De Provincie vs. Den Haag

Provinciehuis Groningen //  foto wikimediacommonsDit jaar is wederom een verkiezingsjaar. Op 2 maart vinden de verkiezingen voor de Provinciale Staten plaats. Zoals de laatste jaren gebruikelijk met om het even welke verkiezing, is ook deze Statenverkiezing goeddeels te beschouwen als een peiling hoe de kiezer denkt over de Haagse politiek. Ook nu zullen ongetwijfeld vooral de zwaargewichten uit de Tweede Kamer in februari de media domineren en wordt 2 maart in essentie een graadmeter van de populariteit van de zittende regeringscoalitie.

Je kan het spijtig vinden, maar normaal gesproken zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten niet iets waar de kiezer warm voor loopt. De laatste keren was het opkomstpercentage nog geen vijftig procent. Als de voortekenen niet bedriegen, is het animo om te gaan stemmen dit jaar beduidend groter. Dat komt niet per se omdat de kiezer zich ineens bovenmatig is gaan interesseren voor provinciale thema’s. De oorzaak moet zoals gezegd voornamelijk in het Haagse worden gezocht. We hebben immers te maken met getrapte verkiezingen, waarbij de zetelverdeling in de Provinciale Staten vrijwel één op één bepaalt welke senatoren plaats nemen in de bankjes van de Eerste Kamer: de Statenleden kiezen namelijk de Eerste Kamerleden.

Vleugellam
Overigens valt er evenmin een hernieuwde waardering van de kiezer voor de Eerste Kamer te noteren. Dit ‘Hogerhuis’ wordt toch vaak als een relict uit oude tijden weggezet. Vooral in PVV-kringen gingen geregeld stemmen op om de Eerste Kamer op te heffen of drastisch te verkleinen. Dat geluid wordt de laatste tijd echter nauwelijks meer vernomen in de entourage van de Grote Blonde Gedoger. Ook de Eerste Kamer is inmiddels een strijdterrein geworden voor de in 2010 in volle hevigheid opgelaaide politieke loopgravenoorlog tussen rechts en links. De PVV lijkt ondertussen ook in de Senaat hoge ogen te kunnen gaan gooien, vooral ten koste van het CDA.

Aangezien het door Wilders gedoogsteunde kabinet Rutte tot nu toe geen meerderheid in de Eerste Kamer heeft, staat er inderdaad veel op het spel. Blijft de coalitie van VVD-CDA + PVV steken op minder dan 38 zetels, dan wordt (c.q. blijft) het kabinet Rutte in belangrijke mate vleugellam. Daadkrachtig regeren wordt dan de komende jaren een erg lastig verhaal. Dat het kabinet inzake de voorgenomen BTW-verhoging op theater- en concertkaartjes op pijnlijke wijze bakzeil moest halen, kan heel wel de voorbode zijn voor het soort politieke impasses dat ontstaat als de Senaat gedomineerd blijft door de oppositiepartijen. In dat geval kan de oppositie alsnog alle met moeite door de Tweede Kamer geloodste wetsvoorstellen van de regering torpederen, of verregaande amendementen afdwingen. Immers, de gedoogsteun van de PVV beperkt zich ook maar tot een handjevol onderwerpen. Op veel andere dossiers zullen wisselende coalities met de oppositie moeten worden gezocht.

Een goede verkiezingsuitslag bij de Provinciale Staten is derhalve voor de drie partijen die het kabinet Rutte mogelijk maken een must. Aan de linkse en centrum-rechtse oppositie de schone taak om dit te verijdelen. Op dit moment heeft het CDA 21 senaatszetels, de VVD 14 en de PVV 0. Weliswaar zal de CDA net als in juni 2010 in de Tweede Kamer ongetwijfeld een fiks (en terecht) pak slaag krijgen van de kiezer, maar de VVD gaat hiervan profiteren. De PVV zal, indien schandalen rond aspirant kandidaten deze keer achterwege blijven, met stip de Eerste Kamer binnen katapulteren. Daarmee wordt de partij van Wilders, ooit begonnen als eenmansfractie, voor langere tijd stevig ingebed in het Nederlandse politieke landschap; of we daar nu blij mee zijn of niet.

Verkiezingskoorts
Dit onderliggende Haagse motief zal ongetwijfeld – tegen wil en dank – de komende weken de eigenlijke Provinciale verkiezingen gaan overschaduwen. Dat er zoveel op het spel staat is toch behoorlijk uniek in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. De uitslag van Statenverkiezingen had voorheen vooral invloed op de sfeer tussen coalitiepartners, maar nu treft het die samenwerking in het hart. Slechts in 1958 en in 1982 zou je met enige goede wil de Statenverkiezingen kunnen beschouwen als de langzame inleiding tot de val van een zittend kabinet. Wetend wat de inzet is, zullen Haagse kopstukken tijdens deze campagne dan ook de boventoon gaan voeren.

In de Volkskrant viel onlangs te lezen hoe GroenLinks-lijsttrekker in de Eerste Kamer Tof Thissen de verandering duidt. Vier jaar geleden deed hij voor het eerst mee, weliswaar ook toen ondersteund door Femke Halsema. Maar nu gaat aan zijn zijde politiek leider Jolande Sap voluit meedoen. Ook Thissen zelf zal veelvuldig moeten aantrede: “Ik heb een tienvoudig aantal verzoeken mee te doen aan debatten.”

Overigens hoeven we ook niet al te cynisch te zijn. Een hoge opkomst bij de Statenverkiezingen is ook voor sociaal-progressieve partijen als GroenLinks sowieso mooi meegenomen, aangezien hun achterban over het algemeen meer op heeft met de Provinciale Staten. Wanneer als indirect gevolg hiervan ook de mogelijkheid ontstaat om het kille en onbarmhartige rechtse beleid van de regering Rutte op tal van terreinen gevoelig om te buigen, dan is dat voor de linkse oppositie alleen maar winst.

Reacties zijn uitgeschakeld