De Paralympics: moge de minst beperkte winnen

Waarin gastredacteur Johnny Volente een Micha Wertheimpje doet en nut en noodzaak van de paralympics analyseert.

Gisteren zijn in Londen de Paralympische Spelen officieel geopend. De Britten organiseren dat niet voor hun lol. Als je de echte Spelen naar je stad haalt dan verplicht je jezelf namelijk om ook zorg te dragen voor het gehandicapte kleine broertje. Het is een beetje als dat misselijke gevoel nadat je je katerige honger gestild hebt met te veel afhaalchinees, maar dan beter voor je karma. En voor je stoelgang.

Het klinkt charmant dat mensen die niet kunnen lopen toch topsport kunnen beoefenen, maar eigenlijk is het vrij curieus. Iemand die spastisch is zal nooit hersenchirurg worden en een blinde wordt geen buschauffeur. Waarom moeten mensen zonder armen dan wel zwemkampioen kunnen worden?

Ikzelf zou de Tour de France wel eens willen winnen, maar ik heb geen conditie, geen doorzettingsvermogen en geen fiets. Dat gaat hem dus niet worden. Hoewel… er zijn vast wel een miljard mensen te vinden die nog minder getalenteerd zijn dan ik. Afhankelijk van waar je de grens trekt win ik de Tour de France voor ongetalenteerde wielrenners.

 Dat lijkt vergezocht, maar op de Paralympics gaat het precies zo. De sporters worden op basis van de ernst van hun handicap verdeeld over verschillende klassen. Op de echte Spelen gebeurt het indelen in klassen ook. Allereerst wordt er in bijna elke sport geschift naar geslacht, omdat vrouwen voor de meeste sporten nu eenmaal minder aanleg hebben dan mannen. Bij vechtsporten worden de deelnemers vervolgens in gewichtsklassen ingedeeld, want een ventje van vijftig kilo maakt in de boksring weinig kans tegen een superzwaargewicht waar hij twee keer in past. Dat er precies tien klassen zijn en niet drie of zestig is even willekeurig als discutabel.

Het is opvallend dat niet in elke sport wordt gedifferentieerd. Er bestaat bij het hoogspringen geen klasse voor mensen onder de anderhalve meter en bij de marathon wordt iedereen op een hoop gegooid, terwijl een Keniaan een niet te verwaarlozen aangeboren voordeel heeft ten opzichte van bijvoorbeeld een Koreaan.

Omdat mensen denken dat sport eerlijk kan en moet zijn, is het classificeren op de Paralympics behoorlijk ver doorgevoerd. Uiteindelijk lost dat natuurlijk niks op, want in elke klasse zal iemand zitten die net iets minder gehandicapt is dan de rest. Moge de minst beperkte winnen.

Aan de medaillespiegel van de Paralympics moet je dus niet al te veel waarde hechten, maar het evenement dient nog een ander doel: de emancipatie van de gehandicapte mens. In feite vond die twaalf jaar geleden al zijn voltooiing. Op de Paralympische Spelen van dat jaar won Spanje de gouden medaille bij het basketbal. De zegen werd de Spanjaarden twee weken later ontnomen, omdat een deel van het team bij nader inzien kerngezond bleek. Gehandicapt zijn was dankzij de Paralympics zo ontzettend cool geworden dat ook fysiek valide mensen erbij wilden horen. Dat is toch veel waardevoller dan zo’n dubieuze medaille?

Foto: Flickr/AndyRobertsPhotos

  1. 5

    In mijn studententijd was er een breedtesportvereniging aan de uni die zich min of meer neerzette met: Als je in geen enkele sport goed bent. Vereniging zat vol met kneusjes. Maar ze hadden wel lol. Daar gaat het toch om?

  2. 6

    Ik vind het vooral een goed idee om, ook voor de gewone Olympische spelen, wat meer in klassen onder te verdelen. Hoogspringen voor kleine mensen is een uitstekend idee. Misschien moeten er sowieso ook een Olympische Spelen voor kleine mensen komen. De Littlelympics.

  3. 7

    De vraag is dan altijd welke klassenindeling gebruik je. Ik stel voor het hoogspringen voor om 2 cm klassen te gebruiken. Dus 100-102, 102-104 etc… Voor elke klasse drie medailles, het volkslied en een kusje van de mooie dame. Voor alle overige sporten zijn soortgelijke klassen in te delen. Dit alles om te voorkomen dat ook maar iemand op de wereld zich nog achtergesteld voelt. Wij zijn gelijk, broeders en vrij. Oh en natuurlijk naast de klassen ook nog geslachtsonderscheid : een even lange vrouw kan natuurlijk niet dezelfde gouden medaille winnen als de even lange man.

    Onderscheid moet er zijn.

  4. 8

    Wat een gelul, als je goed bent in rolstoelbasketball ben je niet ‘de minst gehandicapte’, ze zitten allemaal in een roelstoel en kunnen verder normaal met hun armen omgaan, de beste daarvan is gewoon de beste sportman, en die zou jou ook verslaan als je in een rolstoel ging zitten en mee zou doen.

  5. 9

    Mij zullen ze zeker verslaan, het enige dat ik vang is wind. Maar als rolstoelbasketbal een hit wordt onder niet-gehandicapten dan zullen er op den duur angstvallig weinig invaliden in het nationale team spelen. Op voorwaarde dat de niet-invaliden mee mogen doen uiteraard.

  6. 12

    Het mooie aan het Olympisch hoogspringen is nou juist dat door geen klassen te maken, alle finalisten (bij de dames iig, ik laat het aan iemand anders over de heren te beoordelen) mooie dames zijn.