m.a.w. minder tijd en geld besteed aan het behandelen en oplossen van klachten. Zijn wij niet ook het land met het hoogste aantal ‘onafhankelijke’ instituten, waarbij we onze klachten in kunnen dienen, omdat de klachten door de aangesprokenen niet serieus genomen worden? We barsten van de geschillencommissies….

  12. 18

    “Je wordt niet kwaad op de kinderen van de Marokkaanse buurman die om half 12 schreeuwend over straat gaan, in plaats daarvan ga je anoniem klagen op GS en Wilders stemmen”

    Is dat zo? Het vaak anonieme klagen klopt volgens mij wel, maar ik heb het idee, dat veel PVV stemmers kwaad worden op de ‘Marokkaanse’ gezichten, die ze bij opsporing Verzocht op TV zien, want vaak hebben ze helemaal geen Marokkaanse buren. En ze worden lang niet altijd kwaad op de kinderen van de Marokkaanse buren, als ze die wel hebben, maar eerder op de kinderen van Marokkaanse buurtgenoten, die ze niet kennen, en niet alleen ´s avonds om half twaalf, maar op ieder tijdstip van de dag, al dan niet schreeuwend.
    Zo heb ik een Volendamse kennis, die bij mij in de buurt sneller gaat lopen of een straatje om loopt, als hij de ‘Marokkaanse hangjongeren’ (kinderen van mijn Turkse buren, en hun vrienden) op het speelpleintje in de buurt ontwaart, geschrokken als hij was, toen een keer een van hen opstond en onze richting uit liep (mijn Volendamse kennis zette het op een lopen, mijn Turkse buurjongen vroeg mij om een vuurtje).

  13. 21

    Ik zie de (schijnbare) tegenstelling niet. Als je zelf gelukkig bent, kun je toch vinden dat het met je land niet goed gaat? (Het is maar hoe je in deze context Nederland definieert, kijk je naar de regering/het bestuur, de verzameling van alle inwoners? Wat is je perspectief?). Paul suggereert dat er een causale relatie moet zijn, of i.e.g. een correlatie? Dat zie ik niet. Jezelf gelukkig vinden: is het te vergelijken met de psychologische trek dat mensen hun eigen prestatie altijd beter vinden dan die van een ander? *gooit een balletje op*